Globaal bekeken
Thans spitst het Midden Oosten conflict zich toe op de oude 'heilige' hoofdstad van Israël: Jeruzalem. De Arabische landen zetten de regeringen, waaronder de onze, onder druk om de ambassades uit Jeruzalem weg te halen en over te plaatsen naar Tel Aviv. En de Arabische landen hebben met hun oliekranen over het algemeen een effectief machtsmiddel.
De vraag is wat onze regering deze week zal doen. Zal ze toegeven aan deze Arabische druk? Het Israël Comité Nederland schrijft de 'vrienden van Israël' o.a. het volgende:
1. Het Midden-Oosten-conflict spitst zich thans toe op de oude heilige hoofdstad van Israël: Jerusalem. Het Israël Comité Nederland zal in de lijn van haar activiteiten zich thans in het bijzonder richten op deze stad.
Ons Bestuur ontvangt vele telefonische alarmmeldingen vol ellende en verontwaardiging over de te vrezen lafhartige houding van de Nederlandse Regering, die nu overweegt, toe te geven aan de Arabische eisen, onze Ambassade uit Jerusalem te verwijderen. Wij vinden het onvoorstelbaar, dat de Regering óf wel rechtstreeks wijkt voor deze chantage, óf wel zich verschuilt achter een te verwachten uitspraak van de. Veiligheidsraad, dat de Ambassades uit Jeruzalem moeten verdwijnen.
2. De Regering staat thans voor een keuze tussen het morele standpunt, vast te houden aan de vriendschapsbanden met Israël, en zaken doen onder het motto: alles is te koop en verkoopbaar. Het lijkt allemaal heel eenvoudig: we verkopen die vriendschap voor olie.
De misvatting is, dat zulk een transactie voordelig zou zijn, maar dat is niet zo: toegeven aan chantage leidt altijd tot nieuwe eisen. Straks heet het: olie in ruil voor het afbreken van de betrekkingen met Israël, dan: olie in ruil voor het uitstoten van Israël uit de Verenigde Naties, en dan: olie in ruil voor de liquidatie van Israël.
Uit een brief, die het ICN terzake aan de regering schreef, lichten we nog de volgende passages:
'(...) Wij moeten vaststellen dat de Verenigde Naties thans een levensgevaarlijke aanslag op het voortbestaan van Israël plegen, en dat de Europese landen (met uitzondering van Noorwegen dat geen lid van de EG is), zich als toeschouwers-gedogers opstellen. Dit is voor ons onaanvaardbaar, en wij doen een zeer dringend beroep op u, nogmaals de volgende gedachtengang te overwegen:
Wij Hollanders zijn voorstanders van een goede Europese en ook verder gaande Internationale samenwerking. Toch blijft ons inziens nu slechts één weg open:
Voor het onderwerp Israël hernemen wij onze zelfstandigheid en bepalen onze eigen koers, gericht op handhaving van de vriendschap en solidariteit met het wederom met ondergang bedreigde Oude Volk (...)
Israël heeft deze stad (3000 jaren geleden de Hoofdstad van Koning David, met de Tempelberg), nu na 2000 jaar weer in haar bezit, heeft haar gemaakt tot haar ongedeelde Hoofdstad - en staat deze Stad niet meer af.
Wie dit toch nastreeft, dient o.i. niet de vrede maar speelt met vuur, en moedigt Israel's tegenstanders aan tot een escalatie van eisen en een hernieuwde oorlog. Geconfronteerd met de ultima ratio van hun bestaan, zullen de Israelis in de stad met omliggende strategische gebieden standhouden - en (terwijl wij de mogelijkheid van nucleaire oorlogvoering terzijde willen laten, omdat onze geest weigert deze voor zich te zien) - men zal eerst met massale bombardementen en zware artillerie-beschietingen de stad tot een puinhoop moeten maken, en daarna ruïne na ruïne en steen na steen moeten veroveren en alle verdedigers doden, want zij gaan er niet meer uit.
Weet u wat ons nu een goed en 'nuchter' advies toeschijnt? Dat is niet aan de Israelis te adviseren de stad prijs te geven, maar de andere volken te adviseren met hun handen van deze stad af te blijven.'
Eén en ander was voor minister Albeda, die sinds jaren zijn naam aan het ICN verbonden had, aanleiding in overweging te nemen zijn adhesie aan ICN te beëindigen, met name omdat het ICN van lafhartigheid sprak in het geval de regering door de knieën zou gaan.
