De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Honderd jaar Vrije Universiteit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honderd jaar Vrije Universiteit

Tot blozens toe verlegen.

12 minuten leestijd

Op 20 oktober 1880 werd opgericht de Vrije Universiteit, uitgaande van de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag. Het ging de oprichters, dr. A. Kuyper en dr. F. L. Rutgers, om het beoefenen van wetenschap in Calvinistische zin, vrij van de kerk en vrij van de staat wat betreft het karakter van het onderwijs. Wel is er sinds 1908 een overeenkomst met de Gereformeerde Kerken geweest om de theologische opleiding onder toezicht van deputaten te stellen. Maar het ging om een vrije universiteit, zonder bindingen aan kerk en staat.

We schrijven thans oktober 1980, en dat betekent dat de Vrije Universiteit haar eeuwfeest houdt. Deze honderdjarige geschiedenis van de V.U. is intussen verbeeld in het Amsterdams Historisch Museum, waarheen de gasten geleid worden door middel van bordjes met het opschrift 'Tot blozens toe...'. In de openingsrede op de genoemde oprichtingsdatum gebruikte dr. A. Kuyper deze uitdrukking. Hij zei: 'En zoo trad dan onze kleine school het leven in, met den Universiteitsnaam tot blozens toe verlegen; aan geld arm, zeer sober bedeeld met wetenschappelijke kracht en aan der menschen gunst eer gespeend dan verzadigd.'

Het was inderdaad een 'kleine school' die een eeuw geleden begon. Een instelling met niet meer dan vijf hoogleraren, voor drie faculteiten (theologie, rechten en letteren) en met niet meer dan vijf studenten.

Tot blozens toe..., het was toen een verlegenheidsuitdrukking vanwege de vraag of men zich terecht de naam universiteit mocht toeëigenen. Thans is de vraag gewettigd of men niet tot blozens toe verlegen moet zijn met de vraag of men werkelijk calvinistisch is gebleven aan het instituut, dat als een calvinistisch bolwerk bij de oprichting werd bedoeld.

Drie motieven

Kerknieuws van Scheps noemt drie motieven, die tot oprichting van de V.U. hebben geleid. In de eerste plaats waren er veel mensen, die 'een betrouwbare opleiding tot gereformeerde predikanten voor de Nederlandse Hervormde Kerk' wensten (cursief van mij, v. d. G.). De collectebusjes voor de V.U. in vele gezinnen waren dunkt me van deze wens een uitdrukkelijk bewijs.

Het tweede motief was 'de emancipatie van het gereformeerde volksdeel'. De kleine luyden ontwaakten, om zo te zeggen, in wetenschappelijk en cultureel opzicht. Het derde motief was wat Kuyper zelf verwoordde in zijn openingsrede: 'En geen duimbreed is er op heel't erf van ons menschelijk leven, waar-, van de Christus, die aller Souverein is, niet roept: Mijn.' Het ging om zo te zeggen om de alomvattendheid van het evangelie over het leven van de staat, de cultuur, de wetenschap en de kerk.

Wat is er thans te zeggen van deze drie motieven? De opleiding tot gereformeerde predikanten voor de Nederlandse Hervormde Kerk is bepaald niet tot stand gekomen. Niet ten onrechte wordt gezegd dat de in 1886 tot stand gekomen Doleantie mede met het oog op de VU is ontstaan. De theologische candidaten, die van de V.U. kwamen, moesten immers een plaats hebben in de kerk?

In de Gereformeerde Kerken, ontstaan met de Doleantie, kregen zij een plaats. Dat in 1908 de theologische opleiding onder gereformeerd-kerkelijke curatele kwam, was van één en ander een logische consequentie.

Maar de andere twee motieven werden aan de V.U. in een bepaald opzicht wel gerealiseerd. De emancipatie van het gereformeerde volksdeel werd een feit. De gereformeerden gingen meetellen. In het onderwijs, in de cultuur, in de politiek kwam een proces op gang, waarin de gereformeerden niet meer weg te denken waren.

