Uit de droom geholpen!
'Zijn niet de uitleggingen Godes? ' Genesis 40 : 8b
Jozef dient in de gevangenis. Maar als hij op een morgen de cel van de schenker en de bakker binnenkomt, treft hij hen zeer ontsteld aan. De ellende staat op hun gezichten te lezen. Wat is er aan de hand? De schenker en de bakker hebben allebei een droom gedroomd, die nacht. Een angstaanjagende droom. Ze weten er geen raad mee.
In het oude Oosten droomden de mensen natuurlijk evenzeer als wij. Ze beschouwden die dromen echter als orakels, toekomstvoorspellingen. Vandaar dat er aan de koninklijke hoven waarzeggers waren, uitleggers, die de betekenis van dromen konden ophelderen. De schenker en de bakker zitten ermee, want hier in de gevangenis is geen uitlegger zoals in het paleis. Wat moeten ze met hun dromen? Toch gaat het hier om meer dan alleen om een verschijnsel uit de antieke wereld. Naar luid van het Oude Testament is de droom openbaringsmiddel van God. In dromen maakt God Zichzelf en Zijn toekomst bekend.
Voor ons is de tijd voorbij, dat dromen ons wijs maken tot zaligheid. De Eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Die heeft ons God verklaard. Ondubbelzinnig, volstrekt en definitief. Wij zijn niet aangewezen op dromen, maar op het profetische Woord. En ge doet wel, dat ge daarop acht hebt, voegt Petrus er bij! Wij hoeven niet te vorsen en te wroeten in bijzondere dingen wij hebben het klare Woord Gods. Die klare wijn wordt u ook nu geschonken. Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Maar wie de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. Kan het duidelijker? Wie is er, die dit niet verstaat?
Ook Jozef weet uit ervaring van de droom als voertuig van de Godsopenbaring. Wanneer de schenker en de bakker van hun dromen gewagen, antwoordt hij: Zijn niet de uitleggingen Godes? Jozef ontvangt hier de Geestesgave, om dromen uit te leggen naar Gods bedoeling. Let wel: om ze uit te leggen! Niet meer dan dat. Zó is Jozef hier profeet des Heeren. Wanneer we de lijnen doortrekken naar de Woordopenbaring, dan is dit onze profetische taak: uitleggen! Niet: nieuwe openbaringen brengen, maar: uitleggers zijn van het aloude Evangelie. Meer nooit! Wie er aan toe doet, of er van af doet, diens deel zal worden afgedaan uit het Boek des Levens. Wij zouden zo verschrikkelijk graag eens een engel uit de hemel horen; dan zouden we... Maar alle engelen uit de hemel samen kunnen ons niet meer vertellen dan wij al weten: Ere zij God in de hoogste hemelen... En als een engel uit de hemel een ander Woord zou brengen dan wij al hebben, die zij een vervloeking, zegt Paulus.
Uitlegger is Jozef. En dan vertellen beide gevangenen. Eerst de schenker. Ik zag een wijnstok met drie ranken. De trossen brachten rijpe vruchten voort. Ik drukte ze uit in de beker van de farao en reikte hem de beker aan. Jozefs verklaring luidt: Binnen drie dagen zult u verhoogd worden en hersteld in uw vroegere positie. Maar dan knoopt Jozef er een vraag aan vast: Zoals de farao aan u zal gedenken, wilt u zo ook aan mij gedenken, want ik ben hier onschuldig! Wat is dit van Jozef? Ongeloof en ongeduld? Vooruitlopen op Gods plannen? Een betaling vragen voor bewezen diensten? Nee! Wat uit Jozefs vraag spreekt, is het rotsvaste geloof in de openbaring Gods middels deze droom. Rotsvast, alsof de vrijlating van de schenker al een voldongen feit was. Het ontwijfelbare vertrouwen in God, Die Zijn Woord waar maakt.
De gelovige gelooft, wat God belooft, schrijft Calvijn ergens. Elders in zijn commentaren zegt hij: geloven is met ons volle gewicht leunen op de belofte Gods. En dat tegen al het zichtbare en tastbare in. Als er iets is, dat in Jozefs leven geoefend is, dan dit: door de loutering van het lijden heen geloven in de belofte Gods. Er worden heel wat takken afgezaagd en heel wat ranken gesnoeid, maar in dat alles geeft God zicht op de waarachtigheid van Zijn Woord. Ten diepste op de waarachtigheid van Christus, in Wie alle beloften Gods ja zijn en amen door Hem. God kan heel wat golven en baren over u heen laten slaan, heel wat orkanen over uw hoofd laten loeien - maar altijd zo, dat dit ene vaststaat: Gods Woord zal geen duimbreed wijken. En waar wij in dit Woord verworteld zijn, zullen wij stand houden met dit Woord.
Kent u dat? Dit leunen en steunen op de belofte Gods? Met uw volle gewicht? Dat is: ook met het gewicht van uw schuld! Ook met het gewicht van uw levensraadsels! Of kunt u er niet bij komen, bij de belofte des Heeren? Wellicht zegt u: mijn armen zijn te kort en mijn handen reiken niet tot in de hemel. Bovendien: ik zou mijn bezoedelde handen branden aan het heilige Woord... Hoor! Gods beloften zijn Zijn uitgestoken handen naar een zondaarsvolk. Ze zijn in Christus aangelegd op mensen, die zo arm zijn als een bedelaar. Wat nodig is, is niet dat u de belofte pakt met uw handen, maar: dat u uw lege handen op houdt. Dan zult u merken dat Gods armen langer zijn dan de uwe! Zijn armen reiken van de hemel tot de aarde. Zijn armen reiken over de kloof van schuld heen. De belofte is vrucht van genade; is de handgreep, waarmee God u houvast geeft aan Zichzelf!
God gooit Zijn heerlijke beloften inderdaad niet te grabbel, maar Hij legt ze wel voor het grijpen in het offer van Christus! Wie eigen onmacht en schuld ontdekte, wie door schade en schande wijs werd, ontdekt hier de laatste grond: wij mogen geloven, wat God belooft. 'k Zal nooit herroepen, 't geen Ik eenmaal heb gesproken; 't Geen uit Mijn lippen ging, blijft vast en onverbroken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's