Uit de pers
Haalt het Nederlandse protestantisme 1984?
Onder dit opschrift publiceerde dr. A.A. Spijkerboer in NRC-Handelsblad van 5 augustus een artikel over de verhouding Rome-Reformatie, zoals die aan de orde is in de Raad van Kerken in Nederland, en binnen het CDA. Spijkerboer is van oordeel dat de speelruimte die de Raad van Kerken in theologisch opzicht heeft net zo groot is als Rome toestaat.
Het is dan ook niet te verwonderen dat de Raad van kerken liever maar zwijgt over het geschil tussen Rome en de Reformatie: daar komen maar moeilijkheden van. Hij kan zich vrijer bewegen op het terrein van de maatschappelijke en politieke vragen. Dat doet hij dan ook, maar dat heeft absurde gevolgen: de Raad van kerken, het officiële orgaan van de Nederlandse Christenheid, weet wel hoe onze regering Zuid-Afrika moet aanpakken, maar hij zwijgt sinds jaar en dag in alle talen over God. En dat terwijl God in Nederland het heus niet zo best maakt.
Niet dat de kerken over maatschappelijke en politieke vragen zouden moeten zwijgen. Als ze erover spreken kunnen ze dat het beste doen in korte, scherp geformuleerde verklaringen, maar ze moeten het in ieder geval zo doen, dat ook de meest onwetende Nederlander kan begrijpen dat zo een verklaring uit het geloof in God geboren is. Dat laatste ontbreekt er nu juist aan bij de Raad van kerken: deze opereert als een willekeurige pressiegroep. Om kort te gaan: God is na zijn dood aan het eind van de jaren zestig nog niet te voorschijn gekomen, maar de kerken kunnen dan altijd nog hun licht laten schijnen over de neutronenbom, kraakpanden en wat niet allemaal meer.
Het is inderdaad een verontrustend verschijnsel dat Spijkerboer hier signaleert! Ethischmaatschappelijke problemen worden door de kerken volop aangepakt, dat wil zeggen op papier via verklaringen etc, maar over de bron van een waarlijk christelijke ethiek zwijgt men. Zou dit wellicht ook kunnen samenhangen met een onhelderheid inzake de relatie tussen geloof en werken. Ongetwijfeld mag het geloof in de vreemde vrijspraak geen zorgeloze of goddeloze mensen maken (zie zondag 24 van de Heidelberger). Maar vruchten der dankbaarheid zijn niet hetzelfde als morele prestaties waarmee wij ons geloof moeten waarmaken.
Spijkerboer ziet ook in de politiek diezelfde impasse die hij in de kerken signaleert. Ook in het CDA dreigt de KVP een overheersende rol te gaan spelen, en dat niet alleen numeriek, maar ook inzake staatsbesehouwing enz. Er is nog wel een gemeenschappelijk besef van. algemeen menselijk fatsoen, maar geen uit de Schriften geboren bijbelse visie op christelijke politiek. Of Spijkerboer's verwijt helemaal terecht is, waag ik te betwijfelen. Heeft de weg die het CDA gaat ook niet te maken met de loodzware problematiek van bijbels uitgangspunt en weerbarstige werkelijkheid? Niettemin maakt Spijkerboer opmerkingen die de moeite van het overwegen waard zijn:
Een christelijke partij die die naam waard is, lijkt mij wel denkbaar wanneer ze een politiek zou voorstaan die ontleend is aan de diep in de cultuur ingrijpende kritiek van het evangelie. Ik laat in het midden of Goudzwaard het allemaal goed uitwerkt, maar het is wel duidelijk dat hij zo een politiek wil, en het is ook duidelijk, dat hij in het CDA geen voet aan de grond krijgt.
