De Samaritaan ten voorbeeld
Hulpverlening in wereldverband
Vorige week gaven we een overzicht van het rapport, dat de visitatoren-provinciaal opstelden over het kerkelijk en gemeentelijk leven in de provincie Gelderland. Daarin werden ook vanuit de diverse classes opmerkingen gemaakt over het functioneren van het diakonaat, met name ook van het werelddiakonaat, het dienstbetoon over de grenzen, in het geheel van de wereld.
Vorige week gaven we een overzicht van het rapport, dat de visitatoren-provinciaal opstelden over het kerkelijk en gemeentelijk leven in de provincie Gelderland. Daarin werden ook vanuit de diverse classes opmerkingen gemaakt over het functioneren van het diakonaat, met name ook van het werelddiakonaat, het dienstbetoon over de grenzen, in het geheel van de wereld.
Vanuit sommige classes en gemeenten werd grote aandacht voor het werelddiakonaat gemeld, vanuit andere gemeenten te geringe betrokkenheid en vanuit wéér andere gemeenten het volstaan met het loutere geven voor de collecte, die jaarlijks voor dit doel gehouden wordt.
Nu is duidelijk, dat ook door middel van de zending in allerlei landen van de wereld daadwerkelijk hulp wordt geboden. Zelfs wordt wel de vraag gesteld of naar de landen, waar hulp geboden wordt, wel voldoende duidelijk is te maken waarom vanuit de kerken langs twéé lijnen wordt gewerkt, langs die van de zending en die van het werelddiakonaat. Er is immers sprake van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, vanuit de opdracht van het evangelie? Maar toch zijn apostolaat en diakonaat van elkaar ook onderscheiden. Dat geldt binnenlands, waar enerzijds evangelisatorische arbeid wordt verricht en waar anderzijds diakonaal wordt ingegaan op de noden van de samenleving. Zo is het ook in de wereld. De zending is gericht op de bekering van hen, die Christus niet als Verlosser kennen; en vandaaruit op hervorming van de samenleving. Daarbij is ook in de zending hulpverlening in materiële zin een begeleidend teken van de prediking van het evangelie aan de verre naaste.
Het diakonaat mag intussen in wereldverband een eigen verantwoordelijkheid hebben. Het diakonaat in wereldverband mag zijn; directe hulpverlening aan hen, die geen helper hebben.
In principe geldt die hulpverlening alle mensen. Hoezeer er ook in de Schrift sprake is van de primaire noodzaak om huisgenoten des geloofs te helpen, eraan voorafgaand wordt gezegd dat we wél hebben te doen aan alle mensen (Gal. 6 : 10).
Verantwoord?
Opvallend en ook wel begrijpelijk is, dat altijd weer de vraag wordt gesteld in de gemeenten of de besteding van de gelden ver weg wel in goede handen is. Als het dan gaat om de vraag of de besteding op zich goed is, in die zin dat werkelijk daarmee noden in de samenleving worden gelenigd en dat inderdaad geholpen wordt waar geen helper is, dan is die vraag terecht. Altijd weer dreigt nl. het gevaar, dat wat voor diakonaat in de wereld bijeen wordt gebracht voor doelen gaat dienen, die b.v. bepaalde politieke acties stimuleren. De vraag naar goede besteding is geen onbelangrijke. Maar als de genoemde vraag bedoeld is in de zin van: steunen we er (alléén) geesverwanten mee, en dan soms nog in de meest begrensde zin van het woord, dan zitten we dunkt me op een verkeerde lijn. Op zich is het al zo, dat wanneer men vanuit een bepaalde kerk of kerkelijke kring hulp biedt aan of via kerken ver weg, men nooit te maken heeft met gelijkgezindheid op alle punten, die het kerkelijk leven raken. ledere kerk heeft haar eigen historische bepaaldheid en culturele context. Het is dan ook altijd weer een eigenaardige ervaring dat zaken, die binnensland tussen de kerken op maat gesneden worden, in de relatie tussen kerken, die zich vér van elkaar in de wereld bevinden, nauwelijks een rol of helemaal geen rol spelen.
