De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Mogelijkheden en onmogelijkheden van de hulpverlener

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mogelijkheden en onmogelijkheden van de hulpverlener

Hulpverlening en geloof

9 minuten leestijd

In de beide voorgaande artikelen zagen we het al. Niettegenstaande onze samenleving meer en meer aan het ontkerstenen is, mensen blijven tóch leven vanuit levensbeschouwelijke waarden. Het is dan ook een sprookje dat 'iemand die nergens meer aan doet' geen vragen meer zou hebben over de zin van zijn leven. Dat betekent dat ook de hulpverlening, - maatschappelijk werk, gezinsverzorging, psychiatrie, pastoraat enz. - in de contacten met de cliënt telkens weer te maken krijgt met vragen en problemen rond schuld, schuldbeleving, lijden, bevrijding, verlossing, afhankelijkheid en ook de 'normen van het straatje'. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige hulpvraag zit vaak een veel dieperliggende achtergrond van problematiek.

Verloren bagage ?

In de beide voorgaande artikelen zagen we het al. Niettegenstaande onze samenleving meer en meer aan het ontkerstenen is, mensen blijven tóch leven vanuit levensbeschouwelijke waarden. Het is dan ook een sprookje dat 'iemand die nergens meer aan doet' geen vragen meer zou hebben over de zin van zijn leven. Dat betekent dat ook de hulpverlening, - maatschappelijk werk, gezinsverzorging, psychiatrie, pastoraat enz. - in de contacten met de cliënt telkens weer te maken krijgt met vragen en problemen rond schuld, schuldbeleving, lijden, bevrijding, verlossing, afhankelijkheid en ook de 'normen van het straatje'. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige hulpvraag zit vaak een veel dieperliggende achtergrond van problematiek.

Om als hulpverlener dat te kunnen signaleren kun je niet uitsluitend bij je kennis te rade gaan. Daar is meer voor nodig.

Onze maatschappij staat vooral hier in het Westen bekend als een prestatiemaatschappij. Dat begint al vroeg. Wedijver in wie de sterkste, de slimste, de rijkste, de geleerdste is, is al zichbaar in de kinderlevens.

Het eenvoudige knikkerspel is er een simpel maar levend voorbeeld van. Die drang en zucht naar prestatie zit in veel gevallen ook reeds ingebakken in ons onderwijssysteem. Hoewel er een kentering merkbaar is, was het toch voor kort zo dat de hoogste waardering werd (wordt) toegekend aan degene die de beste intellectuele prestaties levert. Helaas moet dit in veel gevallen ook gezegd worden van het christelijk, zo men wil het reformatorisch, onderwijs. Ook in het voortgezet onderwijs blijkt dit prestatie-model nog ruimschoots gehanteerd te worden. Het kan dan ook niet anders of deze 'vorming' heeft zijn uitwerking in de grotemensenwereld. Niet voor niets hebben we een spreekwoord als 'Kennis is macht'. Door heel deze ontwikkeling is er een samenleving ontstaan die zich kenrnerkt door egoïsme, individualisme, wedijver, hardheid.

In de meer individuele benadering van deze ontwikkeling zie je dat mensen vaak erg beredenerend bezig zijn, afgaan op wat ze weten of alleen maar met feiten kunnen staven. Het lijkt op de samenleving van het 'einde der tijden' waarvan Christus zegt dat de liefde van de mensen verkilt, dat zij tegen elkaar opstaan of wel aan elkaar voorbijgaan.­

Ook de hulpverleners van vandaag zijn kinderen van die samenleving. In veel gevallen was ook hun opleiding sterk kennis-gericht, vaak zó vak-matig dat er strenge beroepsregels gingen ontstaan in de hulpverlening. Eén ervan was dat je als professioneel hulpverlener, b.v. als maatschappelijk werker, niet ingaat op levensbeschouwelijke vragen.

Wat mensen in onze samenleving vaak missen zijn die wezenlijk andere mogelijkheden die wij van onze Schepper ontvingen. Ik denk daarbij aan de gave van het 'ervaren', het gevoel, het met heel je mens-zijn betrokken kunnen zijn bij de ander.

Dat gevoel vooral werd nogal eens wegge­stopt, of wordt alleen toegestaan in bepaalde omstandigheden. In ieder geval moet vaak de rede heersen over het gevoel.

Toch kunnen we niet om die wezenlijk menselijke mogelijkheid heen. Mogen we ook deze scheppingsgave niet verwaarlozen.

