De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Angst en Godsdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Angst en Godsdienst

Dr. A. F. Verheule in Trouw

8 minuten leestijd

In Trouw van 26 augustus II. stond een artikel van dr. A. F. Verheule, predikant van het psychiatrisch centrum 'Schakenbosch' te Leidschendam, over 'Het verband tussen angst en godsdienst'. Hij schrijft dit artikel naar aanleiding van de zogeheten 'Gekkenkrant', een al zeven jaar verschijnende periodiek, waarin de problemen van psychiatrische patiënten aan de orde worden gesteld. Het laatste nummer van die krant is een themanummer over godsdienst. In een tengeleide bij dat nummer wordt opgemerkt, dat godsdienst iets is waardoor je het moeilijk kunt krijgen.

Dr. Verheule schrijft dan dat, hoewel evangelie blijde boodschap is er veel mensen door de kerkelijke verkondiging angstig worden. De toorn van God - zo zegt hij - is vaak 'als opvoedingsmiddel tot het geloof en de gehoorzaamheid aan de kerkelijke moraal gebruikt'. Als recent voorbeeld citeert hij dan een Voorburgs Kerkblad, waarin de vraag wordt gesteld of men reeds 'voor God heeft leren bukken en buigen in hartelijke erkentenis van de zonde. Zo niet dan zal het ontzettend aflopen in het gericht'.

Verheule signaleert voorlopig in dit artikel alleen maar het verschijnsel van het verband tussen angst en godsdienst. Intussen suggereert hij ook veel. Hij roept de lezers van zijn artikel verder op hem te schrijven over hun eigen ervaringen ten aanzien van geloof en angst en wil dan 'ten behoeve van pastores en pastorale werkers' opnieuw in een artikel op deze kwestie ingaan. Voorlopig wachten we maar af wat het resultaat van deze door dr. Verheule aangekondigde inventarisatie zijn zal. Maar op één aspect, dat dr. Verheule aanroert willen we hier nader ingaan.

Toorn

Dr. Verheule vraagt zich af of het juist is en overeenkomstig de bedoeling van het evangelie, om de angst als middel tot het geloof te gebruiken. En dan zegt hij: 'ik beantwoord deze vraag ontkennend, maar weet dat ik dan door andere theologen geconfronteerd word met die bijbelteksten, die onmiskenbaar over Gods toorn spreken'. Even eerder in zijn artikel had hij al geschreven over 'de schrikkelijke toorn' over de zonden, waarover zondag 4 van de Heidelbergse catechismus spreekt. Me dunkt, dat dr. Verheule hier intussen op een oneigenlijke wijze de begrippen angst en toorn met elkaar verbindt en dan eigenlijk bij voorbaat diegenen, die hem met bijbelteksten willen tegenkomen, inzake Gods toorn, de pas afsnijdt.

Toch zullen we, ook als het over de door dr. Verheule bedoelde vraag gaat, de Schrift moeten laten spreken en niet onze eigen invulling van wat nu eigenlijk 'evangelie' is. Ik acht me niet bevoegd om in te gaan op de vraag in hoeverre godsdienst een rol speelt bij psychiatrische patiënten. Ik onthoud me daarover dan ook van een oordeel. Ik wil zeker aannemen dat diegenen, die met de praktijk van de psychiatrische inrichting te maken hebben, op het verschijnsel van door godsdienst bepaalde angstgevoelens stuiten.

Ongetwijfeld is het óók zo, dat er zekere ang­ sten, fobieën, gevormd worden door bepaalde godsdienstige opvoeding. Verheule noemt de invloed van de rooms-katholieke sexuele moraal, zoals die vroeger heerste, op het leven van de vrouw. Ik zou hier verder willen wijzen op het boek van Godfried Bomans en Michel van der Plas, getiteld 'in de kou', waarin zij vertellen over het oude roomse leven, dat ook bepaald een stempel zette in de opvoeding, en waardoor ook bepaalde schuld-én angstgevoelens werden opgeroepen door allerlei menselijk-bepaalde voorschriften, gebruiken, tradities, waaraan men moest voldoen. Terwijl de dreiging met de hel, bij het niet nakomen ervan, telkens voorkwam.

Maar ook het protestantse leven is hiervan niet vrij. Elke kerkelijke kring heeft eigen bepalingen en gewoonten. Mensen kunnen eronder gebukt gaan als ze van die gewoonten, die nog niets met echte principes te maken hebben, iets moeten of willen prijsgeven, omdat ze in andere kringen terecht komen. Er kan angst ontstaan te zondigen tegen bepaalde tradities, zonder dat er echt sprake is van zonde in de zin, waarin de Schrift erover spreekt. Er kan dan inderdaad angst ontstaan voor Gods toorn, terwijl het om zaken gaat, die door mensen bepaald zijn.

Het kan ook nog dieper gaan. De angst kan inderdaad in de verkondiging zó aangewakkerd worden, dat mensen daar hun leven lang niet onderuit komen. De onmogelijkheid om zalig te worden, de dreiging van het gericht, de toorn God over de zonde kunnen zó, lós van het evangelie van vrije genade, worden gepreekt dat er slechts uitzichtloosheid is. Het duister wijkt nooit voor het licht, de onmogelijkheid nooit voor Gods mogelijkheid. Dat mensen hierdoor ook psychisch in problemen kunnen komen is zeker waar. Maar dat mag zeker niet op rekening van de godsdienst, in de zin van de Schrift, worden geschreven.

