Dankbaarheid en verantwoordelijkheid (2)
In dit artikel wil ik nader ingaan op de betekenis van de enquête: Opnieuw God in Nederland.
In dit artikel wil ik nader ingaan op de betekenis van de enquête: Opnieuw God in Nederland. Dit onderzoek brengt ons tot bezinning met het oog op de vraag naar de overdracht van het Evangelie aan rand-en buitenkerkelijken. In het eerste artikel dat onder deze titel verscheen, heb ik geprobeerd aan te geven hoe de houding van de christelijke gemeente dient te zijn en wat er in deze tijd van haar verwacht wordt, wil zij voor zichzelf goed kunnen funktioneren en aan haar roeping beantwoorden. Nu houden we ons bezig met de situatie waarin de ander verkeert. Wat is nodig om hem te bereiken?
De feitelijke situatie
We zullen met de feiten moeten rekenen en de feiten moeten kennen. Hoe zouden we in het leven van de ander de boodschap kunnen indragen als we die ander niet kennen? In de Bijbel zien we toch dat God konkrete woorden spreekt in het leven van alle dag. Daarbij komt alles aan de orde: de mens voor God, mijn naaste, ons huwelijk, de samenleving, rijkdom en armoede, leven en sterven, de toekomst. In de enquête nu worden ons een aantal konkrete situaties getekend. We gaan er een aantal van na.
Ontevredenheid over eigen situatie
Deze is groot. Ongeveer 30% van alle Nederlanders zou hun leven willen overdoen. Er zit veel overdwars. Velen voelen zich geknecht. Anderen hebben geen prettig werk. De een lijdt onder onverdraagzaamheid, de ander heeft geen vrede. Velen liggen met zichzelf overhoop, anderen missen liefde en vriendschap. We kunnen zonder meer zeggen dat enerzijds de omstandigheden van dien aard zijn dat mensen zich ongelukkig voelen, ter wijl anderzijds velen zelf (mede) debet zijn aan hun eigen situatie. Onder kerkdijken en niet-kerkelijken konit dit onbehagen voor. Onder niet-kerkelijken nauwelijks meer dan oiider kerkdijken. In onze ontmoeting met medemensen (zowel binnen als buiten de kerk) zouden we in elk geval aan twee dingen meer kunnen denken dan vaak het geval is. In de eerste plaats is het goed te luisteren naar de visie die mensen op zichzelf hebben. Met name ten aanzien van de visie op de mens lopen de meningen thans sterk uiteen. Het maakt een groot verschil of we een christelijk mensbeeld hebben of een humanistisch of marxistisch mensbeeld. Al naar gelang we tegen de mens aankijken, verwachten we van hem. Gezien het geestelijk klimaat waarin we verkeren zijn er ten aanzien van de mens in het algemeen veel overspannen verwachtingspatronen. Niet zelden breken zaken daarop stuk. Er wordt meer verwacht dan mogelijk is. Dat nemen we elkaar kwalijk met alle gevolgen van dien. In de tweede plaats is het goed te letten op de levenshouding, die mensen aannemen. Hoe stellen mensen zich in konkrete situaties op? Hoe reageren zij op de disharmonie, die er overal is? Het zou kunnen zijn dat wij vanuit deze konkrete punten in onze ontmoeting kunnen komen tot een vergelijking van dat wat de Schrift zegt en wat wij in mensen (ook onszelf) ontmoeten. Op deze manier spreekt de Bijbel in konkrete situaties en stappen wij niet over van het 'natuurlijke' op het 'geestelijke'. Vanzelfsprekend vereist dit kennis en veronderstelt het ook dat we naar de ander kunnen en willen luisteren. Veelszins zit hij toch met dezelfde vragen als die waarmee wij ook zitten. In een ontmoeting als hierboven aangeduid kunnen normen en waarden een goed aanknopingspunt voor een gesprek vor men. Daarmee is niet alles gezegd. Maar dat hoeft ook niet. Wie alles in een keer zegt, maakt grote sprongen, vaak bokkesprongen en ontmoet als gevolg daarvan de ander niet. In dit soort gesprekken moet het christelijk geloof in ons eigen leven navraag kunnen leiden. Op deze ontmoetingen moeten we voorbereid zijn. Die kun je niet zomaar aangaan. Vandaar mijn diepe overtuiging: de christelijke gemeente heeft dringend vorming en toerusting nodig.
Vervaging van het geloof
Het is opvallend dat de enquête aangeeft dat mensen, die zelf zeggen nauwelijks of niet te geloven, toch vinden dat het geloof in hun leven enige betekenis heeft. We kunnen dus niet iedereen over één kam scheren, zoals helaas nog vaak gebeurt. Wanneer wij met mensen in aanraking komen die naar de Bijbel willen luisteren of van het christelijk geloof meer willen weten, dan staan we voor een hele opgave. Uit ervaring weten we bij de IZB dat er nauwelijks een catechisatieboek of methode bestaat die hierbij hulp kan bieden. Misschien moeten we zelfs wel niet met catechisatie beginnen, maar veeleer bij het samen lezen van de Bijbel. Maar hulpmiddelen daarvoor zijn er ook nauwelijks te vinden.
