Uit de pers
In gesprek met Eva den Hartogh
Het blad ZOA-nieuws, een uitgave van de .. Stichting Hulpverlening Zuid-Oost Azië (sept. 1980) bevat een gesprek met majoor ^ Eva den Hartogh van het Leger des Heils die een jaar geleden naar Thailand vertrok voor hulp onder de vluchtelingen. Zij is op een kwalijke manier in de pers gekomen door een eenzijdige en onjuiste weergave van haar woorden. Daarom is het goed dat zij in dit gesprek rekenschap geeft van haar motieven om te helpen.
Eigenlijk hoef ik Eva den Hartog nauwelijks vrargen te stellen. Een enkele korte opmerking geeft haar stof voor een boeiende vertelling. Over leuke, grappige dingen uit het leven van alle dag. En over zeer ernstige patiënten die met veel zorg omringd worden. Over medisch werk en over de motivatie daarover. Bijvoorbeeld over kritiek van sommigen in Nederland dat de uitzending van een medisch team werd gebruikt als dekmantel om zoveel mogelijk mensen tot het geloof te brengen.
Eva den Hartog laat er geen misverstanden over bestaan: 'Wat denken de mensen nu eigenlijk? Ze weten toch dat wij een christelijke organisatie zijn? Ze weten toch dat ik vanuit mijn geloofsleven naar Afrika ben gegaan en naar Vietnam, omdat ik geloof dat God van mij vraagt daar iets te doen? In Nederland worden toch ook diensten in welk ziekenhuis dan ook gehouden? De predikanten mogen overal naar toe. En dat vinden wij in Nederland heel gewoon. Er wordt ook nooit een sensationeel stuk over geschreven. Maar wanneer wij als christelijk team naar de vluchtelingen toegaan, naar mensen die in zo'n ellende moeten leven, dat wij vaak geen oplossing weten, dan mogen wij niet met ze praten. Zelfs niet als het einde voor hen in zicht is. Dan worden wij er direct van beschuldigd het evangelie te willen brengen. Hier in Nederland mag met iedereen, die problemen heeft, gepraat worden. Zonodig dagenlang. Daar mag dat opeens niet en wordt direct gezegd dat wij evangeliseren. Maar als ik met iemand spreek, die met een probleem zit - een vrouw die mij vertelt, dat al haar familieleden zijn gedood - dan mag ik niet rustig met die vrouw praten als ik zie dat ik haar niet anders kan helpen en bereiken dan met een stukje van Gods Liefde. Dan ben ik iemand die bezig is met bekeren. Ik ben zelf al 37 jaar lang belijdend christen en dan wil men van mij dat ik daar helemaal niets van zeg tegen andere mensen. Nou, dat is toch kolder? Het is mijn baan. Ik heb mij daarvoor helemaal gegeven. En ik verdien er geen duizenden mee. En dan zullen de mensen mij daar over veroordelen?
Kijk, dan krijg ik het gevoel dat men de zaak alleen maar wil kritiseren. En 99% van de tijd hebben we echt metterdaad gewerkt. We hadden geen tijd genoeg.
Het is niet eenvoudig om in deze omgeving vol nood en verschrikking de moed erin te houden en het geloof te bewaren. Toch weet Eva den Hartogh van de kracht van God die staande doet houden, die wegen wijst om metterdaad te helpen. De hulp werd gegeven aan iedereen, ook aan communisten. Fel wijst zij het verwijt van oneigenlijke motieven van n de hand. Getuigen metterdaad van Gods liefde g is wat anders dan voortdurend preken. Eva den Hartogh: 'Die Cambodjanen prediken zelf, want er is een levende kerk in die kampen'.
***
Verkuyl over Youth for Christ
Youth for Christ is de laatste tijd nogal eens in het nieuws. Ook deze organisatie moet veel kritiek verduren. Met name de wijze waarop rnen in Youth for Christ te werk gaat in de hulpverlening en over ethische zaken standpunten inneemt, wordt fel bestreden. Prof. dr. J. Verkuyl geeft in Inhoud van sept. 1980 zijn visie op een aantal zaken:
We merken in ons werk, dat er veel problemen voortkomen uit het gezin. De jongeren hebben dan ook een grote behoefte aan duidelijkheid op het gebied van de persoonlijke ethiek, de microethiek. Dingen als verkering...
