G.O.S.-Nîmes 1980 (1)
Inleiding
Het wordt de hoogste tijd om voor de lezers van ons blad nog wat op papier te zetten na de vergadering van de Gereformeerde Oecumenische Synode, die deze zomer in de Zuid-Franse stad Nîmes plaatsvond van 14 t/m 25 juli.
Ik kies daarvoor geen chronologische volgorde, die de vergadering van dag tot dag volgt, iedere belangstellende heeft dat uitvoerig kunnen volgen via de dagbladpers. Het lijkt zinvoller enkele hoofdmomenten er uit te lichten. Er nu pas over te schrijven geeft bovendien de mogelijkheid zijdelings in te gaan op enkele reacties, die na de synode in ons land zijn te signaleren. In dit eerste artikel beperk ik me tot de G.O.S. en de Gereformeerde Kerken in Nederland.
Comité zes
De verschjllende zaken, die aan de orde moesten komen, werden toebedeeld aan verschillende comité's, die het voorbereidende werk moesten doen om daarna met aanbevelingen in de voltallige vergadering te komen. Comité zes had toebedeeld gekregen de oecumenische relaties tussen de lidkerken van de G.O.S. onderling. Dit betrof in feite de verhouding van de G.O.S. met de Gereformeerde Kerken in Nederland (hierna af te korten als G.K.N.). Niet minder dan vier punten stonden hierbij op de agenda nl. het dubbele lidmaatschap van de G.K.N, zowel van de G.O.S. als van de Wereldraad van Kerken; de kwestie Wiersinga en die van Kuitert en dan de verklaring van de Synode van de G.K.N, in november 1979 inzake homofilie.
Deze zaak bleek voor één comité te veel. Het eerste punt van het dubbele lidmaatschap werd doorgeschoven naar comité zeven, dat zich bezig hield met de relaties t.a.v. andere oecumenische lichamen. Aan dit comité was al toegewezen het dubbele lidmaatschap van enkele Indonesische kerken.
De kwestie Wiersinga
Formeel diende de G.O.S. zich te beperken tot de vraag of de G.K.N, tucht uitgeoefend had naar haar eigen kerkorde. Zou de G. O.S. meer vragen dan betekende dat het zich mengen in de interne aangelegenheden van een lid-kerk. Welnu deze toetsing verricht door commité zes viel niet bijster positief uit. Had eerder het Interim-Comité van de G.O.S. (dat is het comité dat de lopende zaken behartigt in de jaren tussen de synode-zittingen) geoordeeld, dat de G.K.N, 'getrouwelijk' tucht had geoefend in deze zaak, dit was in de ogen van comité zes te veel eer. Erkend werd, dat de G.K.N, de leer van de verzoening weliswaar had gehandhaafd, maar er was aan dr. Wiersinga niet de voorwaarde gesteld de leer van verzoening door voldoening te leren, wilde hij in zijn ambt gehandhaafd blijven. Men had immers volstaan met de belofte dat hij zijn afwijkende opvattingen niet zou propageren (c.q. 'drijven'). Nu was de G.O.S. er geenszins van overtuigd, dat deze wijze van tuchtoefening werkelijk effectief was. Vandaar dat het woord 'getrouw' te veel werd bevonden. De voltallige vergadering volgde in dit gezichtspunt.
Overigens werd hiermee 'de zaak Wiersinga' voor gesloten verklaard, tenzij, dat nieuwe feiten aan het licht zouden komen.
De kwestie Kuitert
De kwestie Kuitert , De zaak lag hier inzovere eenvoudiger, dat in dit geval de procedure binnen de G.K.N, nog niet is afgerond. Deze zaak moet op de Synode van 1984 D.V. opnieuw aan de orde komen.
De G.K.N, en de homosexualiteit
Aanleiding was de verklaring van de Synode van de G.K.N, in november. Hierin werd ondermeer uitgesproken, dat de Synode besloot om aan de kerken te schrijven een oproep 'om de onderlinge geloofsverbondenheid in Christus tussen homofiele en heterofiele christenenen telkens inspirerend gestalte te laten krijgen in de gezamenlijke beleving van de eredienst, door de bediening van en herinnering aan de doop, via deelname aan het Heilig Avondmaal'. En verder dat 'de aan allen, heterofielen en homofielen, verleende gaven tot dienst, ook in het ambt, zo te beheren, dat ze tot opbouw van de gemeente functioneren'.
De grote vraag was (en is!) wat betekent nu deze verklaring in de praktijk.
Algemeen was na deze verklaring van november 1979 het gevoelen, dat de G.K.N, nu ook ruimte hadden gegeven aan praktiserende homosexuelen om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal en om toegelaten te worden tot het ambt.
Reacties als die van het C.O.C, (contact orgaan van homofielen) vertolkten dat gevoelen. Zo ook nog een artikel in 'Woord en Dienst' van 19 juli 1980 (dus juist tijdens de vergadering van de G.O.S.!). In dit artikel staat, nadat eerst vermeld is dat de Evang. Lutherse Kerk ondubbelzinnig heeft uitgesproken, dat er voor homosexuelen geen andere beletsels zijn om in het ambt te staan dan welke ook gelden voor heterosexuelen, dat de Gereformeerde Kerken in hun laatste synodeuitspraak impliciet een soortgelijke verklaring hebben afgelegd.
