De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Schriftgezag in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (2)

Bekijk het origineel

Het Schriftgezag in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (2)

De Heilige Schrift

9 minuten leestijd

Wij zijn er zo aan gewend dat wij een Oud en een Nieuw Testament hebben, en daarom temeer is het nuttig er eens even op te wijzen.Nadat de NGB in art. 3 de inspiratie van de Heilige Schrift beleden heeft, het bij geschrift vastleggen van het Woord Gods, gaat zij er in art. 4 toe over, te belijden dat die Heilige Schrift twee boeken in zich vervat, te weten het Oude en het Nieuwe Testament. En daarna volgt dan een opsomming van die boeken. Het mag als bekend worden verondersteld dat de Joden alleen het Oude Testament erkennen, en dus het Nieuwe Testament niet.

Oude en Nieuwe Testament

Wij zijn er zo aan gewend dat wij een Oud en een Nieuw Testament hebben, en daarom temeer is het nuttig er eens even op te wijzen.

Nadat de NGB in art. 3 de inspiratie van de Heilige Schrift beleden heeft, het bij geschrift vastleggen van het Woord Gods, gaat zij er in art. 4 toe over, te belijden dat die Heilige Schrift twee boeken in zich vervat, te weten het Oude en het Nieuwe Testament. En daarna volgt dan een opsomming van die boeken. Het mag als bekend worden verondersteld dat de Joden alleen het Oude Testament erkennen, en dus het Nieuwe Testament niet.

Alleen al in de Schriftleer gaapt er een diepe kloof tussen de kerk en de synagoge. Een heel gedeelte van het goddelijke Woord dat voor ons christelijk geloof onmisbaar en van wezenlijke betekenis is, wordt door de synagoge van de hand gewezen. Men wil naar de stem van God die daarin spreekt niet luisteren. Al vanouds heeft het Jodendom aan 'Schriftkritiek' gedaan, door kritiek te leveren op het Nieuwe Testament en het met verachting af te wijzen.

En toch kan men ook het Oude Testament niet recht verstaan zonder de erkenning van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament wordt in het Nieuwe Testament uitgelegd. Wij lezen als christenen het Oude Testament in het licht van het Nieuwe, zoals ook de Heere Jezus zelf gedaan heeft en zoals de apostelen gedaan hebben. Omgekeerd, het Oude Testament kunnen wij ook niet missen. Wij lezen het Oude Testament naar het Nieuwe toe. Er is een onlosmakelijke band en eenheid tussen beide Testamenten; zij beide tezamen vormen onze ene Bijbel. En dat is tot uitdrukking gebracht in dit artikel van onze belijdenis.

Canoniek

Al deze boeken ontvangen wij voor 'heilig en canoniek' staat er in art. 5. Wie over het gezag van de Heilige Schrift spreekt die kan er nief onder uit om ook te spreken over de canoniciteit van de Schrift.

Er zijn in de geschiedenis der kerk heel wat jaren overheen gegaan voor de canoniciteit vaststond van de boeken die wij heden in onze bijbel hebben. Daar wordt van schriftkritische zijde nog al eens sterk de nadruk op gelegd. Daarom is het goed dat wij er een paar woorden aan wijden.

En dan is onze eerste opmerking dat men de afstand van het ontstaan van het Nieuwe Testament zelf tot de vaststelling van de canoniciteit van de huidige nieuwtestamentische boeken niet mag overdrijven. De laatste bijbelboeken zijn ontstaan aan het einde van de eerste eeuw. En zie, al 40 a 50 jaar later was er de zogenaamde Canon van Muratori, waarin verreweg de meeste van de ons bekende nieuwtestamentische boeken voorkomen, die dus al in een deel van de kerk, of zelfs in héél de kerk, voor canoniek golden.

Het betreft in feite maar enkele bijbelboeken waarover men in het ene geval hier en in het andere geval daar in de kerk, geen zekerheid had. En bijna steeds kan men nagaan waarom dan die onzekerheid er was; die had gewoonlijk wat te maken met een bepaalde misvatting of met een of andere ketterij.

Over het algemeen gesproken is al in een heel vroeg stadium de canoniciteit zowel van het Nieuwe Testament als van het Oude Testament erkend.

Regel des geloofs

De belijdenis zegt: Om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. Het woord 'canon' betekent 'regel'. De boeken van de Heilige Schrift heten daarom canoniek omdat zij een 'regel' vormen voor ons geloof.

Ons geloof is, om zo te zeggen, niet vrij. Het is gebonden aan een regel. Het is niet waar dat wij geloven mogen wat en hoe wij zelf willen. Het is niet waar dat ieder in zijn eigen geloof wel zalig wordt, hoe vreemd dat geloof ook is. Ons geloof moet naar de Schrift zijn. Gaat het tegen de Schrift in of treedt het zelfs maar buiten hetgeen in de Schrift ons is geopenbaard, dan deugt het niet.

De kerk van Rome heeft haar gelovigen vele dingen, die in het geheel niet in de Schrift voorkomen, als b.v. Maria's onbevlekte ontvangenis en Maria's hemelvaart, bevolen te geloven, op straffe van de eeuwige zaligheid te verliezen; zulk een geloof treedt buiten de grenzen van de Schrift en komt er zelfs mee in strijd. De Reformatie stelde er tegenover: de Schrift is regel des geloofs!

Alleen zo kunnen wij ontkomen aan heerschappij van mensen over ons geloof. De paus heeft geen recht te heersen over ons geloof. In het geloof is alleen God Heer en Meester. En wat Hij wil dat wij zullen geloven, dat heeft Hij ons geopenbaard in zijn Woord.

