De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vallen en opstaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vallen en opstaan

8 minuten leestijd

En Jezus bij hen komende, raakte hen aan, en zeide; Staat op en vreest niet. En hun ogen opheffende, zagen zij niemand dan Jezus alleen. Matth. 17 : 7, 8. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste, en Die leef... Openb. 1 : 17

Bij het wegsterven van de laatste klanken van een adembenemend concert, na het amen van een aangrijpende preek of na het laatste woord van een ontroerend gedicht, kan het gebeuren dat er een doodse stilte valt. Een stilte die dient als grensovergang tot de realiteit van het leven; het is een op adem komen om terug te keren uit de 'hogere sferen' waar wij in vertoefd hebben. Het liefst zouden wij zo'n ervaring voor altijd willen vasthouden, erin willen blijven. Maar alleen een onvergetelijke herinnering blijft over temidden van de beslommeringen van het leven met zijn wisselvalligheden, onrust, zorgen en verdriet van alledag.

Wij kunnen Petrus zo goed begrijpen in de geschiedenis van de verheerlijking op de berg. Hij wil het verheven moment dat hij met twee medediscipelen mag meemaken en wat voor hen een 'top-ervaring' is, vasthouden. Hij wil er nog wat aan doen ook. Zelf eraan bouwen. Petrus zou op aarde in de hemel willen wonen. Willen wij anders? Wat doen wij er - ook in onze moderne tijd - niet aan om op aarde de hemel te bouwen en vestigen. Een hemel ingericht naar eigen smaak en architektuur. De ideologieën spiegelen de gouden bergen van een heilstaat voor. De reclame geeft het valse beeld van de droomwereld van een sprookjesachtig geluk; een aards geluk dat als bedriegelijk klatergoud de leegte van het menselijk bestaan moet vergulden en verbloemen. Maar alles loopt uit op een wreed verstoorde droom!

De drie discipelen moeten de berg weer af. Afdalen naar begane grond. Maar hoe gaan ze? Zonder bagage?

Ze hebben de heerlijkheid van de Heiland mogen schouwen. Een hemelse heerlijkheid, die al het aardse te boven gaat. Maar ook hebben ze een stem mogen horen: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem! Een stem met een opdracht. Gods opdracht. Maar het is juist dié stem, die hen bij de werkelijke staat van hun aardse bestaan brengt. Die hen als dood doet neervallen. Ze werden zeer bevreesd, staat er. Wie kan bestaan als de heilige God spreekt? Het betekent de dood. Het is een heilige vrees.

Maar juist temidden van die vrees is er een Hand, die hen aanraakt en een Stem die hen roept. De hand en stem van Jezus. Juist die stem, naar welke zij te luisteren hebben: hoort Hem! Die stem opent ogen... én harten.

Staat op en vreest niet! En hun ogen opheffende, zagen zij niemand dan Jezus alleen. Zij moeten het alleen met Jezus doen, zonder Mozes en Elia. Hier klinkt het evangelie in zijn hoogste tonen. Hier slaat het de hoogste akkoorden aan. Eén is er, die de vrees wegneemt, die roept uit de dodelijke vrees tot het leven. Jezus alleen! Hoe vaak heeft de Heiland deze woorden in Zijn aardse leven niet gesproken: staat op en vreest niet. Hoevaak is het tot ons niet gesproken, maar horen wij die stem? Laten wij die stem juist niet overstemmen?

Staat op en vreest niet. Voor de discipelen lijkt alles op een teleurstelling uit te lopen. De heerlijkheid van Christus, die zij gezien hebben, lijkt een verstoorde droom te zijn. Een on-aardse werkelijkheid. Want opstaan betekent achter Jezus aan te gaan. Hem te volgen. Waarheen? Naar Golgotha. Van de hoogste top naar de diepste vernedering. Zo is de gang van de Zoon des Mensen, de Zoon van God. Maar Hij gaat die weg om uit de diepste diepten en de diepste val een verloren mensenkind tot de hoogste heerlijkheid te leiden, om tot hem te zeggen: staat op!

Ons leven kent van tijd tot tijd top-punten en diepte-punten. Het mensenleven kent de grandeur en misère, de hoop en de wanhoop, de zekerheid en de dodelijke vrees, het zingen en het wenen, het vallen en opstaan. Het is als een schilderij met zijn lichte en donkere partijen. Maar altijd kent het die ene donkere achtergrond: het dal van de dood.

Ook in het geestelijke leven kennen wij toppen en dalen: de ene keer het doorzicht naar de heerlijkheid, maar de volgende keer duisternis en wanhoop. Soms als een Petrus over de golven, niemand ziende dan Jezus alleen en het ogenblik daarop het wegzinken in de golven van de ondergang.

