Uit de pers
Melbourne 1980
In mei van dit jaar is in Melbourne de grote wereldzendingsconferentie geiiouden onder het thema 'Uw Koninkrijk kome'. De eerste conferentie werd in 1910 gehouden in Edinburgh. Het hoofdthema was toen: Hoe kunnen we als verdeelde kerken effectief het Evangelie van de genade Van Christus verkondigen in deze wereld? Je kunt zeggen: het thema van de verkondiging van het Evangelie staat nog centraal, zij het dan ook dat daarbij niet alleen nadruk gelegd wordt op het Woord, maar ook op de daad. Nu zijn in het bijbelse spreken Woord en daad niet te scheiden, wel te onderscheiden. Het is m.i. ook bijbels om het Woord voorop te laten gaan. We zien in de Schrift hoe de Here mensen roept tot de gehoorzaamheid van het geloof aan Jezus Christus. Die gehoorzaamheid wil ook beleefd worden: Geen geloof zonder vruchten. Vandaar dat in het denken over zending naast de verkondiging ook hulpbetoon, sociale aktie enz. in de aandacht komen.
Sinds Uppsala 1968 is binnen de Wereldraad de nadruk wel erg sterk gelegd op de sociale aktie. Ook de zendingsconferentie van Bangkok over het thema 'bevrijding' trok dit sterk in horizontaal en politiek licht. En op deze conferentie was het vooral de confrontatie van de rijken en de armen die de aandacht trok. Vooral de Latijns-Amerikaanse vertegenwoordigers lieten van zich spreken, naar ik begrepen heb niet altijd tot genoegen van de rest van de assemblee.
Men heeft Melbourne dan ook genoemd een soort consolidatie van de in Bangkok ingeslagen weg, al zijn er ook stemmen die menen dat eenzijdigheden van Bangkok zijn afgezwakt. Zo schrijft Jan J. v. Capelleveen in het Friesch Dagblad in een slotbeschouwing:
'Daar was in de eerste plaats het al jaren durende conflict tussen de 'evangelischen' en de 'oecumenischen'. Zeven jaar geleden in de wereldconferentie van Bangkok stonden de twee groepen diametraal tegenover elkaar. Na een paar dagen meenden sommige verslaggevers van kranten en radio al te kunnen concluderen dat het in Melbourne weer het geval zou zijn. Ze zagen alle elementen daarvoor aanwezig. Toch is van een echte botsing niets gebleken. En de eindrapporten geven zelfs aan dat de beide theologische groepen heel dicht bij elkaar zijn gekomen. In de afgelopen zeven jaar is dan ook veel gebeurd. De evangelischen zijn zich meer bewust geworden van de sociale consequenties van het Evangelie. De oecumenischen zijn tot het inzicht gekomen dat zij meer aandacht moeten besteden aan de verkondiging van het Evangelie, speciaal aan de miljoenen die nooit van Jezus Christus hebben gehoord. Beide elementen zijn duidelijk en evenwichtig in de rapporten terug te vinden.
De grote tegenstellingen tussen de meer activistische protestantse theologie en de meer bezinnende oosters-orthodoxe theologie had eveneens tot een conflict kunnen leiden. Maar ook daarvan is in de rapporten niets terug te vinden. Wel is opmerkelijk veel ruimte ingeruimd voor de eucharistie en het werk van de Heilige Geest. Orthodoxen en protestanten hebben elkaar gevonden in bijvoorbeeld de uitspraak in het rapport van sectie 3 dat de eucharistie, of het Heilig Avondmaal, voedsel is voor de zendingswerker.
Als ik op die weken in Melbourne terugkijk, dan besef ik dat er heel wat eenzijdige en extreme stemmen hebben geklonken. Maar daarvan is meer terug te vinden in de tussentijdse verslagen in kranten en voor de radio dan in de eindrapporten.
Ook de Afrikaanse hoogleraar prof. dr. David Bosch is van mening dat er een zekere kentering te bespeuren valt:
Ik vond de conferentie meer 'christelijk' dan ik aanvankelijk dacht. Ik was nog nooit bij een Wereldraadconferentie geweest. Ik heb de documenten van de vorige vergaderingen alle bestudeerd en ik meen toch dat er sinds Nairobi een bepaalde kentering is gekomen. Die kentering heeft zich in Melbourne verder doorgezet. De eenzijdige 'Diesseitigkeit' van Uppsala en Bangkok is in Melbourne niet zo prominent geweest. In de bijbelstudiegroep en in de sektie, waaraan ik deelnam, werd toch meer vanuit het centrum van het evangelie gesproken. Mijn algemene indruk is redelijk positief.
