Wat is vrijzinnigheid (nog) vandaag? (1)
In de vorige eeuw ontwikkelde zich in Nederland na ongeveer 1850, met name in de Hervormde Kerk, het zogeheten modernisme. Dat rekende nadrukkelijk af met alles wat naar het 'bovennatuurlijke' zweemde, loochende derhalve de bizondere Openbaring van de Heilige Schrift, ontkende de Godheid van Christus en alle door Hem volbrachte heilsfeiten, die hun eindpunt vinden in de Openbaring en de Hemelvaart.
Door de redactie van Kerk en Wereld, orgaan van de 'Vereniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland', werd mij kortgeleden gevraagd een artikel te schrijven over de vraag wat ik verwachtte voor de toekomst van de vrijzinnigheid, met name ook de georganiseerde vrijzinnigheid, zowel binnen als buiten de Hervormde Kerk. Hoewel buitenstaander zijnde en de vrijzinnigheid slechts kennende voorzover de Hervormde Kerk deze kent, heb ik het erop gewaagd. Het artikel verschijnt eind deze maand in 'Kerk en Wereld'. Wanneer je echter voor zo'n vraag geplaatst wordt moet je je verdiepen in het verschijnsel vrijzinnigheid. Wat is vandaag (nog) vrijzinnigheid? Op die vraag wil ik in het hiervolgende nog wat voort borduren.
Modernisme
In de vorige eeuw ontwikkelde zich in Nederland na ongeveer 1850, met name in de Hervormde Kerk, het zogeheten modernisme. Dat rekende nadrukkelijk af met alles wat naar het 'bovennatuurlijke' zweemde, loochende derhalve de bizondere Openbaring van de Heilige Schrift, ontkende de Godheid van Christus en alle door Hem volbrachte heilsfeiten, die hun eindpunt vinden in de Openbaring en de Hemelvaart. Hier kunnen namen genoemd van de Leidse dogmaticus J. H. Scholten, de Utrechtse wijsgeer C. W. Opzoomer, Karel Hendrik Roessingh en Allard Pierson, leerling van Scholten, die als eerste overigens de consequentie trok uit zijn moderne theologie door zijn ambt als predikant van de Waalse gemeente in Rotterdam in 1865 neer te leggen.
In het begin van deze eeuw gaf De Waarheidsvriend van tijd tot tijd geruchtmakende uitspraken van vrijzinnige theologen door, die alle gekenmerkt waren door genoemde ontkenning van het bovennatuurlijke, het gezag van de Schrift en de daarin vervatte heilsfeiten. In 'Delen of Helen? ' is daarvan een groot aantal voorbeelden, geciteerd uit één nummer van De Waarheidsvriend, bijeen gebracht. Hier volgen enkele voorbeelden:
'Jezus een gewoon mens, van gelijke beweging als wij.'
Ds. J. C. Zaalberg, Den Haag.
'Jezus, de godsdienstige mens bij uitnemendheid.'
Prof. J. C. Matthes, Oud en Nieuw 1865, blz. 107.
'Voor mij heeft de goddelijke verering van Jezus volstrekt geen waarde.'
Ds. H. C. Rogge, Oud en Nieuw 1865, blz. 384.
'Dat Jezus, God met de Vadernaam toesprekende, zich in een betrekking tot het hoogste wezen plaatste, waardoor hij van zijn medemensen niet alleen geheel onderscheiden, maar ook boven hen allen verheven was, is een misverstand.'
D. Harting, Morgenlicht 1868, blz. 28.
'Dat is een groot, een zéér groot misverstand.'
B. ter Haar, Waarheid in liefde 1866, blz. 291.
'Is Jezus onze Middelaar? Bij de ware Hervormde is niemand tussen hem en God. Die nog een tussenpersoon behoeft, is in beginsel nog Joods nog Rooms.' 'Wij ontkennen het bovennatuurlijke, voor ons bestaat er geen enkel wonder.'
Prof. Opzoomer.
'Wij zouden allen willen brengen tot ontwikkeling van geheel de menselijke aanleg. Maar daartoe staat de Bijbel ons in de weg. Daarom dringt zich de vraag telkens bij ons op: Moet de Bijbel wel altijd zo het boek der godsdienst voor de Gemeente blijven?'
Prof. Rauwenhoff, Oud en Nieuw 1866.
'De begrippen van een schuld der mensheid tegenover God, van verzoening daarvoor door Jezus' kruisdood teweeggebracht enz., al die begrippen in ons oog zo onwaar, zo schadelijk voor een zuivere godsdienstige ontwikkeling, leert de Gemeente altijd weer opnieuw uit de Bijbel.
De Bijbel en telkens weer de Bijbel, die ons in de weg staat bij onze pogingen om een betere opvatting van het Christendom ingang te doen vinden.
Er moet, dunkt mij, een einde komen aan de afgoderij, die er nog door de Protestanten gepleegd wordt met de Bijbel.'
Prof. Rauwenhoff.
