De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven om te loven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven om te loven

7 minuten leestijd

Laat mijn ziel leven en zij zal U loven. (Psalm 119 : I75a)

Leven, loven.

Twee woorden met slechts één lettertje verschil, om zo te zien. Maar in wezen is er een ontzaglijk verschil. Alle leven is geen loven. Want niet iedereen, die leeft, kan loven.

Het is soms één grote klaagtoon: Dat hoort u wel als men zegt: 'als je eens wist, wat ik moet meemaken...'

Of: 'het leven is geen lolletje.'

Of: 'voor mij hoeft het niet meer, het heeft geen enkele zin meer.'

Er zijn mensen, die soms vragen: waarvoor leef ik eigenlijk nog?

En dan lees ik dat wonderlijke woord in psalm 1 19: 'laat mijn ziel leven.' De dichter bedoelt niet: laat er leven in mijn ziel komen. Dus: een geestelijke levendmaking.

Maar heel eenvoudig: laat mij nog een poosje op aarde leven, zoals een mens op aarde leeft en werkt.

'Laat mij leven.'

Waarom? Omdat hij nog een taak heeft. Het scheelde niet veel of ze hadden hem gedood, vernietigd. 'De goddelozen benauwen mij.' Ze haten hem. Zijn mond moet tot zwijgen gebracht worden. Hij moet weg. Hij moet dood.

De dichter vindt dat erg, omdat hij dan niet meer de lof van God kan vertellen op de aarde. Daarom bidt hij: 'laat mijn ziel leven en zij zal u loven'.

Hij wil graag zo lang mogelijk blijven leven om God zolang mogelijk op aarde te kunnen loven.

We weten van de dichter van psalm 119 niet veel. Maar hier kijkje precies in zijn hart. Het is een man, die met heel zijn hart de Heere wil dienen. Voor wie Gods Woord zo ontzaglijk veel is gaan betekenen, dat hij heeft gezegd: 'Uw Woord zal ik niet vergeten.'

Een man die het uitzingt: 'hoe lief heb ik Uw wet. Ik zal uw inzettingen bewaren'. Heel de psalm is eengrote jubel op de wet des Heeren. Het is een man ook, die het als een groot wonder ziet, dat hij mag delen in de genade des Heeren. Hij kan er niet over uit. Hij is er vol van.

Hoe moet hij zijn dankbaarheid tonen?

Door naar Gods gebod te leven en door in heel zijn levenswandel te laten zien, dat hij bij de Heere hoort. Hij wil zo leven, dat de mensen kunnen zien, dat hij de Heere lief heeft en hoeveel de Heere van hem houdt.

Alsje van elkaar houdt, mag je dat gerust laten zien.

'Laat me leven om u te loven.'

Misschien vindt u het vreemd, dat de dichter zo bidt.

Want op de aarde de Heere loven is toch maar een zeer gebrekkige zaak. Om echt te loven moet je in de hemel zijn. Daar wordt door de schapen van Gods weide in eeuwigheid de lof en de eer van God gezongen, in alle volkomenheid en volmaaktheid.

En: 'ik zal ontwaakt uw lof ontvouwen...' Maar toch vonden de gelovigen in de bijbel het erg om te sterven. Niet omdat ze bang waren voor de dood.

Maar, als een gelovige op aarde sterft is er weer één minder die hier de lof des Heeren bezingt.

Hierin komt duidelijk uit, wat echt geloof en echte liefde is.

Deze mensen waren vol van de Heere. Hij héeft er recht op hier op aarde geprezen en ook aangeprezen te worden.

Als we met deze achtergrond de tekst lezen dan zeggen we: het is toch een mooi woord: 'laat mij leven, want ik wil U nog zo graag loven op de aarde'.

Dat is echt leven. Een mens leeft pas echt, als hij de deugden Gods verkondigt, Gods liefde doorgeeft met woord en daad en de liefde van Christus naar alle kanten laat uitstralen.

We zijn van nature niet zo vol van God.

