Kerkelijk open jeugdwerk
Een praktijkvoorbeeld
In gemeente A staat iedere zaterdagavond een kerkelijk gebouw open voor de jeugd van 15 jaar en ouder.
Als je even binnenwandelt, kom je in een gezellige ruimte waar op dat moment zo'n dertig jongeren in verschillende groepjes met elkaar bezig zijn. In de ene hoek zitten een achttal jongens en meisjes in gemakkelijke stoeltjes gezellig wat bij te praten. Even verderop staan wat jongelui rond een tennistafel waar de regelmatige tik van het balletje vertelt, dat er goed spel wordt gespeeld.
Achterin de zaal, bij een zelfgetimmerd buffet, helpen een meisje en een jongen enkele jongelui aan koffie en frisdrank.
Door de openstaande schuifwand komen we in een veel stillere nevenruimte waar jongeren in gesprek zijn rond een leestafel, waarop een leuke sortering week-en maandbladen en diverse brochures zorgen voor een aktuele informatie. Terug van deze rondgang praten we nog even met de mentor van deze avond. Hij vertelt ons, dat hij samen met vier enthousiaste jongelui tussen de 18 en 25 jaar een team vormt, dat bij toerbeurt met andere teams zulke avonden voorbereidt en uitvoert.
Straks om een uur of negen, vertelt hij, houden we met elkaar een korte avondoverdenking. We zingen dan fijn een paar liederen, lezen een gedeelte uit de Bijbel, houden een korte meditatie, danken God voor dit samenzijn en zingen nog een paar verzoeknummers. Daarna zoekt iedereen weer kontakt met leeftijdgenoten rond spel of gesprek.
Eén keer per maand is er een vast programma b.v. een gastspreker, een diskussieklankbeeld, een zanggroep of een goede film.
Waarom toch?
In zo'n dertigtal plaatsen draait intussen soortgelijk jeugdwerk op de zaterdagavonden. Het doel is als volgt geformuleerd:
Uit diakonale motieven wordt aan de jeugd van de kerk een open gelegenheid geboden tot
- opvang, ontmoeting en ontspanning samen met
- momenten van getuigenis en bezinning.
Uit diakonale motieven een stuk opvang, ontmoeting en ontspanning aanbieden aan onze jeugd? Is dat een taak van de kerk?
Laten we luisteren naar de kerkorde.
'De kerk, erkennende, dat zij naast de ouders mede verantwoordelijkheid draagt voor de jeugd van de kerk en volk, heeft in haar jeugdwerk met name de taak
- de jeugd te bewaren bij en in aanraking te brengen met het Evangelie van Jezus Christus,
- leiding en daadwerkelijke bijstand te geven bij haar ontwikkeling, arbeidsleven, ontspanning en besteding van de vrije tijd.'
Juist in onze tijd heeft de jeugd meer dan ooit behoefte aan opvang en geborgenheid. Naarmate de wereld killer en zakelijker wordt, neemt de behoefte aan 'nestwarmte' toe.
Thuis in het gezin in de eerste plaats, maar vanaf een jaar of veertien zeker ook buitenshuis.
Het is een normaal leeftijdsverschijnsel dat jongens en meisjes in die leeftijd met name op de zaterdagavonden uitzwermen op zoek naar ontmoetingsplaatsen waar ze in kontakt kunnen komen met leeftijdsgenoten. Velen komen dan terecht in cafe's, bars, disco's, bioscopen e.d., vaak door gebrek aan iets anders, iets beters.
Wat een pracht kans voor de kerkelijke gemeente om hier een stuk 'herbergzaamheid' te bieden.
Een bijbelse opdracht
Herhaaldelijk komen we het in de Bijbel tegen: 'Weest herbergzaam jegens elkaar', d.i. vang elkaar op als men op zoek is naar een onderkomen.
Maak ruimte voor hen die bij je aankloppen.
