De cultureel gestoorde situatie (1)
Vanuit de huisartsenpraktijk
De moderne mens richt zijn leven van te voren in. Eerst dit, dan dat en hier is er ruimte om kinderen te krijgen. Hij voelt zich ook helemaal verantwoordelijk voor de gang van zaken. Als iets lukt, dan is dat gewoon een kwestie van 'timing' en je verstand gebruiken. Als iets niet lukt, dan is dat ook vaak je eigen schuld, dat moet je dan ook zelf weer oplossen.
Als we spreken over gestoorde situaties, medisch, psychisch, sociaal of cultureel, dan moeten we voorop stellen dat de grenzen daartussert niet altijd even duidelijk zijn. Het éne is vaak de oorzaak of het gevolg van het andere.
Lichamelijke en psychische stoornissen grijpen uiteraard altijd op elkaar in, wat er het eerst was is vaak een kip-en-ei-probleem. De meeste ziekten brengen psychische spanningen met zich mee en vele psychische afwijkingen uiten zich in lichamelijke symptomen (bijv. eczeem, haaruitval, hoge bloeddruk, onregelmatige menstruatie enz. enz.).
En zo is er ook een verband tussen medische en sociale, tussen psychische en sociale, tussen culturele en medische factoren enz. enz.
Een heel duidelijk verband is er tussen sociale en culturele stoornissen. Behalve in het vorige artikel heb ik dat eerder geïllustreerd met het gezin met 3 jonge kinderen in het kleine flatje. De flatbouw is het gevolg geweest van een zeer sterke bevolkingstoename, die op haar beurt weer het gevolg is van de cultureel bepaalde vruchtbaarheidsexplosie. Vóór de westerse beschaving beheerste de vruchtbaarheid zichzelf, met name door de borstvoeding. 'Goddelijke orde en menselijke wanorde' was mijn betiteling daarvan. De mens is bij gebleken vruchtbaarheid en zonder bijkomende complicaties als het ware in staat om elk jaar een kind te krijgen. En de vruchtbare periode is door de verbeterde hygiëne en voedingstoestand met vele jaren toegenomen (van het 12e tot ca. het 50e levensjaar). Rekent u maar uit.
De moderne mens heeft, zoals gezegd, daar zijn oplossingen voor. De middelen zijn voorhanden om de vruchtbaarheid doeltreffend te beheersen. Men trouwt (maar ook vaak niet), slikt voor en na de huwelijksdatum de pil. Men 'wacht' vaak nog even 'met kinderen'. Eerst moet nog dit en nog dat. Vrij zijn, om uit te gaan, kinderen binden immers.
Eerst het huis of de auto, kinderen kosten immers geld.
Als dan alles zo'n beetje geregeld is, mag er eindelijk een kind geboren worden, soms twee en ook nog wel eens drie. Tussendoor slikt men de pil of ook niet, want er zijn ook genoeg echtparen die de kinderen snel achter elkaar 'nemen', om zodoende weer snel uit de kleintjes te zijn en dan weer meer aandacht voor zichzelf kunnen krijgen. Gezinsvorming is zogezegd een tussendoortje.
En dan neemt men afdoende maatregelen, min (spiraaltje) of meer (sterilisatie).
Ook hier weer een kip-en-ei-probleem. Hebben de middelen het geestesklimaat geschapen, of heeft de menselijke geest de middelen bedacht?
Eén ding is zeker: beide zijn er, de technische middelen én het denkklimaat van de moderne westerse mens.
En dat klimaat beangstigt. De mens is voluit mondig geworden, geen God en geen meester. Hij heeft het gevoel en ook de daadwerkelijke macht om alles op zijn tijd en wijze te regelen. We kunnen vanuit kerkelijke hoek dan wel vaak onze bezwaren aanvoeren tegen het feit dat de mensen tegenwoordig geen kinderen meer 'krijgen' maar 'nemen', de praktijk is natuurlijk wel, dat dat ook meestal lukt. Ze stoppen met de pil (een beslissing die overigens vaak uitgesteld wordt), wachten nog een maand of twee, drie en raken prompt zwanger. En zo hadden ze het ook gepland. In de meeste gevallen gaat het zo. En, och arme, als het eens niet gaat volgens planning. Dan is de wereld te klein. Nu was een zwangerschap juist gewenst en nu wil het niet. Direkt naar de dokter om het euvel te verhelpen.
