De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Man en vrouw in oudtestamentisch licht (1)

Bekijk het origineel

Man en vrouw in oudtestamentisch licht (1)

8 minuten leestijd

Het ligt in onze bedoeling vanuit literatuur over het huwelijk in het Oude Testament na te denken over man en vrouw in oudtestamentisch licht. In een beknopt en daardoor beperkt overzicht, wat misschien toch in dit verband voldoende informatie geeft.

Wie zich verdiept in wat geschreven is over dit onderwerp komt terecht bij het boek van dr. K. Dronkert en dat van dr. B. Maarsingh over 'Het huwelijk in het Oude Testament'.

Schrijven over man en vrouw in het Oude Testament is schrijven over het huwelijk. De ongehuwde staat kende men niet in Israël. Iedereen trouwde nagenoeg. Het celibaat was onbekend.

Het ligt in onze bedoeling vanuit literatuur over het huwelijk in het Oude Testament na te denken over man en vrouw in oudtestamentisch licht. In een beknopt en daardoor beperkt overzicht, wat misschien toch in dit verband voldoende informatie geeft.

Als we dat doen, dan moeten we bij het begin - Genesis - beginnen. 'Zonder de gegevens van Genesis 1 en 2 in het geding te brengen, is het samenlevingsverband van man en vrouw in het Oude Testament in het geheel niet te verstaan.'

Genesis 1 en 2

Het lezen van de eerste hoofdstukken van de Bijbel, bepaalt ons onder andere bij de schepping van de mens. Van man en vrouw afzonderlijk, van man en vrouw in hun gemeenschapsverhouding en van de daarbij gesproken woorden van God. De mens blijkt in zijn individuele zelfstandigheid, maar ook in de twee-éénheid van man en vrouw, geschapen te zijn naar - in - het beeld van God. God schiep de mens. Hij schiep de mens mannelijk en vrouwelijk. De differentiatie van man en vrouw is allereerst gebonden aan de onderscheiding van de geslachtsdelen.

Het scheppingsbeeld leert ons een zuivere heterosexualiteit. De bijzondere plaats van de vrouw ten opzichte van de man bestaat hierin, dat de vrouw 'uit' de man is. Man en vrouw kunnen op eigen wijze en samen bijdragen tot een geordende samenleving. God schiep de mens niet als een eenzaam wezen, maar als een gemeenschapswezen.

Wij mogen onder geen beding de scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2 voorbijgaan. Er zijn genoeg mensen, die dat willen of die de scheppingsopenbaring aanpassen aan eigen voorstellingen. Zouden wij het beter weten dan Jezus en Paulus, die beiden zich beriepen op wat 'van den beginne' geweest is? Het gevaar van een speculeren vanuit de beperkte scheppingsgegevens mag er niet toe leiden dat we voorbijgaan aan Genesis. Gods schepping van de mens openbaart heel wezenlijk dingen aangaande man en vrouw. Ook in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw blijft dit het uitgangspunt.

Er is in de oudtestamentische wetenschap nogal gediscussieerd over de twee verschillende scheppingsverhalen Genesis 1 : 26-28 en Genesis 2 : 18-25. Het is niet goed hier een tegenstrijdigheid op te merken. Het aanwezige verschil duidt op het feit dat meer dan één licht schijnt over het wonder van de schepping van de mens, van man en vrouw. In het eerste gedeelte gaat het meer over de algemeen menselijke structuur, waarbij beeld van God, sexuele differentiatie, algemene vruchtbaarheid en heerschappij op de voorgrond staan en in het tweede gedeelte gaat het nadrukkelijk om de gemeenschapsverhouding van man en vrouw, waarbij opheffing van de eenzaamheid van de mens, formering van de vrouw als op de man aansluitende hulp, oorsprong van de vrouw, reactie van de man op het ontvangen van de vrouw, de algemene regel van de verhouding tussen man en vrouw op de voorgrond staan.

Genesis 2 : 18-25 laat vooral de vrouw als hulp voor de man zien. Vers 24 geeft daarbij een heel bepaalde visie op het huwelijk. De mens mag niet alleen voor zich zijn: 'Het is niet goed, dat de mens alleen zij'. Doel en bestemming worden zo niet bereikt. Onder de dieren vindt de mens geen hulp, die bij hem aansluit. Dan komt er een verdoving over de man. God vormt de vrouw uit de 'zijde' van de man. De man zegt: 'zij is gebeente van mijn gebeente en vlees van mijn vlees'. Er bestaat de nauwste verwantschap tussen man en vrouw. De woorden voor man en vrouw zijn; in het Hebreeuws, 'isj' en 'isjsjah', in het Nederlands 'man' en 'mannin', in het Engels 'man' en 'woman'. Oorspronkelijk waren ze één, namelijk mens, Adam! Volledig mens vanwege de éénheid van de twee. De vrouw een hulp, die de man aanvult, bij hem aansluit, met hem samen één geheel vormt. Vandaar: tot één vlees worden'. In vers 24 lezen we 'aanhangen', 'vastkleven'. In het. huwelijk kunnen man en vrouw niet meer van elkaar losgemaakt worden. De Syrische en Latijnse vertaling geven weer: zij tweeën tot één vlees'. De monogamie wordt onderstreept: én man en één vrouw. 'En zij schaamden zich niet...', zuiver, gaaf, onschuldig, rein.

