De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De grondtalen van de Bijbel (3)

Bekijk het origineel

De grondtalen van de Bijbel (3)

De Heilige Schrift

8 minuten leestijd

DienstknechtsgestalteDe term 'dienstknechtsgestalte van de Heilige Schrift' is reeds genoemd. Het is duidelijk dat deze uitdrukking teruggrijpt op het tekstwoord Pil. 2 : 7 waar gesproken wordt van de kenosis, de totale zelf-ontlediging van Christus, Die de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen heeft. Als een Knecht der knechten, als een slaaf was Hij onder ons. In Zijn staat der vernedering was Hij zonder gedaante of heerlijkheid. Wie Hem tijdens Zijn omwandeling op aarde ontmoette, zag in eerste instantie slechts een gewone mens, een jood onder de joden. Het goddelijk geheim van Jezus was niet onmiddellijk af te lezen aan Zijn gedaante, gestalte en verschijning.

Dienstknechtsgestalte

De term 'dienstknechtsgestalte van de Heilige Schrift' is reeds genoemd. Het is duidelijk dat deze uitdrukking teruggrijpt op het tekstwoord Pil. 2 : 7 waar gesproken wordt van de kenosis, de totale zelf-ontlediging van Christus, Die de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen heeft. Als een Knecht der knechten, als een slaaf was Hij onder ons. In Zijn staat der vernedering was Hij zonder gedaante of heerlijkheid. Wie Hem tijdens Zijn omwandeling op aarde ontmoette, zag in eerste instantie slechts een gewone mens, een jood onder de joden. Het goddelijk geheim van Jezus was niet onmiddellijk af te lezen aan Zijn gedaante, gestalte en verschijning. Nu is er nogal eens een parallel getrokken tussen incarnatie en inscripturatie, anders gezegd: tussen de vleeswording van het Woord in Christus en de schriftwording van het Woord in de Bijbel. Er is bijvoorbeeld gezegd: zoals de Zoon een menselijk lichaam heeft aangenomen van vlees en bloed, zo nam de Geest een schriftelijk lichaam aan van Hebreeuwse en Griekse lettertekens. Dit wordt dan verder zó uitgewerkt dat hierin een verklaring zou liggen voor het kenmerkend onderscheid tussen heilige boeken zoals de Koran of het boek van Mormon enerzijds en de Bijbel anderzijds. Islamieten en mormonen vereren hun heilig boek en maken er in feite een niet-historische, niet-menselijke grootheid van. De openbaring wordt verstaan als een letterlijk dictaat van Allah of het heilige boek is op een goede dag uit de hemel komen vallen in de vorm van gouden platen met de goddelijke boodschap als inscriptie. Hoe anders komt de Bijbel tot ons. Hier ligt de schat van de Godsopenbaring in het aarden vat van menselijke verwoording. De Schrift komt op vanuit een vele eeuwen omspannende traditie van mondelinge overlevering, teboekstelling en bewaring. Er komen mensen aan het woord die niet losgemaakt zijn van hun eigen taalveld en voorstellingswereld. Ze hebben hun eigen stijl, vervallen soms in herhalingen, kunnen zich vergissen in een getal of een naam. Dat zijn overigens maar kleine oneffenheden die geen enkel aanknopingspunt bieden voor een bijbelkritische benadering. Maar ze illustreren eens te meer hoe echt menselijk de Schrift tot ons komt. Het Woord Gods wordt ons overgeleverd met de vingerafdrukken van de menselijke auteurs er op. Dat komt niet in het minst tot uiting in het gebruik van de grondtalen. De Bijbel kwam niet buiten de tijd van ontstaan op miraculeuze wijze tot stand, maar in een vol en wezenlijk rapport mét die tijd. Genoeg om aan te duiden wat het verschil is tussen de christelijke visie op de Gods-openbaring en daartegenover de mohammedaanse of mormoonse visie.

Welnu - zoals Jezus waarachtig mens is geweest, ja zelfs mens zonder gedaante of heerlijkheid, nóg een stap verder: zoals Zijn onaanzienlijk voorkomen in de ogen der ongelovigen Zijn Messias-bewustzijn tot een belachelijke pretentie of een afschuwelijke godslastering maakte - zo roepen de eenvoud en de menselijkheid en de tastbare tijdbetrokkenheid van de Schrift alsook de historisch en cultureel gelocaliseerde en gesitueerde grondtalen van de Schrift, nogal eens ergernis op. Er zou een verlangen kunnen bestaan dat het geïnspireerd karakter van de Schriften direkter aantoonbaar was, dat de Bijbel minder aanknopingspunten zou geven voor de ontluisterende benadering van een historischkritische methode die vanuit de vooronderstellingen van het ongeloof opereert. Maar tegenover dit begrijpelijk verlangen is het zinvol te wijzen op de dienstknechtsgestalte van de Schrift: 'De weg van de grote Dienstknecht heeft naast zich de weg van het Woord: de dienstknechtsgestalte der Heilige Schrift.' (G. C. Berkouwer). In dit verband kan dan zelfs gesproken worden van de dienstknechtsgestalte van de Geest.