Intussen heeft afgelopen zondag deze brandende kwestie in veel kerken aandacht gekregen. De Israël-deputaten van de Chr. Geref. Kerken b.v. schreven een brief aan de kerkeraden, waarin voorbede gevraagd wordt. Het hervormd moderamen schreef ook een brief, waaruit we het volgende vermelden:
'De toenemende spanning rondom het conflict in het Midden Oosten vervult de kerken met grote zorg. Jeruzalem is volop in discussie, helaas niet als een teken van vrede en hoop, maar als een twistappel, waarover harde en uiterst gevoelige beslissingen worden genomen. Ten gevolge van druk van buitenaf en van besluiten van binnenuit komen Israël en het Joodse volk in een toenemend isolement te verkeren.'
'De band tussen de kerk en het Joodse volk en de gevoelens die met Jeruzalem verbonden zijn, zijn 'te innig en te diep dan dat ons deze gang van zaken onberoerd zou laten'. 'Het uitzicht op Jeruzalem als een stad waar de volken elkaar in vrede en gerechtigheid ontmoeten, lijkt verder weg dan ooit. De posities verharden zich in een steeds sneller tempo en verbittenng en angst nemen onrustbarend toe.'
'Wij bidden, dat God die Sion zijn woonplaats noemt, juist voor Jeruzalem een toekomst moge ontsluiten waarin iets openbaar wordt van een waarachtig samenleven der volken, met name van Israël en de Palestijnen en wij hopen dat diegenen die ook in deze dagen voor Jeruzalem het goede willen zoeken, de moed niet verliezen en door de voorbede der gemeente bemoedigd mogen worden.'
Puntsgewijs maken we bij deze kwestie nog enkele opmerkingen.
* 1. Gezien liet feit, dat de Arabische landen niets anders voor ogen staat dan liquidatie van de staat Israël, zou het wel uitermate bedenkelijk zijn als de regering(en), met de Veiligheidsraad voorop, aan genoemde Arabische druk zouden toegeven. Wij zijn mét het ICN ervan overtuigd, dat de ambassades in Jeruzalem horen, zijnde van oude tijden af dé stad, de hoofdstad van Israël. Wel betreuren we het soms nogal forse woordgebruik van het ICN terzake. Minister Albeda kan het zich moeilijk permiteren het met zijn adhesie het zijn regering zó te laten aanzeggen.
* 2. Ik zeg daar direct bij, dat het ook van weinig tact getuigd heeft, dat Begin om zo te zeggen uitgerekend in Oost Jeruzalem is gaan wonen en dat het parlement in Israël Jeruzalem heeft uitgeroepen tot 'eeuwige ongedeelde stad'.
Enerzijds moet men de politiek niet op zo'n directe wijze met de eeuwigheid verbinden (al is hier wellicht ook sprake van een zeker oud-testamentisch spraakgebruik), anderzijds moet men in het huidige politieke geding in het Midden Oosten niet nodeloos provocerend optreden, al ontveinzen we ons niet, dat de beslissing inzake de nieuwe wet met stemmen van regeringspartijen én oppositie is genomen, hetgeen aanduidt hoe belangrijk Jeruzalem voor gehéél Israël is.
* 3. Het is verheugend, dat het moderamen van onze synode zich per brief tot de gemeenten heeft gericht - al kon deze niet meer vóór afgelopen zondag verschijnen - om tot voorbede in de gemeente op te roepen. Terecht is beseft dat Jeruzalem ons ook in het licht van het evangelie regardeert en tot vandaag een lastige steen onder de volkeren blijft. Het gaat hier om méér dan politieke vragen.
* 4. Veelzeggend is, dat het opperrabinaat van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap om aandacht in de kerken voor deze zaak heeft gevraagd. Dat is enerzijds een uiting van de grote nood, waarin Israël zich steeds meer terecht voelt komen, ook door de huidige strijd om Jeruzalem; en anderzijds een zaak om diep over na te denken, omdat het rabbinaat hier toch in feite de kerk, van wie men omwille van de Messias zo zéér gescheiden is, erkent en er iets van verwacht.
* 5. In een situatie als deze komen Schriftgedeelten als 'bid om de vrede van Jeruzalem' en 'God zal Jeruzalem nóg verkiezen' met klem op ons af. Wat de betekenis daarvan is in onze tijd zullen wij niet even uitmaken. Maar we laten deze schriftwoorden ook voor het heden voluit staan. In het licht daarvan mag intussen het hele hedendaagse geding om en in Israël wel gezien worden.
