Uit de pers
Demonstratie en rechtsorde
In het Centraal Weekblad van 12 november wijst prof. mr. I. A. Diepenhorst erop dat sedert 1966 in ons land allerlei tegenstellingen zich verscherpen en de onrust toeneemt. Welvaart blijkt geen welzijn te zijn. Groepen groeien uit elkaar. De onvrede met het bestaande uit zich op allerlei wijze. De agressiviteit neemt toe. Naast onlust en geladenheid zijn er de zorgen van de kleine middenstander, de bejaarde, de werkloze. De groeiende laatste categorie voelt ook zijn ergernis groeien. In een rechtsstaat als Nederland kan men intussen voor eigen belangen opkomen.
Tegelijk echter is er in ons land nog gelegenheid alles wat dwars zit aan de orde te stellen. Men kan voor eigen belangen opkomen. Er is mogelijkheid meer algemene nationale en internationale gebeurtenissen en problemen naar voren te halen. Daartoe wordt voorts van de demonstratie tegenwoordig een kwistig gebruik gemaakt. Geliefd zijn prikacties, het toebrengen van korte plaagstoten om eens flink wat verwarring te zaaien. Ook vergaande burgerlijke ongehoorzaamheid, het plegen van lijdelijk bedoeld - in werkelijkheid draagt het een meer aanvallend karakter - verzet tegen de overheid zijn heden gewild. In dit verband valt op dat het dikwijls massaal optreden zich wel tot politieke partijen en afgevaardigden in Staten of Raden richt, echter toch geen rechtstreekse band aan de vertegenwoordigde lichamen en organisaties heeft. Bevindt zich het parlement misschien op dood spoor? Ging het vertrouwen in de staatkundige en vakverenigingsleiders voor een gedeelte verloren?
Dat er gelegenheid is door middel van een optocht, een publieke betoging zich te laten gelden, lijkt in een democratie volop gepast en indien men zich aan de voorschriften houdt, ook een geschikt middel om bepaalde inzichten en wensen kenbaar te maken. Er wordt pressie geoefend. Het gevaar dreigt echter dat bij het samendrommen van veel mensen - een demonstratie is te geslaagder naarmate zij massaler is - de zaak uit handen loopt. Indien het tevens de bedoeling vormt een verstorende, een ontregelende werking uit te oefenen, en er op vrijheid van anderen inbreuk wordt gemaakt, gaat een dergelijk gebeuren stellig de verkeerde kant op. Het kan zijn dat de deelnemers een ordentelijk verloop waarborgen.
Onderwijskrachten zullen niet zo gauw uit het lood slaan, al kan men in het algemeen een vraagteken plaatsen of pedagogisch de belangenacties van hen, die de jeugd beïnvloeden nu zo geslaagd zijn. Psychologisch werkt een tocht naar Malieveld en Binnenhof niet zelden bevrijdend, want men kan stoom afblazen; maar stoom vervliegt.
Demonstraties bergen risico's in zich. Om ze ordelijk te laten verlopen zijn voorzorgsmaatregelen nodig. Naast de kostenfactor is er het volgende:
Van te voren staat niet vast dat een demonstratie binnen de perken blijft. Er nemen vaak idealisten aan deel. Dat is beslist het geval als het atoomvraagstuk in enigerlei gedaante speelt. Deze idealisten beperken zich evenwel lang niet altijd tot de onmiddellijke opzet van de betoging. Zij zullen hun grieven in ruimer zin kenbaar maken: het onrecht, de vriendjespolitiek in Nederland, de door hen vermoede misleiding bij de informatie. Zij verwerpen een krachteloze volkstegenwoordiging, zij moeten van het geldend systeem niets hebben. Wanneer daarnaast bepaalde, van nature oproerige elementen er op uit zijn om een conflict te veroorzaken, is de kans dat er gehakt wordt en dat er spaanders vallen groot.
