Boekbespreking
Ds. Bram Krol, Onder commando, een kompas voor de gemeente van Jezus Christus, uitg. van Interlektuur, Postbus 355, Arnhem, 1979, 191 pag., prijs ƒ 16, 90 (een Telos-boek).
De schrijver, ds. A. J. Krol, is predikant van de Gereformeerde Kerken in Nederland en is thans staflid van het Instituut voor Evangelisatie te Driebergen t.b.v. gemeenteopbouw. Over dat laatste handelt ook dit boek: opbouw van de gemeente. Bij vergelijking van de gemeente van Jezus Christus in het Nieuwe Testament met de gemeente zoals we die vandaag overal zien functioneren vallen scherpe verschillen op, vindt ds. Krol. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver vanuit tal van bijbelgegevens uiteen hoe de gemeente hoort te zijn. Als dan de gemeente zoals we die b.v. in Handelingen zien functioneren gelegd wordt naast de gemeente van thans, dan vallen vele verschillen op. Ds. Krol geeft tal van kritische geluiden door die uit velerlei hoek klinken op de gemeentelijke praktijk van thans. Het komt vooral hier op neer: de gemeente zoals ze thans veelal functioneert lijkt op een lichaam waar het leven uit verdwenen is. Het priesterschap van alle gelovigen is weggevallen. In de gemeente zoals we die in het Nieuwe Testament vinden beschreven, kon ieder gemeentelid zijn of haar bijdrage aan de samenkomst leveren. Samenkomsten waren samenspel. Het is nu vaak veel te georganiseerd, de verrassing is er uit weg, het werk van de Heilige Geest ligt veel te veel aan banden in allerlei vaststaande formules, gebruiken, liturgieën etc. Er is een geest van geur-, kleuren fleurloosheid in de diensten. Het eenmans-bedienings-systeem functioneert slecht. 'Mensen hebben geen behoefte aan meer dogma in hun hersenen, maar aan meer godservaring in hun dagelijks leven.' Wat is de remedie die de schrijver m.b.v. anderen aandraagt? Herstel van de familiesfeer in de samenkomsten, inschakeling van alle gemeenteleden in alle facetten van geestelijke arbeid en dit op zo groot mogelijke schaal. Er moet eenvoudig (verstaanbaar) over Christus en zijn verlossingswerk gesproken worden, gepaard aan oproep tot bekering. Bezwaar bestaat tegen het al te grote accent op de predikant. Hij is de fulltimer, deskundige, informatiebaak van een gemeente. Hij is al teveel een schaap met vijf poten. Ik citeer nu een regel die veel collega's zal aanspreken: 'Het resultaat is een voortdurend gehaast van de één naar de ander, overbelasting en weinig tijd om rust te vinden, weinig gelegenheid om zelf kracht te ontvangen in gebed en persoonlijk gerichte bijbelstudie. Hun agenda staat vol met vergaderingen, afspraken, ziekenbezoek, rouw-en trouwdiensten, sociale 'probleemgevallen', katechisaties, groepen en vertegenwoordigende funkties'. Ds. Krol noemt dit een ongezonde situatie. Hij wil dan dat veel meer heel de gemeente wordt ingeschakeld. Daar zit een belangrijk legitiem element in, moet ik zeggen. Alleen zo vlotweg en simpel als hij het soms doet voorkomen dat dit probleem op te lossen valt, ligt het toch niet. Ook moet ik zeggen hem al te kritisch te vinden in zijn oordeel over de samenkomsten van de gemeente zoals wij die ook onder ons nog kennen mogen. Ik ga een heel eind met hem mee als hij zich vanuit de Schrift nogal kritisch opstelt tegenover veel in het gemeentelijk leven. Maar mijn hoofdbezwaar is dan tenslotte toch, dat ik het gevoel krijg dat wij al tezeerzelf in staat zijn een opwekking binnen de kerken en de gemeente te 'organiseren', hoezeer ds. Krol zelf dit woord afwijs^t. Hebben wij dat dan helemaal zelf in de hand? Is er ook niet de vrijmacht van de Geest? Dat schrijft ds. Krol ook zelf. En toch komt het op mij over als een zaak die wij grotendeels zelf in de hand hebben. Deze kritische notie doet niets af van de waardering die ik heb voor veel van wat in dit boek wordt aangedragen. Ik denk dat we met sommige aandachtspunten duidelijk onze winst kunnen doen bij het leiding geven aan de gemeenten in deze tijd.
