Man en vrouw in oudtestamentisch licht
Na de zondeval zien wij enerzijds een positieve deelname van de vrouw aan de geestelijke en stoffelijke goederen van het leven, anderzijds een degradatie van de vrouw. Een positieve en een, negatieve kant onderscheiden we.
Kinderzegen
Vanuit het voorgaande behoeft het niet te verwonderen dat de kinderen, als vruchten van de verbondenheid van man en vrouw, delen in het liefdeverbond. Zij worden zelfs een erfdeel van de Heere(Ps. 127 : 3), een zegen van deHeere(Ps. 107 : 38 en 41), een bezit van de Heere (Ez. 16 : 21) genoemd. De Heere is de HEERE, de God van het verbond. Kinderloosheid werd als een smaad beleefd (Gen. 30 : 23, Jes. 4:1, Hosea 9 : 14). De Heere wordt zelfs gezien als de eigenlijke Verwekker van de kinderen. Hij opent en sluit de baarmoeder (Gen. 20 : 18, Gen. 25 : 21, Ruth 4 : 12, Job 10 : 8, Hosea 9 : 14). De zegen van de vruchtbaarheid is een gave van God. Ze is de zegen van Gods genade, vervat in Genesis 49 : 25. Het Oude Testament spreekt over het krijgen van kinderen als iets, dat vanzelfsprekend bij het huwelijk hoort. Het bevel van God, in Genesis 1 : 28 gegeven, is geldig voor alle tijden en voor alle volken. Het nageslacht staat niet los van het beeld van God (Gen. 5 : 1-3).
Gods zorg gaat over de vrucht als zegenend gevolg van de geslachtsgemeenschap van man en vrouw. Hij opent en sluit niet alleen de baarmoeder, maar formeert het kind in de moederschoot (Ps. 139 : 13-16, Pred. 11 : 5). Hij deed geboren worden (Job. 1 : 2). Hij waakt over het kind (Gen. 21 : 17). De kinderzegen is Gods zegen (Ps. 127 : 3-5; Ps. 128).
Het verlangen naar kinderen - ook het bidden om kinderen (Izaak en Rebecca, Hanna) - en het krijgen van kinderen zijn belangrijke oudtestamentische noties. Miskraam en onvruchtbaarheid werden diep betreurd (Ps. 58 : 9, Pred. 6 : 3, Gen 16 : 2, Gen. 30 : 1). God is de bron van vruchtbaarheid. Een anticonceptiemiddel wordt nergens genoemd. Het ongenoemde anticonceptiemiddel was in de natuur van de voortplanting begrepen.
De lange zoogperiode (minstens driejaar), de reinigingsregels - sexuele gemeenschap was niet op ieder ogenblik mogelijk - , onthouding (bijvoorbeeld in militaire dienst) en waarschijnlijk bekendheid met onvruchtbare dagen veroorzaakten dat de kans op zwangerschap veel geringer was dan in onze westerse samenleving. Het grootste aantal kinderen van één vrouw dat wij kennen in niet-Israëlitisch milieu is acht kinderen bij Milka (Gen. 22 : 23), onder Israël is dat slechts zes kinderen bij Hanna (1 Sam. 2 : 21).
In het Oude Testament komt keer op keer de vreugde over kinderen tot uiting. Vanuit het negatieve in Genesis 30 : 1, 1 Samuel 1 : 9, 2, Koningen 4 : 14. Positief bij de geboorte, denk aan Izaak, Jozef en Benjamin. Zie Jeremia 20 : 15. Ziende op de Messias: es. 9 : 5. Verder psalm 127 en 128.