Hier rust een zware en weinig begerenswaardige taak op de politiemacht. Zij verkeert van te voren in een ongunstige positie. Als zij vaak na lang wachten - haar door de autoriteiten bevolen - optreedt, wekt zij in de televisierapportage geregeld de indruk van met een zekere bruutheid te handelen; tot de kijkers dringt weinig door dat met wanorde, vernietiging, ophitsing tot geweld en het plegen daarvan niemand gebaat is, dat het geheel verkeerd moet heten als enige vrijbuiterij, in hoe geringe mate ook, ergens dreigt hoogtij te vieren. De politie wekt voorts bij velen (door een bepaald soort weinig verheffende verslaggeving) de indruk zich geheel in dienst van het gevestigde patroondenken te stellen. Zij ontziet in deze beeldvorming geen mensen die tegen het gebruik van atoomenergie voor vermeend vreedzame en uitgesproken oorlogszuchtige doeleinden overwegende bezwaren koesteren. Zij heeft ook geen consideratie met krakers, die zich tegen speculanten keren en een behoorlijk onderdak wensen. Dit betekent, de politie legt haar geweten het zwijgen op, aldus de hier en ginds geboden voorstelling.
Het is gewenst op dit punt klare taal te spreken. De boven weergegeven tekening van de politie is hoogst onbillijk. Dat wij allen in Nederland in het openbaar kunnen zeggen waar het volgens ons op staat, dat er vrije gedachtenwisseling aanwezig is - terzake van de atoomenergie begon reeds de brede algemene maatschappelijke discussie - danken wij niet in de laatste plaats aan onze politiemacht. Wat zou het worden als men naar believen wegen kon versperren, luchtverkeer hinderen, bureaux bezetten, klinieken sluiten, bijeenkomsten verstoren, terreinen betreden, tribunes vernielen, voetbalwedstrijden onmogelijk maken, treinen ruïneren. Werkelijk wij zijn voor onze nationale samenleving voor een belangrijk deel op de politie aangewezen.
De beschuldiging dat men in politiekring geen geweten zou hebben, gaat niet op. Wij aanvaarden in Nederland - daarvoor zijn wij rechtsstaat - dat: bevel is bevel nooit het richtsnoer kan zijn. Maar handhaving van orde en rust, verhoeding van geweld, het zich keren tegen geen maat houdende idealisten, die heel wat kunnen bederven, is politie-opdracht bij uitnemendheid, en men mag hen, die van het politie-apparaat deel uitmaken, over het algemeen erkentelijk wezen voor zelfbedwang, kordaatheid en menselijke benadering.
Nog een punt ter afronding. Demonstraties als zij overvloedig worden gehouden wijzen kennelijk erop dat men wat meer op het door pressie en agitatie bewerkte grote publiek vertrouwt dan op parlement en politieke partijen. Deze zullen goed doen zich te bezinnen over het versterken van verzwakte contacten en over het leggen van nieuwe verbindingen met de 'apolitieken'.
Het is voor een land als het onze, dat dan toch niet bij geruchtmakende manifestaties en leuzen uitbrallende spreekkoren, maar bij degelijke bezinning op de grote vraagstukken van deze tijd zich richten wil, noodzakelijk dat de volksvertegenwoordiging en partijen een eerste plaats innemen als het aankomt op het verkrijgen van oplossingen in grote kwesties, het bepalen van een verantwoord beleid. Aldus wordt voorkomen dat er in het heden licht rommelend Nederland maar wat wordt aangerommeld en dat ons publiek bestel nodeloos verzwakt raakt. De kardinale dingen die ons veel waard zijn: vrijheid, vrede en recht moeten wij niet uit zekere gemakzucht door teveel over zijn kant te laten gaan in de waagschaal stellen. Ons wordt de eis gesteld waakzaam te wezen ten profijte van onze nationale gemeenschap, ten behoeve ook van de bredere internationale verbanden.
Het is zaak de anarchistische tendenzen die hier en daar de kop opsteken te onderkennen. Al te gemakkelijk wordt van bepaalde zijde politioneel optreden veroordeeld. De vergelijking die men dan soms trekt met de jaren 1940-45 raakt kant noch wal en kan alleen opkomen in het brein van hen die dit alles niet meegemaakt hebben.
