De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verlosser geboren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verlosser geboren

6 minuten leestijd

Daarna baarde deze vrouw een zoon, en zij noemde zijn naam Simson. Richt. 13 : 24a

'Met grote vreugde en danicbaarheid aan God geven wij u kennis van de geboorte van onze zoon en broertje...' zo beginnen veel geboortekaartjes. Ook Manoach en zijn vrouw waren blij toen er bij hen een zoon geboren werd. Zij hadden er lang op moeten wachten. Als God van de hemel geen engel gestuurd had met de boodschap dat hun een zoon geboren zou worden, dan hadden ze nooit een kind gehad. Want de vrouw van Manoach was onvruchtbaar.

Met de zoon van Manoach heeft God een bedoeling. Simson zal een van de richters worden. Door zijn buitengewone kracht zal hij zijn volk beginnen te verlossen uit de hand van de Filistijnen. Deze verlossing was nodig, want de Filistijnen waren heer en meester in het land. Israël kon niets tegen hen beginnen. Oppermachtig waren zij. Het land mergelden zij uit tot en met. Alle vaklieden hadden ze gedeporteerd. Geen smid was er overgebleven. Bijna geen zwaard was er meer in Israël te vinden. De Filistijnen zelf waren van top tot teen bewapend. Ze beschikten over 30.000 strijdwagens en 6.000 ruiters. Voor die tijd een ongekend groot aantal. Israël was aan handen en voeten gebonden. Als er van Boven, van de hemel, geen hulp zou komen, dan zouden ze nooit onder het juk van de Filistijnen kunnen uitkomen. Deze uitmergeling door de Filistijnen, de aartsvijand van Israël, vinden we terug bij ons aller aartsvijand, de duivel. Deze duivel houdt elk mens van nature omkneld in boeien. Hij schudt ons allemaal langzaam maar zeker leeg. Hij is zeer geraffineerd. Hij heeft onze ogen verblind, ons hart toegesloten voor God en Zijn heilig Woord. Hij heeft ons totaal in zijn macht. Wij zijn slaven van hem. Terwijl hij ons wijs maakt dat wij vrij zijn. Hij zegt ons: 'Neemt het er maar van. Gaat je gang maar. Plukt de dag. Jonge mensen, leeft je uit.' Tallozen doen dat ook. Hün ziel tot eeuwige schade. Onder zijn macht kunnen we niet uitkomen, tenzij er een wonder van Boven, uit de hemel, gebeurt.­

De onderdrukking van de Filistijnen heeft Israël geheel aan zichzelf te danken. Het is eigen schuld. Ziet u maar wat er geschreven staat in het eerste vers van het 13de hoofdstuk. De Filistijnen heersen over Israël, omdat de Israëlieten de Heere hun God verlaten hebben. Van hun zonden wordt in het Richterenboek voortdurend gesproken. Leest u maar in hoofdstuk 2 : 11-13, in hoofdstuk 3 : 6-7 en in hoofdstuk 10 : 6. In de laatste tekst lezen we: Toen voeren de kinderen Israels voort te doen dat kwaad was in de ogen des Heeren, en dienden de Baals en Astaroth, en de goden van Syrië, en de goden van Sidon, en de goden van Moab, en de goden der kinderen Ammons, mitsgaders de goden der Filistijnen; en zij verlieten de Heere en dienden Hem niet. Vergeleken met vroeger was er een andere geest onder het volk gekomen. Het gemengde huwelijk deed zijn intrede. Men ging zich neerbuigen voor andere goden. Het geestelijke leven was overal op de terugtocht, en tegelijk werd ook het zedelijke léven minder. De stammen Israels, die samen een eenheid moesten vormen, vielen uiteen. Het was algemeen een tijd van inzinking en van verval. Is de tijd, waarin wij leven niet even droef? Is er niet veel van de vroegere godsvrucht verdwenen? Hoe is het gesteld met het zedelijke leven in ons land? De sexuele omgang is losgekoppeld van het huwelijk. Naast het huwelijk worden thans andere samenlevingsvormen gevonden. Alles kan en mag, hoe gek het ook is. Wat toen gold, geldt ook nu: Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.' God kon de zonde in Zijn Israël niet gedogen. Zo waren de Filistijnen gekomen. God had hen machtig gemaakt, opdat zij Zijn volk zouden onderdrukken. Werd het in ons land maar ingezien, dat we al lang op een verkeerde weg zijn. Kwam er onder ons volk maar een inkeer.