Funderen

De belijdenis spreekt niet alleen van reguleren maar ook van gronden, dus funderen. Het geloof dient zich op de Schrift te funderen. Het moet zich op de Schrift vastzetten. Het mag niet bereid zijn daarvan af te gaan. Welke aanlokkelijke ideeën en voorstellingen en meningen en idealen ons ook worden voorgehouden, wij houden ons aan het Woord Gods.

Onze huidige wereld is boordevol ideologieën. Die zijn vaak sterk religieus gekleurd. Wij kunnen ervan in de ban geraken. Om staande te blijven moeten wij ons oefenen in de Schrift, opdat ons geloof daarop meer en meer gegrond, gefundeerd zal zijn. Het Woord Gods is een rots temidden van de branding. Alleen wie op die rots staat, zal in de hevige brandingen van de tijd waarin wij leven stand kunnen houden en overwinnen.

Zonder enige twijfeling

Er staat: en wij geloven 'zonder enige twijfeling' al wat daarin begrepen is. Luther schreef aan Erasmus in zijn beroemde boek over De slaafse wil: De Heilige Geest is geen scepticus! De Heilige Geest geeft zekerheid. Hij maakt het Woord Gods in onze harten vast. Er kan dan weleens strijd zijn, en de vragen en de problemen kunnen het ons weleens moeilijk maken, maar wij komen het te boven. Wij noemden zoeven Luther. Hij en Calvijn, om alleen hen te noemen, hebben diep en vast geworteld gestaan in het Woord Gods. De Schrift had voor hen een absoluut gezag; het laatste woord.

Aan deze zekerheid des geloofs (zonder enige twijfeling) wordt heden ontzaggelijk veel getornd. Men is zelfs geneigd mensen die van deze zekerheid spreken het kwalijk te nemen. Men houdt het bijkans voor ongeoorloofd om nog te zeggen wat de vaderen zeiden: zonder enige twijfeling.

Alles wordt in onze tijd onzeker en vlottend gemaakt. Ook het Schriftgezag. Het dringt allerwegen door om over dat gezag op een dynamische wijze te spreken. Dan doet men het voorkomen of alleen in de prediking het gezag van de Schrift functioneert. Aan het dogma der inspiratie gaat men dan voorbij. Dat is te statisch, zegt men; zo vast ligt het gezag van de Schrift niet.

Wij komen dan echter intussen toch wel in een heel ander klimaat dan dat van onze belijdenis. Die getuigt van een grote zekerheid. Zij zegt: zonder enige twijfeling; en dat betrekt zij dan op 'al wat daarin begrepen is'. Zij maakt dus niet een selectie. Zij gaat in de Schrift niet het mes zetten. Neen: al wat daarin begrepen is. Te weten: in die boeken.

En laat men dan maar smalen, dat dat alles veel te statisch is. Het geloof vindt hierin rust. En dat geloof werkt die Geest, van Wie Luther, zoals boven opgemerkt werd, terecht gezegd heeft dat Hij geen scepticus (twijfelaar) is.

Het getuigenis van de Heilige Geest

De belijdenis zegt: Omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn.

Al heel veel is in de geschiedenis van de christelijke dogma's te doen geweest over de aard van dit getuigenis des Geestes in onze harten.

De eerste die het helder en klaar geformuleerd heeft, is Calvijn geweest. Wij kunnen er slechts kort over zijn omdat wij ons houden aan wat de belijdenis er over zegt. In feite is dat niet veel. Maar het is wel fundamenteel. Dat blijkt wel als wij bedenken dat het twistpunt steeds is geweest of de Heilige Geest van de goddelijkheid van de inhoud van de Schrift in de harten getuigenis aflegt, of dat Hij ook in de harten getuigenis aflegt van de goddelijkheid van de Schriften (de bijbelboeken) zélf. Wij menen te mogen stellen van béide. Dat Hij getuigenis aflegt van de goddelijkheid van de inhoud van de Schrift blijkt in de belijdenis allerwegen. Vandaar dat steeds met zo'n grote zekerheid over de geloofszaken wordt gesproken. Maar tegelijk laat de belijdenis het getuigenis van de Geest ook betrekking hebben op de bijbelboeken.

Men heeft hier wel tegenin gebracht: en als dan iemand alleen maar met een historisch geloof de Schrift aanvaardt als het Woord van God, is dat óók het getuigenis van de Heilige Geest? Ons antwoord is: zulk een historisch geloof draagt wel de naam 'geloof' maar is in feite geen geloof, het is maar, om Calvijn te citeren, een opinie, een mening. Ook ongelovigen kunnen tot op zekere hoogte respect hebben voor de Schrift als het Woord Gods, maar de Schrift werkelijk voor goddelijk houden doen zij niet, althans niet in de praktijk van het leven, want dan zouden zij zich door die Schrift ook laten gezeggen en laten leiden. Onze conclusie moet dus zijn: Waar de Schrift niet werkelijk voor goddelijk wordt gehouden, daar ontbreekt het aan dit getuigenis van de Geest.

Maar dat ontheft natuurlijk niemand van zijn verantwoordelijkheid en van zijn schuld als hij dit alles mist. Immers, de Schrift spreekt een niet onduidelijke taal en het is ongehoorzaamheid zich daaraan te onttrekken, niet te willen luisteren, zich niet door haar willen laten gezeggen.

Wie naar de Schrift luistert en wie zich aan haar onderwerpt, en in zijn hart gevoelt dat God in haar tot hem spreekt, die mag zeggen: Dit is het werk van de Geest!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Schriftgezag in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's