De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Met het oog op de toekomst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met het oog op de toekomst

8 minuten leestijd

Het einde aller dingen is nabij; zijt nuchter en waakt in de gebeden. 1 Petrus 4 : 7

Het klinkt ons in de oren als een nuchtere mededeling: het einde van alle dingen is nabij. Leer ermee te leven, want zo is het nu eenmaal.

Als we dit zo lezen, dan zijn we onwillekeurig geneigd om Petrus te scharen onder de rij van de moderne doem-denkers en onheilsprofeten. Want komt deze conclusie niet van alle kanten op ons af? Het is immers dezelfde constatering van mensen, die het kunnen weten, zoals futurologen, economen, milieu-deskundigen, politici, sociologen, polemologen. En wie van ons zal het wagen om hun gevolgtrekkingen met een schouderophalen af te doen en te verwijzen naar het rijk der fabelen? Zullen we de apostel Petrus dan toch ook maar onder die categorie van wetenschapsmensen rekenen?

Daartoe moeten we eerst een vraag stellen en wel deze: waarom schrijft Petrus dit? Hij doet dat niet op grond van allerlei waarnemingen en verschijnselen, die zich in zijn tijd voordoen. Dat doen de deskundigen e.a. in onze tijd wel. Voor Petrus spreekt een heel ander feit, nl. het heils-feit van de komst van Jezus Christus in het vlees. Dat feit is voor hem doorslaggevend. Door het volbrachte heilswerk van Christus is het einde der tijden aangebroken. De wereldgeschiedenis staat sinds de komst van Christus in, het teken van het einde. Het loopt af!

En toch kunnen we deze apostel geen doemdenker of onheilsprofeet noemen. Hij wordt integendeel de apostel van de hoop genoemd. Hij schrijft met het oog op de toekomst met het geloofs-oog op Jezus, de Gekruisigde en de Opgestane.

Wij kunnen heel verschillend met het oog op de toekomst leven. Eén ding staat vast en dat is dat weinigen de toekomst rooskleurig tegemoet zien. Alom heerst de somberheid. Maar juist dit gevoelen roept allerlei - vaak tegenstrijdige - reacties op. Men kan vervallen in een doffe berusting en lijdelijkheid: we zien wel wat er komt. Of men probeert uit het leven te halen wat erin zit: carpe diem, laat ons eten en drinken want morgen sterven we immers. Het leven uit-leven! Aan de andere kant kan het leven met het oog op de toekomst ook worden beheerst door de angst en de wanhoop.

Maar Petrus geeft de christelijke gemeente een opdracht. Weest nuchter. En daarmee zegt hij meer dan: gebruik je verstand. Vlucht niet in de roes van de wereld, laat je niet door de gevoelens, meningen van de wereld op sleeptouw nemen. Gij geheel anders!

Het moet ons opvallen dat juist een man als Petrus dit moet schrijven. Hij wordt ons immers getekend als een man die zich vaak door impulsieve gevoelens laat meeslepen, bij wie de nuchterheid weleens schijnt zoek te zijn! Hier spreekt hij door de nuchterheid van het geloof in de kracht van de Geest. Nuchter is iemand, die zijn gezonde verstand gebruikt; die een bepaalde situatie op waarde weet te schatten en de dingen tegen elkaar kan afwegen en zo tot een bezonnen en bezonken oordeel komt. Maar nu moet het ons ook opvallen, dat dit woord in het Nieuwe Testament wordt gebruikt dat het dan veelal verband houdt met de toekomst, met het einde en de wederkomst van Christus.

Ik meen dat we deze opdracht van Petrus terdege ter harte hebben te nemen. Ook als christelijke gemeente leven wij temidden van vele bedreigingen en onder een sombere hemel, waar donkere wolken zich samenpakken. We voelen als het ware de adem van een naderend einde. Een wereld vol spanning. En dit alles is een 'ideale werksfeer' voor de satan. Weest nuchter en waakt, want de satan gaat rond als een briesende leeuw.

Maar nu zit er mijns inziens in de opdracht van Petrus ook de volgende vraag verborgen: is onze levensstijl en levenswijze in overeenstemming met onze toekomstverwachting? Een vraag die elke gelovige zichzelf te stellen heeft.

Onze manier van leven kan één grote vloek zijn. Hoe leven wij met het oog op de toekomst? Wordt ons leven - met al de facetten daaraan verbonden - bepaald door het zien op Jezus, Die eenmaal zal weerkomen om te oordelen de levenden en de doden?

Daar hebben we mee te leren leven! Geleerd door de Geest! Leven uit de Geest.

