Man en vrouw in oudtestamentisch licht (3)
De nader uitgewerkte verordeningen van de tien geboden bedoelen een terugkeer te bewerken naar de oorspronkelijke scheppingssituatie: 'Ik ben de HEERE, uw God.' De betrokkenheid op God staat daarin centraal. Bepalingen vanuit de wet aangaande de sociale plaats van de vrouw zijn vaag en incidenteel.
Liefdewet
De nader uitgewerkte verordeningen van de tien geboden bedoelen een terugkeer te bewerken naar de oorspronkelijke scheppingssituatie: 'Ik ben de HEERE, uw God.' De betrokkenheid op God staat daarin centraal. Bepalingen vanuit de wet aangaande de sociale plaats van de vrouw zijn vaag en incidenteel. De gelofte van een vrouw blijkt van minder waarde dan die van een man (Num. 30). De maagdelijkheid wordt in ere gehouden (Deut. 22 : 13-21). Het verloofde meisje (Deut. 22 : 23-27) eveneens. De vader neemt de leidinggevende plaats in (Ex. 20 : 12), maar de moeder is daarmee in het geheel niet gedegradeerd. Soms staat ze zelfs voorop (Lev. 19 : 3). De man moet drie keer per jaar verschijnen voor het aangezicht van de HEERE (Ex. 23 : 17). De man wordt bedoeld, als het gebod spreekt: gij zult niet begeren uws naasten-vrouw...'
De bruidsschat - mohar - wordt aan de vader, de bezitter van zijn dochter, voldaan.
De man staat onder bepaalde reinigings-en kuisheidswetten voor zijn sexuele leven (Deut. 22 : 13-20; 23 : 10).
Uit de manier, waarop Hosea, Jeremia en Ezechiël over het huwelijk spreken, kunnen we afleiden dat de keuze van de man uitgaat. De man heeft het recht van scheiden, maar dat gaat niet gemakkelijk. De vrouw heeft dat recht van scheiden niet.
Echtbreuk wordt ten zeerste veroordeeld. Eén van de tien geboden luidt: 'Gij zult niet echtbreken.' Hier moet wel opgemerkt worden dat het Oude Testament redeneert vanuit het standpunt van de man. Daarin bestaat een verschil tussen de huwelijksopvatting van het Oude Testament en van het Nieuwe Testament. We verwijzen naar het boekje van dr. Maarsingh, waar over echtbreuk wordt geschreven in een hoofdstuk: 'Felle reacties op aantasting huwelijk'. De liefdewet Gods beschermt het huwelijk. Vandaar de afwijzing van prostitutie, echtbreuk, en ongebonden sexueel leven en beleven. Er is sprake van een bescherming van de sexualiteit. Onduldbare afwijkingen zijn: transvestitio - een vrouw geen manskleren en een man geen vrouwekleed (Deut. 22 : 5) - homosexualiteit (zie onder), bestialiteit (Ex. 22 : 19, Lev. 20:15, 16, Deut. 27 : 21).
We noemden de homosexualiteit. Vrouwelijke homosexualiteit komt in het Oude Testament niet voor. Mannelijke homosexualiteit komen we tegen in het decadente leven van Sodom (Gen. 19 : 5-11), bij de inwoners van Gibea (Richt. 19 : 22) en via de sacrale prostitutie. Het wordt verboden bij de wet (Lev. 18 : 22, Lev. 20 : 13). Voordat we nog iets willen zeggen over polygamie eerst over eunuchisme. 'Gesneden' mannen zijn opzettelijk 'onklaar' gemaakte mannen (snijding zaadklieren). Dit wordt beschreven als een oorlogsverschijnsel (1 Sam. 18 : 25) en harem-verschijnsel (Esther). De 'gesnedene' ontving geen toegang tot het heiligdom (Deut. 23 : 1). Wel geldt hen de verlossing in het Messiaanse rijk (Jes. 56 : 3).