Het Koninkrijk Gods
Verschillende scribenten zeiden dat Melbourne toch wel zeer sterk de nadruk gelegd heeft op het Koninkrijk hier en nu, dat wij bouwen door de strijd om gerechtigheid. Zo schrijft ds. A. I. de Graaf in het Centraal Weekblad van 9 juli:
Het was typerend dat in de discussies in Sectie III over 'De Kerk getuigt van het Koninkrijk' de bekende tekst uit het slot van 2 Korinthe 5 werd aangehaald:
'Indien iemand in Christus is... Nieuwe Schepping! Het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft welke immers hierin bestaat dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen en dat Hij ons het Woord der verzoening heeft toevertrouwd. Wij zijn dus gezanten van Christus alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u, laat u met God verzoenen' (v. 17-20).
Maar het laatste vers werd weggelaten zelfs in die aanvangs-discussies: 'Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.' (v. 21) en in de eind-versie van Rapport III bleef alleen het cursief geplaatste gedeelte overeind. Dit was voor mij en de evangelische christenen ter Conferentie een onrustbarende zaak: we hoorden veel over Jezus en, ja, het kruis.
Maar weinige waren de sprekers en praktisch absent de rapporten die gewaagden van dat kruis en die Jezus als de weg Gods waardoor de zonden der wereld worden weggedragen. Inplaats daarvan werd het kruis vooral gezien als de plaats waar God Zich vereenzelvigde met de verdrukten der aarde. De Conferentie sprak wel van zondaars (sinners) maar dan altijd in samenhang met de ' sinned-against' - degenen tegen wie gezondigd is, en dat was nooit God maar altijd de verdrukte medemens.
En in een gesprek met een van de redacteuren van Scheps' Kerknieuws zegt hij in een antwoord op de vraag naar de doorwerking van Melbourne:
Ik heb niet de indruk dat dit soort conferenties nu zo zeer aanzetten geven tot nieuwe ontwikkelingen. Ik heb eerder het idee dat ze een momentopname laten zien van een in gang zijnde ontwikkeling. Dankzij zo'n conferentie als deze kunnen we zien wat er aan de hand is op het ogenblik en dan geloof ik dat de griezelige verschuiving naar het horizontalisme in de slechte zin van het woord zich aan het doorzetten is. Het horinzontalisme, waarbij de verhouding tot God als een vrij onbelangrijke zaak aan de kant geschoven wordt en waarbij de verhouding tot God helemaal ondergeschikt wordt gemaakt aan de verhouding tot de naaste. Ik vind het ontzettend jammer dat daar zo eenzijdig de nadruk op gelegd wordt. Ik had gehoopt dat in deze conferentie een meer evenwichUge benadenng gevonden zou worden. Want die hele kwestie van het horizontalisme speelt natuurlijk al jaren. Ik had de indruk dat men daar toch op een gegeven moment enigszins van terug zou komen, dat men het extreme ervan zou inzien. Maar ik ben bang dat vooral de Latijns-Amerikanen de boel nog verder in horizontalistische richting drukken.
Is de komst van Gods Rijk Gods werk of bouwen wij het Koninkrijk. Ds. A. Vos wijst dat dilemma af: Ons werken staat in het perspectief van het komende Rijk. Ik moet werken, zegt hij, alsof het Koninkrijk hier al gerealiseerd moet worden. Op de vraag: wat dan het oordeel betekent, zegt Vos in een interview in Kerknieuws (27 juni):
'We merken natuurlijk vandaag dat het Koninkrijk komt door alle onrecht en geweld heen.' Dat is dus volgens u het oordeel, waar de Bijbel over spreekt? Ds. Vos: 'Inderdaad, dat is het oordeel. Het oordeel dat we zelf over ons heen halen. Maar we moeten ons daar niet bij neerlegeen. We moeten midden in dat oordeel die tekenen van hoop oprichten. En daarom vind ik dat de geloofwaardigheid van de kerk meer dan ooit op het spel staat. Wat is de geloofwaardigheid van het evangelie? Hoe brengen wij het evangelie? Zeggen we, zoals veel evangelicals doen: ach, we moeten ons niet bemoeien met die politieke zaken. Daar kunnen we toch niets aan doen, het Koninkrijk moet toch komen door het oordeel heen? Dan zeg ik: nee, geen 'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw'. Nee, ik moet mezelf aan het werk zetten. Of liever: het evangelie zet mij aan het werk. Als je de lofzang van Maria neemt, als je Lukas 4 neemt. Lees 2 Petrus 3 maar, lees Thessalonicenzen maar, waar over het oordeel wordt gesproken. Dan zeg ik inderdaad: het Rijk komt door het oordeel heen, door de zelfzucht heen, enfin door al die ondeugden die daar opgesomd worden. Maar dan mogen wij niet zeggen: dat moet allemaal eerst komen, dus we wachten maar af, tot dat allemaal voorbij is en dan komt het Rijk'.
