De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Joodse ervaringen in Auschwitz

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Joodse ervaringen in Auschwitz

Lezing van prof. E. Berkovits tijdens Israël-seminar

11 minuten leestijd

Prof. Berkovits houdt zich sterk bezig met de vragen rond de holocaust. Daarbij boeit hem de vraag: hoe is het mogelijk, dat mensen van zijn volk hun geloof behielden in de hel van de holocaust? Is de ervaring van duisternis en ondergang in het 'universum van de dood' niet volstrekt in tegenspraak met het geloof in God? In twee boeken heeft Berkovits zich met deze vragen beziggehouden.

Een van de lezingen die we aanhoorden tijdens onze Israëlreis was een lezing van professor Eliëzer Berkovits uit Jeruzalem. Zijn lezing werd door ons ervaren als een van de hoogtepunten, zo niet hét hoogtepunt van de hele serie. Prof. Berkovits kwam bijzonder integer en authentiek vanuit zijn joodse achtergrond op ons over.

Holocaust

Prof. Berkovits houdt zich sterk bezig met de vragen rond de holocaust. Daarbij boeit hem de vraag: hoe is het mogelijk, dat mensen van zijn volk hun geloof behielden in de hel van de holocaust? Is de ervaring van duisternis en ondergang in het 'universum van de dood' niet volstrekt in tegenspraak met het geloof in God? In twee boeken heeft Berkovits zich met deze vragen beziggehouden. De titel van het tweede boek is 'With God in heil' (Met God in de hel), en dat was ook de titel van zijn lezing. Het eerste boek: Faith after the holocaust (Geloof na de holocaust) gaat over de vraag: hoe is het mogelijk, dat mensen hun geloof behielden; terwijl het tweede een nog dieperliggende vraag aan de orde stelt: wat is geloof eigenlijk?

Een aantal indrukwekkende voorbeelden geeft aan, hoe joden aan hun geloof vasthielden, in weerwil van hun verbijsterende ervaringen. In Auschwitz bestond een 'chavoera', een vereniging van orthodoxe joden, die dagelijks in het geheim bijeen kwamen, voor de gemeenschappelijke gebeden. Ze ruilden hun schamele broodrantsoenen voor gebedsriemen. Ze weigerden, zelfs in een situatie van hongersnood, onrein voedsel te gebruiken. Tijdens het pascha - dan is het immers verboden gezuurde broden te eten - ruilden ze broodrantsoenen voor iets wat op soep moest lijken. Een joods meisje uit Hongarije is het gelukt een klein gebedenboek mee te smokkelen. Op de sederavond (voorafgaande aan het pascha) las ze met anderen in het geheim het verhaal van de uittocht en ze zegde de zegenspreuken over denkbeeldig brood en denkbeeldige wijn.

Een aantal joden werd bijeen gedreven op een 'Umschlagplatz', een treinstation waarvandaan ze in veewagens vervoerd werden naar de gaskamers. Het is zaterdagmiddag: einde van de sabbat, tijd voor het derde sabbatsmaal. Ze wassen hun handen in een plas water, breken een paar stukjes beschimmeld brood, zeggen de zegenspreuken over het brood en zingen de sabbatsliederen. Ze ontkennen als het ware de wereld om zich heen en vieren de sabbat... Nog één voorbeeld: Een verhaal van vijftig jonge joden, geselecteerd voor de gaskamer. Het is een joodse feestdag, simchat thora: het feest van de vreugde der wet. Op simchat thora worden de thorarollen in processie door de synagoge gedragen, terwijl men zingt en danst en in de handen klapt: Gods openbaring in de thora is immers een reden tot blijdschap! En in de nacht, opgesloten in een dodenbarak, vieren 50 jonge mensen simchat thora. Ze hebben geen thorarollen, maar God is er toch? Ze maken de dodenbarak tot een synagoge, terwijl de nazi-bewakers volslagen verbijsterd toekijken. Zo hebben duizenden joden in de kampen geprobeerd hun joodse geloof vast te houden, te beleven, te praktiseren. Velen gingen naar de gaskamer, terwijl ze zongen: ani ma'amin - ik geloof. En ze stierven met het sjema op de lippen: hoor Israël, de Heere onze God, deHeere is één. Deze voorbeelden illustreren de kracht van het joodse geloof; aldus Berkovits.

Wat is geloven?

Maar wat is nu geloven?

Je kunt dat niet rationeel, verstandelijk omschrijven. Zeker, het is mogelijk allerlei verstandelijke vragen te stellen. Er zijn filosofen geweest, die op grond van een aantal rationele argumenten concludeerden tot het bestaan van God. Maar wie uit verstandelijke overwegingen het bestaan van een God aanneemt, heeft nog geen existentiële relatie met Hem. En daarmee benaderen we het geheim van geloven: een existentiële relatie met Hem hebben, d.w.z. een relatie, waarmee je hele menszijn gemoeid is, die je raakt tot in het diepst van je bestaan. Dat blijft niet beperkt tot de sector van het verstand, maar raakt het hart.