Hokken of huwen, bijvoorbeeld. Geven jullie daar leiding in of schep je alleen een klimaat waarin het bespreekbaar wordt?
Vooral in het pastoraat benadrukken wij heel sterk de noodzaak van het huwelijk, om dat te verkiezen boven het samenwonen...
Dat is ook juist.
... maar het is moeilijk om dat te brengen op een manier die niet afstoot, maar aantrekt. De positie die wij op dit punt innemen is bij een grote groep in Nederland niet populair meer.
Toen ik destijds in Indonesië was, heb ik zes boeken over ethiek geschreven, waaronder één over verloving en huwelijk. Maar ik ben blij dat ze me hier aan de VU geen leerstoel in de ethiek hebben toevertrouwd, want ik zou dat verschrikkelijk moeilijk vinden. Ik vind, dat je bij een ethisch probleem altijd de vingerbeweging moet maken van de periferie naar de kern van de wet en de profeten en de vraag stellen: is datgene wat jullie nu doen in overeenstemming met de liefde tot God en de naaste? Dan blijkt dat er jonge mensen zijn die werkelijk menen dat ze op deze wijze niet in strijd handelen met de naastenliefde. 'Het burgerlijk huwelijk, zoals dat in de zestiende eeuw is ingevoerd, is toch niet de eeuwige norm', zeggen ze dan. Maar ik vind, dat de binding van man en vrouw voor het leven, ten overstaan van God en de mensen, een belangrijk gezichtspunt is vanuit de christelijke liefde.
Het is ook opvallend dat de vrijblijvendheid steeds verder gaat. Je hebt nu ook steeds meer LAT-relaties: living apart together. Zo'n stel heeft wel een seksuele relatie, maar trouwt niet en woont ook niet onder één dak. Zo zie je dat de verantwoordelijkheid voor elkaar en de bereidheid tot wederzijdse aanpassing steeds een stap terug gaat.
Ja, en dan willen ze geen kinderen... Ik vind dat een zeer bedenkelijke ontwikkeling. Als jullie iets kunnen doen om dat te keren, zonder dat het autoritair of traditionalistisch is... Je moet het natuurlijk altijd motiveren vanuit de kern van de wet. Wij zitten op dit gebied zo ongeveer op de lijn van Walter Trobisch. Kent u zijn boeken?
Jazeker, prachtig. Dat is me uit het hart gegrepen. Ik ben zelf ook mede door Trobisch geïnspireerd. Die man is door z'n werk op dit terrein in Afrika tot een grote zegen geweest. Ik verwijt wel eens aan de ethici, dat ze deze dingen niet oppakken. Ik vind het fijn, dat jullie de moed hebben dat wel te doen, maar ik begrijp de dilemma's.
Een andere vraag. We bereiken in ons werk kerkelijke en onkerkelijke jongeren. Voor de eerste groep betekent dat vooral, dat we hen helpen met het zich eigen maken van het Evangelie. Hoe taxeert u de manier waarop momenteel de jonge mensen worden tegemoetgetreden in de kerk?
In mijn jeugd had je een sterk ontwikkelde jeugdorganisatie in de kerken. Ik vind het erg triest, dat dat zo is weggevallen. Ouders, die opgroeiende kinderen hebben, vragen me vaak: waar moet ik de kinderen heensturen? Ik heb het gevoel dat jullie hier een taak vervullen, die de kerken eigenlijk zouden moeten vervullen. Als ik het goed begrijp, proberen jullie dat ook tegen te gaan door de jongelui te stimuleren zich te integreren in het kerkelijk leven. Daarom dring ik er bij kerkelijke instandes altijd op aan om Youth for Christ niet af te stoten, maar juist een intens contact te beoefenen. Ik zie ook in allerlei plaatsen, dat Youth for Christ werkelijk een brugfunktie vervult naar de kerk. Mag ik in dit verband nu eens zeggen, wat me in jullie werk trekt? Ik wil dat erg graag kwijt! Natuurlijk. Heel graag.