Ook de Remonstrantse Broederschap heeft momenteel een vleugel van verontrusten. De verontrusting, geconcentreerd in een vereniging van remonstranten 'Waakt en Weegt', richt zich vooral op de betrokkenheid van de Remonstrantse Broederschap in politieke en maatschappij-kritische vragen van vandaag. In een communiqué van 'Waagt en Weegt' wordt het volgende gezegd:
'De vereniging 'Waakt en Weegt', een organisatie van 'verontruste' gemeenteleden van de Remonstrantse Broederschap, heeft zich in een verklaring, gericht aan de Broederschap en haar leden, uitgesproken over een aantal kwesties die op het ogenblik in kerkelijke kringen sterk omstreden zijn. De vereniging haakt daarmee in, op een brief van de Commissie tot de Zaken der Remonstrantse Broederschap - waarbij het dagelijks bestuur van dit kerkgenootschap berust-die enige weken geleden is gezonden aan de kerkeraden en predikanten en waarin gesteld werd, dat een kerkelijke discussie en eventuele standpuntbepaling in deze omstreden vragen niet vermeden mogen worden. De verklaring van 'Waakt en Weegt' gaat op drie van deze vragen in. De eerste betreft de steun aan de zgn. bevrijdingsbewegingen. Zoals bekend is op bezwaren tegen de giften van het Speciale Fonds van het Programma ter bestrijding van het Racisme (PCR) van de Wereldraad van Kerken steeds geantwoord dat de kerken hieraan direct noch indirect hebben bijgedragen. Naar aanleiding van de rechtstreekse gift aan het Patriottisch Front van de Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en Vluchtelingen (SOH), aan welke stichting ook de Remonstrantse Broederschap participeert, heeft 'Waakt en Weegt' de medeverantwoordelijkheid van de Remonstrantse Broederschap, ook in financieel opzicht, voor de medeverantwoordelijkheid van de Remonstrantse Broederschap, ook in financieel opzicht, voor de SOH nagegaan. Aan de leden wordt geadviseerd hierover vragen en eventuele bezwaren aan de diakoniebesturen kenbaar te maken.
Vervolgens gaat de verklaring in op de hulpverlening aan de ondergedoken christenen van Turkse nationaliteit. Men vraagt zich af of van een situatie van algemene vervolging van christenen in Turkije gesproken kan worden en of niet ook economische motieven een rol spelen bij het verzoek om asiel. De Landelijke Diakonale Commissie van de Remonstrantse Broederschap heeft reeds in oktober 1979 opgeroepen tot hulpverlening aan ondergedoken Turkse christenen, 'ongeacht het beleid dat de overheid in deze meent te moeten voorstaan'. Het bestuur van 'Waakt en Weegt' acht dit standpunt van zeer ingrijpende aard omdat dan ook andere belangen zoals de handhaving van de rechtsorde en de eerbiediging van het overheidsgezag in het geding komen.
Heeft het bestuur van 'Waakt en Weegt' in deze kwestie zijn twijfels en bedenkingen, het maakt volstrekt bezwaar tegen de hulpverlening aan ondergedoken illegale buitenlandse werknemers. Het meent dat noch het asielrecht, noch de vrijheid van godsdienst bedreigd wordt door de '1 - november-wet'. Het bestuur verwerpt de onduidelijke houding van de Raad van Kerken en de Commissie tot de Zaken der Broederschap, waarbij enerzijds de rechtsstaat en de beslissing van regering en parlement gerespecteerd worden en anderzijds ook illegale acties van plaatselijke gemeenten. De verklaring pleit voor kerkelijke akties, die gericht zijn op het scheppen van gunstige voorwaarden voor de remigratie van de betrokkenen.
Tenslotte spreekt het bestuur van 'Waakten Weegt' in zijn verklaring de vrees uit, dat het wekken van valse hoop in situaties waarin een pijnlijke keuze onvermijdelijk is en het bedrijven van illegale acties een klimaat scheppen waarin anti-democratische bewegingen van links en van rechts hun kansen krijgen. Ook de eenheid van de geloofsgemeenschap wordt door deze akties en de onklaarheid van de kerkelijke leiding in deze kwesties bedreigd.'
Wat intussen niet duidelijk wordt uit dit communiqué, is welke religieuze overtuiging achter deze (politieke) verontrusting schuilgaat. Blijft de godsdienstige overtuiging wel remonstrants? Dat is namelijk iets anders dan gereformeerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's