'Voor de verheven grootheid van Jezus' kruisdood koesteren wij diepe en dankbare eerbied. De zaak is echter, dat wij het een gruwelijke miskenning achten van Jezus' prediking en loochening van het geloof in Gods ontfermende liefde, die kruisdood te beschouwen als een offerande.'
'Wij zijn waarlijk op hun blijven in de Kerk niet gesteld. Wij zijn van oordeel, dat die 'gereformeerden' met hun onchristelijke prediking schade toebrengen aan het geestelijk leven van ons volk.
Wij zien, dat zij de rechten van andersdenkenden weigeren te erkennen en het tot stand komen van vrede en verdraagzaamheid in de kerk aldoor belemmeren. Wij zouden hen daarom liever vandaag dan morgen zien heengaan.'
Dr. J. C. Niemeyer, Vrijz. Weekbl. 30 nov:1911.
'De moderne richting kan het Kerkgenootschap niet huldigen; zij moet er een humanistische vereniging voor in de plaats stellen, waarin louter de liefde voor het ideaal en de algemene mensenliefde wordt gepredikt, aangezien zij niet anders te prediken heeft.'
Dr. A. Pierson.
Deze voorbeelden zouden met vele uit te breiden zijn. Brute ontkenning van het meest wezenlijke van het christelijke geloof!
'Zwingli'
Vraagt men waar déze vrijzinnigheid thans nog te vinden is dan is dat dunkt me in het blad 'Zwingli', het principieel-vrijzinnig en unitarisch maandblad, dat opgericht is door de bekende vrijzinnige voorvechter ds. H. van Lunzen, voor wie in Odoorn, waar hij predikant was, een standbeeld werd opgericht. In dit blad, dat niet direct een hervormd blad is, al werken er hervormden aan mee, wordt het fiere oud-moderne geluid telkens weer gehoord. Niet aflatend-wordt de Opstanding van Christus als heilsfeit bestreden. Een serie uitspraken als hierboven genoemd zou gemakkelijk uit een reeks nummers van Zwingli af te lezen zijn.
In de Hervormde Kerk is deze vrijzinnige richting intussen marginaal, een randverschijnsel geworden. Ds. L. J. van der Kam, laatstelijk (vrijzinnig-)hervormd predikant te Blija, daarvóór in Berkenwoude, ging tien jaar na zijn emeritering, t.w. in 1977, over naar de Doopsgezinde Broederschap omdat hij voor de vrijzinnigheid geen kansen meer zag in de Hervormde Kerk. Hij spreekt in Zwingli van 9 oktober 11. van een 'spectaculaire achteruitgang' van de (oude) vrijzinnigheid in de Hervormde Kerk, met name in Friesland, waar 'bloeiende' vrijzinnige gemeenten waren maar waar nu grote 'terugloop' is (Stiens, Grouw, Franeker, Drachten, Leeuwarden, Dokkum, Heerenveen, Oenkerk). In een brochure heeft ds. Van der Kam van zijn overgang naar de Doopsgezinde Broederschap verantwoordig afgelegd. Daarin spreekt hij met name ook zijn zorg uit over Samen-op-Weg, wat naar zijn mening een versterking betekent van - wat de Hervormde Kerk betreft - de rechtzinnigheid en verminderde kansen voor de vrijzinnigheid.
De Vereniging van Vrijzinnige Hervormden
Intussen zijn de officieel vrijzinnig-hervormden thans georganiseerd in een vereniging van die naam, die los van Zwingli optrekt. In 1951, toen de Hervormde Kerk met de Nieuwe Kerkorde ophield richtingenkerk te zijn en modaliteitenkerk werd (zo was althans de bedoeling), waarin het ging om de 'gemeenschap met de belijdenis der vaderen' en waarin geweerd zou worden alles wat met dit belijden in strijd was, haakten de 'principieel-vrijzinnigen' van Zwingli af. De Vereniging van Vrijzinnige Hervormden ging wél met de nieuwe koers mee en heeft sindsdien de geduchte kritiek ontmoet van Zwingli. In Zwingli van 9 oktober schrijft bv. dr. mr. P. D. van Roijen: 'De WH heeft (...) na de Tweede Wereldoorlog weinig of niets gedaan aan de handhaving van de Vrijzinnige Richting binnen de Hervormde Kerk. De officiële opvatting, dat de Hervormde Kerk sedert de Kerkorde van 1951 geen richtingen meer kent, doch slechts modaliteiten, werd door de WH onderschreven. De gevolgen van deze misplaatste volgzaamheid waren dan ook funest.'
Wanneer we evenwel over de officiële vrijzinnigheid in de Hervormde Kerk thans spreken dan moeten we toch de blik richten op deze Vereniging van Vrijzinnige Hervormden. De secretaris van deze vereniging, ds. W.H. Stenfert Kroese, liet in het jaarverslag over 1979 weten, dat het er met de vrijzinnigheid - ik neem aan de vrijzinnigheid, die de WH representeert - niet best voor staat. Geen enkele kerkelijke hoogleraar van vrijzinnige signatuur; een aantal vrijzinnigen nog van krapweg 10.000 en een aantal door de vrijzinnigen te bereiken hervormden van ongeveer 50.000! En tenslotte: ongeveer honderd vrijzinnige predikanten, van wie meer dan de helft 55 jaar of ouder is.
