De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Schriftgezag in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1)

Bekijk het origineel

Het Schriftgezag in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1)

De Heilige Schrift

9 minuten leestijd

Wie de Drie Formulieren van Enigheid er op naslaat zal ontdekken, dat er maar één belijdenisgeschrift bij is waarin expliciet over de Schrift en haar gezag gesproken wordt en dat is de Nederlandse Geloofsbelijdenis.In de Heidelbergse Catechismus en in de Dordtse Leerregels wordt zeer zeker het Schriftgezag doorlopend verondersteld, maar er wordt niet met zoveel woorden over gesproken, dat is alleen in de Ned. Geloofsbelijdenis het geval.

De Drie Formulieren

Wie de Drie Formulieren van Enigheid er op naslaat zal ontdekken, dat er maar één belijdenisgeschrift bij is waarin expliciet over de Schrift en haar gezag gesproken wordt en dat is de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

In de Heidelbergse Catechismus en in de Dordtse Leerregels wordt zeer zeker het Schriftgezag doorlopend verondersteld, maar er wordt niet met zoveel woorden over gesproken, dat is alleen in de Ned. Geloofsbelijdenis het geval.

Bekijken wij andere gereformeerde belijdenisgeschriften, die in de Gereformeerde Kerken in het buitenland gezag hebben gekregen dan zien wij, dat ook in deze geschriften, evenals in onze NGB, de Schrift en haar gezag soms uitvoerig soms minder uitvoerig behandeld wordt.

De Confessio Gallicana ofwel Franse Geloofsbelijdenis wijdt al dadelijk aan het begin een aantal artikelen aan dit onderwerp. De Confessio Scotica ofwel Schotse Geloofsbelijdenis spreekt ook over het gezag van de Schrift, maar doet dat wat verderop. Het gereformeerde belijdenisgeschrift dat het er meest uitvoerig over spreekt en er pok mee begint, is de Westminsterse Confessie van 1647.

Het zal duidelijk zijn dat de NGB in haar bespreking van de Heilige Schrift en van het gezag dat aan die Schrift van Godswege gegeven is, onder de gereformeerde belijdenisgeschriften bepaald niet alleen staat.

Verschil luthers en gereformeerd

In de lutherse belijdenisgeschriften ligt de zaak heel anders. Nergens zal men in haar ook maar één artikel tegenkomen dat in zijn geheel gewijd is aan dit thema. Het gezag van de Schrift wordt wel terloops genoemd en ook hier is het doorlopend verondersteld, maar uitvoerig en apart besproken wordt het niet. Wij staan hier voor een specifiek verschil tussen de lutherse en de gereformeerde traditie.

Men heeft meermalen dit verschil op deze wijze geformuleerd dat men zei, dat voor de luthersen alleen het materieel gezag van de Schrift gold en voor de gereformeerden meer het formeel gezag; de eersten zouden dus alleen de inhoud van de Schrift als gezaghebbend hebben aanvaard, en de laatsten zouden zich vastgebeten hebben in het dogma van de letterlijk geïnspireerde tekst.

Maar met een dergelijke onderscheiding en kwalificatie zal men uiterst voorzichtig moeten zijn. Ook de luthersen kenden wel degelijk het inspiratie-dogma, en de gereformeerden mogen dan dat dogma openlijk in hun confessies hebben vastgelegd dat betekent niet, dat de inhoud van de Schrift bij hen op de achtergrond zou zijn geraakt.

Hiermee is echter niet ontkend dat er in de beide tradities wel een verschil is aan te wijzen. De luthersen concentreerden zich heel sterk op dit ene: de rechtvaardiging door het geloof; de gereformeerden stelden wat meer het Schriftgezag voorop. In zijn Institutie heeft Calvijn het reeds in boek I behandeld. In de lutherse belijdenisgeschriften zal men dan ook nergens een hele lijst tegenkomen van de boeken van de Schrift die voor canoniek moeten worden gehouden, met daarnaast een lijst van de boeken die voor apocrief moeten worden gehouden. In de NGB en in andere gereformeerde belijdenisgeschriften is dat wel zo.