Bijbelwoorden

Ik waag het er nu toch op - ondanks Verheule's opmerking-bij-voorbaat, dat hem bijbelteksten voor kunnen worden gelegd over de toorn Gods - twee Schriftplaatsen aan te halen.

Ook dr. Verheule zal niet kunnen ontkennen, dat de Schrift vol is van de Majesteit Gods, van Zijn gericht ook over mens en wereld en ook telkens-spreekt over het beven van de mens, die zich gesteld weet voor Gods Majesteit. Paulus zegt dan ook heel concreet - en dat is de éérste Schriftplaats, die ik noem: 'Wij dan wetende de schrik des Heeren bewegen de mensen tot het geloof. Deze tekst over de schrik des Heeren volgt op de tekst: 'want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een ieder wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft hetzij goed, hetzij kwaad'.

We kunnen toch niet om de ernst van dit Schriftgegeven heen? Dat maakt de prediking met de oproep tot geloof en bekering zo bran­ dend noodzakelijk. Het gaat om levensbeslissende zaken, die eeuwig wel en eeuwig wee bepalen. Daarom is het eigenlijk onbegrijpelijk, dat dr. Verheule zo gemakkelijk zich ervan afmaakt met te zeggen, dat hij wel weet dat hem allerlei Schriftplaatsen kunnen worden voorgehouden, terwijl hij enpassant een zin uit een kerkbode laakt, waarin het gaat om de erkentenis van de zonde, waarvan de Schrift ook herhaaldelijk spreekt. Het gaat bij deze Schriftwoorden toch maar niet om menselijke woorden? Het ontdekkend element vanwege ons zondaar zijn voor God in de prediking is toch wel wat anders dan 'angst als opvoedingsmiddel tot het geloof'.

Het gaat hier om woorden van goddelijk gezag. Wél dient hier bij gezegd te worden, dat Paulus deze woorden spreekt in direct verband met de verzoening door Christus. Het is de liefde van Christus, die hem dringt. Dan zet Paulus alle registers open: 'Want God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd'.

Daarom is een loutere voordeelsprediking strijdig met de totaalboodschap van de Schrift, waarin oordeel én genade nooit los van elkaaar worden gesteld. Maar ook is het zo, dat de genade pas schittert tegen de achtergrond van het verdiende oordeel, al roemt de genade tégen het oordeel. En wel is het zo dat Paulus blijft spreken, ondanks de verzoening die is aangebracht over het geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus voor ons allen. William Booth voorzag in zijn tijd een komend Christendom, waaruit de hel (en dus ook de hemel) weg was en waarin van geloof zonder bekering sprake zou zijn. Roept dr. Verheule met zijn stukje in Trouw deze gedachte eigenlijk niet wakker?

En dan de tweede Schriftplaats: van Jezus in Gethsemane staat geschreven dat Hij 'droevig en zeer beangst begon te worden'. Zo ging Christus de drinkbeker, die Zijn Vader hem geven zou, tegemoet. Bloedernstig kwam de komende toorn Gods vanwege de zonde op Hem af. Zó werd dan echter tevens, langs de weg van het kruis, de verzoening tussen God en de zijnen realiteit. Zo droeg Christus plaatsvervangend de angst voor de Zijnen ook weg. En die angst behoeven de Zijnen niet meer door te maken. Christus was plaatsvervangend voor de zijnen bezig en niet omgekeerd.

Waarom dr. Verheule dan echter uitgerekend zondag 4 in feite in gebreke stelt, waarin het gaat om de 'schrikkelijke toorn' van God over de zonde is geheel onduidelijk, met name als we bedenken dat het bij de Heidelbergse Catechismus ook helemaal uitloopt op de belijdenis aangaande Jezus Christus, die ons gegeven is 'tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing'. Nadat de Catechismus heeft geconstateerd dat er niemand (anders) is, geen enkel schepsel, die voor de straf kon betalen. Ook hier staat de genade tegenover het oordeel. Maar ook hier weer: geen genade zónder oordeel.

Suggestief

Dr. Verheule heeft voorlopig met zijn artikel in Trouw heel wat gesuggereerd. Voorzover hij wil zeggen, dat mensen gebukt kunnen gaan onder en psychische spanningen kunnen krijgen vanwege allerlei menselijke bepalingen, we zullen hem niet tegenspreken. Voorzover hij in gebreke zou stellen een prediking van louter oordeel en onmogelijkheid, waardoor er voor de hoorders slechts uitzichtloosheid blijft, óók niet. Maar we zijn wel beniewd hoe hij in het nog komende artikel de nu gewekte indruk óf wegneemt óf bevestigt, als zouden we, ondanks het spreken van de Schrift in deze, over de toorn Gods en het ernst maken met het gericht maar moeten zwijgen in de kerk.

Zou het ook niet kunnen zijn - zo vraag ik tenslotte - dat het spaarzamelijker worden van de prediking van zonde en genade, van 'het middel' dat ons gegeven is om de welverdiende straf te ontgaan (zondag 5) er de oorzaak van kan zijn, dat er ook bij mensen onoplosbare spanningen ontstaan? We wachten benieuwd af wat dr. Verheule hierover verder te berde zal brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Angst en Godsdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's