En tenslotte, op 'alle terreinen des. levens' ging het om de heerschappij van Christus. Dat is na de V.U. in zoverre tot uitdrukking gebracht, dat vele gereformeerde organisaties ontstonden, inderdaad op alle terreinen des levens. Daarover zijn ook wel grapjes gemaakt. Georganiseerd werd tot de 'geitenfokvereniging' toe. Tot iemand dit overigens ooit serieus zou oppakken. Ds; F. A. den Boeft (geref. predikant onderhoudend art. 31 KO te Helpman) schreef namelijk in de na-oorlogse jaren in hetSallands Volksblad: 'Daarom is er voortgaande reformatie, die zich ook moet uitstrekken over de terreinen van politiek, maatschappij en onderwijs. Zelfs de geitenfokvereniging valt hieronder, want een geit wordt door God geschapen en het fokken van geiten valt onder zijn ordening.' Om zulk een uitspraak glimlachten we, maar, hoe dan ook, de V.U. heeft in deze eeuw in niet onbelangrijke mate het christelijke leven, met name ook in de christelijke organisaties, die veelvuldig zijn ontstaan, bepaald, in wat wetenschappelijk tot stand werd gebracht en door middel van de intellectuelen, die hun opleiding aan de V.U. ontvingen, en die in de politiek, de onderwijsorganisaties, de vakbeweging, de omroep en de andere communicatiemedia - om slechts enkele voorbeelden te noemen - het heft in handen kregen.

De ontwikkeling

De vraag is intussen hoe de V.U. zich in deze eeuw verder heeft ontwikkeld. Hoe is de situatie nu na honderd jaar? Duidelijk is, dat de V.U. aan de slijtageslag van de huidige secularisatie niet is ontkomen. Prof. dr. E. Schuurman, zelf hoogleraar in de Calvinistische Wijsbegeerte, die deze wijsbegeerte een positieve, tot vandaag in toenemende belangstelling staande vrucht van de V.U. noemt, zegt dat de V.U. zich steeds meer heeft ontwikkeld tot een 'oecumenisch-christelijke universiteit'. Letterlijk zegt hij verder: 'Wie daarbij verdiskonteert dat niet-christelijke studenten aan de V.U. toenamen, dat dezen via het demokratiseringsproces geducht van zich laten horen en dat fakulteitsleden van de V.U. er ook openlijk voor gaan pleiten dat instemming met de christelijke doelstelling van de V.U. minder stringent moet worden, die beseft dat de V.U. eigenlijk niet meer een geestelijke band heeft met de indertijd opgerichte instelling voor Hoger Onderwijs op gereformeerde grondslag, maar nog slechts een historische.' Daarom acht hij het ook niet denkbeeldig, dat de Reformatorische Wijsbegeerte, die een geesteskind van de V.U. is, zich binnen enkele jaren zelfstandig, los van de V.U. verder zal ontwikkelen.

De bibliothecaris van de V.U., dr. J. Stellingwerff, zegt in het eerder genoemde Kerknieuws (Scheps), dat de uitdrukking 'tot blozens toe' thans ook hierop slaat dat de V.U. nu, honderd jaar oud zijnde onvoldoende de 'geestelijke pretenties' heeft kunnen waarmaken.

Deze stemmen, van binnenuit, zijn duidelijk. Enerzijds moet gezegd dat er vanuit de V.U. een respectabel stuk wetenschappelijke arbeid is verricht, en dat dit tot vandaag geschiedt. De V.U. mag er als wetenschappelijk instituut bepaald zijn. '

Anderzijds is de uitdrukking 'tot blozens toe' van Kuyper vandaag inderdaad in andere zin actueel. De V.U. heeft het hoge ideaal van wetenschapsbeoefening, genormeerd aan de Schrift niet blijvend kunnen waarmaken'. We zijn misschien in het algemeen geneigd dan te denken aan de theologische faculteit. Daarin hebben zich inderdaad de laatste decennia revolutionaire ontwikkelingen voltrokken. De V.U. wilde aanvankelijk een 'betrouwbare opleiding' tot predikant in de Hervormde Kerk. We mogen ons nu bepaald afvragen wat er van zulk een betrouwbare opleiding voor de Gereformeerde Kerken is overgebleven. De theologie van Kuitert, Wiersinga, Augustijn e.a. heeft in niet geringe mate de kansel in de Gereformeerde Kerken bereikt en werkt daar door.