Het leven van de christelijke gemeente heeft een waardige voorbereiding te zijn in een heilige levenswandel. Let maar eens op het verband waarin Petrus dit schrijft. Hebt vurige liefde tot elkaar. Weest herbergzaam jegens elkaar. Weest goede uitdelers van de menigerlei genade Gods. Dat alles tot de eer van God en Jezus Christus (vers 8-11).

Niet leven in een over-spannen verwachting, maar in een ge-spannen verwachting. Niet in verdraaiing van de Schriften (2 Petrus 4 : 16), noch beheerst door angst of paniek, noch in een doffe berusting. Leven bij en uit het Woord! En zo'n leven gaat gepaard met gebed.

Het volhardende gebed dat zijn weerklank vindt in de laatste bede van de bijbel. En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! Het gebed om de volkomen verlossing.

Het lijkt zo paradoxaal, zo tegenstrijdig. Want bidden om de komst van Christus is tevens bidden om het einde. Dat gaat door de oordelen heen. De elementen zullen brandende vergaan. Een beangstigende en-apokalyptische werkelijkheid, waarvan wij de signalen al ervaren. De weeën verkondigen zowel het einde als een nieuw begin. Een benauwende én een hoopvolle toekomst, want enerzijds leeft het ware geloof bij de constatering dat het einde van alle dingen nabij is en eenmaal werkelijkheid zal worden, aan de andere kant is het geloof ook nooit zonder de belofte: zie. Ik maak alle dingen nieuw. Dat is de verbinding die het geloof legt, de brug die het slaat. Wij verwachten naar. Zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Christus zal komen als Rechter en als Redder.

Maar hoe komt het nu toch dat wij vaak temidden van alle brandende vraagstukken van deze tijd zo'n uitgebluste en timide indruk maken? Wij zullen onszelf ook de gewetensvraag moeten stellen of onder ons - als christelijke gemeente - wel werkelijk het gebed om de wederkomst een vaste plaats heeft, of het überhaupt wel een plaats heeft. Of is het een vergeten hoofdstuk; een heilsfeit welke wij op de lange baan geschoven hebben. Als de Zoon des Mensen op aarde zal wederkomen, zal Hij dan geloof vinden?

Misschien geloof genoeg, maar werkelijk geloof dat naar Hem uitziet en Hem verwacht. Een vooruitziend geloof. Een gemeente die dagelijks het Maranatha bidt. Als dit gebeld niet wordt gehoord en wordt doodgezwegen en doodverklaard dan is de slagader weggenomen die naar het hart van het gebed voert. Geen gebed met het oog op de toekomst. Wij komen om zo te zeggen aan het af-tellen niet toe.

Verblijdt u in de hoop! Maar wat wordt deze hoop en verwachting niet ondergedompeld in onze sombere verwachtingen, die wij van deze aarde en van de vergankelijkTieid koesteren. Zeker, de toekomst is onzeker, maar daarom mogen wij de vreugdevolle zekerheid van het Woord Gods niet bedekken. Het geloof leeft uit de toekomst in Christus!

Weest nuchter en waakt in de gebeden. In dat gebedsleven doemen de glans en de contouren van het Beloofde Land op. Dan is het de Geest, die oog geeft voor en op de toekomst. Een gebed dat zijn voeding ontvangt uit het Woord en de sacramenten: gedenkt de dood des Heeren totdat Hij komt. Maar ook: houdt in gedachtenis dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt. Daar wordt het niet meer een wandelen naar het vlees, maar naar de Geest: een erkenning van de heersersmacht van de Geest.

Door de vergankelijkheid van heel dit aardse leven en bestaan breekt het licht van de onvergankelijkheid van Gods Koninkrijk. Eens zal de verlossing volkomen zijn, eens zal de heerlijkheid van Christus ten volle worden geopenbaard en dan zal God zijn alles en in allen! Geen zonde, geen dood, geen lijden, geen tranen, maar de eeuwige lofzang in de drieënige God!

Nu nog de voorlopigheid, maar wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Biddend leeft de gelovige die Christus heeft gevonden er naar toe. De pelgrimage van Gods kerk op aarde. Wast dan op in de genade en in de kennis van onze Heere en Zaligmaker. Hoe meer wij Hem in het geloof kennen, hoe groter ook het verlangen en heimwee naar de verlossing, die eenmaal volkomen zal zijn! Dan ben ik met de Bruidegom zo gans en al en innig één, dan mijn verrukking van rondom, niets ziet, niets hoort dan Hem alleen!

O Heer, geef stem aan mijn verlangen. Dat naar U uitgaat dag en nacht! Ik hoor het ruisen Uwer gangen: 'k Weet U nabij, o Heer! Ik wacht.

(A. Wapenaar)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Met het oog op de toekomst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's