De gezagscrisis in onze tijd heeft verschillende wortels. Terecht wijst Diepenhorst erop dat ook regering en parlement hun verantwoordelijkheid hebben als het gaat om herstel van vertrouwen in de rechtsorde. Maar er is m.i. samenhang tussen de gezagscrisis en de religieuze crisis. We pleiten niet voor een houding van 'gezag is gezag'. Wel voor een erkennen van de ordeningen waarvan we geloven dat God in zijn goedheid ze gegeven heeft om een samenleving te bewaren voor de chaos.
***
De Bijbel in het feminisme misbruikt
Tot die conclusie komt ds. H. de Jong in enkele artikelen in Opbouw (7 en 14 nov.). Hij wijst erop hoe het verhaal in Numeri 12 waar sprake is van Mirjam en de straf die zij ontvangt, in kringen van de feministische theologie gebruikt wordt om de vrouwenbeweging te rechtvaardigen. Mirjam en Aaron zouden bewijzen de gelijke van Mozes te zijn. In de vertelling wordt Mirjam, zegt men, harder afgewezen dan Mozes. Feministische theologen ontdekken sporen van de verloren gegane geschiedenis van vrouwenfiguren in het Oude Testament. De Jong acht dit beroep op Numeri 12 misplaatst en wel om de volgende redenen:
In de eerste plaats dan iets over de aanleiding van de opstand van Mirjam en Aaron tegen Mozes. 'Mirjam nu en Aaron spraken Mozes aan naar aanleiding van de ethiopische (of Sudanese) vrouw die hij genomen had, want hij had een ethiopische (of Sudanese) vrouw genomen (dit is gehuwd)' Num. 12 : 1. Deze aanleiding is al een zware pil voor het feminisme. Dat voelt zich namelijk als bevrijdingsbeweging parallel aan de zwarte bevrijdingsbeweging.
Nu wordt hier een zwarte vrouw verheven tot de hoge rang van vrouw, echtgenote, van Mozes en degene, die daartegen het eerst protest laat horen is Mirjam. 'Met Mirjam is het begonnen'. Wat is er nu eigenlijk met Mirjam begonnen? Zwarten waren ook in die tijd, als ze met niet-zwarten in aanraking kwamen, meest slaven. En nu neemt Mozes een zwarte vrouw. Ja, nou wordt-ie mooi!, zegt Mirjam. Ik zeker, met je broer Aaron, onder die zwarte staan! Mooi niet, Mozes! En dat werd aanleiding om heel Mozes' positie ter discussie te stellen: Wat verbeeld je je eigenlijk, Mozes. Heeft de Here soms uitsluitend door jou gesproken? Heeft de Here ook niet door ons gesproken? (Wat waar was, want Mirjam was een profetes en Aaron had ook Godsspraken gehad).
Een ander punt dat deze geschiedenis voor het feminisme onbruikbaar maakt, is het feit dat Mirjam haar protest samen met Aaron doet. Daardoor heb je hier geen tegenstelling tussen de man Mozes en de vrouw Mirjam. Er loopt ook een tegenstelling doorheen van de man Mozes en de man Aaron. Daarom is het geen uitleg, maar tekstverbuiging om hier voer voor feministen te zoeken.
Dit brengt memeteen op nog een bijzonderheid, die al weer een spaak in het wiel steekt van de feministen. De man die hier medestander van Mirjam is, is een priester.
Stel je voor: een priester in de gelederen van de vrouwenbeweging! U moet namelijk weten dat het feminisme het erg gemunt heeft op priesters. Dat komt zo. Het feminisme komt hoofdzakelijk uit roomse kringen voort. En bij priesters denkt het aan de mannige roomse kerk, denkt het aan de bemoeial in vroeger dagen, die in de gezinnen de vrouw kwam voorhouden dat er weer een kind moest komen.
Dat oude zeer zorgt ervoor dat feministen het bloed van priesters wel kunnen drinken.
