De Schrift in de Gereformeerde Orthodoxie
De Heilige Schrift
Wanneer wij het woord 'Orthodoxie' met een hoofdletter schrijven, bedoelen wij daarmee de periode van de Kerk der Hervorming die volgde op de tijd van de Reformatie zelf. Dus zo ongeveer lopend vanaf 1600 tot in de 18e eeuw. Dat is de tijd geweest, waarin men het belijden der Reformatie heeft ontwikkeld tot een gereformeerde leer.
De Orthodoxie geworteld in de Reformatie
Wanneer wij het woord 'Orthodoxie' met een hoofdletter schrijven, bedoelen wij daarmee de periode van de Kerk der Hervorming die volgde op de tijd van de Reformatie zelf. Dus zo ongeveer lopend vanaf 1600 tot in de 18e eeuw. Dat is de tijd geweest, waarin men het belijden der Reformatie heeft ontwikkeld tot een gereformeerde leer. Men had behoefte aan een systematische behandeling, ook aan een zekere afronding, zodat men voor zich en voor anderen wist waaraan men toe was, wanneer iemand zich een gereformeerd theoloog noemde. Deze systematisering van de leer was vooral nodig vanwege de vele controversen, die ontstonden over de rechte leer. Denk alleen maar aan de strijd met de Remonstranten over de verkiezingsleer. Juist door deze strijd is men tot een uitgewerkte verkiezingsleer gekomen.
Men bedoelde met deze systematisering de reformatorische leer veilig te stellen. En men was er van zichzelf dan ook diep van overtuigd, dat men ging in het spoor van de Reformatoren zelf, met name van Calvijn. Men wilde niets anders en niets meer dan dat. Toch was deze overtuiging niet geheel in overeenstemming met de werkelijkheid. De orthodoxe weergave van het reformatorisch belijden heeft toch ook iets aan dit belijden veranderd. Vooral betreft dit de vorm. Men meende namelijk deze reformatorische leer het best te kunnen weergeven en zo ook te verdedigen door gebruik te maken van de toen gangbare wijsgerige denkmiddelen. Deze werden ontleend aan de z.g. scholastieke wijsbegeerte, die terugging op de middeleeuwse scholastiek, maar uiteindelijk haar bron vond in de Griekse wijsbegeerte, voornamelijk van de Griekse wijsgeer Aristoteles. Zo ging men dus met filosofische termen en denkconstructies de reformatorische leer uitleggen en behandelen.
Men was er diep van overtuigd, dat het hier slechts om formele hulpmiddelen ging, die de inhoud zelf niet aantastten, ja die zelfs nog beter deze inhoud onder woorden brachten. Maar dit was toch een te optimistische visie op het gebruik van (heidens) denkmateriaal. Men meende wel een bijbels voorbeeld daarvoor te kunnen aanvoeren. Men zei: zoals de Israëlieten de sieraden uit Egypte aannamen en gebruikten voor hun bestwil, zo mag de christelijke theologie wel het sieraad van de Griekse wijsbegeerte gebruiken voor haar bestwil. Maar of dit een echt reformatorisch verantwoord schriftgebruik was, laat zich betwisten. In ieder geval bleven de gevolgen niet uit. Er kwam door deze manier van theologiseren een verstrakking in de leer, ook een sterke speculatieve tendens kwam naar voren, vooral als het ging om God en zijn eeuwige Raad. Terwijl anderzijds op deze wijze heel sterk de aandacht op de mens en zijn innerlijk leven gericht werd.
Dit had daarom zulke grote gevolgen, omdat de scholastieke methode maar niet tot de katheder in de collegezaal of tot de studeerkamer van de predikant beperkt bleef, maar zij kwam ook ter sprake op de kansel en in de stichtelijke lectuur en in het pastoraat. Zij werd ingedragen in de praktijk van het geloofsleven, zodat vele stichtelijke schrijvers, die zeer bevindelijke onderwerpen aansneden, toch op een scholastieke manier aan het woord waren. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de praktijk van het geloofsleven in de gemeente.