Luisteren naar de Schrift
Ook terzake van deze internationale hulpverlening zullen we intussen naar de Schrift moeten luisteren. Als we onze gedachten echt gevangen laten nemen door de gehoorzaamheid aan de Schrift, dan worden we ook hier telkens weer in onze vooringenomenheid gecorrigeerd. En het meest kan dat nog geschieden door Schriftgedeelten die over bekend zijn, maar die dan ook door hun overbekendheid soms weinig meer doen opschrikken. Eén zo'n Schriftgedeelte is de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Een mens viel onder de moordenaarshanden, zegt Jezus, in reactie op een vraag van een wetgeleerde wie zijn naaste was. Ontkleed en half dood lag hij aan de kant van de weg. De Priester en de Leviet gingen aan hem voorbij. Maar de Samaritaan werd innerlijk met ontferming bewogen. Hij was het die de wonden verbond, die olie en wijn erin goot en de mens in nood naar een herberg bracht. En hij wordt door Jezus als de man, die barmhartigheid gedaan heeft, dé naaste genoemd van hem die onder de moordenaars gevallen was.
Walther Lüthi
Het was op 10 december 1976, dat de bekende Zwitserse predikant dr. Walther Lüthi, die met zijn gloedvolle en bijbelse prediking in Bern altijd een groot gehoor had, sprak op een 'Gemeente-en Belijdenisdag' in Hannover, belegd door de belijdenisbeweging 'Kein anderes Evangelium'. Nu stelt Kein anderes Evangelium zich terecht kritisch op tegen de heersende maatschappij-kritische theologie, die zich wereldwijd manifesteert. Het is een zich breed makende Duitse beweging van verontrusten, die haar invloed ook laat gelden in andere West Europese landen. Groot gevaar voor een verband van verontrusten is evenwel de reactie, het reactionair ingaan op wat - in dit geval in theologisch opzicht - fout ligt. De waarheidselementen, die dan aanwezig zijn in wat men bestrijdt, kunnen dan wel eens uit het oog verloren worden. Concreter gezegd, in de huidige moderne theologie gaat het evangelie als het ware op in het sociale. Een wereldwijd Social Gospel maakt zich breed, waarbij de vraag naar de verhouding van de mens tot God óf niet meer ter sprake komt óf ondergeschikt is gemaakt aan de vraag naar de sociale verhoudingen in kleinere en grotere verbanden. Een theologie, waarin Jezus als persoonlijk Verlosser is ingeruild voor de Messias als maatschappelijk Bevrijder. In reactie op zulk een theologie kan dan echter met het in dit opzicht slechte badwater ook het goede kind worden weggeworpen. Er kan dan onvoldoende aandacht vóór de sociale vragen het gevolg van zijn, of er kan zelfs een afkeer tegen ontstaan.
Walther Lüthi gaf in de genoemde lezing echter aan zulk een verontrusting geen ruimte. Hij gaf bij alle nadruk, die hij legde op de noodzaak voor de kerk om belijdende kerk te zijn, geen aïibi om te ontsnappen aan de opdracht tot wereldwijd dienstbetoon aan de (verre) naaste.
Zijn verhaal, dat we vertaald hebben en binnenkort willen opnemen in ons blad, is allereerst een machtig getuigenis aangaande de overwinning op de dood door Christus, die waarlijk is opgestaan en door wiens machtswoord doden werden en worden opgewekt (hij handelt b.v. over de opwekking van het dochtertje van Jaïrus). Krachtig komt Lüthi op voor de proclamatie van de macht van Christus, die de dood overwint en die de enige is die de schuldvraag voor mensen heeft opgelost. Maar dan zegt hij: 'Met de lippen belijden en metterdaad belijden is twee'. En dan wijst hij ook naar de geschiedenis van de Barmhartige Samaritaan.