De gereformeerden, zo zou men kunnen zeggen, trokken graag duidelijke grenzen. Zij waren afkerig van alle vaagheid. Zij waren bevreesd dat de zuiverheid van het Woord Gods verloren zou gaan. Zij bakenden de waarheid af; lieten niemand in het ongewisse. De onzekerheid die men bij Luther tegenkomt ten aanzien van bepaalde boeken die in het Nieuwe Testament voorkomen, of die daarin wel in thuishoren of niet, vindt men bij Calvijn niet. Diskwalificerende uitspraken over een boek als de brief van Jakobus, die Luther zich veroorloofd heeft, zijn binnen de gereformeerde traditie zelfs ondenkbaar. Ook de lutherse traditie heeft ze van Luther niet overgenomen, maar zij is toch ook nooit ertoe gekomen om in een of ander belijdenisgeschrift de canonieke en de apocriefe boeken van Oud en Nieuw Testament duidelijk van elkaar af te grenzen.

Wat nu die duidelijke afgrenzing betreft binnen de gereformeerde traditie, een leerzaam voorbeeld daarvan vinden wij in de oude Statenbijbels. De apocriefe boeken van het Oude Testament kan men daarin vinden, maar duidelijk, afgescheiden van de canonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament. Zij staan apart; zij zijn ook niet van kanttekeningen voorzien, en er gaat een waarschuwende voorrede aan vooraf.

Inspiratie der Schrift

Wij beperken ons nu verder tot de Schriftleer van de NGB. En dan is het eerste dat naar voren moet worden gebracht de inspiratie van de Schrift. Daarmee immers begint deze belijdenis.

De inzet is een tekst uit de tweede brief van de apostel Petrus, dat Gods Woord niet is gezonden noch voortgebracht door de wil eens mensen, maar dat de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, het hebben gesproken (2 Petrus 1, 21).

Deze inzet is veelbetekenend. Al dadelijk wordt ons eerbied ingeprent voor de Schrift; zij is het eigen Woord Gods. Of eigenlijk moeten wij het nog anders zeggen. Hier wordt niet zozeer anderen iets voorgehouden alswel door de kerk, die zich immers deze belijdenis heeft eigen gemaakt, beleden, dat zij de Schrift houdt voor het heilige en verheven Woord van God.

Petrus zegt dat het Woord Gods niet is uit de mens; zelfs niet eens door de wil van een mens. Het komt van de Heilige Geest, dus van God.

Staan mensen er dan helemaal buiten? Dat ook weer niet. Er zijn heilige mensen Gods geweest die door de Geest gedreven werden en dit Woord Gods spraken.

Gods Woord is dus niet op een onmiddellijke, maar op een middellijke wijze tot ons gekomen, te weten door middel van mensen.

Men mag er niet aan voorbijgaan dat zij 'heilige mensen Gods' worden genoemd. Zij waren dienaren Gods, betrouwbare getuigen.

Niet dat het gezag van de Schrift zou rusten op de betrouwbaarheid van deze getuigen. Zo heeft men het weleens voorgesteld, maar dat is onjuist. Dan zou namelijk het gezag van de Schrift vallen met het al of niet betrouwbaar zijn van de profeten en apostelen, en zo is het niet; het gezag van de Schrift rust in God zélf.

Maar wel is het een feit dat de Heere zijn Woord slechts toebetrouwd heeft aan zulken die door zijn genade 'heilige mensen' waren. De inspiratie staat niet los van de regeneratie (wedergeboorte). Als de Heilige Geest het Woord Gods ingaf, deed Hij dat in een geheiligd vat. Mozes, Jesaja, Jeremia, Lukas, Paulus en wie men ook maar van de bijbelschrijvers noemen wil, waren zeer zeker zondaren, maar zij waren tegens begenadigde wedergeboren zondaren.

Nogmaals: daarop rust niet het gezag van de Schrift, maar het mag ons wel die Schrift des te geloofwaardiger doen zijn.

Er staat, dat zij gedreven zijn door de Heilige Geest. In en achter het Woord Gods dat zij spraken, zat een goddelijke drijving. Zij móesten het spreken; het was een heilige noodzaak. Zij konden, gesteld dat zij het wilden, er niet onderuit. Dat onderstreept des te meer de goddelijkheid van dit Woord. Het kwam niet uit mensen, niet uit 's mensen wil of begeerte, het kwam van de Geest. Altijd weer hebben degenen die tornden aan het gezag van de Schrift gewezen op de menselijkheid van de Schrift. Die menselijkheid wordt dan breed uitgemeten. De goddelijkheid van de Schrift wordt op de achtergrond geschoven of zelfs ontkend. De belijdenis doet anders. En zij doet dat naar de Schrift. Zij vertolkt haar geloof al dadelijk met woorden aan de Schrift zelf ontleend.

