De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Terug naar de eenvoud?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Terug naar de eenvoud?

13 minuten leestijd

Het kan je gebeuren dat in besprekingen, volgend op een lezing, de vraag wordt gesteld waarom het kerkelijk leven toch zo ingewikkeld is geworden. De Bijbel is toch eenvoudig? 'Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden', zo wordt dan soms ter illustratie gezegd. Waarom al die ingewikkelde dogmatische verhandelingen, waarom al die boeken over geestelijke, ethische, maatschappelijke onderwerpen? Waarom niet eenvoudig terug naar de Bijbel?

Het kan je gebeuren dat in besprekingen, volgend op een lezing, de vraag wordt gesteld waarom het kerkelijk leven toch zo ingewikkeld is geworden. De Bijbel is toch eenvoudig? 'Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden', zo wordt dan soms ter illustratie gezegd. Waarom al die ingewikkelde dogmatische verhandelingen, waarom al die boeken over geestelijke, ethische, maatschappelijke onderwerpen? Waarom niet eenvoudig terug naar de Bijbel?

Zo wordt het vandaag ook in vrije groepen beleefd en beleden, of in jongerengroepen: de Bijbel alleen! Men is wars (geworden) van allerlei kerkelijke handelingen, behandelingen en verhandelingen. Men buigt zich over de Bijbel. Men citeert bijbelteksten. Men evangeliseert en roept in eenvoudige bewoordingen mensen op te kiezen, te geloven, te vertrouwen, zich over te geven.

Er zit aan dit alles best een aantrekkelijke kant. En het is goed van tijd tot tijd erbij stil te staan, dat het in het christelijk geloof, zoals dat vandaag (wereldwijd) wordt beleden en beleefd, hopeloos ingewikkeld is geworden. Beperken we ons tot eigen land: een hopeloze veelheid van kerken en van daarmee verbonden kerkelijke bladen, die een veelheid van visies vertonen. En mensen, buitenstaanders, vragen: wat moet ik nu nog geloven?

Op synodevergaderingen vinden moeizame besprekingen plaats over thema's, waarop meningen botsen. En hoe vaak gebeurt het niet, dat datgene, waarvoor vaderen streden, door zonen wordt omver gehaald. Op synoden van nu kan 'pro' bepaalde zaken gestreden worden, terwijl vroeger even sterk 'anti' gestreden werd.

Ik herinner mij een gesprek met een roomskatholiek, die trouw met zijn parochie meegeleefd had, tot zijn zestigste jaar ongeveer. Toen heeft hij ermee gebroken. Vroeger moest hij biechten. Deed hij het niet dan was er de dreiging met hel of vagevuur. Vroeger moest hij allerlei kerkelijke bepalingen naleven. En nu is het allemaal niet meer nodig. Wat is het dan vroeger allemaal waard geweest? Het betekende zijn afscheid van de kerk, in dit geval van Rome.

De Gereformeerde Kerken - om een ander voorbeeld te noemen - ontstonden uit de Hervormde Kerk, vanwege het ontzonken zijn aan, belijdenis en tucht van deze Kerk. Wat hééft zich niet, in woord en geschrift, een strijd voltrokken na de Doleantie tussen hervormden en gereformeerden. Thans, ruim negentig jaar later, is de strijdbijl begraven. Men is 'Samen op Weg'. Gereformeerden spuwen nu ook in het water, waarvan de vaderen dronken. Gereformeerde theologen krijgen thans schouderklopjes van vrijzinnige hervormde theologen (mij werd recent nog toegestuurd een lovende beoordeling van het boek van drs. Tj. Baarda 'De betrouwbaarheid van de Evangeliën' door een oud-vrijzinnig hervormd predikant). Wat betreft belijdenis en tucht is er weinig verschil meer tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Waar is dan al die strijd voor geweest, vragen mensen.

De Christelijke Gereformeerden - die ik nog wil noemen - stammen weliswaar méér van de Afgescheidenen dan van de Kruisgezinden en Ledeboerianen. Maar Ledeboers aversie tegen de gezangbundel, die hij in de Benthuizer pastorietuin begroef, was ook de Afgescheidenen niet onbekend. Thans gaan de Christelijke Gereformeerden voorzichtig over op het zingen van gezangen, zoals in de dertiger jaren de Gereformeerden eraan begonnen.