De Vereniging van Vrijzinnige Hervormden heeft recent een brochure uitgegeven, getiteld 'Uitgangspunten en Doelstellingen'. Het is een herziene beginselverklaring, waarin enerzijds de continuïteit met de vrijzinnigheid wordt beoogd ('ons stuk staat duidelijk in de traditie van het vrijzinnige protestantisme') en waarin anderzijds 'wezenlijk verschil' met de oude beginselverklaring merkbaar is.
We laten hier volgen de vier 'uitgangspunten en doelstellingen', zoals de WH die heeft geformuleerd, en waarin het begrip vrijheid centraal staat:
I. De Vereniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland is de organisatorische vorm van de vrijzinnige beweging in de Nederlandse Hervormde Kerk.
Zij leeft met de gehele christelijke kerk vanuit de bijbelse vrijheid, die geschonken is in het evangelie van Jezus Christus, gericht op het koninkrijk van God, en daarom gave en opdracht beide is.
ALTERNATIEVE LEZING:
Zij leeft met de gehele christelijke kerk vanuit de vrijheid, waarvan de bijbelse boodschap getuigt en waartoe zij oproept, welke boodschap haar vervulling vindt in het evangelie van Jezus Christus. Deze vrijheid werd werkelijkheid in het met Jezus Christus aangebroken Koninkrijk van God, dat zijn voleinding vinden zal aan het einde ter tijden, als God zal zijn alles in allen (1 Cor. 15 : 28) en allen in de vrijheid zullen staan, waartoe zijn in Christus geroepen zijn (Gal. 5:1, 13).
Zo is de christelijke vrijheid gave en opdracht beide.
II. Deze vrijheid krijgt gestalte in de evangelische zorg om de mens, wat leidt tot een dynamisch bezig-zijn met zowel de persoonlijke verhoudingen als met de verbanden en strukturen van de samenleving.
De grenzen van de vrijheid en van de verdraagzaamheid liggen daar, waar overschrijding ervan de humaniteit en het beeld Gods in de mens aantasten.
III. Deze vrijheid krijgt gestalte in leven en orde van de kerk.
a. in de grootst mogelijke ruimte van geloven en belijden voor verschillende christelijke overtuigingen;
b. in pluriforme gestalten van gemeenteleven en eredienst;
c. in de mogelijkheid tot vorming van gemeenschappen, die de bestaande grenzen van kerk en gemeente overschrijden;
omdat alleen het evangelie de grenzen van deze vrijheid kan bepalen en geen instantie zich dit mag aanmatigen. (ALTERNATIEF: deze taak mag overnemen).
De WH streeft op grond hiervan naar een ontmoeting met andere christelijke kerken en stromingen, om te komen tot een kerk, die één in Christus is en gemeenschappelijk naar een ontmoeting met humanistische en andere levensbeschouwingen alsook met de wereldgodsdiensten om te komen tot een wereld, die één is in vrede en gerechtigheid.
IV. Deze vrijheid krijgt gestalte in een geloofshouding, die kritisch
a. de verkondiging van de bijbel en de theologische overlevering naar hun godsdienstige intenties en waarheid doorlicht;
b. tegenover de veruiterlijking en vermaterialisering van het bestaande ruimte schept voor velerlei vormen van spiritualiteit, die nochtans de aarde trouw blijft;
c. openheid aan de dag legt ten aanzien van kultuur en wetenschap;
d. een rationele oplossing nastreeft van de maatschappelijke problemen in het licht van de bijbelse gerechtigheid.
Tot zover deze informatie over de huidige vrijzinnigheid in de Hervormde Kerk. Alvorens we in een volgend artikel nader ingaan op de vrijzinnigheid, zoals die zich nu in én buiten de Hervormde Kerk manifesteert, wilden we eerst een zo getrouw mogelijke weergave geven van wat thans de vrijzinnigheid is of zijn wil. Kennelijk is er binnen de Hervormde Kerk tweeërlei vrijzinnigheid, te weten die van Zwingli en die van Kerk en Wereld. Maar buiten de Hervormde Kerk is er óók nieuwe vrijzinnigheid. Recent werd mij nog toegestuurd een boekbespreking van de vrijzinnige ds. mr. J. van Leeuwen te Moordrecht over het boekje van de gereformeerde drs. Tj. Baarda, getiteld 'De betrouwbaarheid van de evangeliën', in Theologie en Praktijk, 1967. De recensent zei: 'wij begroeten het als een lentebrengende zwaluw, nestelend bij de Kuyperiaanse altaren'.
De vraag: 'wat is vrijzinnigheid (nog) vandaag? ' is daarom bepaald actueel. In het volgende nummer gaan we daarop nader in.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's