Ons, gelovigen en belijdenden, houdt Christus de spiegel voor in die geschiedenis, waarin hij vertelt van de priester en de leviet, die de broeder voorbijgaan, om in het heiligdom met de lippen hun rechtzinnigheid te belijden, terwijl de Samaritaan met zijn echt gebrekkige en hoogst twijfelachtige geloofsbelijdenis, zich het lot van de broeder aantrekt. 'Genade mag geen "goedkope genade" worden', zegt hij.
Dit is dunkt me vlijmscherp en trefzeker gezegd. Het is ter ontdekking gezegd ook aan het adres van zulk een orthodoxie, die altijd, wat de léér betreft, op maat snijdt en aan de barmhartigheid niet toekomt vóór men weet of het wat de leer betreft verantwoord is. Terwijl dan met de lippen rechtzinnigheid wordt beleden is de Samaritaan, met zijn gebrekkige geloofsbelijdenis, in dienstbetoon al lang vooruit.
Een bekende geschiedenis is dit verhaal van de Barmhartige Samaritaan wél. Maar het blijft een ontdekkend verhaal voor wie alleen maar de leer heeft en niet het leven.
Calvijn
Toen ik Calvijns commentaar op deze Schriftplaats er nog eens op na las bleek me, dat ook Calvijn geen enkele mogelijkheid laat om aan de ernst van de opdracht, die uit deze gelijkenis spreekt, te ontsnappen. Radicaal wijst Calvijn elke vergeestelijking van deze Schriftplaats af, b.v. als gesteld wordt dat de Samaritaan Christus is, omdat Hij het is, die ons bewaart en ons 'door het berouw en de belofte van zijn genade geneest'.
Calvijn houdt zich letterlijk aan de tekst en zegt:
'De hoofdzaak in deze gelijkenis is, dat ieder mens, zelfs die ons het meest vreemd is, onze naaste is, omdat God alle mensen onderling aan elkaar verbonden heeft, opdat zij elkander helpen. Doeltreffend echter bestraft Hij hier vooral de Joden en de Priesters, omdat zij, terwijl zij zich beroemden kinderen van dezelfde Vader en door het bijzonder voorrecht der aanneming van de andere volken onderscheiden te zijn, zodat zij de heilige erve Gods waren, elkander niettemin zulk een onmenselijke en onbegrensde verachting toedroegen, alsof er in 't minst geene onverbreekbare verwantschap tussen hen bestond. Immers, het lijdt geen twijfel, Christus beschrijft hier die wrede veronachtzaming der liefde, waarvan zij zich bewust waren. Het hoofddoel dezer gelijkenis is overigens, gelijk ik zei, dat wij de verwantschap, die ons tot wederkerig dienstbetoon verplicht, niet tot onze vrienden of bloedverwanten beperken, maar uitstrekken moeten tot het gehele mensdom. Om dit te bewijzen vergelijkt Christus een Samaritaan met een Priester en een Leviet. Het is overbekend, welk een dodelijke haat de Joden de Samaritanen toedroegen, dermate dat, terwijl zij zeer nabij elkander woonden, de grootste verwijdering tussen hen bestond. Nu verhaalt Christus dat een zeker Joods burger uit Jericho, op weg naar Jeruzalem, door rovers verwond werd, en dat een Leviet en een Priester, die voorbij kwamen toen hij half dood daar nederlag, hem lieten liggen, maar dat een zeker Samaritaan hem liefderijk verzorgde; en tenslotte vraagt Hij, wie van deze drie de naaste was van deze Jood. Inderdaad, hier was geen mogelijkheid voor de spitsvondige leraar om te ontsnappen, maar hij moest de Samaritaan boven de beide anderen de voorkeur geven. Als in een spiegel toch wordt ons hier de gelijkheid van alle mensen te zien gegeven, die de Schriftgeleerden door hun snood nietig gebeuzel trachtten weg te cijferen. En het medelijden dat aan deze Jood door diens vijand bewezen werd, toont hoe de natuur reeds leert en aanwijst, dat de mens om de mens geschapen is; en hieruit volgt, dat allen verplichtingen jegens elkander hebben.'
