Voed het oud vertrouwen weder
'Die ons uit zo grote dood verlost heeft, en nog verlost; op Welke wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal.' 2 Korinthe 1 : 10
Paulus is bezig de Heere te loven. Nader aangeduid zijn het de daden des Heeren. Goddelijke bewaring en verlossing vormen het stramien, waarop hij zijn lied borduurt. Jawel, een lied! Psalmen in de nacht zijn hem niet vreemd.
Blijkens het voorgaande is er heel wat aan de hand geweest. Een doodvonnis in jezelf te hebben, is niet zó maar iets. De dienst van het Evangelie levert soms kleerscheuren en niet zelden méér dan dat op. Maar goed, dat ligt nu achter de rug. God redde uit gevaar en gevang en stelde in de ruimte. Groot en zeer te prijzen is de Heere, de God, Die wonderen doet!
Groot was ook de dood, waaruit Paulus verlost werd. Angst en nood schemeren heen door de kieren van de woorden, die hij bezigt. Des te helderder schijnt het zonlicht van verlossing en bevrijding. Meer dan eens en anders dan verwacht gaf de Heere een uitweg. Verlossingen. Bundelen wij het vele tot het éne, dan zijn wij tevens kernachtig bezig. Het kloppende hart van alle verlossingen horen wij hier: de Heere verlost uit de dood van zonden en misdaden. Dat wordt nooit oud. Dat blijft actueel. Het is overigens wel de ergst denkbare dood. Zij is de bittere vrucht, die wij plukten in het paradijs. Zij maakt ons rijp voor eeuwige verlorenheid. De Wet van God stuwt onontkoombaar die richting uit. Vervloekt is ieder, die niet blijft in hetgeen in haar geschreven staat. Verlost de Heere ons, dan verlost Hij ons allereerst en allermeest daarvan. Het kan niet anders. Wanneer u met Paulus mee dit lied van verlossing zingt, dan kent u ook uw eigen doorleving van de dood in zonden en misdaden. In uw ziel werd toen het gebed losgemaakt: 'Heere, bevrijd mijn ziel'!
Weet u, dat is geen gebed in een loze ruimte. Het grijpt de Heere aan in Zijn Naam. En wat voor Naam! Die doden opwekt! Hoe? Door ons te bevrijden en vrij te spreken. Door ons in Christus aan te zien, rechtvaardig en heilig. Nu valt een andere Naam. Christus! Die naam noemend raken wij het wezenlijke van de tekst. Neem eens een dood waarin Hij niet is geweest! Onderging Hij in onze dood van zonden en misdaden. In grondeloze modder verzonk Hij. De wateren van een geweldige toorn overspoelden Hem. De stormwind van Gods gericht sneed Hem de adem af. Het vonnis van de dood werd over Hem geveld en aan Hem volvoerd. Zijn ziel stelde Hij tot een schuldoffer en nu mag Hij zaad zien. Het laat zich horen. Hier. En elders. Het zingt van het bloed des Lams, dat vloeide tot verzoening. Paulus zegt het zo: 'Hij (God) heeft ons levend gemaakt'. Met Hem, Christus Jezus! Wat zouden we nog durven spreken over leven in onszelf? Het staat op Zijn Naam. En het blijft op Zijn Naam. Dat is verootmoedigend. En tegelijk bemoedigend. Zo blijft het veilig bewaard.
Paulus zingt. Trillen er snaren mee in uw hart? Omdat kracht u rukte uit de dood en bracht tot het leven. Overbracht over afgronden van verlorenheid heen? Of zwijgt uw lied? Verlost hééft. U zegt: daar kan ik niet meer bij komen. Het ligt zo verdonkerd en versluierd. Ik ontdek steeds meer de dood in mijzelf. Is daarom Zijn genade, Zijn verlossend Woord niet langer waar? Hij leeft immers? Hij is boven zonde en dood verheven. Zie af van uzelf en wendt uw oog naar Hem. Onze God is een God van heil, van menigvuldige verlossingen. Nóg haalt Hij op uit de ruisende kuil. Er staat immers: 'en nog verlost'! Er is telkens nieuwe genade. De voorraad raakt nimmer uitgeput, ook niet als wij uitgeblust en verslagen neerzitten. In Jezus Christus blijft God dezelfde. Gisteren én heden.
Machtig evangelie voor vastgelopen mensen. Voor ouderen en jongeren. Ja, ook voor hen. Er is zo veel dat bedreigt en verontrust. Er is zoveel vale vrees en vage angst. Er groeit voor menig een iets, donker en dreigend. Menig mens loopt muurvast in chaos en twijfel. De mondigheid van de hedendaagse mens is geen loutere winst. Zijn zinnen eindigen zo vaak in vraagtekens. Paulus zet er een uitroepteken bij. Wis en waarachtig! Dit is geen luchtspiegeling. Het geloof in de verlossende God is ook geen geloof van vroeger. En nog! Wandelt u middenin allerlei benauwdheid. Hij maakt levend en voleindt het werk van Zijn hand. Wat een God! Zijn eigen Zoon spaarde Hij niet. Wat dunkt u, zou Hij dan met Hem niet alle dingen schenken?
Op Welke wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal. Alles doet mee. Verleden, heden en toekomst. Centraal staat God, Die de doden opwekt. De hoop strengelt zich als een klimplant om deze Naam heen. Zo staat zij vast. Als de hoop op Hem, Die ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
Daarop ziende mochten wij altijd wel 'opgewekt' zijn. En zeggen tot onze ziel: voed het oud vertrouwen weder, zoek in 's Hoogsten lof uw lust. En... wat let u om verder te zingen: want Gods goedheid zal uw druk eens verwiss'len in geluk... Het kan lijden! Er is voor betaald. Zijt ge niet duur gekocht?
Dat is een geluk! Uitzicht en toekomst verzekerd in het bloed des Lams. Dat maakt de Heilige Geest vast in uw binnenste tot een onbetwistbaar eigendom. Zovelen door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Met evenveel recht mag ik zeggen: die hopen! Niet dat Paulus één en ander hier klakkeloos en spanningloos neerschrijft. Integendeel. Dat bestaat niet waar de hoop is gericht op hetgeen wij niet zien. Daar valt het woord lijdzaamheid. Daar duikt het beeld op van een opgestoken hoofd, een reikhalzend uitzien.
Want de grootste verlossing staat nog uit. Die moet nog komen. Meer nog: zij komt er al aan. Zij wordt toegebracht in de openbaring van Christus. Hopen is één stuk dynamiek. Wee ons, als de status quo het element is, waar we ons wél in bevinden. Kijkt u ook al uit? Vol verwachting, wetend, dat alle verlossingen nog slechts voorspel en voorsmaak zijn van wat er op komst is. Op Welke wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal. Daarvoor draagt u geen garantie in uzelf. Zelfs niet in de ontvangen genade en verlossing. Het gaat om Gods grote Naam. Mag ik nog eens die Naam spellen? Jezus! Wie hoopt op Hem, leeft uit het geloof en in de liefde. Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, daarom noem ik Hem bij Zijn Naam: al, wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Heere, Gij zijt en blijft de God, Die de doden opwekt! Hoopt volkomen op Zijn genade!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's