Zeker heeft dit in onze tijd veel te zeggen over ons gemeente-zijn, onze 'open' of 'gesloten' huizen, maar niet minder over onze gastvrijheid als kerkelijke gemeente voor onze jeugd. Gastvrijheid d.i. 'gul in het herbergen'.
Onze jongeren laten merken, dat we als gemeente hen graag opvangen, ruimte bieden en beschikbaar zijn voor gesprek en persoonlijk kontakt.
Een plaats waar je in gesprek kan raken met iemand, die naar je luisteren wil en begrijpen kan.
Zo liggen er bij deze vorm van jeugdwerk ook natuurlijk kansen voor ambtsdragers om op een ongedwongen manier kontakt te maken met de jeugd van de gemeente nu juist deze groep bij het huisbezoek steeds meer gaat ontbreken.
Even wennen...
In bijna al onze gemeenten zijn tegenwoordig wel klubs en verenigingen voor de kerkelijke jeugd.
Waarom nu toch weer iets nieuws ernaast? Trekt dat geen jongeren weg bij het bestaande jeugdwerk?
In verband hiermee is het goed (even) te letten op de leeftijdsopbouw van de deelnemers aan ons jeugdwerk. Opvallend is dat grote aantallen jongeren afhaken op 14, 15 jarige leeftijd en zo een streep zetten onder hun deelname aan het kerkelijk jeugdwerk.
In de praktijk blijkt nu dat vanuit deze njeuwe vorm meer werfkracht uitgaat, zodat weer meer en vooral ook andere jongeren worden bereikt.
Veelal blijkt de 'drempel' van onze klubs en verenigingen té hoog voor een (te) groot aantal jongeren.
Het zojuist beschreven open-jeugdwerk heeft een meer vrijblijvend karakter. Zo spreken we niet van leden maar van bezoekers, die meer of minder regelmatig binnenwandelen.
Een belangrijk verschil is ook dat er geen vaste aanvangstijd is; iedereen kan aanlopen en ook weer gaan wanneer hij of zij wil. Vanwege deze kenmerken spreken we dan ook van open-jeugdwerk.
Goed samenspel
Als we met behulp van een enquête of enkele gerichte gesprekken onderzoeken waarom veel jongeren niet naar een vereniging komen, blijkt vaak dat ze een tamelijk negatief beeld hebben van de programma's en de leden van de verenigingen. In de praktijk blijkt het openjeugdwerk - mits goed opgezet - een goede mogelijkheid deze vaak foutieve beeldvorming te herstellen, waardoor scheidingsmuren tussen groepen jongeren van de kerk kunnen worden geslecht.
Bij een goed samenspel is er dan ook geen sprake van konkurrentie, maar veeleer van een welkome aanvulling en een positieve invloed over en weer.
Niet te laat...
Voor veel jongeren komt dit stukje diakonaat vanuit de kerk te laat. Dit moeten we eerlijk met elkaar belijden, denk ik. Jongeren van 18 jaar en ouder haal je niet of heel moeilijk weer terug.
Maar jaarlijks dienen nieuwe groepen 14 en 15 jarigen zich aan. Zal er voor hen een opvang zijn vanuit de kerk?
Voor hen is het hopelijk nog niet te laat.
Hulp gevraagd
Gelukkig zien steeds meer gemeenten hier een taak. Regelmatig wordt onze hulp gevraagd bij de opzet en begeleiding.
Een hele goede voorbereiding met de toekomstige medewerkers blijkt bijzonder belangrijk. Geheel nieuwe vaardigheden moeten worden aangeleerd en veel aandachtspunten worden doorgepsroken.
Juist bij deze vorm van jeugdwerk is ook een goede begeleiding een eerste vereiste.
Veel startproblemen et) nare ervaringen zouden kunnen worden voorkomen bij voldoende ondersteuning. Helaas kunnen we door beperkte mankracht niet voldoende inspelen op de sterk groeiende vraag naar ondersteuning. Daarom kijken we uit naar mensen die zeggen HGJB... wij doen mee!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's