Lering en appèl
Me dunkt dat het getuigenis van de Schrift, zoals dat in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan tot ons komt, tot lering en appèl is. Is het nog mogelijk in deze tijd van polarisatie, dacht ik, zó onbevangen, zoals Calvijn dit gedeelte uitlegt, over deze tekst te (s)preken? Zodat de gemeente gebracht wordt bij de bijbelse roeping tot dienstbetoon voor de naaste, die - waar dan ook in deze wereld - aan de kant van de weg ligt? Meer dan tweederde van de wereld lijdt honger en de nood wordt, ondanks conferenties en consultaties eerder gróter dan kleiner.
Dan kan toch ook de orthodoxie het zich niet permitteren om aan die nood voorbij te gaan en in het heiligdom eigen rechtzinnigheid te gaan belijden, terwijl de leniging van de nood aan de Samaritaan wordt overgelaten?
Hoevelen zijn er niet geweest in de wereld, vroeger en nu, die met een twijfelachtige belijdenis naast de naaste hebben gestaan in de meest ruime zin van het woord? Men denke aan Albert Schweitzer in Albarene. Zonder hun twijfelachtige belijdenis over te nemen kunnen wij ons door mensen als deze laten aanspreken in de roeping om juist op grond van ons belijden aangaande de Gekruisigde en de Opgestane, naast hen te staan die ten dode wankelen. Het gaat om de naaste als schepsel Gods. Wie met al maar vragen naar de zuiverheid in de leer in verband met de hulpverlening, de hand op de portemonnaie houdt, valt uiteindelijk toch onder het oordeel, dat de priester en de Leviet treft. De Samaritaan was zijn naaste. Hij heeft barmhartigheid aan hem gedaan.
Dit waren zo wat overwegingen inzake onze roeping met betrekking tot het werelddiakonaat in welk verband ook gegeven. Hier past immers ook geen concurrentie tussen noodlenigende organen. Zodra dat element erin sluipt worden we met de hulpverlening zélf farizeeïstisch Dan gaat het óók niet meer om de naaste maar om onszelf en ons hulpverlenend orgaan. Met wegcijfering van onszelf mag en moet de naaste veraf en dichtbij geholpen worden. Dat moet meer en meer in de gemeente worden beklemtoond. Vandaar dat de werelddiakonale verantwoordelijkheid even zo sterk aandacht mag en moet hebben in prediking en gemeentelijke activiteit als de zending.
Apostolaat en diakonaat, zending en werelddiakonaat, het zijn de twee vleugels, waarmee de kerk dichtbij en ver weg uitvliegt. In de Naam des Heeren!
Vijfhonderd gulden per diakonie
Vorige week schreven we óver de brief, die aan de hervormde diakonieën gestuurd werd door het werelddiakonaat om per diakonie (minstens) ƒ 500, - af te staan om de gigantische nood, die in enkele Afrikaanse landen aanwezig is, waar miljoenen met de hongerdood worden bedreigd, te lenigen. Wanneer we zulk een bedrag per diakonie omrekenen per lidmaat van de gemeenten, dan blijft men in de meeste gemeenten ruimschoots onder de gulden per lid. Wat is zulk een bedrag in het licht van onze welvaart, tegen de achtergrond van de grote schrijnende armoede elders? Zelfs de vraag of elke cent van elke gulden wel goed terecht komt wordt niet zo luid meer gesteld, als we weten om welke grote nood het gaat.
In het licht van de gelijkenis van de priester, de Leviet en de Samaritaan worden onze vragen nóg getemperder. De wereld schreeuwt om hulp en het gaat om onze (verre) naaste.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's