Boekbespreking
A. Moerkerken: Genadeleven en genadeverbond, Stark, Texel, 86 blz. ƒ 15, 75.
Van dit boekje wil ik slechts een korte en dus zeer onvolledige bespreking geven. De zaken die er in aan de orde komen vereisen, om ze goed te behandelen, een hele reeks van artikelen.
Ds. Moerkerken is predikant in de Gereformeerde Gemeenten en schreef hetgeen hier geboden wordt oorspronkelijk in De Saambinder. Het boekje handelt eerst over 'De standen in het geestelijk leven' en behandelt daarna de uitspraken die de synode van de Gereformeerde Gemeenten indertijd deed omtrent het genade verbond. Als ik wel ingelicht ben, dan is het tweede stuk minstens evenveel voor eigen kerkelijk gebruik geschreven als voor de buitenwacht. Het feit ligt er nl., en ook Moerkerken moet dat hebben geconstateerd, dat lang niet alle Gereformeerde Gemeenten - ambtsdragers en gemeenteleden - nog zo gelukkig zijn met de verbondsbeschouwing die de synode van 1931 in de genoemde artikelen heeft neergelegd. Meerdere gesprekken en brieven uit deze gemeenten (ook van ambtsdragers) hebben ook mij daarvan overtuigd. Men ziet, en waarlijk niet ten onrechte, een grote tegenstelling tussen de verbondsbeschouwirig van deze synodale artikelen en het spreken over het verbond in onze liturgische formulieren en onze belijdenisgeschriften. Men ruikt in de Rotterdamse artikelen iets van de geest van Steenblok. Maar Moerkerken neemt ze zonder meer voor zijn rekening. De koorden worden strak aangetrokken. Voorzover ik als buitenstaander kan beoordelen, worden zij strakker aangehaald dan eertijds in de Ger. Gemeenten het geval was.
Deze Rotterdamse ardkelen krijgen bij Moerkerken de funktie van een vierde belijdenisgeschrift. Wie ervan afwijkt, dwaalt, wórdt verketterd. Blijkbaar heeft hij aan de drie belijdenisgeschriften niet meer genoeg.
Maar hiermee geschiedt toch wel een heel kwalijke zaak. Wij hebben er ernstig bezwaar tegen dat men in de Geref. Kerken ertoe gekomen is om een bepaalde zinsnede in art. 36 van de Ned. Geloofsbelijdenis tussen haakjes te zetten, maar wat Moerkerken hier doet, een heel belijdenisgeschrift aan de bestaande toevoegen, is nog veel erger. Of wil hij, wat wij hopen, zo ver toch niet gaan? Maar dan zal hij het wel duidelijk moeten zeggen: en dan zal hij dus milder moeten oordelen over hen die wel aan dé drie Formulieren van Enigheid zich houden, maar zich niet willen binden aan de Rotterdamse artikelen.
Gezien het bovenstaande zal het niemand verwonderen dat Moerkerken zeer kritisch staat tegenover Hervormd-Gereformeerden en Christelijk-Gereformeerden. Die vallen allen bij hem, op enkele uitzonderingen na, onder een hard oordeel. Dat dat ook geldt van mannen als Kuyper, Schilder, Kamphuis, enz. spreekt voor zichzelf. Trouwens, de hele toon van Moerkerken is hard, doctrinair. Eerlijk gezegd: voor mij de toon van iemand die zichzelf overschreeuwt.
Comrie heeft bij Moerkerken het laatste woord. Diens theologie is beslissend. Naar de verbanden waarin Comrie gesproken heeft over de punten die Moerkerken behandelt, wordt niet gevraagd. Ik heb sterk de indruk dat één bepaalde lijn uit Comrie's theologisch denken naar voren wordt gebracht en aanzienlijk verstrakt wordt. Hiermee neem ik Comrie's spreken niet zonder meer in bescherming; hij was per slot ook maar één van de mannen van de Nadere Reformatie: Anderen spraken andere taal.
Als Comrie gemaakt wordt tot de enig gezaghebbende theoloog, wiens denken dan ook nog als een wet op de gemeente wordt gelegd, moet dat, naar mijn inzicht binnen de Ger. Gemeenten op de duur gewis tot conflicten leiden. Er blijft dan geen ruimte meer over om nog adem te halen. Ik voorzie dan op vele plaatsen een herhaling van wat er in de loop der jaren in Gouda zich heeft voorgedaan, waar tientallen trouw meelevende gemeenteleden de verstikkende atmosfeer ontvlucht zijn.
In het eerste stuk in dit boekje komen wij nog aleens ds. I. Kievit tegen. Merkwaardig dat dan ineens een hervormd-gereformeerde dominee er goed voor is om te bewijzen wat de schrijver van dit boekje betogen wil.
