De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Simsons val

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Simsons val

6 minuten leestijd

Indien ik geschoren werd, zo zou mijn kracht van mij wijken, en ik zou zwak worden, en wezen als al de mensen. Richt. 16 : 17b

We hadden Simson graag op een voetstuk geplaatst. Dan hadden we altijd hoog tegen hem kunnen opzien. Hoofdstuk 16 verhindert dat. De Heilige Schrift is wat dat betreft eerlijk. Hij slaat de zonde, de ongerechtigheid van de mens niet over. Simson wordt ons geschetst in de kracht van het geloof. Dan is hij een held in de ware zin van het woord. Maar ook wordt hij ons getekend in zijn zwakte, in zijn zonde, in zijn diepe val. Dat doet de Schrift niet alleen met Simson. Simson is geen uitzonderlijk geval. Ook van Petrus, de discipel, wordt ons hetzelfde verteld. David, de koning van Israël, de man naar Gods hart, mogen we ook niet vergeten. Hij is diep gevallen. Fraai is het niet. Het leert ons dat wij op mensen geen vertrouwen moeten stellen. Mensen moeten wij niet verheerlijken. Alleen op de Heere kunnen wij vertrouwen. Wie in de Heere gelooft, die komt nooit of te nimmer beschaamd uit.

In het begin van hoofdstuk 16 vinden we Simson in Gaza, de belangrijkste stad van de Filistijnen. Wat moet hij daar zoeken? Simson heeft daar niets te zoeken. Hij had beter gedaan door daar weg te blijven. Alleen zijn zinnelijke lusten drijven hem naar deze Filistijnse stad. Hij knoopt er connectie aan met een daar wonende vrouw van lichte zede. Hoe komt hij ertoe om dat te gaan doen? De Heere Jezus heeft er het antwoord op gegeven: 'Van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.' Wat Simson in Gaza gaat doen, komt voort uit zijn hart.

Nu kunnen wij laag op Simson neerzien en zeggen: iemand die een publieke vrouw bezoekt, deugt niet. Dat is op zichzelf waar, maar moeten we niet allen zeggen en belijden, dat we van nature net zo'n hart als Simson met ons omdragen? De een ligt meer voor déze zonde bloot, de andere meer voor diè. De Heere heeft Simson door een wonder uit Gaza gered. Met de poorten van Gaza op z'n nek wist hij uit de stad te ontsnappen. Het was voor hem tot een waarschuwing en tot een les. Zoals hij nu gehandeld heeft, zo moet hij nooit weer doen. De Heere waarschuwt alle mensen. Hoe vaak heeft Hij ons al niet gewaar­ schuwd? Hij heeft geen lust in onze totale ondergang en verderf. Geen mens gaat ongewaarschuwd heen.

Simson is ontkomen, door 's Heeren hand gered. Maar helaas, hij heeft uit de waarschuwing geen lering getrokken. Is dat niet het geval met zeer veel mensen? Het lijk wel of de Heere spreekt tegen dovemansoren. Al die waarschuwingen worden zo gemakkelijk in de wind geslagen. Simson gaat na enige tijd opnieuw naar een Filistijnse vrouw. Ze woont aan de beek Sorek, en haar naam is Delila. Het duurt niet lang of de Filistijnen weten dat Simson geregeld bij Delila op bezoek komt. Onze vijanden slapen nooit. De duivel kent geen rustpoos. De vijf vorsten van de Filistijnen gaan met de vrouw praten. Zij moet aan de weet zien te komen, waarin Simsons grote kracht gelegen is. Ze behoeft het niet voor niets te doen. Ze kan er 5 x 1100 zilverstukken mee verdienen. Alsu nagaat dat de Here Jezus door Judas verraden is voor 30 zilverstukken, ziet u hieruit wat de vorsten ervoor over hebben om Simson in hun macht te krijgen. En die vrouw? Ze aarzelt geen ogenblik, ze doet het! Delila maakt er een spel van, en Simson speelt mee. Tot drie keer toe weet Simson z'n geheim te bewaren, maar de vierde keer stort het bolwerk in elkaar. Tenslotte verklaart hij haar zijn ganse hart. Ze zal wel gezegd hebben: 'Simson, wees niet bang, ik zal het aan niemand vertellen. Bij mij is jouw geheim veilig.' Maar intussen... Binnen de kortste tijd weten de Filistijnse vorsten het en niet lang daarna vallen zijn haarlokken één voor één op de grond. Simson is gevallen. Hij die er duizend heeft verslagen, is zelf verslagen door één vrouw. Hij heeft zijn vijanden onderschat.

Hoe veel mensen onderschatten de vijand, de duivel niet? In de fout van Simson vallen talloos vele mensen. Eén ken ik die niet gevallen is. Hij is staande gebleven ondanks alle satanische aanvallen. De duivel sprak tot Hem: 'Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg, dat deze stenen broden worden.' Doch Hij, antwoordende, zei: 'De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat.' Een volgende maal nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne van de tempel, en zei: 'Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen aangaande U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.' En Jezus zei: 'Er is ook geschreven: Gij zult de Heere, uw God, niet verzoeken.' Weer nam de duivel Hem mee op een zeer hoge berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid, en zei tot Hem: 'Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, neervallende, mij zult aanbidden.' Toen zei Jezus tot hem; 'Ga weg, satan, want er staat geschreven: 'De Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.' Toen liet de duivel van Hem af. Christus Jezus is niet gevallen. Gelukkig niet, want anders was er geen Zaligmaker van zondaars en zondaressen geweest.

De Filistijnen merken direkt, dat zijn kracht van hem geweken is. Zij grijpen Simson vast, en ze graven zijn ogen uit. Dat laatste is op zichzelf niet zo erg. Hij heeft al die jaren door toch maar naar die Filistijnse vrouwen gekeken. Dat is nu voorgoed voorbij. Na zijn ogen uitgegraven te hebben, voeren ze hem af naar Gaza, de stad waarvan hij kort geleden de poort op z'n nek droeg. Daar wordt hij met koperen ketenen geketend, en geworpen in de gevangenis waar hij het werk van een slaaf moet doen. Het zachte juk van Gods geboden was voor Simson te zwaar. Dat juk wilde hij van zich afschudden, net zoals de verloren zoon uit de gelijkenis. Die verliet net vaderhuis, vader zelf. Hij dacht een vrij en gezellig leven te kunnen gaan leiden. Maar o, wat kwam hij bedrogen uit. Het is Simson zonder twijfel ook niet meegevallen. Toen hij Gods zachte juk van zich afschudde, kwamen er de koperen ketenen van de vijand; de ketenen, die hem steeds zouden doen herinneren aan zijn ongerechtigheden. Het was het gevolg van zijn diepe val. Wie van ons meent te staan, hij zie toe dat hij niet valle! Leer uit deze geschiedenis dat Gods volk niet goedkoop zondigt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Simsons val

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's