Als wij alleen de werkelijkheid van ons bestaan zien, dan schijnt alles dood te lopen op de dood. Het zwaard van Damocles, dat ons boven het hoofd hangt.

De discipelen moeten achter Jezus aan naar het kruis. Uit het licht van de berg naar de duisternis van de heuvel Golgotha. Maar het is één weg. Het zijn geen twee verschillende wegen. Het is Gods weg door de wereld. Want die stem blijft ook volgen tot het kruis en daarna: Deze is Mijn geliefde Zoon, Hoort HEM!

En bij die stem horen wij een andere stem: die van Johannes de Doper: Zie het Lam Gods! En op die stem antwoordt Jezus: Komt en ziet! Gods Zoon is het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, op zich neemt. De doodlopende weg van het kruis is de weg naar het leven, naar de heerlijkheid. Golgotha is de hemelpoort op aarde. Zo is Gods heilsplan, tegen alle ideologieën in!

Deze week bekeek ik nog eens een ets van Rembrandt met de titel: de drie kruisen. Precies in het midden van die ets heeft Rembrandt het kruis geplaatst. Maar dat kruis staat niet in het donker, maar juist op het kruis, dat is de Gekruisigde, vallen van boven de lichtstralen, zoals het licht schijnt in de kerstnacht. En ook rondom het kruis is het licht. Vol symboliek. Daar straalt het licht van Gods ontferming en genade. Deze is Mijn geliefde Zoon. Niemand dan Jezus alleen!

In den eeuwigen ademhaal
dier hijgende seconden
op den heuvel Golgotha
moge ik zingen vinden
met hemels materiaal
voor dieven, hoeren, honden
zondaren altemaal...
en mijzelven in het bijzonder.

(uit Graalridder: Achterberg)

Hebben wij dat zingen al gevonden: het roemen in het kruis? Het is de treurzang over eigen leven, maar de lofzang op Gods genade. Het kruis roept toe: vreest niet. Want achter het kruis glanzen de stralen van het lege graf en boven kruis en graf gaat de hemel open. De dood is overwonnen.

Dat is een zingen boven jezelf uit: zelfs al ging ik ook in het dal van de schaduw des doods, ik zal niet vrezen, want Gij zijt met mij!

Vrees niet: het is het eerste woord van de hemelse boodschap in de kerstnacht tot dodelijk verschrikte herders; het is het eerste woord na Pasen bij het lege graf tot dodelijk verschrikte vrouwen en discipelen. Het is het eerste woord dat de Heiland in heerlijkheid spreekt tot Johannes op Patmos, die als dood is neergevallen.

Wat een geweldige boodschap in een wereld vol angst en vrees. In deze wereld waar het bloed van het geweld stroomt, een wereld vol apokalyptische tekenen, een wereld van lijden, angst, ellende en dood.

Wie kan zeggen: ik zal niet vrezen? Die ziet niemand dan Jezus alleen. Ziende op Jezus alleen, wordt een af-zien van onszelf. In Hem alleen ligt de verzoening, mijn zaligheid. Nog legt Hij Zijn rechterhand op ons, de hand van Zijn overwinningsmacht, en zegt door Woord en Geest tot 'dode' mensen: vrees niet. Ik ben de dood geweest, maar zie Ik leef. Hij is Overwinnaar; Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Of 'leven' wij nog met een 'dode' Jezus? Nog klinkt het: hoor Hem! Zie Hem! Hij roept uit de val van de dood tot de opstanding van het nieuwe leven.

'Laat ons dan afleggen alle last en zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons lopen de loopbaan, die ons is voorgesteld; ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en de schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.' (Hebr. 12) Hij maakt tot zeilers op de zee van Zijn genade: voort-trekkers op de pelgrimsreis van het leven: 'eenmaal voorbij de laatste stad'. Over Golgotha naar het nieuw Jeruzalem.

Het kan een pelgrimage zijn door de nacht van de smart en de zorgen, maar door de nacht hoe zwart hoe dicht voert Hij mij naar 't eeuwig licht. Door het geloof alleen. Door Jezus alleen.

Vrees niet, want Ik ben de Eerste en de Laatste. Zie IK ben met u alle dagen tot de voleinding van de wereld.

en moeten ook de bloemen weer verdorren:
mijn lenden zijn omgord, mijn voeten staan geschoeid,

uit Uwen Hand ten tweede maal herboren,
schrijd ik U uit het donker tegemoet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vallen en opstaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's