De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus in Nazareth

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus in Nazareth

6 minuten leestijd

En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op de dag des sabbats in de synagoge, en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, waar geschreven was... Lukas 4 : 16, 17

Toen wij dit voorjaar als predikanten en studenten uit de kring van de gereformeerde gezindte voor een studiereis in Israël waren belegden wij op de zondagavond een dienst in de Schotse kerk in Jeruzalem. Wij kozen daarvoor Lukas 4 : 16-21, de geschiedenis van Jezus' optreden in de synagoge in Nazareth. Die keus lag enigszins voor de hand. Wij probeerden immers die dagen met de synagoge in contact en zo mogelijk zelfs in gesprek te komen. Vanzelf vraagt men dan naar Jezus' verkeer met de synagoge en naar zijn optreden aldaar.

Nu heeft het begin van deze geschiedenis iets huiselijks. Na de doop in de Jordaan en de verzoeking in de woestijn keert Jezus terug naar Galilea, naar Nazareth zijn vaderstad. Hij is immers gekomen tot het Zijne, tot zijn wereld en in het bijzonder tot zijn eigen volk. En daaronder is Nazareth wel heel in het bijzonder het Zijne: zijn eigen familie en bekenden waaronder Hij is opgegroeid.

Hij voegt zich ook naar de Zijnen; Hij gaat samen met hen naar de synagoge en weet zich verbonden met de traditie van zijn eigen volk. Zulks te doen was van kindsbeen af zijn gewoonte en toen zijn roeping gestalte begon te krijgen heeft Hij dat niet verloochend. Dit alles heeft op het eerste gezicht inderdaad iets huiselijks: het zou bij ons het beeld kunnen oproepen van het kerkgebouw waarin wij gedoopt werden of belijdenis deden. En dan nog dat Hij daar de Schriften opent en uitlegt: men zou kunnen denken aan een jonge candidaat die voor de eerste keer preekt in de kerk waar hij als jongen altijd zat. Men kan zich voorstellen, dat de kerk dan goed bezet is en dat alles nogal welwillend wordt aangehoord. Ook wie er niet zoveel aan vindt is bereid een wissel te trekken op een toekomstige ontwikkeling.

Bij Jezus is het echter anders afgelopen. Deze geschiedenis is nauw verstrengeld met die van de verzoeking in de woestijn. Samen vormen zij het preludium van Jezus' omwandeling op aarde. De verzoeking door de duivel en de verwerping door de mensen: de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Maar het Zijne, dat is bij Jezus niet allereerst een kwestie van stamverwantschap en dorpsgemeenschap, geen zaak van bloed en bodem. Het Zijne: dat zijn vooral de woorden Gods. Daar heeft Jezus van kindsbeen in geleefd, omdat Hij daar zichzelf in terug vond. Daar vond Hij de wil des Vaders waardoor zijn leven getekend werd. Meer nog: waardoor het gekruisigd werd. Daarom ging Hij naar de synagoge: bij deze dingen leeft men en in dit alles is het leven van mijn ziel. Als het goed is gaan ook wij daarom naar de kerk, omdat wij niet anders dan in het ritme van zondag tot zondag zouden kunnen leven, niet anders dan gedragen door de woorden Gods. Alleen daardoor wordt immers de adem van onze ziel op peil gehouden. Wie dat ritme niet aanhoudt en telkens opnieuw weet te waarderen raakt in ademnood. Hoe liefelijk, hoe vol heilgenot, o Heer, der legerscharen God, zijn mij uw huisen tempelzangen.

Uw huis-en tempelzangen: wat zijn dat anders dan de woorden der profeten, wat anders dan de beloften die van oudsher aan het volk zijn toegezegd? De beloften, die aan Israël geschonken zijn, dat is toch Israels hoop in bange dagen? Dat is het toch waardoor je elke keer opnieuw wordt opgetild en waardoor je leven kunt van sabbat tot sabbat, van zondag tot zondag, van kracht tot kracht steeds voort. Die beloften zijn vervat in de boekrol van Jesaja, in de synagoge steeds aanwezig en altijd in gebruik. Daar wordt gesproken over blinden, die ziende zullen worden, over armen aan wien een blijde boodschap wordt verkondigd, over gevangenen aan wien de vrijheid in het uitzicht wordt gesteld, over het geschonden leven dat hersteld wordt en genezen. Die beloften voeden de hoop, die zijn het die Gods volk samenvoegen tot een gerneente. Die zijn voor uw huis, o Heer, eeuw in eeuw uit tot sieraad en tot eer.

Jezus laat zich de boekrol aanreiken, de rol van Jesaja, nadat eerst het vaste stuk uit de boeken van Mozes is gelezen. Hij opent het boek, zoals Hij het alleen kan openen, ook telkens wanneer de gemeente rondom de Schrift vergaderd is. Hij alleen kan het zo openen dat mensen het gaan verstaan en dat levens erdoor veranderd worden. Als Hij de Schriften opent dan gaat er iets gebeuren, dan worden de heilgeheimen Gods ontsloten en uitgedeeld. Daarom bidden wij in elke dienst om de opening des Woords en om de verlich­ ting door de Geest en God verhoede dat dat ooit voor ons tot een lege formule wordt. Wij kunnen de Schriften wel ter hand nemen en de predikant kan wel een Schriftplaats behandelen, maar de zaak openen kan Hij alleen.

En Hij vond deze plaats uit Jesaja 61. Dat is niet zo iets als wanneer mensen alsmaar in de bijbel bladeren en dan eindelijk iets vinden waar zij wat aan hebben. De vraag is of wat wij dan vinden echt een vondst is of veeleer een zelfprojectie van onze eigen vroomheid en een bevrediging van onze begeerte om zonder bekering tot God toch getroost te worden.

Hij vond deze plaats: dat ging moeiteloos. Overal immers waar de Schriften geopend worden gaat het over Hem. Die zijn het die van Mij getuigen. In elk woord, in heel de profetie gaat het over zijn weg en werk, over zijn leven en sterven, over zijn gehoorzaamheid en over zijn offerande. Je kunt zeggen: er is een wisselwerking. Jezus vindt deze plaats en deze plaats, deze tekst vindt Hem in wien alle beloften Gods worden vervuld, naar wien heel de profetie altijd heeft uitgezien. Deze plaats vindt Hem in wien de woorden der profeten vlees en bloed geworden zijn. Zo, in deze opening der Schriften, komt de Schrift tot leven, want het leven van de Schrift is Christus zelf.

Dat is een machtig iets: Jesaja in de handen van Jezus en Jezus staande in de synagoge Om het aan de Zijnen voor te lezen en uit te leggen. Men kan zeggen: dat is de kern van waar het in de ontmoeting tussen Kerk en Israël om gaat. Het is boeiend om te ontdekken hoe Joden met de Schriften omgaan, hoe zij bv. Jesaja lezen.

Maar het boeiendste gebeurt dan als zijn optreden in Nazareth wordt herhaald en nationale betekenis krijgt. Misschien mogen onze ontmoetingen met Joden daar een hulp voor zijn; hopelijk zijn zij daartoe althans geen hindernis.

Wat Jezus precies in Nazareth gelezen heeft en hoe Hij het heeft toegespitst, daarover willen wij iets zeggen in de meditatie van volgende week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jezus in Nazareth

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's