De ene bijbelstudiemethode is te moeilijk, de andere te eenzijdig. Wellicht moeten we in dit verband denken aan het opzetten van een methode, die werkt volgens concentrische cirkels. Een eerste ontmoeting met de Bijbel zou een aantal basisgegevens moeten aanreiken. Rondom deze basisgegevens zouden in concentrische cirkels andere gegevens kunnen worden gerangschikt. Zo werken catechisatiemethoden ook. Alleen moeten we terdege gaan beseffen dat het voor velen moeilijk is catechisatie te volgen omdat het bij hen aan kennis van elementaire bijbelse gegevens ontbreekt. Als we mensen zomaar aanraden de Bijbel te lezen zonder hen daarbij te helpen handelen we onzorgvuldig. Uiteraard kan de Schrift voor zichzelf zorgen en spreekt deze ook voor zichzelf, maar daarmee is niet gezegd dat wij ons niet moeten afvragen of onze hulpmiddelen wel voldoende zijn. De Bijbel staat vaak ver van de mensen af en dat niet alleen omdat zijn Boodschap niet naar de mens is. De Bijbel staat qua tijd ver van ons af, ook qua cultuur, verder qua taal en begrippen. Aan het uit de weg ruimen van deze barrières is vaak wat te doen, maar dat vereist inspanning. Om de ernst van dit-probleem in te zien is het goed voor uzelf eens na te gaan hoeveel bijbelse begrippen u in uw gesprekken gebruikt. Ik noem er een aantal: gerechtigheid, verbond, zonde, sacrament. Misschien kunt u aan uw kinderen of aan uw gesprekspartner eens vragen of deze die woorden begrijpt en wat hij er onder verstaat. Verstaan wijzelf deze begrippen wel als we die in de kerk horen in de preek? En is de mening die wij over een woord hebben wel juist?
We zullen de vele gradaties die er onder de mensen zijn moeten onderkennen willen we verantwoord aan overdracht van het Evangelie kunnen doen.
Een ander probleem dat hierbij om de hoek komt kijken is ons tekort aan onderscheidingsvermogen en kracht tot volharden. Vaak zijn we al blij als iemand zegt iets te geloven. Vanzelfsprekend kunnen we blij zijn als er iets is. Iets is meer dan niets. Maar als we anderen niet verder kunnen leiden of menen te moeten leiden, doen we wellicht onze naaste te kort. We moeten eerlijk onderkennen dat de uitspraak: ik geloof in God, nog veel kan inhouden. Aan dat geloof zal vanuit de Bijbel vulling moeten worden gegeven. Als dat niet gebeurt kunnen we in een vage religiositeit blijven steken. We mogen dus niet te vlug tevreden zijn. Vanzelfsprekend mag er in dit soort gesprekken niet met onze meetlat gemeten worden of de ander wel aan onze maten voldoet. We dienen veeleer naar groei te staan, samen met de ander. We dienen samen te luisteren naar wat de Schrift zegt: samen leerling zijn, waarbij de een de ander wel kan helpen. Doorgaans zijn we wel in staat ons geloof 'leerstellig' onder woorden te brengen, maar dat is in dit soort gesprekken niet voldoende, vaak ongewenst. De ander heeft niet altijd veel aan 'ware uitspraken'. De ander heeft meer aan een ontmoeting met iemand, die leeft uit zijn geloof, die Christus kent als Zijn Here en Heiland. Naar zo'n geloof kan de ander informeren. De vraag wat mijn geloof voor mij, voor anderen, voor de wereld betekent, dient vooral aan de orde te komen. En dat besef kan er wel groeien. Tenslotte is het goed nog even te letten op een derde kant van deze zaak. Als we zeggen dat het geloof vervaagt, dienen we naast alle inspanning die we ons getroosten om de ander te bereiken niet uit het oog te verliezen dat we voor onszelf ook geroepen worden ons geloof te bewaren, het pand dat ons overgeleverd is vast te houden.
Zowel het een als het ander dient te gebeuren: zowel overdracht als vasthouden. Het zal duidelijk zijn dat er tussen deze twee een spanning kan ontstaan. Maar wie daarin gaat staan, kan ook veel leren, zowel ten aanzien van de betekenis van zijn eigen geloof als van het feit dat God mensen die zich helemaal geven in Zijn dienst om de ander te bereiken, gebruikt.
Evangelisatorisch bezig zijn verrijkt de gemeente in haar geheel, zeker ook het gemeentelid individueel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's