Geldwerving in een (middel)grote gemeente
Putten
De gemeente Putten kan niet bogen op een traditie van vele eeuwen, wél - ook al wisselde de naamgeving - op een traditie van verscheidene jaren.
En tóch besloot onze kerkvoogdij in 1977 het pad van de Hoofdelijke Omslag te gaan verlaten en voor 1978 en volgende jaren te kiezen voor de Vrijwillige Bijdrage.
De kerkvoogdij nam dit besluit na breedvoerig overleg! Met name achtte de kerkvoogdij het bezwaarlijk dat de bijdragen in het kader van de Hoofdelijke Omslag worden vastgesteld met behulp van gegevens die de Inspectie der Belastingen (wat ons betreft: te Harderwijk) desgevraagd verstrekt. Dit geschiedt dan door gebruikmaking van art. 86 van de Wet Inkomstenbelasting 1964.
En het feit, dat de kerkvoogdij (in casu: het Kerkelijk Bureau) kennis draagt van inkomens - hoe legaal de wijze van informatie ook is - , roept op haar beurt weerstand op bij verschillende gemeenteleden.
Vooral woog de vraag óf het principieel wel verantwoord is zo dirigerend te werk te gaan (ook al geeft onze kerkorde daartoe de vereiste armslag (Ord. 16, art. 7, lid l); zij sluit zelfsals laatste maatregel - een gerechtelijke invordering van een verplichte periodieke bijdrage niet uit (Ord. 16, art. 7, lid 5).
Met het overschakelen van de H.O. op de V.B. werd een belangrijke wissel omgezet! Men vroeg zich intussen af: Zal een ieder wel 'de weelde kunnen dragen' dat het voorberekende bedrag niet meer op de folder vermeld staat?
Voorheen was het immers zo, dat men voor een bepaald bedrag werd 'aangeslagen'. En de nieuwe opzet behelst dat een ieder zélf de hoogte van zijn/haar bijdrage bepaalt! Slechts een tabel met 'richtlijnen ter overweging voor het vaststellen van de bijdrage' is op de folder afgedrukt.
Men overwoog nochtans ook: In de aanduiding 'Vrijwillige Bijdrage' klinkt weliswaar het mode-woord 'vrijheid' mee, maar... als dit woord naar zijn rijke bijbelse inhoud wordt verstaan én gehanteerd, dan valt er niets te vrezen; integendeel, dan valt er alleen meer véél te verwachten! Vrijheid in het begrip 'vrijwilligheid', moet namelijk verstaan worden als christelijke 'vrijheid'; dus niet de vrijheid van het 'vlees', maar die van de 'geest" (Galaten 5).
Wie? - wat? - hoe? - wanneer?
a. Wie benaderen we?
Er wordt een selectie toegepast. Waarop deze is gebaseerd? Het is een reeds bestaande selectie, dus ook in 1977 en 1976 en daarvoor is er selectie toegepast. Deze selectie zal zijn toegepast op grond van de rubricering meelevend/half-meelevend/niet-meelevend. Verder zal zij zijn ingegeven door de wijze van reageren van gemeenteleden toen de Kerkelijke Bijdrage nog 'verplicht' was.
Om haar moverende redenen wilde de kerkvoogdij niet pardoes in 1978 ieder van 18 jaar en ouder gaan benaderen. Maar het streven is er wel op gericht het draagvlak te verbreden. Ik wil niet verhelen, dat mijn ideaal is: Iedereen van 18 jaar en ouder benaderen en een ieder op zijn/haar verantwoordelijkheid aanspreken! Maar dan wel met alle consequenties (zie hierna) van dien!!
b. Door wie wordt men benaderd?
Welbeschouwd zijn bij ons de ouderlingen 'de werkers van het eerste uur'.
De ouderling ontvangt de geadresseerde enveloppen-(mét folder én antwoordstrook én antwoordenveloppe): óf naar sectie óf zo gesorteerd als hij - desgevraagd - tijdig aan het Kerkelijk Bureau heeft opgegeven.
En de ouderling voorziet zich tijdig van het door hem gewenste aantal medewerkers. Uiteraard laten vooral zowel de kerkvoogden als de notabelen zich graag inzetten, maar ook diakenen en bezoekbroeders en bepaalde gemeenteleden (nl. diegenen die er altijd weer blijk van geven van harte de helpende hand te willen bieden) zijn steeds weer bereid te assisteren.
c. Hoe doen we dat?
Persoonlijk! Het intensieve brengen-en-halen, dat is 'je ware'! En als iemand bij een eerste bezoek niet thuis is, dan is ons advies: probeer het dan op een ander tijdstip een tweede maal - is men dan nog niet thuis, doe de enveloppe(n) dan in de brievenbus.
Vooral bij het ophalen is het dringend geboden dat men alles in het werk stelt om de mensen thuis te treffen. Men zal dan - om het wat huishoudelijk te zeggen - niet moeten schromen om bijvoorbeeld onder etenstijd pogingen daartoe in het werk te stellen.
d. Wanneer?
De actie voor de Vrijwillige Bijdrage laten wij gelijk lopen met de landelijke actie Kerkbalans, dus medio januari. Maar daar houdt de overeenkomst dan ook voor een belangrijk deel mee op. Zo hebben wij moeite met de soms 'wereldse' propaganda. Zo deed de breed oecumenische opzet die Kerkbalans kenmerkt (de Roomse kerk doet ook mee!) ons in 1979 kiezen voor de aanduiding' Kerkelijke Bijdrage 19...' (in plaats van 'Kerkbalans 19...') en nemen we ook de jaarlijks wisselende motto's niet meer over (in 1979: 'Verantwoord', en dit jaar: 'Gedeelde zorg').