Wat ik er maar mee zeggen wil is, dat we tijden lang strijden kunnen om zaken, waar een latere generatie heel anders tegen aan kijkt, zodat de vraag rijst: waarom is al die strijd gevoerd? Al die kerkelijke strijd door de eeuwen heen, ook op punten, waar latere generaties op terug kwamen, heeft de kerkelijke verdeeldheid immers alleen maar bevorderd? Het heeft mede veroorzaakt, dat mensen het niet meer weten. Waarom alles zo ingewikkeld? Terug naar de eenvoud!

In het bestek van dit artikel willen we daarover een viertal dingen zeggen.

Doorzichtigheid van de Schrift

De Reformatoren hebben de perspicuïtas, de doorzichtigheid van de Schrift beleden. De Schrift is voor de mensen van alle tijden en alle plaatsen verstaanbaar, leesbaar als het gaat om wat nodig is voor ons behoud. Daarom hebben de reformatoren het aangedurfd om de Schrift (weer) in handen van de mensen te geven. De Schrift behoefde niet bewaard te worden onder de stolp van de kerk. Mensen mogen de Schrift lezen. Ze zullen er in vinden de weg des heils. Als zodanig is de Schrift ook eenvoudig, hoezeer theologen van allerlei snit, links en rechts, deze eenvoud ook vertroebeld hebben door allerlei dogmatische (vooronder)stellingen. Daarom zit er bepaald een kern van waarheid in het, overigens soms afgesleten, gezegde dat eenvoudigen in de gemeente er soms meer van begrepen hebben dan de knapste theologen.

Maar de doorzichtigheid van de Schrift is nog geen simpelheid. De Schrift mag klaar en helder zijn als het gaat om de weg des heils, de Schrift is echter geen simpel, eenvoudig boek. De Schrift is vól Godsopenbaring wat betreft geloof én leven, voor ieder persoonlijk én voor het leven samen, in kerk en samenleving. Maar daarin is de Schrift dan ook zó geladen, dat elke Schriftlezing, elk Schriftonderzoek een wereld van vragen kan oproepen.

Cultuurbepaald?

We stuiten bij het onderzoek van en het omgaan mét de Schrift b.v. altijd weer op de vraag óf en/hoe de letterlijke Schriftuitspraken voor elke tijd toepasbaar zijn.

Is Deuteronomium 20, waarin het gaat over de krijgswetten, vandaag nog toepasbaar op het oorlogsvraagstük? Zo ja, hoe dan?

In hoeverre heeft alles wat met de ceremoniële wetgeving voor Israël te maken had zin voor onze tijd?

Waarom, om nog één punt te noemen, wél het dragen van mannenkleding door vrouwen op grond van Deut. 22 verboden en niet het zaaien van tweeërlei zaad op een akker of het dragen van tweeërlei stof? Waarom wél de slavernij afgeschaft, hoewel Paulus daarover geen afkeurend oordeel uitspreekt en waarom tóch wat de Schrift zegt over homosexuele praktijken gehandhaafd?

De Bijbel wordt - nog afgezien van geladen zinnen, boordevol zaken die ons worden geopenbaard - daar een moeilijk boek, waar het gaat om het doortrekken van de lijnen van oude, patriarchale, profetische en apostolische tijden naar de eigen tijd. De tijd is op een geweldige wijze veranderd. Hoe heeft de Schrift dan tóch een gezaghebbende plaats in latere, nieuwe culturen?

Met het voortschrijden van de tijd, met de verandering van culturen, is het verstaan van de (zin van) de Schrift telkens moeilijker geworden. Men heeft zich niet alleen op verschillende Schriftwoorden beroepen, waardoor er een uiteengroeien van elkaar kwam, men heeft zich ook op verschillende wijze óp de Schriftwoorden beroepen. Dat heeft alles zo gecompliceerd gemaakt. Daarom is het te begrijpen dat eenvoudigen in de gemeente vragen naar de eenvoud van het Woord. Maar die gevraagde eenvoud is er niet. Omdat de tijd zo complex is en omdat het in de Schrift niet alléén gaat om de vragen van het persoonlijk heil, maar ook om de vragen van de levensheiliging, die in elke tijd en in elke cultuur door andere situaties wordt bepaald. Daarbij kunnen en mógen ook inzichten wijzigen, al naar gelang het Woord zélf dit eist.