De Heere heeft ons geschapen om Hem te loven, maar door moedwillige en vrijwillige ongehoorzaamheid zijn we vijanden geworden: Nu leeft er in ons hart om God te haten. En de mens leeft zijn eigen leven, zonder God. En de God, in wiens hand onze adem is, wordt door ons niet verheerlijkt. Dat is de grote zonde. Daarom werd b.v. het oordeel over Belsazar voltrokken.

De Heere loven? ?

Dat is er alleen als je ontdekt het wonder van Gods genade en liefde in Christus. Dat wil God ons laten zien.

Hij staat in elke preek, in elke meditatie, in elke bijbeltekst voor ons. Hij strekt Zijn handen naar u uit. Hij zoekt u. Hij heeft geen lust in uw dood, maar in uw bekering en leven en loven.

Dat heeft Levi gezien, toen hij voor zijn tolhuis zat.

Dat heeft Zacheus ontdekt, toen hij in de boom zat.

Dat heeft ook Paulus leren zien, op de weg vlak bij Damascus. En als de Heere zo in je leven komt, dan wordt het radicaal anders. Dan ga je verstaan, wat genade en vrede is, vooral ook wie en wat de Heere wil zijn.

Dan wordt dat wonder van de genade van God zo groot, dat je wilt tonen in je leven, dat je anders bent geworden.

Daarom vraagje in je gebed aan God: 'laat mij leven om u te loven'.

Dan wordt het: ik zal Zijn lof, zelfs in de nacht, zingen.

En mijn hart wat mij moog treffen

Tot de God mijns levens heffen.

Maar nu vraag ik me af: wie kan dat? Het is toch onmogelijk om onder alle omstandigheden ('wat mij ook moog treffen'), de Heere te loven! Job kon zeggen: 'De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd'.

Maar ik moet klagen, dat in mijn leven de Heere niet aan Zijn eer komt. Telkens trekt de zonde-macht mij naar beneden.

We leren het elke dag weer opnieuw: 'ik kan de Heere niet loven',

Dat wist de dichter van psalm 119 ook.

Daarom bidt hij niet alleen om levensverlenging maar ook om levensvernieuwing. Ik lees b.v.: 'Heere, verlevendig mijn hart, zodat ik met blijdschap ga in het spoor van uw geboden'. Hier zit de diepe overtuiging achter, dat het zonder Gods hulp niet gaat. 'Heere, schraag mijn voeten op het pad van uw wet.'

Hij belijdt:

Gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond Dat onbedacht zijn herder heeft verloren.

Maar tegelijk vraagt hij ook: 'ai, zoek uw knecht', omdat hij weet, dat hij op God kan rekenen.

Dat is de troostende zekerheid, die de kerk heeft.

Christus geeft leven. Hij is gekomen, opdat de Zijnen het leven hebben.

En zo heeft ons leven zin. Want dan is het leven voor ons Christus en het sterven gewin. Om echt te leven heb ik ook de Bijbel nodig.

Want door het Woord maakt Hij mij Zijn wegen bekend.

En door het Woord en de Geest leer ik hoe langer hoe meer, wie de Heere Jezus als rijke Zaligmaker voor mij als arme zondaar wil zijn.

Zo worden de nevels en de twijfels weggenomen.

Er zijn dus twee kanalen: het Woord en het gebed, waardoor ik de kracht ontvang om te leven, zodat ik ook kan loven.

Maar het blijft wel een strijd.

Ik verknoei en verpruts het elke dag.

Maar Christus gaat dopr met Zijn vernieuwend werk, door Woord en Geest, in het leven van de Zijnen. En Hij zorgt ook, dat ik Hem toch kan prijzen in mijn loflied.

En daarom kunnen we ook zingen:

De Heer is mij tot hulp en sterkte

Hij is mijn lied mijn psalmgezang

Hij was het, die mijn heil bewerkte

Dies loof ik Hem mijn leven lang.

Als u zingen geleerd hebt, zingt dat dan mee. 'Heere, opent gij mijn lippen, zo zal mijn mond uw lof verkondigen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Leven om te loven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's