Vos legt sterke nadruk , op Mattheüs 25 : 31-46, de gelijkenis van het komende oordeel. M'n bezwaar is datje de indruk krijgt dat deze gelijkenis het enige is wat de Schrift over het oordeel te zeggen heeft. Op de vraag of het toebehoren aan het komende Rijk niet afhangt van de geloofsbeslissing voor of tegen Jezus Christus, zegt hij:
'Ja, maar dan stel ik de vraag: wat is dat nu, dat geloof in Jezus Christus? Laat ik nu eens wijzen op Mattheüs 25; daar gaat het over het laatste oordeel. Wat zegt Jezus dan, als Hij de schapen van de bokken scheidt? Waar valt nu de scheiding? Ik heb de indruk dat niet zozeer dogmatische gronden beslissend zullen zijn, maar heel duidelijk: 'Heb je Mij trachten te vinden? Ik was hongerig. Ik was dorstig. Ik zeg wel eens tegen mensen die zeggen dat het zo moeilijk is om God te vinden: je zoekt het misschien te ver. Je loopt rechtdoor, de eerste zijstraat rechts, de tweede links en dan aan je rechterhand: ik was hongerig, ik was dorstig. Daar moet ik Jezus vinden. Hij vereenzelvigt zich - en dat vind ik één van de griezeligste dingen van het evangelie - met die verworpenen. Zijn schapen, dat zijn de weggeworpenen.
En dan is het natuurlijk typisch westers gedacht, als we dan zeggen: ja, maar hoe zit het dan met de zondaars? Raimond Fung uit Hongkong maakte in Melbourne onderscheid tussen zondaars en degenen tegen wie gezondigd wordt, de 'sinnedagainst'. Ik zeg niet dat de mensen tegen wie gezondigd wordt geen zondaars zijn. Maar we moeten niet in de eerste plaats zeggen: jullie zijn zulke zondaars, dus je moetje bekeren. Dan begin je aan de verkeerde kant van het proces, bij wijze van spreken halverwege het proces. Als ik het evangelie wil brengen is dat een proces. In dat proces zal in de eerste plaats aan ons gevraagd worden die solidariteit. Niet vanuit een hoogte de mensen gaan helpen, maar je vereenzelvigen met hen'.
De armen
Juist op dit punt is er heel wat kritiek geweest. Ds. De Graaf meent dat hier een horizontalisering van het zonde-begrip optreedt. Ook David Bosch vindt dat er te weinig gezegd is over de dimensies in de bijbelse heilsopvatting. Te weinig is onderkend dat God meer doet dan een nieuwe sociale orde scheppen. Overigens zullen we onze ogen niet mogen sluiten voor de schreiende tegenstellingen op deze aarde, en het ten hemel schreiend onrecht dat er geschiedt. Dat Melbourne ons daar met de neus boven op drukt, is alleen maar nodig. Maar het is een verkorting en verminking van het Evangelie als men de boodschap van het kruis laat opgaan in een strijd om een klasseloze maatschappij. 'Christus is', zegt ds. De Graaf, 'niet alleen voor de armen gestorven. Hij stierf voor de zondaren.' En David Bosch kritiseert het ideologisch spreken over rijk en arm, waarbij nogal ongenuanceerd gesteld wordt dat de schuld van de armoede altijd bij de rijken ligt.