De Schriftleer
Nu zien wij, dat deze scholastieke systematisering ook haar neerslag heeft gevonden in de wijze, waarop in de Gereformeerde Orthodoxie over de Schrift wordt gesproken. Dit komt het duidelijkst naar voren wanneer wij een summiere vergelijking maken met de Reformatie zelf. Hoe de Reformatoren en vooral Calvijn over de Schrift hebben gesproken, is uit het voorafgaande genoeg duidelijk geworden. Als wij dit getuigenis samenvatten, ontdekken wij twee hoofdmomenten. Het belangrijkste is, dat de Reformatoren de Schrift hebben gelezen en verstaan als het getuigenis van de sprekende God. God zelf sprak daarin tot hen, en in het geloof leefden zij daaruit en daarvan. Daarom kan b.v. Calvijn op zo'n directe levende wijze Gods eigen stem horen uit de Schriften en die doorgeven. Aan de andere kant verhindert Calvijn dit niet om tevens grote aandacht te schenken aan het historisch karakter van de Schrift en om heel nuchter rekening te houden met de bedoelingen van de Bij bel schrijvers, waarbij hij zelfs zo nu en dan laat merken, dat hij oog heeft voor de beperkte doelstelling en horizon van de bijbelschrijvers. Het boeiende ervan is, dat deze beide kanten elkaar niet beconcurreren. Het één gaat niet ten koste van het ander. Dit is alleen te verstaan vanuit de geloofskracht der Reformatie, vanuit de krachtige werking van de Geest. Vandaar dat juist in verband met de Schrift het getuigenis van de Heilige Geest (Testimonium Spiritus Sancti ) zo'n beslissende plaats bij Calvijn inneemt. Want de Geest, die levend maakt, leert ons ook op zulk een levende wijze om te gaan met de Schrift, dat we daarin Gods eigen stem horen, en toch niet met de Bijbel als boek een magische kant opgaan en dit boek als boek gaan cultiveren. Het gaat in de Schrift om het levende Woord Gods. Daaraan beantwoordt alleen het levende geloof.
Rationalisering
Nu zou het onjuist zijn, wanneer wij beweerden, dat dit levende geloof, dat hangt aan het levende Woord Gods, in de tijd na de Reformatie niet meer gevonden wordt. Het tegendeel is waar. Maar wel is het zo, dat met name in de theologie er een verstarring heeft plaatsgevonden, waarin het zwaartepunt verlegd werd van de levende openbaring van de sprekende God naar het onfeilbare boek der waarheid, dat wij in de Heilige Schrift bezitten. De Bijbel als boek der Waarheid ging steeds meer in het middelpunt staan. Met dit boek werd dan ook Gods' openbaring gelijkgesteld. En zoals Gods openbaring onfeilbaar is, zo moest ook de Bijbel onfeilbaar zijn. En deze onfeilbaarheid werd op allerlei uitwendige punten aangetoond. Het getuigenis van de Geest, bij Calvijn een centrale plaats innemend wordt nu gerangschikt naast en onder vele andere kenmerken van de goddelijkheid der Schrift. In dit alles treffen wij tegelijk ook een zekere rationalisering aan. Op meerdere manieren wordt dit duidelijk. In de Reformatie ging het vooral om de sprekende God in Jezus Christus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Dus: de waarheid verstaan als de openbaring van de levende God zelf. In de Orthodoxie echter ging het steeds meer in de Bijbel om een aantal waarheden, die met een z.g. historisch geloof kunnen worden verstaan en aanvaard. Op deze wijze kreeg de openbaring van God steeds meer het karakter van een leer, die men aanhing en toestemde. Natuurlijk bracht dit weer de noodzaak met zich mee om te beklemtonen, dat deze door het verstand aanvaarde leer moest worden 'toegepast' aan het hart. Hoe meer verstandelijk men de waarheid ging benaderen, des te grotere afstand kwam er tussen het aanvaarden van de waarheid met het verstand en het ervaren van de waarheid door het hart. In de prediking kreeg dit zijn vorm in de scheiding tussen het uitleggend en het toepassend gedeelte.
Doordat de Bijbel steeds meer gezien werd als boek van waarheden werd ook het historisch karakter van de Schriftopenbaring steeds minder ingezien. De waarheden werden eeuwige waarheden. En of deze nu gevonden werden in het Oude Testament of in het Nieuwe Testament, dat maakte niet veel uit. Er ontstond zodoende een egalisering van het Schriftgetuigenis, waardoor de hele waarheid in heel de Schrift overal op dezelfde wijze werd teruggevonden. Daarom maakte het b.v. in de prediking niet zoveel meer uit, uit welk deel van de Schrift men de tekst koos, omdat deze tekst als eeuwige waarheid altijd ook dezelfde waarheid bevatte. In feite kwam dit daarop neer, dat men overal de eigen, dogmatische geloofswaarheid meende te ontdekken.