Theologie

Dat brengt ons dan op de positieve functie van de theologie. Het gaat er in de theologie immers om de zin van de Schrift voor de eigen tijd verstaanbaar te maken?

Het evangelie van Johannes besluit met een veelzeggend, doch weinig bepreekt woord, 'En er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, die, zo zij elk bijzonder geschreven zouden worden, ik acht dat ook de wereld zelf de geschreven boeken niet zou bevatten.' Zou het hierin liggen, dat er zoveel boeken over 'theologische' en geestelijke onderwerpen zijn, die vele, vele malen de omvang van de Schrift overtreffen? Wanneer men alleen al de (Schriftgebonden) uitleg van de Schrift door Calvijn legt naast de Bijbel dan is de omvang al vele malen groter. En dan te denken aan alle theologische denkarbeid door de jaren en eeuwen heen, die in boeken ligt opgeslagen! De wereld zelf kan de boeken nog wél bevatten, maar het blijkt wel, dat Jezus door de tijden heen nog zóveel dingen heeft gedaan (Hij is immers gisteren én heden Dezelfde!) dat de wereld door de tijden heen toch wel veel theologische boeken, van welk niveau dan ook moest gaan bevatten. Dat was nodig. Elke tijd heeft zijn eigen vragen, die bij het licht der Schrift moeten worden doorworsteld. Dan kan de letter van de tekst niet op elke concrete levensvraag worden gelegd. Dan moet gespeurd worden naar het Schriftverband. Dan moet gevraagd worden naar wat God er voor onze tijd mee bedoelt. En daarin komen dan verschillen openbaar, ook tussen hen, die toch voluit voor het gezag van de Schrift willen buigen en voluit uit de Schrift willen leven. Daaruit komt helaas ook verdeeldheid voort, waaraan mensen lijden en waarom zij vragen naar de 'eenvoud van de Schrift'. Maar die gevraagde eenvoud is er - nogmaals gezegd - niet. Het blijkt thans (b. v.) in de discussies, ook in kerkelijke rechtzinnige kring (zég de Gereformeerde Gezindte) over de kernbewapening. Niemand zal de ander, die er anders over denkt toch willen betichten van ontrouw aan de Schrift? En toch worden de Schriftgegevens verschillend toegepast en uitgelegd. Zó complex is, niet de Schrift, maar de tijd.

Daarom heeft de theologie in elke tijd de machtige opdracht om te zoeken naar wat de Schrift ook specifiek voor eigen tijd te zeggen heeft. In dat alles ligt een grote worsteling om het verstaan van de Schrift. Dat mensen in de veelheid van wat gezegd en geschreven wordt het dan niet altijd méér 'eenvoudig' vinden ligt voor de hand. Anderzijds moet men zich realiseren dat diegenen, die geroepen zijn in de vragen van de tijd méé te denken en die vragen te doorworstelen, het ook niet altijd gemakkelijk hebben. De bekende dr. H. Bavinck heeft eens gezegd dat hij wel eens jaloers was op de eenvoudige huismoeder, thuis aan de wastobbe - die was er toen nog - omdat zij zich niet behoefde af te pijnigen met de vragen, waarmee hij zich moest bezig houden. Wie wetenschap vermeerdert, vermeerdert ook nog een keer smart, zegt immers de Schrift?

Terug naar de eenvoud? Het ligt niet zo simpel.

Gezag

Intussen blijft voluit overeind staan, dat de tijd nooit kritisch op de Schrift mag ingaan maar de Schrift altijd kritisch op de tijd staat. Niet de tijd(geest) is bepalend voor de uitleg van de Schrift. Maar de Geest, die ooit bijbelschrijvers verlichtte en inspireerde, verlicht door de eeuwen heen ook mensen om de Schrift voor eigen tijd te verstaan.

Maar de Schrift is intussen vooral - om een woord van Luther te gebruiken - Was Christum treibet. Wij leren het heil, in de verlorenheid van ons bestaan, nergens anders kennen dan in Hem, zoals Hij ons is geopenbaard in het Woord. Aan dat Woord hebben we daarom genoeg. Ds. G. Boer heeft in 1969, op de predikantenvergadering van de Gereformeerde Bond een indrukwekkend referaat gehouden - me dunkt één van zijn beste stukken - onder de titel 'Een of meer bronnen? ' Hij spreekt daarin ook over de 'genoegzaamheid' van de Schrift en zegt:

'Deze genoegzaamheid van de Schrift kunnen wij (...) misschien het best vertalen met: aan God en aan Zijn gesproken en geschreven woord genoeg hebben.