De politieke tegenstellingen
Zo'n conferentie met deelnemers uit Oost en West, Noord en Zuid, ontkomt er niet aan in te gaan op de aktuele problemen van de samenleving. Jan van Capelleveen schrijft:
Op de laatste dag van de vergadering deden de Pakistanen nog een poging om de inval van de Sowjet-Unie in Afghanistan veroordeeld te krijgen. De reactie was fel. Een Russisch baptist dreigde zelfs te breken met de Wereldraad van Kerken. De mode werd uiteindelijk verworpen met 66 tegen 58 stemmen.
Zie je wel, zullen sommigen gezegd hebben, pogingen om de Sowjet-Unie veroordeeld te krijgen stranden altijd in de Wereldraad. Dat is tot nu toe waar, maar nog nooit is het stemmenverschil zo klein geweest. 'Een volgende keer komen ze er niet meer zonder kleerscheuren af', vertelde Lois Miller, de Amerikaanse vice-voorzitster van de commissie voor wereldzending en evangelisatie, me.
Dat de Sowjet-Unie dit keer nog door het oog van de naald kroop, was de schuld van de helft van de Amerikaanse delegatie, die tegen de motie stemde. Onbegrijpelijk? Misschien. Maar als de Sowjet-Unie veroordeeld was voor haar inmenging in Afghanistan was Amerika veroordeeld voor zijn inmenging in Latijns-Amerika. Zo ontkwamen beide supermachten aan een directe veroordeling. Deze hele gang van zaken liet veel afgevaardigden toch een vieze smaak in hun mond na. Dat bracht de Zuidamerikaanse missioloog David Bosch ertoe een motie in te dienen waarin betreurd werd dat de conferentie niet duidelijker en profetischer had kunnen spreken. Zijn bewogen woorden maakten indruk en zijn motie kreeg een grote meerderheid.
Tegelijkertijd, en er waren maar heel weinigen die dat op dat moment beseften, veroordeelde de conferentie zichzelf. De conferentie die telkens weer de kerken in de wereld opwekte om profetisch en duidelijk te spreken in conflictsituaties, slaagde er zelf niet in.
Ook David Bosch heeft grote moeite met de eenzijdige verontwaardiging aan het adres van de kapitalistische-westerse Wereld, terwijl men weigerde om profetisch te getuigen tegen het onrecht in de Oostbloklanden.
Het is tegenwoordig gemeengoed dat men het Westen kapittelt, en ook en met name Zuid-Afrika en de landen in Zuid-Amerika, terwijl men zwijgt over onrechtsituaties in andere landen, vaak met een communistisch regime. Waarom zweeg men over Cambodja of Eritrea of ook Timor en Irian Jaya? Er is in het Westen, ook in de westerse kerken een soort masochisme. Vanuit een theologie van ecclesia reformata semper reformanda, kan je natuurlijk komen tot een houding van masochisme met altijd weer schuld belijden, schuld belijden. Ik vond te weinig het blijde evangelie, te weinig vrijspraak, te weinig het woord van vergeving. We gingen hier veel te veel weg met weer een hele lading schuld op ons. Er was veel te weinig een teken van hoop en de notie dat het in laatste instantie niet wij het zijn die het moeten doen, maar God die het op Zijn eigen wijze doet. Weliswaar door ons, daar mogen we ons niet van distantiëren. Maar iets van een onbezorgde levenswandel door het woord der vergeving moet er ook zijn en dat is hier veel te weinig naar voren gekomen.
Melbourne 1980. De eindindruk is toch wel dat de modernistische bevrijdingstheologie met haar eenzijdigheden de overhand heeft gehad, al zijn er ook tegenstemmen geweest. Toch zou het verkeerd zijn als we als hervormd-gereformeerden daarom deze zaak zouden negeren. Vooreerst als we menen dat er vanuit het Evangelie andere dingen gezegd moeten worden dan zullen we dat ook moeten doen. Bovendien zullen we niet zelf in een andere eenzijdigheid moeten vervallen en doof moeten zijn voor al die stemmen die klagen over onrecht en geweld. Amos en Jacobus zijn niet de enige getuigen Gods in de Schrift. Maar hun getuigenis is wel duidelijk. En juist als we de wacht willen betrekken bij het hart van de boodschap: de verzoening door Christus' bloed voor ieder die gelooft, en dat ook door willen geven, zullen we tegelijk moeten bedenken dat wie in Christus gelooft, ook geroepen is tot de dienst der gerechtigheid en tot de strijd tegen de zonde in welke vorm dan ook. Anders gezegd: Wie nadenkt over de inhoud van de zendingsboodschap komt bij de vragen van de levensheiliging uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's