Niet verzwegen mag worden, dat wij op de startavond op, de betreffende maandag in januari niet zo maar met de enveloppen op weg gaan. Alvorens de enveloppen worden uitgereikt is er een korte samenkomst met alle medewerkers, welk samenzijn onder leiding staat van de fungerende praeses van de Centrale Kerkeraad. De betreffende predikant opent de samenkomst met het lezen van een toepasselijk Schriftgedeelte, spreekt aan de hand daarvan een stichtelijk woord en gaat daarna voor in gebed.
Consequenties
Vooral tijdens zo'n actie kohnt men zo kennelijk aan de weet dat onze Nederlandse Hervormde Kerk een volkskerk is. Ook zij, die uit hervormde ouders zijn geboren, behoren tot een hervormde gemeente - aldus art. II. lid 1 van onze kerkorde. We hebben dus te maken met een (hele) periferie Dat geeft z'n moeiten! Dat geeft vooral z'n mogelijkheden!!
Soms krijgt men reeds bij het aanbellen het nodige te horen. Uiteraard is het zaak daarvan aantekeningen te maken en deze (in ons geval: aan het Kerkelijk Bureau) door te geven. Anderen zetten hun vragen en/of grieven op de antwoordstrook of schrijven een hele brief en gebruiken daarvoor dan de antwoordenveloppe (en de medewerker voor 'postbode').
Toch hebben we evenzeer moeten constateren, dat ook 'meelevenden' hun op-of aanmerkingen hebben.
Al deze verlangens en kritische notities betreffen veelal niet in de eerste plaats (het beleid van) de kerkvoogdij, maar zijn vooral van diaconale-en pastorale aard.
Het in gang zetten van een jaarlijks te houden actie voor het vaststellen van de Vrijwillige Bijdrage vraagt dus wél een loyale participatie van het college van diakenen en om een optimale pastorale begeleiding van predikant(en) en ouderling(en).
Het zou ideaal zijn om na het verwerken en ordenen van alle reacties een evaluatievergadering te houden teneinde alles door te kunnen spreken. En vervolgens er een week voor te bestemmen om deze reacties af te handelen. Dat zal dan stellig resulteren in meer dan een handvol bezoekadressen, maar omdat sommige adressen voor de (betreffende) predikant bestemd zijn en andere voor de ouderling en weer anderen voor een diaken en enkele voor een kerkvoogd, zal het uiteindelijk zeer wel uitvoerbaar zijn.
Het is wel belangrijk dat we alle leden der gemeente serieus nemen en derhalve ook-de reacties van Jan X en mijnheer Piet Y - de mensen die iedereen kent en waarover we a priori allemaal ons eensluidend (afkeurend) oordeel hebben. Onze Amsterdamse vaderen namen Jan Claesz. en Catarine Pieters (wij kennen ze nog als: Jan Klaassen en Katrijn met hun poppenkast) ook volkomen ernstig. In een periode van drie weken besteedde de kerkeraad aan hun op 17 september 1686 in de Nieuwe Kerk gesloten, maar inmiddels ontspoorde huwelijk wel driemaal aandacht; daar tussendoor werd de koster er te hunnen behoeve ook nog op uitgestuurd! (Zie: 'ook dat was Amsterdam' - dr. R. B. Evenhuis, Deel III - 1971 - blz. 31-32).
Zij die de 'Institutie' van Calvijn bij de hand hebben kan ik raden van Boek III, hoofdstuk 7, paragraaf 6, te lezen.
Ik wil maar zeggen, dat zo'n actie bepaald niet alleen een zaak is van en voor de kerkvoogdij - er zitten vooral diaconale-en pastorale consequenties aan vast!
Vrees werd beschaamd - vertrouwen werd bevestigd
Ik verklap heus geen geheim, als ik vertel dat we op vrijdag 20 januari 1978 met geen kleine spanning de (voorlopige) telling maakten.
Maar een ongemene dankbaarheid kwam over ons toen bleek, dat wij - in percentages uitgedrukt - op een toename mochten rekenen van plm. 30%.
De jaarstukken over het boekjaar 1978 gaven, in vergelijking met de totaal ontvangen Hoofdelijke Omslag over 1977, een exacte meeropbrengst aan van 32.15%.
De opbrengst over 1979 bedroeg 4.80% meer dan over 1978.
Ook de toezeggingen voor dit jaar waren zeer bemoedigend. '
Met reden kan dus gezegd worden, dat de vrees van sommigen werd beschaamd en het vertrouwen van anderen werd bevestigd. Ten diepste was en is het de Heere, Die de
harten neigt - oók tot milddadigheid (zie: preuicen 21 : 1).
Tenslotte
U treft in het vorenstaande slechts enkele overwegingen aan, terwijl ik alleen maar op enkele mijns inziens vitale punten heb gewezen.
Dit alles gedachtig aan het woord van Charivarius (ps. van G. Nolet Trénité (1870-1946): 'Het geheim van saai te zijn is dat men alles zegt'.
Postscriptum
Uiteraard is er altijd de bereidheid om u, die dit wenst, nader te informeren - desnoods op een avond(je? ) op het Kerkelijk Bureau!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's