Natuurlijk mogen wij in het gelovig denken over de Schrift haar ook vandaag de eigenschap toekennen van de genoegzaamheid. Als wij dan maar niet vergeten, dat deze genoegzaamheid onmiddellijk hangt aan het: aan God genoeg hebben. Daarmee is gezegd, dat de belijdenis van de genoegzaamheid van de Heilige Schrift ten diepste een geloofsbelijdenis van de eerste orde is. Het is een belijden, staande voor Gods aangezicht: Aan U heb ik genoeg! Daarmee is gegeven, dat wij allerminst genoeg hebben aan onszelf, aan de tegenwoordige en voorbijgaande gestalte van deze wereld, aan de uitingen (hoe verheven ook) van de menselijke geest, aan de prestaties van de techniek en van de cultuur.

Deze geloofsbelijdenis wordt dan ook alleen op het krachtenveld van het Woord Gods geleerd in de ontmoeting met de levende God. Het genoegzame van God hangt aan het gewicht van God. Dat gewicht van God is verpletterend voor ons zondig bestaan, voor een godsdienst, waarin God niet is, voor onze rado, die verduisterd is door de zonde én bevrijdend, wanneer ons het vrijsprekend oordeel bereikt in het aangezicht van Jezus Christus. Kortom de genoegzaamheid van de Schrift heeft alles te maken met de volheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In God mogen wij het Woord prijzen, ook in zijn genoegzaamheid.

Ook deze belijdenis blijkt soms met veel onwetendheid omwikkeld te zijn. Wanneer Filippus vraagt: Toon ons de Vader en het is ons genoeg, dan antwoordt de Heere Jezus: Ben Ik zo lange tijd bij u en hebt gij Mij niet gekend? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.

Anders is het met David in Psalm 23. Hij heeft aan God genoeg. Hem ontbreekt niets. Zijn beker vloeit over. In Hebr. 13:5 worden wij vermaand vergenoegd te zijn met het tegenwoordige, want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten.

Het staat er zelfs met een dubbele ontkenning. Dan belijden wij met Asaf: Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde. Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de rotssteen van mijn hart en mijn deel in eeuwigheid (Ps. 73 : 25, 26).

Dit genoeg hebben aan komt loodrecht bij God vandaan en drijft tot de worsteling in het jagen naar de vrede, de heiliging enz. In deze worsteling is veel lijden en kwelling, maar de belofte luidt: Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht!

Hieruit blijkt, dat God niet alleen de oorsprong maar ook de begeleider van Zijn Woord is. Hij is er wakker over. Daarom gebeuren er onderweg grote dingen. Dat is zeker het geval binnen de wanden van het geschreven Woord (de grote daden Gods), maar ook in de loop der eeuwen. Het evangelie is en blijft een kracht Gods tot zaligheid. Als zodanig brengt het op zijn tocht door de eeuwen en geslachten allerlei ontploffingen teweeg, waardoor belemmeringen worden weggenomen. Tegelijk is het een zuurdesem, dat allerlei samenlevingsverbanden doortrekt.'

Als het gaat om onze zaligheid dan is het Woord Gods genoegzaam en daarin eenvoudig. Het Woord Gods is óók genoegzaam als het gaat om de vragen van de tijd. Daarin is de toepassing echter niet eenvoudig.

Ds. G. Boer schreef terzake ook, dat de ware profetie op haar tocht door de eeuwen vaak begeleid en overschaduwd wordt door de valse profetie: 'de ware overlevering van het pure Woord van God (wordt) vaak overdekt door inzettingen en geboden van mensen'. Dat gebeurt ongetwijfeld ter rechterzijde, waar men aan het Woord niet genoeg heeft maar de ervaring erbij komt. Het gebeurt vandaag met name ook, waar men het Woord in de tijd laat opgaan in plaats dat men het Woord op de tijd laat ingaan.

Het Woord is niet eenvoudig, wel genoegzaam. Daarmee mogen we het eenvoudig doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Terug naar de eenvoud?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's