Israël is in diepe nood. Ze zien geen uitkomst meer. Velen hebben zich er maar bij neergelegd. Ze laten alles lijdelijk over zich heenkomen. Het gebed hebben ze gestaakt. Als het zo met Israël was doorgegaan, dan waren ze weggezonken in een totale ondergang. In deze immens donkere tijd zendt God Zijn engel naar Zora, een grensplaatsje tussen Israël en het land van de Filistijnen. In dit plaatsje wonen Manoach en zijn vrouw. Waarom doet God dit? Het is niet te verklaren vanuit het volk. De Heere had het volk geen onrecht gedaan, als Hij het had laten wegzinken in een totale ondergang. Maar dat doet Hij niet, omdat Hij met hen Zijn verbond gesloten heeft. Op de berg Sinaï. Daar had Hij tot hen gesproken: 'Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.' Zijn verbond weet van geen wankelen. De Heere houdt trouw aan Zijn Woord. Daarom zendt Hij Zijn Engel, de Engel des verbonds. naar Zora. Om duidelijk te laten uitkomen dat deze verlossing Gods werk is, kiest de Heere dit echtpaar uit Zora uit, omdat de vrouw onvruchtbaar is. Verlossing van de mens is Gods werk. Wij liggen machteloos terneer gezonken. Wij kunnen ons roeren noch bewegen ten goede. Uit ons in der eeuwigheid geen vrucht. Verlossing kan alleen van Gods kant komen. Niet omdat Hij wat in die mens ziet. Niet omdat er wat in ons te prijzen is. De reden tot verlossing ligt geheel buiten ons. Ligt in Gods souverein welbehagen. Zoals de Psalmist het zingt in Ps. 89: 'Wij steken het hoofd omhoog, en zullen d'eerkroon dragen. Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen.' Dit zij aan de ene kant tot onze verootmoediging, en aan de andere kant tot onze bemoediging. Want bij de Heere zijn milde handen en vriendelijke ogen van eeuwigheid. Hij is met ons lot bewogen. Zullen we dit niet vergeten?

Simson zal een Nazireeër Gods zijn van moeders buik af. Geen scheermes o.a. mocht op zijn hoofd komen. De weelderige haargroei was bij Simson een teken van levenskracht, kracht hem verleend door de Heilige Geest. De Heere Jezus, van wie Simson een type is, was in die zin geen Nazireeër. Toch gaat Hij Simson als Verlosser verre te boven. Hij was Gods Zoon, ontvangen door Maria van de Heilige Geest. Hij is ons wel in alle dingen gelijk geworden, doch uitgenomen de zonde. Omdat Hij zelf geen zonde had, kon Hij voor ons tot zonde worden gemaakt. Simson was wel een verlosser, maar geen totale verlosser. De Heere Jezus verlost van alle vijanden, van de grootste der vijanden, de duivel. Kent u Hem? Gelooft u in Hem? Zullen wij deel hebben aan Zijn verlossing, dan is dat absoluut nodig. Christus Jezus wordt elke zondag geprediict. Ook op de catechisaties en op de verenigingsavonden wordt van Hem gesproken. Dit zal naar Gods belofte niet tevergeefs geschieden. 'Het zal doen hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.' Op deze belofte mogen we biddend pleiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De verlosser geboren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's