Gesproken en geschreven

Van het gesproken Woord gaat de belijdenis over op het geschreven Woord. Zijn dienaren heeft God geboden zijn 'geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen'. En zo kwam dus dat Woord tot ons in de Heilige Schrift.

Naar aanleiding hiervan moeten wij iets zeggen over Woord Gods en Heilige Schrift. Al in de vorige eeuw werd er strijd over gevoerd of wij mogen zeggen: Gods Woord is in de Heilige Schrift of dat wij moeten zeggen: De Heilige Schrift is Gods Woord. Dat laatste zeiden de gereformeerden, het eerste de ethischen en anderen.

Tussen Gods Woord en de Heilige Schrift zal zeker enig onderscheid moeten worden gemaakt. Gods Woord is een ruimer begrip dan Heilige Schrift. Gods Woord was er eerder dan de Heilige Schrift, dat zegt ook de belijdenis. Niet al wat Gods Woord was, is in de Heilige Schrift opgenomen. De profeten en apostelen hebben meer in opdracht van God én door goddelijke ingeving verkondigd dan in de Heilige Schrift is opgetekend.

Maar dat veroorlooft toch nog niet om te zeggen dat Gods Woord slechts in de Heilige Schrift is. Immers dat zou inhouden dat er in die Heilige Schrift ook nóg wat anders dan Gods Woord zou te vinden zijn. Dan zouden wij (immers wie anders? ) zelf mogen uitmaken: Dit in de Schrift is wèl Gods Woord, en dat in die Schrift is niét Gods Woord. Neen, al is niet alles wat Gods Woord was in de Schrift opgenomen: hetgeen wél in die Schrift is opgenomen is Gods Woord.

Of er in de Schrift dan ook niet woorden van mensen voorkomen? Ons antwoord is: In overvloed, en zelfs wel woorden van de duivel. Maar: die woorden van mensen of zelfs van duivelen staan dan toch in Gods Woord. God heeft het nodig geoordeeld ook deze soms boze en heel verkeerde woorden van goddelozen en van de duivel in zijn Woord ons mee te delen.

Bijzondere zorg

Achter dit alles gaat schuil, zegt de belijdenis, een 'bijzondere zorg' van God voor ons en onze zaligheid. De belijdenis wil zeggen: Wij zijn er dus dankbaar voor.

En zou dat niet de enig goede jnanier zijn om om te gaan met de Schrift? Vanuit een dankbaar gevoel. O welk een zorg heeft God gehad voor ons en onze zaligheid!

Waar het in de hele kwestie van de Schriftkritiek om draait is dit ene: hoe staan wijzelf tegenover die Schrift. In de houding van de dankbaarheid, anders gezegd: in de geloofshouding, of niet?

Wie er a priori van uitgaat dat de Schrift niet meer is dan een menselijk document, dat men benaderen, bestuderen, analyseren en kritiseren mag zoals men andere menselijke documenten, met name uit de oudheid, benadert enz., die zal achteraf van het gezag der Schrift niet te overtuigen zijn. Of hij het zich bewust is of niet, en of hij het toegeeft of niet, maar hij staat tot die Schrift in een óngeloofshouding. En tegenover zulken geeft de Schrift haar 'geheimenis' niet prijs.

Maar als wij in de Schrift opmerken Gods 'bijzondere zorg' voor ons en onze zaligheid, dan wordt het anders. Dan zijn niet op één slag alle problemen opgelost; maar wel bevinden wij ons dan op de rechte weg om die Schrift te verstaan en haar gezag in eigen leven te ervaren.

En deze houding alleen kan en mag die van de Kerk zijn. Dus: de houding die ge vinden kunt in onze belijdenis.

En dan stemmen wij ermee in als zij zegt: Hierom noemen wij zulke schriften heilige en goddelijke Schriften. En dan danken wij God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Schriftgezag in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's