Maar we mogen één en ander niet beperken tot de theologische faculteit. Ik denk met name ook aan de faculteit van de natuurwetenschappen. Aan die faculteit hebben gerenommeerde natuurwetenschappers gearbeid, die met klem van (natuurwetenschappelijke) redenen b.v. de evolutietheorie hebben bestreden (te denken valt aan prof. dr. C. C. Jonker, prof. dr. G. J. Sizoo en prof. dr. R. Hooykaas). Ze hebben dat niet op een goedkope wijze gedaan maar wel op wetenschappelijk verantwoorde wijze. Daarin is in de naoorlogse jaren 'een geduchte kentering gekomen. Prof. dr. J. Lever heeft met zijn in de vijftiger jaren geleden verschenen boek 'Creatie en Evolutie' voorzichtig de weg vrijgemaakt voor de aanvaarding van de evolutietheorie ook in de kringen van de VU. Kon in een voorlichtingsfolder van de VU in de naoorlogse jaren nog worden gezegd tot de aankomende studenten, dat de VU haar studenten argumenten verschafte tégen de evolutietheorie, thans moeten we zeggen dat deze theorie ook geheel geaccepteerd is binnen de VU. Prof. Lever heeft later in een serie zondagavondlezingen voor de NCRV microfoon over deze kwestie gesproken. De lezingen zijn later gebundeld in een boekje, getiteld 'Waar blijven we? ' Daarin is sprake van een volledige acceptatie van deze theorie, zij het dat Lever niet als Darwin evolutionist wil heten. Hij blijft geloven in de Schepping maar stelt, dat God als het ware in de evolutie 'met de Schepping is meegetrokken. Deze verandering van instelling binnen de VU ten opzichte van de evolutuitheorie is evenwel intussen van diepe betekenis geweest. Het in die tijd door prof. dr. H. M. Kuitert gepubliceerde boekje 'Verstaat gij wat gij leest' (over het Schriftgezag) kan niet los worden gezien van de herwaardering, die b.v. de uitleg van Genesis 1 tot 3 moest krijgen in verband met de herwaardering van de visie op evolutie. Er is sprake van een grondige verschuiving t.a.v. het gereformeerde Schriftbeginsel. En dat maakt ten diepste dat - om met dr. Stellingwerff te spreken - de VU zijn 'geestelijke pretenties' onvoldoende heeft waargemaakt. Men kan zich afvragen waarin thans nog de natuurwetenschapsbeoefening aan de VU onderscheiden is van beoefening daarvan aan andere universiteiten. En wat voor deze wetenschapsbeoefening geldt geldt ook voor de theologie.

Dezer dagen heeft prof. dr. De Gaay Fortman (sr.) voor de radio gezegd, dat hij de VU nu bijbelser vindt dan bij de oprichting. Waarin dat dan naar voren komt is dan echter dunkt me tot heden vanuit de VU zelf niet duidelijk gemaakt. Ongetwijfeld zijn er ook thans aan de VU wetenschappers, die volledig willen buigen voor het gezag van de Schrift. Maar dat er een aparte bezinningsgroep is opgericht aan de VU, die tot taak heeft de christelijke identiteit van de VU weer gestalte te geven spreekt voor zich. Zou Kuyper, die zijn creatie ooit noemde 'geen waagstuk maar een geloofsstuk' thans zien waar toe het gekomen is hij zou dunkt me weinig van zijn oude ideaal meer herkennen.

'Tot blozens toe... beeld met van een met zichzelf verlegen Vrije Universiteit.'