In de eerste plaats geven jullie de jongeren de warmte en de gemeenschap, die ze ergens anders missen. Dat vind ik belangrijk. In de tweede plaats laten jullie jongeren werken onder jongeren en ze krijgen dus een rol toebedeeld. Dat is in de kerk momenteel heel weinig het geval en dat is een van de meest zorgelijke dingen die ik zie, dat de jeugd zo weinig geïntegreerd wordt in het kerkelijk leven. Ten derde: jullie geven jonge mensen die onzeker zijn een gevoel van geborgenheid en veiligheid door de band aan Jezus. Ten vierde: jullie proberen een noodrantsoen van bijbelkennis en geloofskennis over te dragen voor onderweg, bepaalde kernen van de bijbelse boodschap. Dat wordt enorm verwaarloosd. De mensen zien niet meer waar de kern ligt.
Over die kern wil Verkuyl niet in het onzekere blijven. De kern is het Evangelie van Jezus Christus, als de Verlosser, de Bevrijder, in Wie de overwinning is over zonde, verzoeking en dood. Verkuyl waarschuwt Youth for Christ nl. voor een neiging tot fundamentalistisch bijbelgebruik en voor een a-politieke opstelling.
***
Evangelieverkondiging vandaag
Evangelieverkondiging vandaag Hoe brengen wij vandaag de dag het Evangelie aan de mens van nu? Te allen tijde is er het gevaar van de eigentijdse boodschap die het Woord verdringt. Ds. R. Steiner wees op deze gevaren, ook nu, in de Reformierte Kirchen-Zeitung van 15 juli 1980. Ik trof een vertaling van zijn artikel aan in het Kerkblaadje van 3 oktober. Steiner schrijft onder meer:
Is het antwoord op deze vraag niet heel duidelijk en eenvoudig? Dat zoudt u denken! Maar in werkelijkheid heerst hierover heden in de Volkskerk grote onzekerheid. Leven wij niet in een tijd waarin vele (gelukkig niet alle) predikanten menen, in plaats van het Woord Gods te verkondigen, hun eigen gedachten, opvattingen en inzichten aan de gemeenteleden in de kerkdienst te moeten voordragen? Wat leest men al niet in de krant? Enkele predikanten in de regio Hamburg verklaren: 'Verkondiging van het Evangelie (of van het Woord Gods) betekent vandaag: zich tegen Franz Josef Strausz uitspreken en verhinderen, dat hij bondskanselier wordt'. Nina Grunenberg deelt in 'Die Zeil' (nr. 23, 30 mei 1980, blz. 59) over een zekere ds. Friedrich Bode te Bremen het volgende mede: 'Prefekvoorbereiding: hij put niet uit de bijbelse bronnen, maar uit de geschriften van Erich Fromm, Robert Jungk en de Duitse mystici, een merkwaardig, ietwat nieuwerwets mengsel'.