Een collega heeft eens in een lezing voor het Nederlands Artsenverbond gezegd: 'Een kind mag tegenwoordig alleen geboren worden als het gewenst is en als het voldoet aan de eisen van de Consumentengids, maar de levertijd mag niet langer zijn dan 1 jaar!'
En zo is het ook. De moderne mens richt zijn leven van te voren in. Eerst dit, dan dat en hier is er ruimte om kinderen te krijgen. Hij voelt zich ook helemaal verantwoordelijk voor de gang van zaken. Als iets lukt, dan is dat gewoon een kwestie van 'timing' en je verstand gebruiken. Als iets niet lukt, dan is dat ook vaak je eigen schuld, dat moet je dan ook zelf weer oplossen.
En inderdaad, met het beschikbaar worden van de huidige anticonceptiva zijn de begrippen 'gewenst' en 'ongewenst' ontstaan. In die zin is er een duidelijk verband tussen de pil en abortus. Ben je een keer de pil vergeten, dan neem je de morning-after-pil, of als je dat niet doet en je bent zwanger geraakt, dan moet je je eigen fout weer goedmaken met een abortus provocatus. De mens voelt zich echt helemaal zelf verantwoordelijk en het beschreven gedrag is in zijn ogen het enig verantwoorde gedrag.
Als ik ter vergelijking wat oudere vrouwen met een heel groot gezin in de praktijk wel eens vraag of ze hun kinderen altijd met blijdschap verwacht hebben, dan betrekken de gezichten meestal. Verre van dat. 'Maar ja, wat moest je, je had het te aanvaarden, het moest blijkbaar zo zijn, en nu ben ik blij dat ik ze heb.' Zo luiden verreweg de meeste antwoorden.
Zonder hun situatie te prevaleren, proef ik toch een totaal ander geestesklimaat. Er was ruimte voor 'bovenmenselijke' factoren, of ze nu gelovig waren of niet.
En als ze gelovig waren, was er ruimte voor het gebed, gebed om kracht en wijsheid. En zo zijn ze er door gekomen.
Toch blijft als een paal overeind staan, dat deze vrouwen het slachtoffer zijn geworden van de culturele verstoring van de vruchtbaarheid. Ze zijn er doorheen gekomen, maar het was niet niks en het mag een wonder heten als de kinderen de goede weg hebben gevonden. Moeten we het zover laten komen? En zo niet, hoe moet het dan wel?
We leven nu eenmaal in het beschaafde Westen en we kunnen wel spreken over Gods scheppingsorde, waarbij tussen 2 kinderen meestal 2-4 jaar zat, maar hoe moeten we dat oplossen? In het Oude Testament lezen we dat een kind minstens 3 jaar borstvoeding kreeg en ook bij de natuurvolken is dat nog de gewoonte. Maar daar zijn we te ver van af, dat kan niet meer, zeker als we ook nog weten dat de borstvoeding in ons beschaafde en rijke Westen als anticonceptie-methode niet meer werkt, althans niet voor 100 procent. De menstruatie keert vaak binnen een paar maanden weer terug, dus wordt door de borstvoeding te weinig geremd. Dat maakt juist de periode na de bevalling voor velen zo geweldig onzeker, juist bij het geven van borstvoeding. Vele zwangerschappen zijn op die manier 'blind opgezet', d.w.z. zonder tussenliggende menstruatie na een voorgaande zwangerschap.
Periodieke onthouding is in die tijd ook niet toepasbaar omdat de cyclus zich wel of niet hersteld heeft, maar zeker niet regelmatig.
Dit heeft vele jonge moeders doen besluiten slechts kortdurend borstvoeding te geven of zelfs helemaal niet. Dan weten ze door het snelle herstel van de menstruele cyclus tenminste weer waar ze aan toe zijn. Met andere woorden, de in de natuur ingeschapen rem op de voortplanting is in onze cultuur voor velen, zo niet de meesten een waardeloos gegeven geworden. En dat is jammer.
Kortom, culturele verstoring allerwegen. Enerzijds, de gemiddelde te grote onvruchtbaarheid, anderzijds het moderne antwoord daarop, wat we beter met culturele ontaarding kunnen aanduiden.
Maar wat is ons antwoord erop als christenen? Mijns inziens zijn er drie mogelijkheden.