Maar ook hier is het weer slechts één ding dat Moerkerken aan zijn zegsman ontleent en dat dan verzelfstandigd naar voren treedt, de zogenaamde vierschaar-beleving. Degenen die ds. I. Kievit persoonlijk hebben gekend weten dat hij met name in zijn laatste levensjaren, deze beleving beslist niet als een wet anderen heeft willen opleggen. Hij zag wel in, dat hij eigen ervaring (waar wij alle respekt voor hebben) niet kon opleggen aan anderen. Daarvoor zijn getuigenissen voorhanden. Maar Moerkerken maakt er een wet van! Trouwens hij ziet gemakshalve over het hoofd, dat Kievit zeer beslist niet de verbondsbeschouwing was toegedaan die door Moerkerken zelf in het tweede deel van zijn boekje is verwoord; en dat Kievit uitermate ruim kon zijn in het aanbod der genade en dan zelfs kinderen erbij betrok, wat ik zelf uit zijn eigen mond gehoord hebt, en wat zijn meditaties ook bewijzen. Ik wil maar zeggen: Moerkerkens beroep op Kievit heeft maar zeer betrekkelijke waarde.
Vervolgens, hier en daar haalt Moerkerken Calvijn aan. Maar irriterend is hoe hij Calvijn trekt in zijn eigen straatje. Van de graden des geloofs bij Calvijn maakt Moerkerken standen van het geestelijk leven. Wat bij Calvijn staat binnen het geloof, staat bij Moerkerken er voor een wezenlijk deel buiten. Terwijl Calvijn, en dat is héél de Reformatie, inzet bij het geloof, zet Moerkerken in bij de wedergeboorte.
Dan, het geestelijke leven wordt bij Moerkerken gewrongen in een oud scholastiek schema. Helaas is het ook bij Comrie te vinden, maar Moerkerken spitst het toe. Dat is het schema van hebbelijkheid (Habitus) en dadelijkheid (actus). Weet Moerkerken niet dat dit schema afkomstig is van de Griekse heiden Aristoteles? Ziet hij niet in, hoe ver dit schema hem afbrengt van het getuigenis van de Schrift en van de belijdenis der Reformatie?
Ik wil dit op een paar punten aantonen. Als Moerkerken spreekt over de hebbelijkheid dan spreekt hij over het 'geloof', als hij het hééft over de dadelijkheid dan spreekt hij van 'geloven'.
En dan komen wij deze in mijn ogen volstrekt onbijbelse en onreformatorische stelling tegen, dat het 'geloof' (habitus) zonder kennis (van Christus) en zonder daden is. Ik vraag in gemoede: Wat is dat voor een geloof? Of eigenlijk gezegd: ik weet wel een antwoord op die vraag; ik moet met Jacobus zeggen: het is een dood geloof. En ik denk ook aan Calvijn die het geloof kennis heeft genoemd, en dan zulk een kennis die de mens zaligmaakt.
Zie, zo ver raakt men van de Schrift als men toegeeft aan de kronkelredeneringen van de scholastiek. Maar hoe gevaarlijk juist voor het geestelijk leven!
Tot slot, zo af en toe komt ook een Schriftwoord in het boekje van Moerkerken tegen. Maar hoe?
Sommige teksten worden allegorisch uitgelegd. En juist die teksten moeten dan bewijzen wat Moerkerken graag bewezen wil zien. Ik denk bv. over wat hij schrijft over Jozefs bekendmaking aan zijn broeders (blz. 25). Dat wordt dan 'vergeestelijkt' .
Voor mij heeft dat geen enkele bewijskracht. Met vergeestelijking kan men de Schrift alles laten bewijzen wat men zelf wil. De demonstrant kan er net zo goed zijn leer mee 'bewijzen', als de roomskatholiek, en dat is in het verleden dan ook al ettelijke malen gebeurd. Ik ben bereid dat met de stukken aan te tonen. De Reformatie heeft dan ook met nadruk gesteld: Vergeestelijkingen bewijzen niets. Onze conclusie zal moeten zijn: ook de vergeestelijkingen van Moerkerken bewijzen niets! En aangezien die vergeestelijkingen een wezenlijk deel van dit boekje zijn, steunt het dus op niets. Ik acht deze vergeestelijkingen van Moerkerken symptomatisch. Gods Woord heeft niet dat gezag dat het zou moeten hebben. Gods Woord en Gods beloften worden geen genoegzame grond geacht voor het leven en het sterven van de christen. Moerkerken zoekt de grond elders.
Als ik zo'n boekje lees komt over mij het verdrietige gevoel, dat het wel lijkt, alsof de Reformatie in de 16e eeuw voor niets is geweest!
K. Exalto
Ds. B. van Riet: 'Het geluid van de gouden belletjes'.
