G.O.S. - Nîmes 1980 (3)
Inleiding
De overheersende aandacht die de problemen rondom de Ger. Kerken in Nederland, vroegen, was een zo aanzienlijke belasting voor de vergadering van de G.O.S. dat andere belangrijke zaken daardoor verdrongen dreigden te raken. Dit gebeurde gelukkig niet geheel en al. Deze keer wil ik uw aandacht vragen voor het rassenvraagstuk. Daarbij stond - hoe kan het anders! - Zuid-Afrika centraal.
Het rapport
Deze zaak was voorbereid door Comité 4 en kwam in de voltallige vergadering op maandag 21 juli en woensdag 23 juli.
Het rapport sprak met bezorgdheid over de misschien nog maar korte tijd, die over is om de nijpende problemen in Zuid-Afrika tot een goede oplossing te brengen. Voorts werd geconstateerd dat de kerken een belangrijke bijdrage kunnen leveren om met Gods hulp de geweldige problemen tegemoet te treden. Zeker in een land als Zuid-Afrika'waar alle leidende figuren van de regering belijdend lid van de kerk zijn, ligt er dan ook voor de kerk een geweldige verantwoordelijkheid.
Het debat
Het debat zelf kreeg een wat ongelukkige inzet door de verklaring van de afgevaardigde van de Australische Ger. Kerk, ds. A. de Graaf (de eerste secretaris van de Synode!). Door een van zijn kerk meegekregen opdracht, legde hij deze - , nogal scherpe - verklaring tegen de Zuidafrikaanse situatie af direct aan het begin van het debat.
Uiteraard lukte dit een fors weerwoord uit van de vertegenwoordigers van, de blanke kerken in Zuid-Afrika.
Het gevaar leek niet denkbeeldig, dat heel het gesprek van meet af aan-zou worden lam geslagen door deze onvruchtbare polarisatie.
Wat menigeen verwonderd zal hebben was, wat daarna gebeurde. De zwarte afgevaardigden - uit Zuid-Afrika zelf en uit de andere Afrikaanse landen - bleken een veel gematigder, liever gezegd een veel genuanceerder oordeel over de situatie te hebben.
De opstelling van deze gekleurde afgevaardigden past niet in het zwart/wit schema van de doctrinaire tegenstanders van Zuid-Afrika, zoals dat ook verwoord wordt door de Wereldraad van Kerken en vele politieke en kerkelijke leiders in ons land. Het ware te wensen dat deze lieden eens in de leer zouden gaan bij deze zwarte woordvoerders.
Natuurlijk keurden zij het Zuidafrikaanse apartheidssysteem niet goed. Maar zij hadden begrip voor de gegroeide situatie. Bovenal hadden zij veel verwachting van de duidelijke veranderingen die zich gaan aftekenen.
De besluitvorming richtte zich vooral op de oproep aan de Zuidafrikaanse N.G.-Kerk en de Ger. Kerk alles te doen wat in hun vermogen ligt en stappen te ondernemen bij de regering om onrechtvaardige structuren inzake de rassen veranderd te krijgen.
De vraag laat zich stellen of het rapport van commissie IV en ook het debat zelf, niet wat ver verwijderd bleven van de actuele situatie in Zuid-Afrika. Te denken is bijvoorbeeld aan de scholierenstaking van het afgelopen voorjaar. Anderzijds schijnen de recente ontwikkelingen in Zuid-Afrika, met name de initiatieven van eerste-minister Botha het standpunt van de zwarte afgevaardigden te rechtvaardigen. Laten we in Nederland met een gematigd optimisme de ontwikkelingen blijven volgen. Dat mag gerust kritisch gebeuren, maar bovenal biddend voor het volk van Zuid-Afrika. Dat volk in zijn geheel als een samenstel van volkeren en rassen, waarin toch Gods Kerk diep wortel heeft mogen schieten.
Wat mij in persoonlijke gesprekken, met zwarten én blanken!, vooral opviel was, dat men heus niet verwachtte, dat je het met ze eens zou zijn. Wat toonde men zich dankbaar wanneer men een luisterend oor vond voor de beweegredenen en achtergronden.
We zullen Zuid-Afrika niet helpen door geweld en marxisme te bevorderen. Daar is geen zwarte en geen blanke mee gebaat. Laten we Angola en Mozambique maar in gedachten houden. Ze zijn wel bevrijd van de blanke, Portugese, overheersing. Maar hoe is nu het lot van de kerken daar? Er is mij niets van bekend, dat de Wereldraad van Kerken, die met haar anti-racisme-fonds de bevrijdingsbewegingen steunt, zich nu het lot van de kerk in Angola en Mozambique aantrekt. Hoe is dat trouwens te wachten van een organisatie, die geen gelegenheid laat voorbijgaan om tegen Zuid-Afrika aan te trappen, maar in feite zwijgt over het Russische optreden in Afghanistan. Is het dan nog geloofwaardig dat de Wereldraad zich het lot van de zwakste aantrekt?
Een vertegenwoordiger uit de ontwikkelingslanden zei het een keer zo in een gesprek: 'Vroeger toen we nog een kolonie waren, toen waren we niet onafhankelijk, maar wel vrij. Nu zijn we onafhankelijk maar niet meer vrij'. Een woord om in gedachten te houden!
Afsluiting
Aan het einde van het debat over de rassenkwestie bracht het zwarte moderamenlid, ds. Mataboge, van de 'Dutch Reformed Church in Africa' dank aan de praeses van de G.O.S., ds. Galbraith, voor de wijsheid waarmee hij had gehandeld in deze gevoelige materie en hij sprak zijn vertrouwen uit dat de Heere ook verder hem leiden wilde.
Al met al was dit debat toch één van de hoog tepunten van de Synode, met name door de bijdrage van de zwarte afgevaardigden. Hun houding kenmerkte zich door blanke oprechtheid. Dit is te meer van belang omdat de G.O.S. één van de weinig overgebleven ontmoetingspunten is op internationaal niveau waar blank en zwart elkaar zonder krampachtigheid en zonder ideologische vooringenomenheid kunnen ontmoeten.
Wil de kerk waarlijk kerk zijn, dan kan ze zelf geen andere weg gaan, dan de weg der verzoening om Christus' wil. Ze mag ook aan anderen geen andere weg aanwijzen. De weg van het geweld mag voor geen kerk en voor geen christen een alternatief zijn.
Tot zover deze keer een indruk van de G.O.S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's