In de eerste plaats kunnen we gewoon meedoen met de moderne maatschappij, de culturele verstoringen ook kunstmatig oplossen, maar dan zullen we het hoofdstuk van de gezinsvorming waarschijnlijk moeten isoleren van de zaken die we in gebed aan God voorleggen, terwijl het juist zo'n essentieel deel van ons persoonlijk en huwelijksleven is.
In de tweede plaats kunnen we doen alsof er helemaal geen culturele verstoring is en alsof we nu eenmaal zo door God geschapen zijn dat we ieder jaar een kind moeten krijgen als we vruchtbaar zijn. Dat lijkt een moedig standpunt, maar m.i. benadert zo'n overtuiging meer een (heidens) noodlotsgeloof dan het christelijk geloof. Met deze handelswijze komen er eigenlijk altijd problemen na het zoveelste kind. Het getal zoveel hangt af van de lichamelijke en psychische draagkracht van de ouders, met name de moeder, en het voorhanden zijn van een soort 'bij wijf', in de vorm van een hulp voor dag en nacht of een ongehuwde tante of nicht. Eén ding is zeker, elk jaar een kind is ook bij een goede gezondheid voor een moeder, die haar taak voornamelijk alleen moet verrichten, ondoenlijk, hetgeen vroeg of laat zal blijken.
Als het dan misgaat, vluchten deze mensen, in paniek, vaak naar ethisch niet of bijbels minder aanvaardbare anticonceptie methoden of gaan ze in de sexuele omgang regels/treffen die het huwelijk (te) zwaar op de proef stellen.
In de derde plaats kunnen we als christenen doen wat onze hand vindt om te doen, en te rade gaan bij Gods Scheppingsgegevens. Net zomin als de oudtestamentische regels en wetten zijn deze norm. We kunnen er wél veel van leren, zéker als we zien rondom ons dat teveel afwijken daarvan óf ons gebedsleven verlamt óf ons huwelijks-en gezinsleven dreigt te verwoesten. Dan is het goed om te letten op en te streven naar de orde die God in de Schepping heeft gelegd. Dan zit er tussen twee opeenvolgende kinderen minstens 2 jaar, maar meestal meer. Ik geloof dat we als christenen en als mensen die verder kijken dan hun neus lang is moeten streven naar deze oorspronkelijke, van God ingeschapen, geboortespreiding.
Dat betekent dan dat gezinsvorming nooit een tussendoortje wordt, dat we ons boven de dertig jaar niet te oud voelen om kinderen te krijgen, en dat we bereid moeten zijn om ons als gehuwde mensen volledig in dienst te stellen van de kinderen, die God ons belieft te schenken.
Een dergelijke manier van gezinsvorming, die de ouders 'lucht' blijft geven, zal nooit zo snel behoefte geven aan definitieve maatregelen als sterilisatie. We zullen er dan ook achterkomen dat de vruchtbaarheid bij het ouder worden minder wordt en dat op een gegeven moment de volgende zich niet meer aandient. Recent waarschuwde een Nijmeegs gynaecoloog de moderne mensheid om niet te lang 'met kinderen te wachten', want het kon dan wel eens te laat zijn! Velen, zeer velen, denk ik slikken dan ook jaren voor niks de pil, of zijn voor niks gesteriliseerd. Maar ja, zij spelen 'op zeker'.
Dat leven 'op zeker', dat 100% verantwoordelijk willen zijn, het is een leefklimaat dat we als christenen moeten mijden. Het kan onze verhouding met God ernstig verstoren, het zijn niet alleen de grote gewetensconflicten en de in het oog lopende boezemzonden die die verhouding geweld aan doen. Het zijn de kleine vossen (waar je het niet van zou vermoeden en die je niet aan ziet komen), die de wijngaard verderven (Hooglied 2 : 15).
Het christelijke geloof heeft in de dienst der dankbaarheid handen en voeten, net zo goed als de zonde handen en voeten heeft. Wij leven niet op eigen zekerheden, op geen enkel terrein van ons leven, maar we proberen goede rentmeesters te zijn, zonder de baas te willen spelen.
En het christelijk leven, mag ik het zo zeggen, het leven en het spelen in Gods hof is niet 'noodlottig', maar bevrijdend. Niet ik, maar Hij neemt de eindverantwoordelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's