Het is van betekenis dergelijke parallellen tussen incarnatie en inscripturatie te trekken. Maar dan dient toch ook wel in het oog te worden gehouden dat deze vergelijking niet al te zeer mag uitgebouwd worden. Zo gaat het ongetwijfeld te ver wanneer de zondeloosheid van Christus een parallel moet vormen met de onfeilbaarheid van de Schrift, of, nog krasser, wanneer de maagdelijke geboorte van de Heere Jezus wordt vergeleken met de inspiratie van de Geest die voor dwalingen behoedde bij de conceptie van de bijbelboeken. Om het spraakgebruik zuiver te houden en de gedachten te ordenen dienen we goed te blijven bedenken dat we wanneer het gaat over de incarnatie ons op het terrein van de christologie bevinden, terwijl de bezinning op de inscripturatie onder de pneumatologie (de leer aangaande de Heilige Geest) valt. Zonder in dit verband hier dieper op in te gaan wil ik toch een belangrijk citaat van A. A. van Ruler u niet onthouden: 'Maar het gaat niet aan, de triniteit... alleen maar toe te klappen en dicht te vouwen, zó dat men tenslotte een volstrekt enerlei overhoudt. Er zit spreiding in de triniteit. De Zoon is niet de Vader en de Geest is niet de Vader of de Zoon. De verlossing is anders dan de schepping en de heiliging anders dan de verlossing. De uitstorting van de Heilige Geest is een nieuwe en andere daad van God dan de vleeswording van het Woord. Daar zitten structuurverschillen in.' Met deze structuurverschillen tussen christologie en pneumatologie hangt samen dat de parallel tussen vleeswording en schriftwording des Woords slechts ten dele is te trekken.

Waardering van de dienstknechtsgestalte

Zouden wij nu deze dienstknechtsgestalte van de Schrift negatief moeten waarderen? Zij die een mechanische inspiratietheorie aanhangen waarin de bijbelschrijvers niet veel meer zijn dan de notulisten van het dictaat van de Geest, zullen ieder accent op de menselijke gestalte en de historische contouren van het Woord Gods alleen maar bedenkelijk en gevaarlijk vinden. Deze vrees is ook heel goed te begrijpen wanneer we letten op de stormvloed van ongeloofskritiek waar de Heilige Schrift gedurende de laatste twee eeuwen doorheen is gegaan. Maar een dergelijke positiekeuze uit vrees is onnodig en onjuist. Het Woord kan wel een stootje hebben en meer dan dat! Ik denk dat er verscheidene redenen zijn om te komen tot een uitgesproken positieve waardering van deze dienstknechtsgestalte, met name de hieronder omschrevene.

- zij wijst op de condescendentie van God. Dat wil zeggen: de verheven God buigt Zich over naar ons laag niveau. Calvijn kan zeggen dat de Geest brabbelt zoals een moeder haar kind de eerste woordjes leert, met eindeloos geduld. God woont bij de nederigen en de verslagenen van geest. Zo is God bij de mensen en spreekt Hij de taal van de mensen. Zijn woorden zijn geen tijdloze waarheden. En toch zijn zij waarheid voor alle tijden. Gods Woord klinkt in een heel bepaalde situatie, maar de draagkracht van het Woord overstijgt iedere situatie.

- wonderlijk mooi komt hier het werk van de Geest tot uiting. Hij brengt geen nieuwe schepping, doch een herschepping. Hij schakelt de mens niet uit, schakelt hem ook niet zondermeer in, maar schakelt hem om. Het menselijke Hebreeuws en Grieks wordt geheiligd. De Hebreeuwse taal is heel konkreet en direkt, sterk emotioneel geladen, plastisch. De Geest neemt dat taaleigen in dienst voor de openbaring van de levende God, de bewogen HEERE, Die niet is een ondoorgrondelijk rustend Zijn - maar de Ik zal zijn Die Ik zijn zal, Die meetrekt met Zijn volk door alle tijden. Zelf niet aan verandering onderhevig, is Hij temidden van alle veranderingen present. Het Grieks wordt weer op een andere wijze dienstbaar gemaakt, bijvoorbeeld in de bezonnenheid en de bezonkenheid van de Hebreeënbrief om onze gedachten op te voeren tot de eeuwige dingen van het hemels Koninkrijk. Zo worden ook de bijbelschrijvers levende organen van de Geest. Ze blijven daarbij zichzelf, maar dan als geheiligde mensen, boven zichzelf uitgetild, in hun spreken en schrijven voor dwaling behoed, onfeilbaar geleid door de Geest der waarheid om over te leveren het profetische en apostolische Woord dat zéér vast is.

- 'Die Schrift tragt ein Bettlerkleid, ohne dasz sie damit aufhört eine Königin zu sein, ja, eben weil sie eine Königin ist.' (H. Bezzel). De Schrift draagt het kleed van een bedelares, zonder dat zij daarmee ophoudt een koningin te zijn, ja, juist omdat zij een koningin is. Nogmaals: de schat ligt in het aarden vat. Maar het vat komt niet in mindering op de schat. Deze schat vraagt eenvoudig om dit vat. Dat de schat in dit aarden vat ligt maakt mee de waarde van de schat uit!

- tenslotte een woord van Luther: En laat ons dit gezegd zijn: dat wij het evangelie niet op de rechte wijze zullen behouden zonder de talen. De talen zijn de schede waarin het mes van de Geest steekt. Zij zijn de schrijn waarin men dit kleinood draagt.' Wie zo de Bijbel mag leren zien als werk van de Geest door middel van mensen, gaat iets kennen van de verwondering die werd uitgesproken op het grote feest van de Geest: wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken!' (Hand. 2 : 11).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De grondtalen van de Bijbel (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's