Ter lering

Me dunkt dat in het geheel van de ontwikkelingen aan de VU door de jaren heen een les schuilt voor elk instituut, dat met een duidelijk herkenbare identiteit startte. In de laatste jaren zijn in de Gereformeerde Gezindte heel wat instituten op het terrein van onderwijs, communicatie etc. van de grond gekomen. Beperken we ons tot het onderwijs dan is het een gegeven, dat scholen van welke aard dan ook niet alléén bepaald worden door besturen en docenten maar in grote mate ook door de leerlingen (studenten). Het blad Beweging stelde, dat het aantal niet-christelijke studenten aan de VU toenam. Dat kan aan het toelatingsbeleid liggen maar zoiets kan gewoon ook een stukje ontwikkeling van binnenuit zijn. Jongeren uit geheid-gereformeerde gzinnen komen aan en vertrekken later met achterlating van al wat ze van huis uit meekregen. Jongeren in ontwikkeling kunnen op een bepaald moment volstrekt afhaken van de waarden, die hen bij de opvoeding zijn meegegeven en waarvoor het onderwijsinstituut ook wil opkomen. Voeg daarbij de moderne gedachte van democratisering en elk onderwijsinstituut - ook die thans in de Gereformeerde Gezindte zijn ontstaan - heeft de kiemen van ontbinding in zich. De VU b.v. heeft onder haar studenten, velen, die zich tot het communisme bekennen. Het zou interessant zijn na te gaan voor hoevelen dat al gold bij hun toetreden tot de VU. Me dunkt dat er eerder sprake is van ontwikkeling, juist ook door onderlinge beïnvloeding, in de loop van de studie.

Dat signaleren we ook onder studerenden uit kringen, die thans orthodox gereformeerd heten. Aan de onderwijsinstituten in deze kringen weet men daarvan mee te praten. Het beeld van de onderwijsinstituten wordt goeddeels óók bepaald door hen die les ontvangen. Die categorie is altijd nog de grootste. Het tweede dat echter gezegd moet worden is, dat wetenschappelijke emancipatie niet zonder risico is. Ook daarin is de ontwikkeling aan de VU ter lering voor die kringen, die zich de laatste tientallen jaren in wetenschappelijk opzicht zijn gaan emanciperen. Het zal voortdurend hebben te gaan om wetenschap met godsvrucht, om de vreze des Heeren die het beginsel van wijsheid en wetenschap is. Luther heeft eens de uitdrukking 'Hure Vernunft' gebruikt, om aan te geven hoe de menselijke rede, het verstand de mens tot zonde, tot dwaling kan brengen. Moeten we niet zeggen dat ook de VU aan het gevaar van deze beheersing van het geloof door de rede, van de Schrift door menselijke theorieën niet is ontkomen? Maar dit gevaar is reëel voor èlk onderwijsinstituut dat met een christelijke, zeg gereformeerde identiteit start maar ontgroeid aan de godsvrucht waarmee wetenschap gepaard moet gaan. De secularisatie wordt het meest bevorderd door wetenschap die van deze godsvrucht gespeend is. In dit opzicht hebben we ook in wat thans de Gereformeerde Gezindte heet kritisch-waakzaam te zijn. Want ook hier kan het worden: 'Tot blozens toe...'.

De VU heeft bepaald wat betekend in ons land. Een schat van theologisch werk heeft ze o.a. gegeven, waarmee ook anderen dan kerkelijk gereformeerden hun winst hebben gedaan.

Nu, honderd jaar na oprichting van de VU is er echter een leemte gekomen als het gaat om wetenschappelijke arbeid in gereformeerde zin. Gereformeerd zijn in naam is nog geen garantie om werkelijk gereformeerd te blijven.

Reformata Quia Reformanda. Gereformeerd zijn is telkens gereformeerd worden. Dat geldt voor alle onderwijsinstituten die vandaag gereformeerd willen heten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Honderd jaar Vrije Universiteit

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's