Het Nederlandse protestantisme laat in de Raad van kerken zijn stem niet horen en in onze landspolitiek is het danig in de versukkeling geraakt. Wat wil het nu eigenlijk nog? Als het nog wat wil, zal het zich moeten bezinnen op zijn kern. Ik meen, dat de kern van het protestantisme zit in het besef, dat alleen God het ons mogelijk maakt om als mensen te leven en dat we elkaar zonder God ten grond zouden richten, én in het besef dat je het menszijn nooit in eigen regie krijgt en dat God het ons steeds opnieuw zal moeten leren. Of wat traditioneler geformuleerd: Rome ziet wel dat de mens door de zonde onnoemelijk veel onheil aanricht, maar het meent toch dat de menselijke natuur in wezen op God gericht is, terwijl de Reformatie zegt, dat de mens zich juist van nature van God afwendt en dus als het ware door God in zijn kraag gegrepen en voortdurend vastgehouden moet worden.
Wat betekent dit voor de ethiek? Ik stip één onderwerp uit de privé-sfeer aan en twee uit de politiek. Het is duidelijk dat er de laatste vijftien jaar in de seksuele ethiek een kleine aardverschuiving heeft plaats gehad. Men kan dan proberen star vast te houden aan oude normen, en wanneer dat niet meer blijkt te kunnen, overschakelen naar een vrij hoge graad van permissiviteit. Protestants zou het zijn om te beseffen, dat, zoals een appelboom pas goede vruchten draagt wanneer hij op zijn tijd gesnoeid wordt, de menselijke seksualiteit pas tot haar volle bloei komt, wanneer ze op tijd gesnoeid en tegen wildgroei gevrijwaard wordt. Die wildgroei treedt altijd op wanneer mensen elkaar, misschien niet formeel, maar wel in de diepe zin van het woord in de steek laten.
Omdat het protestantisme de menselijke natuur wantrouwt vreest het een anarchisme dat alle remmen losgooit. Anarchie leidt eerst tot de strijd van allen tegen allen en dan tot de tirannie van de sterksten. Voor protestants besef kan de overheid niet altijd uitgaan van de goede trouw van haar onderdanen en kan ze dus niet eindeloos blijven palaveren. Ze moet ook wel eens krachtdadig optreden, maar dan is het de kunst het geweld zo te doseren, dat er een minimum aan letsel wordt toegebracht, omdat het de roeping van de overheid is recht en vrede voor allen te bevorderen. Omdat dit bijna zo moeilijk is als de kwadratuur van de cirkel bidt het protestantisme regelmatig voor de overheid.
In de politiek zien we verder ook het verschil tussen het IKV, dat heel zonnig meent dat een Oosteuropees land ons goede voorbeeld wel zal volgen wanneer we de kernwapens de deur uitdoen, en een benadering zoals die van mr. M. van der Stoel, die weet dat de werkelijkheid van de internationale politiek vol weerstanden zit en die in deze werkelijkheid hardnekkig bezig is om een klein NAVO-land als het onze voor de wereldvrede te laten doen wat het kan. Protestants is het om voor die laatste benadering te kiezen, omdat die rekening houdt met de werkelijkheid en tegelijk blijft proberen om in die werkelijkheid iets tot stand te brengen. Een treffend voorbeeld van een protestantse politicus uit onze tijd is dat van de enkele jaren geleden overleden Duitse bondspresident Heinemann, met zijn telkens opnieuw instellen op de situatie, zijn vasthoudendheid, zijn onvermogen om willige taal te gebruiken en zijn altijd principiële en niet-opportunisdsche opstelling.
Ik stip maar een paar dingen aan: het protestantisme zou vanuit zijn kern een op de moderne tijd gerichte ethiek behoren te ontwikkelen. In ieder geval staat het Nederlandse protestantisme op de tweesprong: het kan in de geesdoze toestand blijven verkeren, waarin het op het ogenblik verkeert, maar het kan ook de Raad van kerken de Raad van kerken laten en het CDA het CDA, om dan zichzelf te hervinden en datgene te doen waartoe het geroepen is in een land, waarmee het in zijn hele geschiedenis verbonden is geweest.