Het blijkt dat juist in crisis-situaties mensen helemaal overhoop liggen rnet dat gevoel. Daar kwam iets van naar voren in de gegeven voorbeelden van het vorige artikel.

Het is dan ook zaak dat hulpverleners, met name ook christelijke hulpverleners zich weer bewust gaan worden van deze bagage die ze bij zich hebben.

Getraind... en wel ?

De methoden van hulpverlening zijn in veel gevallen ontleend aan een humanistische mensvisie. Centraal staat in die mensvisie dat de mens de mogelijkheden in zich heeft zichzelf te bevrijden van alles wat hem beperkt. Hij kan uit zichzelf tot volle ontplooiing komen. Het is dan ook geen verwonderlijke zaak dat juist hulpverleners uit de 'humanistische school' weer de nadruk zijn gaan leggen op de mogelijkheden van het menselijke gevoel.

De Bijbel leert ons als Woord van God andere dingen over de mens.

De mens heeft inderdaad veel mogelijkheden van zijn Schepper ontvangen, maar is door zijn ongehoorzaamheid aan de Heere niet meer tot iets wezenlijk goeds in staat. Alleen door de redding in Jezus Christus is ontplooiing tot echt mens weer mogelijk. In het hier en nu blijft dat echter nog een 'ten dele' naar ónze waarnemingen.

Toch leert ons de Bijbel ook dat de mens niet uitsluitend beschikt over 'hersens' maar ook over een grote mate van sensitiviteit, van gevoel. Het Woord van God kent in zich géén humanisme, maar wel echte humaniteit. Vanuit deze humaniteit kan de christen-hulpverlener in een aantal gevallen gebruik maken van professionele hulpverleningsmethoden. Dat daarbij een kritische distantie noodzakelijk is spreekt voor zich.

Maar we behoeven met het badwater niet het kind van de humaniteit overboord te gooien. Gelet op de hiervoor beschreven ontwikkeling in onze prestatiemaatschappij, gelet ook op de vaak gevoels-arme mogelijkheden van hulpverleners verdient de ontwikkeling van de menselijke gevoelens speciale aandacht.

Het is dan ook niet voor niets dat opleidingen, zoals sociale academies, opleidingen voor verpleegkundigen, voor gezinsverzorgsters en bejaardenverzorgsters weer meer aandacht gaan schenken aan dit enigszins verwaarloosde terrein.

Merkwaardig is het dat vanuit onze kringen hier nogal argwanend tegenaan gekeken wordt. In veel gevallen wordt het gevoelsmatig aspekt in opleidingen en ook in de hulpverlening zelf snel afgedaan met 'sensitivitytrainingen'. Sensitivity-trainingen staan in een slechte geur, meestal terecht.

Vooral in de zestiger jaren zijn met dit soort 'humanistische' trainingen nogal wat brokken gemaakt, vooral doordat deze trainingen ontaarden in diepgaande psychologische zelfontledingen die moesten leiden tot de bevrijding van jezelf.

Eigenlijk is dat ook niets nieuws onderde zon, want wie denkt aan de ontaarding in sommige 'geestelijke' gezelschappen van voorheen en hier en daar ook nu nog, ziet, dat daar ook bepaalde krachten werkzaam zijn. Zo kwam het ook daar voor dat mensen geestelijk dusdanig bloot gelegd werden dat zij in bepaalde extreme gevallen slechts een uitweg vonden in zelfmoord.

Wanneer op deze wijze in (geestelijke)) gevoeligheid 'getraind' wordt dan kan het niet anders of er vallen slachtoffers.

Uit het voorgaande kan al geconcludeerd worden dat toch ook in de wereld van de gereformeerde gezindte voorheen het gevoelsleven een belangrijker plaats innam dan thans. Over gezelschappen (conventikels) kan ook veel goeds gezegd worden. Blijkbaar komen echter in de sfeer van de sensitiviteit uitwassen nogal eens voor. In dit verband wil ik graag wijzen op de recente omstreden Ikon-uitzendingen over de z.g. Baghwan-sekte, waar het groepsgebeuren dat als 'therapie' aan de man wordt gebracht, ontaardt in een ziekelijke religiositeit, welke ook bij beroeps-agogen alleen maar weerstand oproept. Uitwassen zien we dus zowel binnen 'geestelijke' als 'wereldlijke' groepsverbanden.