Genesis 2 is voluit positief over de verhouding tussen man en vrouw. De wijsheidsliteratuur sluit zich daarbij aan. Met name de spreuken van Salamo: preuken 12 : 4, 14 : 1, 18 : 22 (lees dit naast Genesis 2!), 19 : 14, 31 : 10-31... lof van de goede huisvrouw. Man en vrouw, die leven in de vreze des Heeren - het beginsel van wijsheid - , zijn gelukkig te prijzen.

De naar het beeld van God geschapen mens is geheel betrokken op God en de betrokkenheid van man en vrouw op elkaar is geworteld in de betrokkenheid op God. Man en vrouw hebben elkaar hartelijk lief. De man is krachtens schepping de leidinggevende. Hij is met gezag over de vrouw bekleed. Hij is eerst geschapen en daarna Eva. Wij moeten niet denken, dat Genesis 3 : 16 de man tot de leidinggevende maakt. Genesis 1 en 2 geven dat aan en en terecht grijpt Paulus daarop terug (1 Tim. 2 : 13).

Genesis 3

De geschiedenis van de zondeval volgt direct op het scheppingsverhaal. De zonde brengt de val van de schepping met zich mee. De schep­ping is een gevallen schepping geworden. De mens is schuldig in deze 'schuldige vervallenheid'. De mens is moedwillig van God afgevallen en heeft de hele schepping meegetrokken (Genesis 3 : 17 en Rom. 8 : 20). Niets op aarde is buiten de verdervende werkingssfeer van de zonde gebleven. 'De zonde is extensief en intensief, kwantitatief en kwalitatief een totalitaire macht'. De schepping blijft enerzijds Gods schepping, anderzijds is ze geheel en al gevallen schepping. Alléén een nieuwe en reddende, herscheppende daad van God opent de weg tot vernieuwing en behoud.

Reeds in Genesis 3 is die daad van de genadige God aanwezig in de moederbelofte van het vijftiende vers. De invloed van de zonde heeft intussen een breuk gebracht in de betrokkenheid op God en zo op elkaar. De harmonie tussen man en vrouw is disharmonie geworden.

De vrouw in disharmonie vanwege een smartelijke zwangerschap, een begeren van haar man met haar hele wezen, een onderwerpen aan een over haar heersende man. De vrouw, die door te verleiden de leiding overnam, werd gedwongen zich te onderwerpen. In de harmonie van de schepping liet zij zich ongedwongen leiden door haar man. Het leidinggeven van de man, harmonisch vanuit de schepping, is na de zondeval disharmonisch. Het ongedwongene werd gedwongen.

De man is in disharmonie gekomen vanwege de smartelijke dagelijkse arbeid. De gemeenschap werd een gebroken gemeenschap. God sprak vrouw en man afzonderlijk toe. Gemeenschapsleven en individueel leven werden tot in de wortel aangetast. De vrouw in smart op de weg van de zwangerschap en de man in smart op de weg van de dagelijkse arbeid. Smart, verbonden aan de verschillende levensopdrachten, ontnam man en vrouw de allesomvattende concentratie op elkaar voor Gods aangezicht. Nu neemt de man zijn vrouw Eva (Genesis 3 : 20), moeder van al wat leeft. De spanning tussen het vrouw-zijn en moederzijn is daarmee tevens gegeven.

De zegen van het man en vrouw zijn werd in een vloek veranderd. God is echter de genadige God. Adam en Eva sterven niet onmiddellijk de dood. God heelt Zelf de gebrokenheid in Zijn belofte van leven. De naam Eva draagt in zich de triumf van het leven over de dood, dankzij de genade van God.

Liefde

Het is de liefde van God tot het mensenpaar en in hen tot het mensengeslacht dat na de zondeval de weg opent tot wederzijdse liefde tussen man en vrouw. God Zelf zorgt voor een trouwverbond tussen man en vrouw. We lezen dat door heel het Oude Testament heen: bijvoorbeeld in Genesis 24 : 7, Ruth 4 : 13 en 14, Spreuken 2 : 17, Hosea 2 : 18, 19, Maleachi 2 : 14. We komen voorbeelden tegen van huwelijken, waarbij een hartelijke liefde tussen man en vrouw aanwezig is. Liefde als een weerspiegeling van de liefde van God, waarmee Hij Zijn volk liefheeft. In geschiedenissen, bij de profeten en vooral in het lied der liederen, het Hooglied.

Wat de verhalende gedeelten in de Schrift betreft, verwijzen we naar Genesis 24 : 67, 29 : 20, 34 : 3, 1 Samuel 1 : 8, 18 : 20, 2 Samuel 3 : 16.

Wat de profeten betreft, kunnen we het beste verwijzen naar Hosea, in wiens huwelijk de liefde tussen man en vrouw een zeer belangrijke plaats innam. We gaan in dit verband aan de diepergaande symbolische betekenis voorbij. Terecht schrijft dr. Maarsingh: 'Hosea's liefde is er een, die alles verdraagt, alles offert en ook alles hoopt. Terecht kunnen wij zeggen: 'bij Hosea wil het Woord vlees worden'. In het Hooglied van Salomo is de liefde tussen man en vrouw in alle aspecten als centraal thema aan de orde. Het is ons bekend, dat het lied der liederen in de canon gekomen is juist ook omdat de kerk in het liefdesleven van bruid en bruidegom het liefdesleven tussen de bruidskerk en Jezus Christus zag weergegeven. In onze tijd van huwelijksontbinding en echtbreuk mag het Hooglied zeker serieus benadrukt worden als Schriftgegeven van lichamelijke, door en door menselijke liefde. En wel als gave van God binnen het huwelijk van één man en één vrouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Man en vrouw in oudtestamentisch licht (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's