En dan hier uitgerekend de hogepriester Aaron die samen met Mirjam tegen de man Mozes in opstand komt.
Het zou het feminisme veel beter uitkomen als Mozes samen met Mirjam zich tegen Aaron zou verzetten.
Maar Aaron samen met Mirjam in e.en optocht voor de vrouwenrechten, dat is gewoon om te gieren en te brullen.
Een volgend punt is dat, inderdaad, zoals door de feministen gezegd wordt, Mirjam in deze geschiedenis het hardst wordt aangepakt.
Zij wordt voor straf melaats, al krijgt zij daarna genezing, als teken van vergeving.
Het is waar, wat we zoëven in dat tentoonstellingboekje lazen: Mirjam wordt veel harder afgewezen dan Aaron. Maar dat is niet omdat ze vrouw is, maar omdat het initiatief van deze revolte tegen Mozes van haar uitging. 'Mirjam nu en Aaron...' zo begint dit hoofdstuk veelzeggend.
Die volgorde is niet willekeurig. Mirjam begon. En waarom begon ze? Was Mozes zo mannig tegen haar? Nee, Mirjam wond zich op over de positie van die zwarte aan de zijde van Mozes. Vrouwenjalouzie, van vrouw tegen vrouw, dat was het begin. En dat groeide uit tot verzet tegen Mozes' plaats als bemiddelaar van de Goddelijke openbaring.
De tekst heeft werkelijk niets te maken met de onderdrukte positie van de vrouw, waar Mirjam dan als eerste tegen in verzet komt.
Dat wordt er met de haren bijgesleept en in de tekst ingelezen en vervolgens wordt gezegd: kijk nu toch eens hoe mannig het hier toegaat. Zo worden teksten verdraaid.
We onderschrijven dit van harte. Helaas lijkt het wel alsof men tegen een muur staat te praten, want de feministische theologie gaat rustig door en rechtvaardigt haar uitleg met een beroep op een anders verstaanshorizont, een andere beleving enz. Op die manier wordt de Schrift aan banden gelegd en kan men de Bijbel laten buikspreken. Zeker, en terecht wijst De Jong erop, het is juist wanneer feministische theologen de vinger leggen op verwaarloosde details uit de Schrift, zoals b.v. het feit dat vrouwen op Paasmorgen de eerste boodschappers mogen zijn. Dat Genesis 2 : 18 niet spreekt over een hulp die bij hem past, maar een hulp die tegenover hem is. Maar de feministische theologie in haar totaliteit is een revolutionaire bijbeluitleg en theologie die tegen de Schrift ingaat en die - ook dat ben ik met De Jong eens - de positie van de vrouw op de lange duur eerder verslechteren zal dan verbeteren. Want men roept een sfeer op van conflict en confrontatie waarbij niemand gebaat is. Een adaquaat antwoord aan de feministische theologie zal naar mijn mening niet mogen volstaan met een afwijzing. We zullen ook positief dienen te honoreren de wijze waarop de Schrift de positie van de vrouw in kerk en samenleving schetst. Eerlijkheid gebiedt te erkennen dat in de historie inderdaad bepaalde teksten eenzijdig geïnterpreteerd zijn of verkeerd uitgelegd. Maar dat rechtvaardigt m.i. niet een feministische theologie. Trouwens, ik ben allerminst gelukkig met de mode om het woord theologie met van alles en nog wat te verbinden. Er is m.i. goede theologie en slechte theologie. Goede theologie is die bezinning die zich gebonden weet aan de Schrift, eerbiedig wil luisteren en niet anders begeert dan het Woord aan het woord te laten. Dat betekent ook een voortdurende correctie. Elke bijbellezer is eenzijdig. Elke eeuw is vaak eenzijdig. Bepaalde stukken van de Schrift worden soms verwaarloosd. Daarom dient het Schriftonderzoek steeds voort te gaan. Maar dan dient de Schrift wel haar eigen uitlegster te zijn en moeten we haar niet lezen met een 'vreemde' bril op.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's