Polygamie vinden we daar, waar één man met meerdere vrouwen of één vrouw met meerdere mannen een bepaalde verbinding aangaat. Dit kan in een bepaalde ontwikkeling in de cultuur 'legaal' worden erkend. Polygamie kan een 'legale' verhouding zijn, terwijl polykoitie 'illegaal' geslachtsverkeer aangeeft. Polygamie komt voor in polyandrie - één vrouw met meerdere mannen - en polygynie - één man met meerdere vrouwen. Het Oude Testament kent geen polyandrie. Het leviraatshuwelijk (zwager-huwelijk) is dan ook een afzonderlijk verschijnsel. Polygynie komt vaak voor: Lamech (Gen.4 : 19-24), Nahor (Gen. 22 : 24), Jacob verkreeg twee vrouwen en leefde polykoitisch met de slavinnen van deze vrouwen (Gen. 46 : 10), Gideon (Richt. 8 : 30), Elkana (lSam. 1 : 2), Saul (2 Sam. 12 : 8), David (2 Sam. 3 : 2-5), vooral Salomo (1 Kon. 11 : 3, het Hooglied) en anderen.
Daar nadere verordeningen van de wet vanuit een bepaalde culturele ontwikkeling bestaande verhoudingen regelen, behoeft het ons niet te verwonderen dat er geen plaats, is aan te wijzen waar polygynie of polykoitie wordt voorgestaan of toegestaan. Een en ander wordt geregeld tot en met de rechtspositie van concubines (meestal verkregen door verovering in de oorlog). We vinden die rechtspositie terug in Exodus 21 : 32, Leviticus 25 : 44, Deuteronomium 15 : 17.
Wat de polygynie betreft: veel narigheid is hieruit voortgekomen. Er is wel degelijk kritiek. Soms bedekt, door de wijze van vertellen, soms openlijk, door uitdrukkelijke verboden.
Uiteindelijk is de polygame verhouding het beeld van de afgoderij en hoererij het beeld van de breuk met God (2 Kron. 21 : 11, 13, Ps. 73 : 27, Ezech. 23, Hosea 1 : 12).
De monogame verhouding is het beeld van de verhouding tussen God en Zijn volk (Hosea 2 : 18, 19). De liefdewet Gods beschermt het totale mensenleven! Psalm 119 bevelen we aan om vaak te zingen: Hoe lief heb ik Uw wet...'
God-Israël - man-vrouw
God en Israël: de verhouding van God en Zijn volk is een verbondsverhouding. Het verbond als oerbeeld van het huwelijk. Het huwelijk als beeld voor de verhouding van de HEERE tot Zijn volk. Dat God Zijn schepsel niet loslaat, blijkt bijzonder uit de liefdeband tussen God en Israël. God noemt zich de bruidegom van Israël, of de Man. Hij is met Israël ondertrouwd (Jes. 61 : 10, Jes. 62 : 5, Jer. 2 : 32, Ez. 16, Hosea 1-3). De band, die er is tussen de Heere en Israël, waarbij de liefde van de Heere uitgaat, is in alle opzichten de grondslag voor de band van man en vrouw onderling. Met name Hosea beeldt dat uit (Hosea 2 : 18). Uit Spreuken 2 : 17 blijkt dat het verbond tussen man en vrouw op één lijn gesteld wordt met het verbond Gods. Daarbij hebben we te bedenken, dat de heidenen een mannelijke en een vrouwelijke god hebben. Die onderscheiding mogen we niet op God toepassen, want God is God en geen mens. Hoe de verhouding tussen de sexuele differentiatie in de mens - naar het beeld van God geschapen - en God is, is ons onbekend. Wat we wel weten: de Heere sluit het verbond (Gen. 24 : 7; Ruth 4 : 14). God blijft de stille getuige bij het verbond (Mal. 2 : 14).
De oorsprong van het huwelijksverbond ligt in God. Man en vrouw in oudtestamentisch licht is de geschiedenis vanuit Gods openbaring aangaande het huwelijk. Man en vrouw, samen betrokken op God. Niet de zondeval heeft het laatste woord, maar Gods genade over man, vrouw en kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's