Een zorgvuldig omgaan met het gevoelsleven is dus te allen tijde een eerste vereiste. Het zou echter van onzorgvuldigheid getuigen wanneer we door deze uitwassen de ontwikkeling van het gevoelsleven afwijzen.

Het blijkt echter dat juist in onze kringen de angst voor deze ontwikkeling aanwezig is en ook aangewakkerd wordt.

De christelijke hulpverlening loopt daardoor gevaar.

In dit verband denk ik ook aan het in 1978 verschenen boekje 'Getraind... en wel? ' van de christelijk-gereformeerde predikant ds. J. van Amstel. Dit boekje geeft duidelijke en uitvoerige informatie over de ontwikkelingen op het gebied van sensitivity-trainingen. Maar het is geschreven vanuit een angstige houding. Alle activiteiten die iets met de ontwikkeling van het gevoelsleven te maken hebben, worden min of meer als duivels beschouwd. Ook het werken in de groep wordt met angstogen bekeken en alles wat 'non-verbaal' is, is veroordeeld.

De schrijver poogt vanuit de Schrift aan te geven dat de ontwikkeling van het gevoelsleven een groot gevaar is en spreekt daardoor zelfs op afwerende wijze over normale vormen van contact.

Ik begrijp zijn angst voor de hiervoor beschreven trainingen, terwijl ook zijn veroordeling van de humanistische mensvisie alleen maar serieus genomen dient te worden. Maar terecht stelt dr. H. Bout (Theologia Reformata, maart 1979) dat de schrijver er toe komt alles over één kam te scheren en wijst hij ons op Calvijn, die vele malen schrijft over de gaven des Geestes in de natuurlijke mensen.

Ik wil er dan ook voor pleiten dat ook in de christelijke hulpverlening die gaven voluit benut worden, waardoor hulpverleners open kunnen staan voor de medemens in nood.

Naast ons verstand bestaan die gaven ook uit zien, horen, voelen.

En als die gaven, die mogelijkheden, meer ontwikkeld worden dan hoor je die andere vraag achter de hulpvraag. Dan zie je de bewogenheid van je medemens achter een ogenschijnlijk strak gezicht. Dan voel je zelf iets mee van de onmacht waarin die ander verkeert.

Zó ver kan de humaniteit van die hulpverlener gaan. De cliënt mag op deze wijze nabijheid van die ander ervaren. Voelt zich er ook door gesteund, begrepen.

Betekent dat, dat hulpverleners hiermee problemen hebben opgelost? Ieder weldenkend mens weet dat heel veel problemen niet opgelost kunnen worden. Een maatschappelijk werkster, een psycholoog of psychiater is dan ook geen magiër. Hulpverleners zijn vaak gelijk aan hun cliënten. Staan naast hen. Ervaren dezelfde vragen. Gaan soms door dezelfde diepten. Christelijke hulpverleners weten ook van méér. Zij weten van Christus die bevrijdt, vergeeft, ruimte schept. Doorgaans weten ze dat maar op bescheiden wijze. Gaan ze niet 'preken' tegen de cliënt, maar proberen ze iets van de liefde van Christus weer te geven vanuit zowel hun houding als vanuit het Woord.

Is het niet juist het evangelie van Jezus Christus dat ons mede traint in ons gevoel voor de ander? Ten diepste zal ook de schrijver van 'Getraind... en wel? ' dit bedoelen maar is hij blijven steken in de angst voor 'zelfaanvaarding'.

Als wij vanuit deze liefde van Christus ons zelf hebben kunnen aanvaarden, met al onze gebreken, met al onze gevoelens, ook met al onze mogelijkheden, dan juist is er de ruimte tot een stukje zelfverloochening in de hulpverlening.

Dat zal leiden tot een wat minder sceptische houding tegenover bijvoorbeeld het rollenspel, dat gebruikt wordt in opleidingen. Want juist in het rollenspel wordt getraind of je werkelijk een beetje jezelf kunt zijn ten opzichte van de ander. Zo'n spel kan dan een goed hulpmiddel zijn voor allerlei hulpverleners (verpleegkundigen, gezinsverzorgenden enz.) in opleiding die straks plotseling geconfronteerd kunnen worden met de diepste ellende waarin een mens kan komen te verkeren.

De christen-hulpverlener zal dus óók toegerust moeten zijn om zijn beroep zo goed mogelijk uit te oefenen. Maar hij weet ten diepste dat al die toerusting slechts klinkend metaal is, als hij de liefde van onze Heere Jezus Christus mist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Mogelijkheden en onmogelijkheden van de hulpverlener

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's