Geldwerving, een principiële zaak
‘De bona Dei’
In zijn 'Waarom zou ik naar de kerk gaan? ' (Nijkerk) komt wijlen prof. dr. A. A. van Ruler ook te spreken over het 'naar de kerk gaan terwille van de collecte, om er ons geld te brengen'. En omdat men de collecte 'godvruchtig (moet) leren beleven', zegt hij geen ogenblik te aarzelen 'over dit deel van de liturgie te spreken over 'de dienst van de offeranden'.'
In de loop van zijn betoog raakt Van Ruler aan de vraag: één collecte of mogen het er best twee of drie zijn? 'Dan is het weer de grote vraag, welke collecte voorop gaat en welke volgt. Wij zijn gewend, eerst de collecte voor de diakonie te hebben en dan die voor de kerkvoogdij. Maar is dat wel een goede zaak? In de collecte van de diakonie gaat het om het geld, de goederen van (let op! niet: voor!) de armen (de bona pauperum). In de collecte voor de kerkvoogdij gaat het om 'de instandhouding van de openbare eredienst', dus om het geld, de goederen van God (de bona Dei)' (blz. 101).
Zó gezien heeft onze financiële bijdrage aan de Kerkvoogdij prioriteit en mogen wij haar beschouwen als een geestelijke aangelegenheid, als een sacrale zaak!
Anders dan Van Ruler oordeelt wijlen dr. J. Hoek: dr. Hoek vindt het beter dat hetgeen de kerk nodig heeft door vrijwillige bijdragen wordt bijeengebracht; alleen diaconie-collecten zouden in de kerkdienst thuishoren (Zie: Chr. Encyclopedie - Kok, Kampen - Deel 2, sub. voce: collecten. Ik houd het liever met Van Ruler en vind het zelfs een stuk verarming dat 'de dienst der offerande' ons het benodigde geld niet meer oplevert.
‘De poort van het presbyteriaat’
Onder de vigeur van de zogenoemde 'Reglementenbundel', die in 1816 door Koning Willem I dwingend aan de Kerk werd opgelegd, was het 'slechts' de taak van de kerkvoogd volgens de regels van de administratieve accuratesse de kerkelijke goederen en gelden te beheren.
In de op 1 mei 1951 door de Kerk aanvaarde zogenoemde 'nieuwe Kerkorde' is het zwaartepunt van de taak van de kerkvoogd verlegd naar de geestelijke verantwoordelijkheid voor de verzorging van de stoffelijke belangen van de gemeente.
In aan de kerkorde aangepaste gemeenten betreedt men door de poort van de Ordinantie voor het presbyteriaat (O. 14) het terrein van de Ordinantie voor de kerkelijke financiën (O. 16). Tot deze regeling leidde het fundamentele artikel uit onze kerkorde, dat 'de verzorging van de stoffelijke belangen der gemeente, voorzover niet van diakonale aard', had . toevertrouwd aan 'daartoe in het bijzonder aangewezen ouderlingen, die als zodanig de naam kerkvoogd dragen' (Art. IV, lid 6). (Zie: 'Nederlands Hervormd Kerkrecht' (1951) van wijlen prof. dr. Th. L. Haitjema (die het beeld van 'depoort'introduceerde)-blz. 298-299). In niet aan de kerkorde aangepaste gemeenten dragen de collega-kerkvoogden (èn notabelen) - weliswaar zonder de ambtelijke status - in feite géén gennger geestelijke verantwoordelijkheid!
Zó gezien mogen wij dus onze hulp - die onontbeerlijk is om het de kerkvoogden (en notabelen) mogelijk te maken hun hoge opdracht uit te voeren - beschouwen als het meedragen van een stuk geestelijke verantwoordelijkheid, als een sacrale taak!
Van H.O. naar V.B.
Laat ik, om niet de indruk te wekken dat we ons nu verder met scheikunde gaan bezighouden, maar gelijk uitduiden wat de afkortingen (nog wel met hoofdletters gedrukt) betekenen. Welnu: H.O. wil staan voor 'Hoofdelijke Omslag' en V.B. is goed voor 'Vrijwillige Bijdrage'.
Reeds verscheidene jaren kenden wij in de gemeenten de methode van de Hoofdelijke Omslag om - naast de collecten (en giften) - aan het benodigde kerkegeld te komen.
De methode van een omslagstelsel is al in het Oude Testament terug te vinden. Wie weet niet, dat onder het oude volk Israël 'een tiende deel' van alle inkomsten moest worden afgestaan voor de dienst des Heeren? ! De inmiddels reeds lang overleden gereformeerde emeritus predikant J. H. Jonker beval in het 'Gereformeerde Weekblad' (Kok), dd. 5 juli 1958, het geven van 'tienden aan de Heer' aan (dit n.a.v. het gebruik in sommige kerken in Noord-Amerika).
In het Nieuwe Testament ligt de nadruk meer op het vrijwillig geven uit wederliefde tot de Heere en dus voor Zijn dienst.
Toch komen we de Hoofdelijke Omslag nog vóór de Reformatie weer tegen. En dat duurt véle, véle jaren voort. Vooral het oosten van ons land heeft - in tegenstelling tot het westen - wat de Hoofdelijke Omslag betreft een lange traditie achter zich.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's