In dit verband valt er dus ook te onderscheiden tussen rationele vragen en existentiële vragen. En juist die laatste vragen komen met kracht op ons af vanuit de kampervaringen. Hoe kan God dit onmenselijk kwaad dulden? Waar is God? Het zijn vragen, die men in de psalmen en bij de profeten óók kan aantreffen, en niet in het minst in het boek Job. Het hele menszijn en gelovige-zijn komt in de smeltkroes! De holocaust-ervaringen kunnen worden verwoord met klachten uit de Bijbel: zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? (Abraham); Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwaad zoudt aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouweloos handelen; waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze de rechtvaardige verslindt? (Habakuk); Gij zijt rechtvaardig, Heere, maar waarom is de weg van de bozen voorspoedig en waarom leven zij die trouweloos handelen in vrede? (Jeremia). Vragen worden gesteld, maar er komt geen antwoord. En toch - het geloof blijft behouden, hoe aangevochten ook. Hoe komt dat? Omdat die relatie er is. Het geheim van het geloof is niet louter, dat er een God is, maar dat ér met Hem eert relatie kan zijn!

God spreekt

In de Bijbel vinden wij geen bewijs voor het bestaan van God, aldus Berkovits. Maar God spreekt! God openbaart zichzelf. Hij sluit een verbond. Hij spreekt tot mensen, mensen spreken tot Hem, mensen bidden tot Hem. En die wederkerige relatie schept de mogelijkheid voor godsdienst en geloof. Geloven en blijven geloven is gebaseerd op de ervaring van deze relatie. En als dat waar is, dan is hét kenmerk van het geloof vertrouwen. Vertrouwen, dat de relatie blijft bestaan! En dé grote aanvechting van het geloof is het op de proef gesteld worden van het vertrouwen. Denk aan Abraham, als hij Izak moet offeren! Hij komt door de beproeving heen, omdat het vertrouwen het wint. Er is immers de levenslange ervaring van de relatie met God, sinds God met hem op weg ging. Daarom kan Abraham zeggen: almachtige God, ik begrijp U niet. Voor mijn gevoel heeft het geen enkele zin, wat U van me vraagt. Maar ik vertrouw op U. De ervaring van de verbondsrelatie tot op dat moment geeft het vertrouwen, dat God ook door de diepte heen verder gaat. Dat is geloven: ondanks alles, ik vertrouw U!

In de kampen

En dat precies was wat er gebeurde in de kampen. God tolereerde kennelijk het meest verschrikkelijke onrecht. En vele joden schreeuwden tot God, stelden hun vragen als Job, als Jeremia, als Habakuk. Maar door alles heen bleef toch hun vertrouwen bestaan. Er was immers de ervaring van de eeuwenlange relatie van God met Zijn volk in het verbond. De continuïteit van de joodse geschiedenis, het voortbestaan van het joodse volk door de eeuwen heen gaf grond aan het vertrouwen, dat God met Zijn volk verder zou gaan. De eeuwenlange ervaring van Gods omgang met Zijn volk hielp hen de verbijsterende ervaringen van ghetto's en kampen te doorstaan. In alle ellende - zei Berkovits - was God toch aanwezig, en ze hoorden Zijn stem, zelfs daar. Zoals die man zei, in een vrijwel verwoeste synagoge in het ghetto van Wilna in 1943: 'hier, in deze kleine gemeente, in deze armelijke en geruïneerde synagoge, weten wij ons verbonden met heel Israël. En zelfs als wij de laatste generatie zouden zijn, zouden wij mogen loven en danken dat wij onze plaats gevonden hebben onder de geslachten van Israël, iedere dag die de Heilige - gezegend zij Hij - ons nog schenkt, is een gave van Zijn goedheid. Wij aanvaarden haar met blijdschap. Zijn Naam dankend; Hij zij gezegend. Ik weet, dat Israël zal leven, zolang de hemel over de aarde staat. Wij heiligen de Naam van God, zoals onze voorvaders deden.'

Zo spraken mensen, die de Woorden hoorden, die wisten van de aanwezigheid van God, ondanks het feit dat ze geen antwoorden kregen op hun vragen en geconfronteerd werden met de meest waanzinnige en demonische machinerie van de dood. Maar in de totaliteit en in de continuïteit van de joodse existentie krijgen de vragen hun antwoord, en de Stem mag verder worden gehoord. Want door alle diepten heen blijft God trouw aan Zijn verbond!

