De Reformatie en het Woord (2)
De Heilige Schrift
CALVIJN
De belofte van het Evangelie
Wie Calyijn wat heeft leren kennen, zal het zeker herhaaldelijk opgevallen zijn hoe groot zijn voorkeur is voor de term: belofte van het Evangelie. Naast de talloze malen dat hij spreekt van de Heilige Schrift stuiten wij doorlopend op de meer persoonlijke en spirituele termen Woord en Evangeliebelofte. Bij Luther is dat het centrale begrip voor de werkzame verkondiging van het Evangelie. Alles pleit ervoor om ook Calvijns terminologie in deze zin te verstaan.
Evenmin als bij Luther houdt dit ook maar enige devaluatie in van de principiële stabiliteit van het Woord als te boek gestelde Schrift. Daarom lijkt het raadzaam om niet te losjes en te lichtvaardig.om te gaan met de aanduiding 'dynamisch'. Men spreekt hier en daar wel graag van de dynamiek van het Woord om daarmee in één handbeweging het statische, blijvende en definitieve van Gods Woord weg te zwaaien: tegenover 'zijn' plaatst men het 'worden', tegenover geïnspireerdheid het inspirerende. Dat is niet in de geest van de Reformatie en de confessie, evenmin in de geest van de Schrift zelf. Haar grens en gezag liggen vast. Daar valt niet aan te tornen. Zo staat geschreven!
Maar wat beweegt de reformatoren dan om zo opvallend en onophoudelijk te spreken van het Woord als aktueel gebeuren? Dat komt simpel uit deze overtuiging voort: 'er staat geschreven' heeft als onmiddellijke keerzijde: 'Alzo zégt de Heere'. Gods geschreven Woord is oud, maar niet verleden, niet voorbij. Wij hebben, zo betoogt Calvijn, de Heilige Schrift die uit de hemel is voortgekomen, zo te geloven, 'even alsof levende stemmen van God Zelf vandaar gehoord werden'! Wat eenmaal geschreven is wordt hier en heden uitgeroepen. En dit geschiedt in de prediking.
Dit spreekt voor Calvijn zo vanzelf, dat hij eigenlijk verhoudingsgewijs maar weinig uitdrukkelijk het woord 'prediking' gebruikt. Men concludere daaruit dus niet, dat de prediking, voor hem niet zo op de voorgrond treedt. Integendeel. Al noemt hij de term prediking niet zo frequent, de zaak ligt hem na aan het hart en voor in de mond. Hij hanteert dan graag de aanduidingen 'Evangelie' en 'belofte', begrippen die niet zo zeer de vorm als wel de inhoud van dè prediking uitdrukken.
Evangelie en, belofte: het zijn woorden die Calvijn - evenals Luther - aan vooral de brieven van de apostel Paulus ontleent. Zij komen uit betrouwbare bron! En net als de grote apostel bedoelen de reformatoren er oneindig veel meer mee aan te duiden dan een eerbiedwaardig document uit voorbijgegleden eeu wen. Welk een statie en gratie ook van het verleden uit mag gaan, het is geweest. Maar het Evangelie is! Het kwam én het komt. Nee, het komt niet tot stand - alsof het nog zou wórden - , maar het komt aan het woord, het komt ter sprake en het komt op ons toe en bij ons binnen. Het gaat een veroveringstocht door mensenlevens. Het is levend en krachtig, in de eigen werkzaamheid van de Geest, in vrijspraak van de zonden en aanspraak op het ganse leven. In deze zin is het Woord ongetwijfeld dynamisch: het wast en krijgt de overhand, het dringt op en dringt binnen, in betoning van Geest en 'dynamis' (kracht).
Evangelie
Wat wij bedoelen, verwoordt Calvijn glashelder in het vierde boek van de Institutie (IV, 11, 1). In de dienst des Woords vindt de vergeving der zonden plaats. 'Wat is de hoofdinhoud van het Evangelie anders dan dat wij allen, die dienstknechten zijn van zonde en dood, ontbonden en bevrijd worden, door de verlossing die in Christus Jezus is? '.
Deze 'boodschap' gaf de Heere aan zijn apostelen om uit te dragen.
Christus zelf is de auteur van deze 'leer'. De hoorders ervan moeten er dan ook volkomen zeker van zijn 'dat die leer van het Evangelie niet het woord van de apostelen is, maar van God zelf; niet een stem geboren op aarde, maar neergedaald uit de hemel'. Christus betuigde 'dat in de prediking van het Evangelie niets van de apostelen was dan slechts de dienst.' En: dat Hij zelf het was. Die door hun mond, als door instrumenten, alles zou spreken en beloven, en dat dus de vergeving der zonden die zij zouden verkondigen, de waarachtige belofte Gods was, en de veroordeling die zij zouden uitspreken, het gewisse oordeel Gods was'. En zo is het vandaag de dag nóg! 'Deze betuiging is aan alle eeuwen gegeven en blijft vast, om ons allen te verwittigen en verzekeren, dat het woord des Evangelies - door welke mens het ook gepredikt wordt - de eigen/uitspraak van God is, afgekondigd in de hoogste vierschaar, in het boek des levens geschreven, in de hemel bevestigd, vast en zeker.'
In dergelijke geest spreekt Calvijn van de prediking van het Woord! Niets is stabieler dan dat. Het ligt immers verklonken in de rotsgrond van de hoogste vierschaar. Maar niets ook is aktueler dan dat. Het wordt immers verklankt in de boodschap die uit de hemel daalt en via mensenmond de aarde bereikt en bestrijkt. Dat is het Evangelie! Een straal eeuwigheid midden in de tijd. Een vlam leven midden in de dood. Een wonderbaar schrijven van God aan alles wat al afgeschreven is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's