Dat is nu precies wat ook vrijwel alle leden van de G. O. S. er in hadden gelezen, maar wat door de G.K.N.-afvaardiging ten stelligste werd ontkent. De afvaardiging stelde: er is geen besluit genomen t.a.v. de homosexuelen en hun gedrag, er is alleen een verklaring afgelegd om ruimte te maken voor gesprek. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er meteen in Nederland protesten opklonken tegen de stellingname van de G.K.N.-afvaardiging in Nimes. Men zou daar de synode-uitspraak van november niet voldoende verdedigd hebben. De Gereformeerde dr. Kruijswijk verklaarde voorde I.K.O.N.-radio weer, dat de homofielen, die dachten dat de G.K.N. hen volledig accepteren niet alleen in hun geaardheid maar ook in de uitoefening van die geaardheid zich niet hebben vergist!
Het eerste wat na dit alles mag worden verwacht is, dat de Synode van de G.K.N., wanneer ze dit najaar weer vergadert, eerst maar eens uitspreekt, wat ze nu wel en niet heeft bedoeld. Dat is de Synode verplicht aan alle betrokkenen. De verklaring van ds. Hofland voor de N.C.R.V.-radio, 'dat hij de indruk had dat de G.O.S.-afgevaardigden in Nimes niet wisten waarover ze spraken' is een flauwiteit die niets oplost en die bovendien op gespannen voet staat met de werkelijkheid. Of weten alleen Gereformeerden wat homosexualiteit is?
De Schrift
De achterliggende vraag bij dit alles is die naar het verstaan van de Heilige Schrift. De overgrote meerderheid van afgevaardigden had daar geen moeite mee. De Schrift is op dit punt duidelijk. Schreef ook prof. Runia (zelf G.K.N.-afgevaardigde naar de G.O.S.) niet eerder in het Centraal Weekblad dat 'hoe men het ook wendt of keert, het kan niet ontkend worden, dat waar de Bijbel over homofilie spreekt de homofiele praxis altijd wordt veroordeeld'.
In een antwoord op het artikel van prof. Runia schreef de synode-praeses ds. Hofland, dat men moet uitgaan van 'veel centralere' schriftgegevens. Hij noemt dan de tekst: Aanvaard elkander, gelijk ook Christus u aanvaard heeft' (Rom. 15 : 7 in de Nieuwe Vertaling). In feite sloot na de G.O.S. ook prof. Plomp daarbij aan (in het Geref. Weekblad - uitgave Kok, Kampen) schrijvende over 'het verschil in soortelijk gewicht tussen de Bijbelse woorden'.
Nu is dat, naar ik meen, helemaal niets nieuws. Ook in oude Gereformeerde Dogmatieken komt deze zaak aan de orde. De ene schriftuitspraak is de andere niet. De vermelding in de Bijbel dat David 'roodachtig, mitsgaders schoon van aangezicht was' (1 Sam. 16 : 12) is van een ander gewicht dan het 'de Heere is waarlijk opgestaan' (Luc. 24 : 34). De vraag is niet of alle Schriftwoorden even zwaar geladen zijn. De vraag is of we het recht hebben Schriftgegevens met een verschillende lading tegenover elkaar te zetten zoal niet tegen elkaar uit te spelen.
De Gereformeerde manier van omgaan met de Schrift is, dat we 'Schrift met Schrift vergelijken' op dat héél de Schrift aan het woord komt.
Ik vrees dat de boven gesignaleerde manier van omgaan met de Schrift er op uitloopt, dat men het éne Schriftwoord gebruikt om het andere monddood te maken.
Wie maakt trouwens uit welke Schriftplaats centraler is dan de andere? Wie weegt dat 'soortelijk gewicht'? Moet iedere individuele Bijbellezer dat doen? Is dat werk voor de scherpzinnige theoloog? Of is het de geest van de tijd, die dan als maatstaf gaat optreden? Al worden er nu fiolen van toorn uitgestort over de uitspraken van de G.O.S. dat de homosexuele praktijk naar de maatstaf van de Heilige Schrift zonde moet heten, hebben we ons niet te houden aan het woord van de apostel: en wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is!'(2 Petr. 1 : 19). Dat Woord ontvingen we niet van de geest van welke tijd ook, maar door middel van heilige mensen Gods, uit de hand van de Heilige Geest.
De Synode in Nimes kon dan ook anders dan zij gedaan heeft. Dit hield samengevat in:
1. De G.O.S. erkende de pastorale bedoeling van de G.K.N, t.o.v. mensen met homofiele geaardheid.
2. De G.O.S. hield in overeenstemming met het traditionele gereformeerde verstaan van de Schrift staande, dat homosexuele praktijk zonde is (Lev. 20 : 13, Rom. 1 : 26, 27, 1 Cor. 6 : 9, 1 Tim. 1 : 10).
3. Verder werd gesteld dat ieder advies, dat de tegenstand tegen zonde verslapt, niet helpt, maar integendeel benadeelt zowel degene die met de zonde worstelt in zijn eigen leven, als degene die door zonde zou kunnen worden verleid (Matth. 18:6).
4. Onder het uitspreken van verontrusting over het tweeslachtig karakter van de verklaring van de G.K.N. Synode van november 1979, werd besloten aan de G.K.N, te vragen de verzekering te geven, dat geen praktiserende homosexuelen zullen worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal en de kerkelijke ambten.
5. Het besluit om op verzoek van de G.K.N.-afgevaardigden een studiecommissie in te stellen mede om de G.K.N, te assisteren in haar verdere studie.
Slot
Voor de G.O.S. vergadering van 1984 staan dus nu al reeds drie punten op de agenda met betrekking tot de G.K.N. Dan zal de beslissing moeten vallen over de al of niet toelaatbaarheid van een dubbel lidmaatschap van zowel G.O.S. als de Wereldraad van Kerken. De kwestie prof. Kuitert komt opnieuw aan de orde. En dan uiteraard de reactie van de G.K.N, op de besluiten t.a.v. de homosexualiteit.
Op het pastorale aspekt hiervan wil ik in een volgend artikel nog wat nader in gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's