Deze predikanten zijn eenmaal in het ambt bevestigd en hebben bij hun bevestiging een gelofte afgelegd. Ik weet niet, hoe de bevestigingsformule in de Landskerk van deze predikanten luidt. Maar waarschijnlijk zal zij hetzelfde zeggen, wat ik hier uit een dienstboek overschrijf: Belooft gij plechtig voor het aangezicht van de Drieënige God, dat gij het Woord Gods van het Oude en Nieuwe Testament zuiver en klaar overeenkomstig de leer van onze Kerk aan allen en aan een ieder zult verkondigen? ' Mij komt het er hier op aan te doen uitkomen, dat alleen het Woord Gods van het Oude en Nieuwe Testament verkondigd mag worden. Ik moet verder vragen: at betekent verkondiging van het Woord Gods? Is het genoeg, als men een hoofdstuk uit de Bijbel voorleest, misschien het Schriftgedeelte van de desbetreffende zondag, en het daarna tot springplank voor zijn eigen meningen en gevoelens maakt, zoals ik het helaas af en toe in een kerkdienst moet horen? In de dienst op Hemelvaartsdag, die ik bijwoonde, las de prediker als tekst voor zijn preek Mattheüs 28 : 18-20 en sprak vervolgens 1. over de zendingsconferentie te Melbourne, en 2. over het zendingsjaar 1980. Graag zou ik hebben gehoord, wat het vandaag anno 1980 betekent:1. Maakt al de volken tot discipelen, 2. Leert hen alles te onderhouden, wat Ik u bevolen heb, en 3. Ik ben in 1980 al de dagen bij u. Zo moest ik helaas weer eens leeg naar huis gaan. Want over Melbourne en het zendingsjaar had ik al heel wat in kranten en tijdschriften gelezen. Moet de preek niet altijd uitlegging van de Heilige Schrift zijn, zoals Jezus het heeft gedaan (Luc. 24 : 27)? Bij het lezen van de Bijbel vanmorgen bleef ik in 1 Corinthiërs 15 : 1-11 bij het tweede vers steken: Door dit Evangelie wordt gij ook behouden, indien gij het vasthoudt in die vorm waarin ik het u verkondigd heb'. In welk een enge ruimte plaatst hier de apostel de verkondiging: zoals ik het u verkondigd heb, en niet anders! Moet het daarom niet voor ons predikers altijd zó zijn, dat wij ons hele leven lang in de leerschool van Jezus en Zijn apostel blijven, ook met het oog op de wijze en de inhoud van onze verkondiging? Daarom heb ik het dringende verzoek, vooral ook aan de jonge broeders onder de predikers: strooit niet de gedachten van uw eigen hart voor de gemeente uit en lonkt er niet naar, hoe de mensen het graag zouden hebben, maar zijt enkel en alleen getuigen van de grote daden Gods (Hand. 2 : 11)! De grote daden Gods hebt gij voor de gemeente uit te leggen en te verkondigen.
Steiner noemt het ongeloof van de theologen een van de ergste kwalen van de kerk. Dat is een hard woord, ongetwijfeld. Toch zullen we eerlijk onder ogen moeten zien de vraag: durven we het te wagen met het Woord? Geldt 1 Cor. 2:1-5 ook vandaag nog? Een prediker is geen journalist. Prediken is het Woord Gods doorgeven. Ik zou eraan toe willen voegen dat dat niet uitsluit kennisname van wat de geesten bezig houdt en beweegt. Want het Woord Gods komt niet op uit de situatie, maar haakt er wel op in. Maar dat geven we Steiner graag toe: laat de prediking prediking blijven, verkondiging van de booschap van Gods reddende liefde in Christus. Laten we geloven dat Gods Geest machtig is ook vandaag ons de weg te wijzen in de volle waarheid.
***
Ruppert over Rusland en de kernbewapening
We blijven nog even in de sfeer van het interview. Hervormd Nederland van 27 september had een gesprek met de vice-voorzitter van de Raad van State, dr. M. Ruppert. Het gesprek ging onder meer over de kernwapens. Ruppert verzet zich nogal fel tegen het atoompacifisme. Ook hij is doordrongen van de verschrikking van de kernwapens, maar meent dat we als afschrikkingsmiddel er niet omheen kunnen, terwille van de verdediging van een stuk geestelijke vrijheid. Op een vraag over de verhoudingen, over Sovjet-Rusland en het stelsel daar, zegt Ruppert:
'Ik geloof dat het Sowjet-stelsel een slecht stelsel is, niet effectief en bureaucratisch. Maar dat de vrije ondernemingsgewijze produktie zoveel beter is, zal ik niet beweren. Daar hangt je ziel en zaligheid niet van af. Maar het gaat om de vraag of je in vrijheid je mond open mag doen. Dat mag ik nooit prijsgeven. Ik mag nooit toestaan, dat het geloof naar de binnenkamer, naar het bidvertrek en de sterfkamer wordt verwezen'.
Daar zijn we het allemaal mee eens. Maar wordt dit in het Westen - en dan denken we even niet aan het paradijs Nederland, maar aan Latijns-Amerika bijvoorbeeld...