Ook hier een kleine kanttekening: Wanneer Spijkerboer de zonnig-optimistische visie van het IKV afwijst - en hij doet dat vanuit een zeer bepaalde visie op de mens die van God is afgewend, zodat de menselijke natuur gewantrouwd moet worden - en de wat pragmatischer benadering van Van der Stoel bijvalt, heeft hij m.i. het gelijk aan zijn kant. Tegelijk vraag ik me dan wel af of Spijkerboer op dit punt niet in hetzelfde spanningsveld verkeert als waarin ook vele CDA politici verkeren, terzake van de vragen van kernbewapening en NAVO. Bovendien kan men de visie dat we de menselijke natuur moeten wantrouwen omdat deze mens zich van God heeft afgewend en voortdurend vastgehouden moet worden, ook aanwenden tegenover hen die voor voortgaande bewapening pleiten, omdat landen die kernwapens bezitten, wel zo verstandig zullen zijn, ze niet te gebruiken. In het kernwapenrapport van de Synode wordt terecht een dergelijk optimisme afgewezen.
Het blijkt niet eenvoudig in het spanningsveld van Woord Gods en werkelijkheid je weg te gaan. Enerzijds dreigt een dopers radicalisme dat kwasi-profetisch wil handelen, maar groot onheil aanricht. Anderzijds kunnen we zo opgaan in de praktijk dat we laffe compromissensluiters worden. Wij zullen inderdaad vanuit de kern van het Protestantisme, de belijdenis van het 'door genade alleen, door geloof alleen' deze vragen moeten doordenken. En alleen een kerk die daar haar uitgangspunt blijft nemen en zich niet schaamt voor deze boodschap zal in het volksleven ook belijdend kunnen spreken terzake van de grote vragen waar we samen voor staan. Dat spreken zal zowel beslist als bescheiden zijn. Want belijdend spreken tegenover overheid en volk betekent niet dat zo'n kerk zich met van alles en nog wat moet bemoeien, als zouden kerkleiders en synodes overal verstand van hebben. Dat laatste wekt alleen maar irritatie.
Christelijk geloof en cultuur
Vanuit een ander gezichtspunt komen we met, dezelfde vragen in aanraking in een artikel van dr. C. Bezemer in het Hervormd Weekblad van 10 juli, waarin deze inhaakt op een rede van Berkhof op een congres van de Raad van Kerken in juni. Bezemer schrijft o.a.:
Maar prof. Berkhof heeft nog meer gezegd. En dat 'meer' bestaat in wezen - ook al is het niet met zo veel woorden gezegd - uit een aanval op de christelijke cultuur, waarvan wij ondanks het feit, dat veel cultuuruitingen helemaal niet meer christelijk te noemen zijn, toch altijd nog menen te mogen spreken. Onze westerse cultuur is immers grotendeels bepaald door de christelijke religie. Prof. Berkhof vraag zich af, of het nu niet tijd wordt, dat onze huidige cultuur rekening gaat hou-. den met de inbreng van andere religies, culturen en gewoonten. Hij doet dit zeer tactisch vragenderwijs als volgt: 'Moeten de wetten van de Koran hetzelfde gewicht hebben als die van Mozes en Ulpianus en als de uitlatingen van Paulus? Moeten onze feestdagen worden uitgebreid met die van andere godsdiensten? Moet bloedwraak worden erkend als een zekere vorm van rechtspraak? Moet polygamie tot op zekere hoogte gewettigd worden? 'De betekenis van deze vraagstelling moeten we niet onderschatten, want deze raakt de voor ons onlosmakelijke samenhang van christelijk geloof en cultuur tot in zijn kern. We weten uiteraard niet welke antwoorden prof. Berkhof zelf op deze vragen zou geven, maar alleen de vraagstelling doet ons al de schrik om het hart slaan, aangezien daarmee door hem de christelijke cultuur in de waagschaal wordt geworpen.