Onder deze welluidende titel zijn 14 preken uitgegeven van ds. B. van Riet. De kerkeraad van de-Ger. Kerk (Vrijgem.) te Ridderkerk gaf deze bundel uit ter nagedachtenis aan zijn predikant. De titel is het thema van de eerste preek over de gouden belletjes aan het kleed van de hogepriester. Zij vertolken het gouden gerinkel dat klinkt als een bazuinstoot door de kerk in de prediking van het Woord van de Hogepriester, Die inging in het hemels heiligdom. Deze klank klinkt door al de preken heen. Bij het lezen blijkt dat ds. Van Riet veel studie maakte van zijn preken. Moeilijke teksten ging hij daarbij niet uit de weg. Zo is er een preek over 1 Cor. 15 vers 29: 'Zich voor de doden laten dopen' en over 1 Petrus 4 vers 6: 'Evangelieverkondiging aan doden'. Duidelijk wordt de kracht van het Evangelie aan de orde gesteld. In de prediking werkt de Heilige Geest. Daarom is dit de goede boodschap voor arme verloren mensen. De heilswerking van de Evangelieprediking is zo groot, zo krachtdadig, dat die over dood en graf heenreikt.
De laatste 5 preken zijn over de Heid. Cat., waarvan er 4 gaan over Zondag 48. Ze zijn toegespitst op het leven van deze tijd. In de bede 'bewaar en vermeerder Uw Kerk' ligt de bede opgesloten voor de bewaring van de jeugd der kerk, die leeft in een kokende en gistende wereld, opdat zij oog heeft voor de grens tussen kerk en wereld. Bij het lezen van deze preek kwam de vraag bij mij boven of de moderne theologie alleen de drie grote kerkgemeenschappen in ons vaderland dreigt te overspoelen nl. de Roomse, Hervormde en Synodale kerken. Is dit niet wat hoogmoedig? We leven allen onder deze dreiging. Daar ontkomt ook de Ger. Kerk Vrijgemaakt niet aan. Daarom de bede 'O Koning der eeuwen, bewaar uw Kerk'. Dat is toch niet 'onze' kerk, maar de Kerk van Christus. Wie deze bundel preken leest zal in veel opzichten duidelijk zicht krijgen op het Woord. Hij is keurig uitgegeven en verkrijgbatar bij de scriba van de kerkeraad: Juliana van Stolbergstraat 22, 2983 HK te Ridderkerk voor de prijs van ƒ 19, —.
C. v. d. B.
'Leer en leven', ds. E. R. Damsté. Uitgeverij J. P. van den Tol, Dordrecht, ƒ 32, 50, 271 blz.
In dit boek worden, zoals de ondertitel aangeeft, de Artikelen van de Dordtse Leerregels en de verwerpingen der dwalingen in zestig meditaties verklaard. Het is een goede zaak dat dit belijdenisgeschrift van de kerk de laatste tijd meer onder de aandacht is gekomen. Het is een schat, die ons door de kerk is nagelaten opdat wij bewaard zouden worden bij de leer die naar de godzaligheid is. Ds. Damsté wil ons in dit boek daarbij van dienst zijn. Hij doet dit op een geheel eigen wijze. In een zestigtal meditaties brengt hij de inhoud van dit belijdenisgeschrift dichter naar ons toe. Het is een verdienste van hem dat hij hierbij de verwerping der dwalingen niet overslaat. Ook deze worden uitvoerig meditatief behandeld in aparte hoofdstukken. Hierdoor is het geheel wat verbrokkeld. Zo zijn er bv. verspreid in dit boek drie hoofdstukken over 'Het ware geloof'. Toch is het ds. Damsté 'gelukt' vanuit deze artikelen er telkens een ander licht op te laten vallen. Wie de grote lijn zoekt in dit boek zal wat teleurgesteld worden. Maar wie zich wil laten stichten, ook vanuit de rijke schat der kerk, kan dit boek uitnemend terecht. Elk hoofdstuk brengt ons terug tot het Levende Woord, waaruit ook de artikelen zelf zijn opgekomen. Van harte aanbevolen. Het is stevig gebonden en keurig verzorgd uitgegeven.
C. V. d. B.
Ds. G. van den Brink, Blijven bij de genade (10 schetsen over Handelingen), 32 p., ƒ 4, 90.
Deze bijbelschetsen zijn heel goed bruikbaar ter voorbereiding van een inleiding op de (jeugd)vereniging, maar ook voor persoonlijke bijbelstudie. Het taalgebruik is op jongeren gericht. Het boek Handelingen biedt een onuitputtelijke bron van onderwijs en leiding voor het gemeente leven ook in onze tijd.
J. H.
D. van der Molen, P. C. van Wijk e.a.: Maleachi - dialoog tussen God en mens (methode van bijbelstudie in de groep), 72 p.
Evenals de eerder genoemde brochure is ook deze afkomstig uit de kring van de Nederlandse Gereformeerde Kerken (vroeger genoemd de 'buitenverbanders'). De inhoud is tweeërlei. Enerzijds een aantal richtlijnen en een handreiking voor het samen onderzoeken van de Bijbel, anderzijds een korte kernachtige uitleg van het laatste boek van het O.T. Maleachi is in dialoogvorm geschreven. Op blz. 64 wordt een interessante schematische weergave van de zes dialogen gegeven. Te bestellen bij Albert Kok, Jan van Nassaustraat 5, Genemuiden of Buyten en Schipperheijn, Valkenburgerstraat 106, Amsterdam.
J. H.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's