Herkenning

Tot zover een overzicht van de lezing van Berkovits. Het valt moeilijk onder woorden te brengen wat je ervaart als je zo'n lezing aanhoort en de man zelf daarbij bezig ziet. Er was de ontdekking, opnieuw, dat het orthodoxe jodendom een levende zaak is, en bepaald geen fossiele aangelegenheid, die zichzelf overleefd heeft. Er was een gevoel van eerbied voor de wijze waarop mensen in het universum van de dood probeerden de Naam van God vast te houden en te belijden. Je voelt verder, hoe de naoorlogse generatie worstelt om klaar te komen met de vragen van de tot nu toe donkerste periode van de geschiedenis. Vragen, die we herkennen, want het zijn in zoveel opzichten de vragen van de psalmisten en de profeten: de vraag naar de zin van het lijden, de vraag naar het 'waarom', de vraag naar Gods voorzienigheid en de donkere raadselen van de wereldgeschiedenis. En toch speelt bij de joden door alles heen de kracht van het vertrouwen op de God van het verbond, die zich in het verleden nooit onbetuigd heeft gelaten en die daarom ook nu door de diepte heen leiden zal. Er is een eeuwenlange geschiedenis van ervaring van de betrouwbaarheid van God. Het weten van die ervaring hield mensen in Auschwitz overeind. Ervaring is hier duidelijk méér dan alleen maar persoonlijke ervaring; louter subjectivisme zou het niet uitgehouden hebben. De enkeling weet zich verbonden met het volk, deel van 'geheel Israël'; de subjectieve ervaring van de enkeling is ingebed in en weet zich gedragen dóór de ervaring van heel het volk door de eeuwen heen: God blijkt toch telkens verder te gaan.

Typerend voor deze gedachtengang is, dat Berkovits in de discussie de stichting van de staat Israël in 1948 een 'glimlach van God' noemde: na de duisternis van de holocaust blijkt God de weg toch voort te zetten! Nauw hiermee verbonden is het feit, dat de liturgische ordening van het leven zo'n centrale plaats inneemt. Met 'heel Israël' zeg je elke dag de gebeden, vier je de feesten, belijd je de Naam; en dat doe je ook, als menselijkerwijs gesproken de omstandigheden er niet naar zijn: geselecteerden voor de gaskamer gebruiken het sabbatmaal of vieren simchat thora, omdat het daar de tijd voor is. De omringende wereld en de omstandigheden worden genegeerd: wij zijn joden, en als het tijd is om sabbat te vieren, dan vieren we sabbat voor onze God, Hitler en zijn Derde Rijk ten spijt! In deze liturgische ordening van het leven ligt om zo te zeggen de eeuwenlange ervaring van een heel volk opgeslagen, en die blijkt telkens weer levend en krachtig te zijn; levend genoeg om door de diepten heen te komen.

Wij zijn in onze traditie bepaald niet zó liturgisch ingesteld. Wij hebben misschien ook de neiging om meer de nadruk te leggen op de subjectieve ervaring van de enkeling dan op de ervaring van - zeg - de kerk der eeuwen. Toch lijkt het ons, dat hier noties aan de orde komen, die van belang zijn óók voor de christelijke prediking en theologie. Wij worden niet op ons ééntje zalig, en wij kunnen de samenkomsten en het leven van de gemeente niet missen. En tenslotte valt er ook voor ons op niets anders te hopen dan op Gods doorgaande trouw in Zijn verbond met mensen. De laatste grond van het vertrouwen is gelegen in de zekerheid, dat God niet laat varen wat Zijn hand begon: dat is de ervaring van de kerk der eeuwen, mét Israël. Ik zal gedenken hoe vóór dezen ons de Heere heeft gunst bewezen - en dat zal Hij dan ook vandaag doen, en morgen, totdat de toekomst van Zijn Rijk aanbreekt voor al Zijn volk.

Afstand

De lezer bemerkt, dat wij door de lezing van Berkovits nogal getroffen waren. Er was in zekere zin herkenning. Des te pijnlijker en scherper is de vraag: hoe zit het nu met het Nieuwe Testament, met Gods volle openbaring in Christus? Bij alle herkenning blijft immers de geweldige distantie als het gaat om Hem, die, naar wij geloven Gods grote antwoord is, wat al onze vragen overstijgt.

Dat willen we, in het kader van deze verslaggeving van het betoog van Berkovits niet verder uitwerken, hoewel het het cruciale punt is in de ontmoeting tussen Joden en christenen. Maar waar wat ons betreft géén verlegenheid over bestaat, is de erkenning dat God, hoe dan ook, de weg met Zijn oude volk heeft voortgezet. En wij geloven en bidden, dat eenmaal 'Jozef zelf zich aan zijn broeders bekend maakt'. Want uiteindelijk mondt Gods voortgaande trouw uit in het Rijk van vrede en heil voor Israël en de volken.

(P.S. Het vorige artikel werd geschreven door de predikanten J. H. Gijsbertsen, Gouda en D. M. V. d. Linde, Oudewater).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Joodse ervaringen in Auschwitz

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's