De geboorte van kinderen gaat met vreugde gepaard. Wie geen kinderen het leven schenkt acht zichzelf niet alleen minderwaardig, maar zelfs vervloekt. Psalm 139 bezingt de wording van een kind. Niet accepteren van het kind is abnormaal (zie het te vondeling leggen in Ezechiël 16). De eerste jaren blijft het kind bij de moeder, die het zelf voedt. De moederband is van groot belang. In uitzonderingen neemt een min dat over. Als het kind na ruim drie jaar van de borst ontwend wordt - gespeend - , dan wordt een feest gegeven. Het kind groeit op tot volwassene. De huwbare leeftijd van de jongen was ongeveer 15 jaar en van het meisje ongeveer 12 of 13 jaar. Voor onze begrippen erg laag! Een zekere ontwikkeling en bepaalde regels voor het leven werden vanuit gezins-en familieverband bijgebracht. Liefst trouwde men jong. Het Oude Testament spreekt van de huisvrouw van de jeugd (Jes. 54 : 6), ook van de zonen van de jeugd (Ps. 127 : 4). Het gezinsverband is van groot belang!
Ten aanzien van de opvoeding van de kinderen is er met de andere volken geen verschil op het zuiver zakelijke, technische en economische vlak. De opvoeding in Israël was gezond, nuchter en gewoon. Eerbied voor de koning, hoogachting voorde ouders, rechtsregels, bescheidenheid en oog voor de naaste werden bijgebracht. De waarheid dient voorde leugen te gaan. Het belangrijkste bij de opvoeding van de kinderen is evenwei de godsdienst! Gedenktekens helpen de jeugd om zich de daden van de Heere te herinneren (Jozua 4 : 6). Gebruiken en voorschriften lokken vragen van de jeugd uit, waarop geantwoord moet worden. Ouders hebben de taak de kinderen de daden van de Heere te vertellen (Ex. 12 : 26 en 27, Ex. 13 : 14). Opvoeden is; antwoorden geven op de vragen van de jeugd. De jongeren mogen niet worden als de ouderen, (Ps. 78 : 8). Het onderwijs is van groot belang. Deuteronomium 6 : 5 dient ingeprent te worden. Het Spreukenboek is bijzonder gericht op de jeugd. Ten diepste gaat het daarin om de Godsvrucht... de vreze des Heeren is het beginsel van de wijsheid. Met name bij de Paschamaaltijd wordt teruggedacht met de jeugd aan de grote daden van de Heere (Ex. 12 : 26, 27).
Eerbied past de kinderen tegenover de ouders: 'Eert uw vader en uw moeder' (Ex. 20 : 12). Eren in gehoorzaamheid, trouw en liefde. In een onderwerpen aan het gezag van de ouders. God gaf één gebod met een belofte. De keerzijde daarvan is: Vervloekt is hij, die vader of moeder veracht (Deut. 27 : 16). Verachting van de ouders brengt de vloek met zich mee. Een opstandig kind ontvangt de zwaarste straf, omdat het als het zwaarste misdrijf voor een kind wordt gerekend: de dood (Ex. 21 : 15). Deuteronomium 21 : 18-21 wijst ouders met een onhandelbare zoon de weg, en hoofdstuk 22 : 20, 21 wijst ouders met een in huis hoererende dochter de weg. De zeer strenge straffen geven aan hoe erg in Israël opstand van kinderen tegen ouders is.
Bedenk wel dat kinderen allerminst aan de willekeur van ouders waren overgeleverd. Kinderen werden tegen willekeur beschermd. Daar is het kinderrecht Zie onder andere Deuteronomium 21 : 15-17. Kinderen mogen rekenen op de liefde van de ouders. De liefde van de moeder is er (Sara, Rebecca, Rachel, Hanna, de Sunamitische en anderen). Ook de liefde van de vader (David, Jacob en anderen). Moederlijke gevoelens wortelen in 'barmhartigheid'. Het hebreeuwse woord verwijst naar de moederschoot. Gods liefde overtreft de moederliefde (Jes. 49 : 15).
Plaats van de vrouw
De man neemt vanuit de schepping een andere plaats - geen hogere plaats - in dan de vrouw.