Mechanische inspiratieleer
Doordat men de Bijbel op deze egale wijze gelijkstelde met de openbaring, kwam men ook tot een rationele inspiratieleer. De Bijbel is het door de Geest geïnspireerde boek van God. Dat hield in, dat niet alleen de heilsinhoud van de Schrift, maar ook de woorden, en zelfs de letters en de lettertekens door de Geest zijn ingegeven. Dit gaf een verstrakking in de waardering en hantering van het Schriftgetuigenis, die wij zo niet in de Reformatie terugvinden. De inspiratie werd steeds meer als een mechanische en letterlijke inspiratie beschouwd. Deze Bijbelbeschouwing is het dan ook, die de basis gelegd heeft voor het latere fundamentalisme en biblicisme, zoals wij dat eerst vooral in Engeland en Amerika aantreffen, maar in de latere tijd ook in Nederland zien binnendringen. Dan wordt de Bijbel Gods Woord van kaft tot kaft, waarbij juist de uitdrukking 'van kaft tot kaft' symptomatisch is voor deze rationele, uitwendige Bijbelbeschouwing.
Het is te begrijpen, dat in een tijd, waarin de Bijbelkritiek sterk om zich heengrijpt, velen tot deze retionalistische Bijbelbeschouwing de toevlucht nemen. Het geeft een zeker houvast, een veilig aandoende duidelijkheid. Toch, als wij zien op de oorsprong van deze Bijbelbeschouwing, is het duidelijk, dat zij vrucht is van een rationalisering van het geloof. Daarom is het typerend, dat mensen zo gemakkelijk op deze wijze de Bijbel kunnen hanteren, zonder dat zij zelf persoonlijk door de Waarheid Gods zijn overwonnen en ingewonnen. Men kan op deze wijze het gelijk van de Bijbel verdedigen, uitvoerige debatten erover voeren, zonder zelf in het heil te delen, zonder zelf waarachtig te leven uit het Woord van God. Dat moet ons wel voorzichtig maken. Deze manier van Bijbelomgang lijkt meer gelovig dan ze is.
De positieve kant
Toch zit er ook een goede kant aan. Doordat de Orthodoxie zo de hele Bijbel als Woord van God aanvaardde, kwam men er ook toe om de hele Bijbel als Gods Woord te lezen en als leer en waarheid te verwerken. Vinden wij vooral bij Luther, maar toch ook bij Calvijn een zekere selectieve voorkeur voor die gedeelten van de Schrift, die het duidelijkst getuigen van Gods genade in Jezus Christus, bij het biblicisme uit later tijd wordt ook aandacht besteed b.v. aan wat de Bijbel over de toekomst heeft te zeggen, met name in haar apocalyptische delen b.v. in Daniël en de Openbaring van Johannes. Zo kwam men in deze kringen zelfs, tot een chiliastisch gekleurde toekomstverwachting. Het bijbels fundament van dit chiliasme ligt daarin, dat men de hele Bijbel letterlijk als Gods Woord ernstig wilde nemen. Zo probeerde men dan ook de apocalyptische gedeelten zo letterlijk mogelijk te verklaren, b.v. Openb. 20. Dat dit zeker ook zijn positieve betekenis gehad heeft en nog heeft, is naar mijn inzicht buiten kijf. Het is echter wel zo, dat wanneer men meer reformatorische armslag heeft in het omgaan met de Schrift, men dan ook gemakkelijker ertoe komt om deze apocalyptische gedeelten niet letterlijk te nemen of zelfs geheel buiten beschouwing te laten, zoals b.v. Calvijn gedaan heeft.
Doorwerking in het heden
Tenslotte moet worden opgemerkt, dat de Bijbelbeschouwing zoals deze voorkomt in onze kring heel sterk beïnvloed is door de Gereformeerde Orthodoxie. Over het algemeen kan worden gezegd, dat we meer stoelen op de Orthodoxie dan op de Reformatie zelf. Dat geldt ook voor onze Schriftbeschouwing. Dit is dan ook de reden, waarom vele orthodoxgereformeerden nu zo ontvankelijk zijn voor het fundamentalisme en biblicisme van onze tijd. Dit is niet alleen maar verlies, maar ook niet alleen maar winst. De niet geringe taak, die wij voor ons zien liggen, is om nu een autentiek reformatorisch Schriftgeloof te verwoorden en te beoefenen. Misschien geeft de bezinning, die in deze artikelenserie aan de gang is, een kleine stap in die richting te zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's