'Hoort dat bij het Westen? Dat hoort tot het roomse rijk. Waarom zitten dictaturen altijd in roomse gebieden? '.
Wat denkt u dan van Zuid-Afrika?
'Een typisch calvinistische zaak'.
De rooms-katholieke kerk in Latijns-Amerika is fundamenteel verdeeld. Maar de dictaturen kunnen blijven voortbestaan door westerse greep op de zaak.
'Maar je kunt er toch revolutie maken. Je loopt wel het risico datje kop er afgaat. Het punt is, datje in de Sowjet-Unie je mond niet open mag doen. En voor die vrijheid staat de mens. Die vrijheid is niet onze vrijheid, het is de roeping waarmee de mens in de wereld staat. Het gaat om de vrijheid te doen wat de Heer van je vraagt'.
De Russisch-orthodoxe kerk probeert kerk te zijn, niet alleen aan het sterfbed, maar ook maatschappelijk. Het is in vergelijking met wat wij hier aan kernwapenrapporten kunnen schrijven misschien een schijntje, maar je kunt het niet uitvlakken. 'Wat betekent dat argument? Moet ik daarom een standpunt veranderen? Het gaat om de vraag, of je een zaak die in beginsel atheïstisch is op de één of andere wijze mag accepteren. Dat is in Duitsland gebeurd met het nationaal-socialisme. Daar heb ik genoeg van geleerd. Ik ben in 1936 op een vrijdagavond met de motor naar Berlijn gereden omdat ik Niemöller nog één keer wilde horen, maar aan het begin van de dienst werd meegedeeld, dat hij opnieuw was gearresteerd. Na de dienst spreek ik een man aan en die vertelt me, dat hij thuis niet eens rneer vrij kan spreken, omdat zijn zoon bij de Hitlerjugend is. Dat was mijn eerste contact met dat atheïsme. En dan geloof ik: Delf vrouw en kinderen in 't graf'.
Niemöller denkt er ander over dan u.
'Die denkt er nu anders over'.
Het enige wapen tegen het atheïsme is toch een geestelijk wapen. Dat kan toch nooit een atoombom zijn? Pacifisten als Buskes hebben ook nee gezegd tegen het nationaal-socialisme. En u wilt toch niet zeggen dat in een land als de DDR christenen niet volgens hun roeping kunnen leven, dat achter het ijzeren gordijn overal de absolute duisternis heerst?
'Omdat het evangelie sterker is dan meneer Brezjnew'.
Precies. Maar dankzij atoomwapens?
'Maar wel doordat je je handen uit de mouwen steekt, doordat onze gezindheid gestalte krijgt. Wanneer je niets doet tegen het atheïsme, staat het hier morgen op de stoep'.
Daar kunnen best wapens bijhoren, maar de grenzen liggen toch daar waar het middel erger is dan de kwaal?
'Het zal u niet lukken mij van mijn gedachten af te brengen. Dat lukt u niet om de volgende reden: zelfs al was ik het met u eens, dan zou dit niet gezegd moeten worden. Omdat dat dom in het kwadraat is. Omdat zeggen dat je de kernwapens nooit zult gebruiken een invitatie is aan de Sowjets hier te komen. Politiek is een zaak waarbij je je hersens niet moet stil zetten'.
U schakelt het communisme gelijk met het facisme. 'Het is gevaarlijker'.
Met Ruppert deel ik zijn vrees voor het communisme. Het is goed dat ook dat geluid eens in HN gehoord wordt. Blijft voor mij toch de vraag of het doel - verdediging van de vrijheid - de middelen heiligt. Ook wie de leus van eenzijdige ontwapening afwijst, kan toch grote moeite hebben met de verdoorgevoerde bewapeningswedloop. Moet toch ook niet erkend worden dat we in het Westen hard bezig zijn onze vrijheid uit te hollen en tot een fictie te maken. Is de vrees niet gerechtvaardigd dat een nihilistisch Westen een gemakkelijke prooi zal zijn voor een atheïstische dictatuur?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's