J. Maasland
Dr. S. Gerssen, Franz Rosenzweig, Verkenning en bezinning, 13e jaargang, nr. 3, prijs ƒ 3, 75, abonnement van vier nummers ƒ 13, 50, Dienstencentrum Geref. kerken te Leusden
Op 10 december 1929, dus ruim vijftig jaar geleden , overleed de joodse denker Franz Rosenzweig. Rozenzweig wordt wel genoemd de man die de joodse tradide relevant gemaakt heeft voor de 20e eeuw. Zijn hoofdwerk Stern der Erlösung stelt hoge eisen aan de lezer. Bekend is Rozenzweig voorts door zijn medewerking aan de vertaling van het Oude Testament, samen met Martin Buber. Rosenzweig is belangrijk voor de vragen in de verhouding tussen jodendom en christendom. Hij moest niets weten van een christianiserend jodendom, noch van een judaiserend christendom. Volgens Rosenzweig is het voorbarig te geloven dat Jezus de Messias is gezien de gebrokenheid van de wereld. Zijn tweewegenleer heeft nogal wat sporen nagelaten. Beroemd is de correspondentie met Rosenstock over de messianiteit van Jezus, de Joden en de kruisiging.
Gerssen schetst in dit korte geschrift een levendig beeld van deze denker dat als eerste inleiding kan dienen voor wie zich in Rosenzweig wil verdiepen. Begrijpelijk is het dat niet alleen de lijnen van Rosenzweig's denken zichtbaar worden, maar dat voortdurend ook de dialoog met Israël ter sprake komt.
Gerssen wijst de tweewegenleer af, en acht die voor christenen een onbegaanbare weg. Er is één God en één weg tot Hem. Er zijn z.i. wel twee wijzen van zijn op die ene weg. Het blijft m.i. de vraag, in hoeverre dit te verenigen is met Johannes 14 : 6 en 1 Cor. 1:18. Graag wensen we dit instruktieve boekje in veler handen.
A. N.
John Lewis, Er is iets gaande in Den Haag; ondertitel: De revolutionaire kracht van de Heilige Geest in een internationale gemeenschap, serie Nieuw Leven, uitg. Kok, Kampen, 112 biz., ƒ 13, 90.
De schrijver, tot voor kort predikant van de Engelse anglicaanse kerk in Den Haag, vertelt in dit boek iets van zijn bijzondere Haagse gemeente. Gedurende zijn ambtsperiode (sinds 1969) kwam hij in aanraking met christenen van allerlei nationaliteiten, die voor enkele jaren in Den Haag woonden en daarna naar hun land werden teruggeroepen. Onder hen waren leden van de Britse ambassade, maar ook van andere ambassades, succesvolle zakenlieden met hun gezinnen, in het algemeen mensen met, zoals de schrijver zegt, een hoge intelligentie, die in Den Haag hun werk vonden. Het is een zeer persoonlijk verhaal van de schrijver over zijn gemeente geworden, dat reeds eerder in het Engels verscheen onder de titel Something happened at The Hague.
De gemeente, waarvan de schrijver predikant was, werd een gemeente met een sterk charismatische inslag, met nadruk op de dienst der genezing, tongentaai e.d., waarbij de waarheidsvraag naar de achtergrond ging. Mijn bezwaar is, dat de bijzondere gaven van de Heilige Geest eenzijdige nadruk ontvangen en de Heilige Geest wordt losgemaakt van Christus. Overigens krijgt men door lezing van dit boek een goede indruk hoe het er in deze Haagse gemeente aan toeging (toegaat).
H. Veldhuizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's