Na de zondeval zien wij enerzijds een positieve deelname van de vrouw aan de geestelijke en stoffelijke goederen van het leven, anderzijds een degradatie van de vrouw. Een positieve en een, negatieve kant onderscheiden we. Van positieve deelname is sprake bij Sara (Gen. 16, Gen. 21 : 8-21, Gen. 24 : 67, Gen. 23, Gen. 18 : 11, 12 en Hebr. 11:11), Rebecca (Gen. 27 en 28, Gen. 25 : 21), Rachel en Lea (Gen. 31 : 1-21), Tamar (Gen. 38), Mirjam (Ex. 2 : 8, Ex. 15 : 20, Micha 6 : 4, Num. 12), Rachab (Jozua 2, Jozua 6 : 25), Debora(Richt.4en5), Jaël(Richt.4 : 17-22, Richt. 5 : 24-27), Naomi (Ruth 3), Michal (1 Sam. 19:9-17, 2 Sam. 6 : 20-23), Abigail (1 Sam. 25 : 14-44), vrouw van Tekoa (2 Sam 14 : 2), Bathseba(l Kon. 1 : 11-31), Rizpa(2 Sam. 21 : 1-14), Hulda (2 Kon. 22 : 14, 2 Kron. 34 : 22), Esther (Esther 7 en 8) en anderen.
Vrouwen nemen deel aan de dienst van de Heere (Ex. 35 : 22, 29, Ex. 36 : 6, 1 Sam. 1 : 2-18, Neh. 8 : 3, 4). Vrouwen nemen deel aan feesten (Richt. 21 : 21, Jer. 31 : 4 en 13, Richt. 11 : 40, Richt. 16 : 27).
Vrouwen uiten hun vreugde bij nationale gebeurtenissen (Ex. 15 : 20, 1, 1 Sam. 18 : 6). De vrouw is handelsbekwaam en handelsbevoegd. Zij is bezig met veelomvattende arbeid in en om haar huis. Zij verzorgt het huis met liefde. Nog eens wijzen we op het lied op de godvrezende huisvrouw (Spr. 31 : 10-31). Het meisje kon zich vrij bewegen (Gen. 24 : 15, Gen. 29 : 10, Richt. 14 : 1, 1 Sam. 9 : 11). De vrouw, het luxe artikel en het schoonheidsmiddel (Jes. 3 : 16-24) 'in ijdelheid'. De vrouw in poëzie bezongen (Spr. 14 : 1, Spr. 31 : 40).
De maagden worden geprezen (Esther 2, Ps. 148 : 12, Pred. 2 : 7, Hoogl. 1 : 3, Hoogl. 1 : 8). De moeder is in hoge eer. Zij treedt vaak op de voorgrond en heeft grote invloed op het leven van haar kinderen (Gen. 3 : 20, Gen. 21 : 21, Gen. 24 : 28 en 53 en 55, Gen. 27 : 13, 14 en 29, Gen. 37 : 10, Richt. 5 : 7, Ps. 35 : 14, Ps. 113 : 9, Spr. 31:1, Hoogl. 8 : 1, 2).
Een negatieve keerzijde is aanwezig in een degradatie van de plaats en de rechten van de vrouw. Dit moet niet overdreven worden. Waar van een degradatie sprake is, is sprake van een degradatie van de hele samenleving. Zoals we hebben aangegeven, kwam na de zondeval de disharmonie in de plaats van de harmonie. De leiding van de man verwerd tot een overheersing. De invloed van de zonde was er op man en vrouw. Zinvol is het in dit verband te stellen, dat het niet aangaat een patriarchaat binnen het oudtestamentische verband te stellen boven, naast of onder een matriarchaat. Zo'n onderscheiding is ontstaan in de kring van het evolutionisme, gestimuleerd vanuit de romeinse rechtswereld. Het patriarchaat mag niet op het Oude Testament toegepast worden.
De zondige uitzonderingen daargelaten... van een absolute overheersing van de man over de vrouw is geen sprake. Het beginsel van de wederkerigheid wint het. Er is geen sprake van een nadrukkelijke onderschikking van de vrouw. Wel blijft in de nevenschikking van man en vrouw de man de leiddinggevende. Weliswaar wordt de harmonie meerdere keren ingeruild voor de disharmonie vanwege de zonde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's