Ik stel er enkele vragen tegenover: Moet het exclusieve karakter van Gods openbaring in zijn Woord worden losgelaten? Moeten de christelijke feestdagen worden aangevuld met feestdagen, die niet regelrecht betrekking hebben op het heilshandelen van de drieënige God, die dan bovendien nog met de christelijke feestdagen gelijk gesteld zouden kunnen worden? Moeten we het beginsel loslaten, dat de overheid als dienaresse Gods ook de instantie is, die het recht heeft te handhaven onder degenen, over wie zij gesteld is? Moeten wij het monogame huwelijk als christelijke inzetting, gegrond in Gods Woord, om wat men noemt multiraciale en multiculturele redenen prijsgeven? Ik wil mijn antwoorden op deze vragen meteen geven: Onder geen beding! Als we de samenhang christelijk geloof en cultuur loslaten, komen we in een culturele chaos terecht, die nog veel erger is dan de morele wanorde, die er nu al op allerlei terreinen van het leven valt waar te nemen.
Ik deel de zorgen en de verontrusting van Bezemer. Niet alleen dat we in een culturele chaos terechtkomen als we er aan meewerken dat de grondslagen van onze cultuur ondermijnd worden, wij zullen daarmee verzanden in een nieuw heidendom. Iets anders is of we nog kunnen spreken van een christelijke cultuur, als we zien hoe de secularisatie om zich heen grijpt. In een democratische samenleving kunnen ontwikkelingen een kant uitgaan die men niet wenst ook zonder dat men er aan meewerkt. Men kan als christen verdriet hebben over zedelijk verval en ondermijning van door het christelijk geloof gestempelde cultuuruitingen, en tegelijk moeten constateren, dat die ontwikkeling doorgaat! De wereldgodsdiensten zijn missionair onder os' aanwezig. Andere culturen kloppen aan de poort. En het nihilisme vreet voort als een sluipende kwaal. Is de verlegenheid waarin we verkeren niet deze, dat we nauwelijks kunnen beseffen wat het betekent als christenen in een minderheidspositie te moeten leven? De lezer zal zeggen: Zover is het toch in vele gevallen nog niet. Dat mag voor een deel waar, zijn. Maar laten we ons niet verkijken op volle kerken en de voorrechten die we Gode zij dank nog bezitten. De krisis grijpt diep in en raakt ook ons.
Het tijdperk dat de kerk de begunstigde was en dat onze cultuur een christelijk stempel droeg, - is aan het voorbijgaan. Wat staat ons dan te doen? Wij zullen ons moeten hoeden voor twee wegen die beide naar mijn mening dood lopen. Enerzijds is er de doodlopende weg waarin we breed-liberaal inhaken op de ontwikkeling en het exclusieve karakter van Gods openbaring in Christus prijsgeven voor een algemene godsdienstigheid, een weg die zeer terecht door Bezemer wordt afgewezen. Anderzijds helpt het ons niet om tegen beter weten in vast te houden aan een verleden dat aan het voorbijgaan is, en ons te bergen in het bolwerk van de traditie. Dat bolwerk zal het niet uithouden in de cultuurcrisis. Maar het einde van een christelijke cultuur - een einde, wat ik bepaald niet toejuich, men versta mij goed - behoeft nog niet te betekenen het einde van het christelijke leven. Want dat leven heeft alleen te maken met de verbondenheid aan Jezus Christus door Zijn Woord en Geest. Als de rank blijft in de wijnstok dan draagt zij vrucht. Vanuit die verbondenheid in een beleefd geloof zullen we ook weerbaar zijn en weerstand kunnen bieden, in de kracht van de wapenrusting Gods. En dan zal ons christelijke leven ook iets vertonen van de stijl van het 'Gij geheel anders, ge hebt Christus leren kennen'...
Wellicht Wellicht zouden we er goed aan doen eens wat meer te luisteren naar de broeders en zusters in Indonesië en Afrika, de kerken met wie we door de zendingsarbeid verbonden zijn, omdat zij aan de lijve ervaren wat het is als minderheid te leven in een wereld die uit andere bronnen put. Christelijk geloof en cultuur... een intens moeilijk vraagstuk. Niet de hunkering naar het verleden, maar het volhardend leven bij het Woord in de verwachting van Christus' toekomst geeft perspectief.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's