De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat hebben wij onder zending te verstaan?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat hebben wij onder zending te verstaan?

8 minuten leestijd

Op de Ghana-conferentie van de Internationale Zendingsraad begon W. Freytag een referaat met een vergelijking tussen 1928 en 1958. Het verschil formuleerde hij als volgt: 'Destijds had de zending problemen, nu is zij zelf een probleem geworden'. Nu, ruim 20 jaar later, is deze uitspraak niet minder aktueel dan toen. Het bestaansrecht van de zending als zodanig is vandaag voor velen in discussie. Funderingen uit het verleden blijken het niet meer te doen. Men zoekt nieuwe antwoorden op de uitdagingen waar de zending in deze tijd voor komt te staan. Temeer worden we gedrongen ons voortdurend bezig te houden met de bijbelse fundering van de zending.

Eén van de eersten die de grondslag van de zending in de bijbel heeft gezocht, is William Carey (1761-1834) geweest. Hij herinnerde zijn tijdgenoten nadrukkelijk aan het zogenaamde 'zendingsbevel' van Matth. 28 : 18-20. De opdracht van Christus om uit te gaan tot alle volken gold, aldus Carey niet minder in de 18e eeuw als ten tijde van de apostelen.

Na eeuwen een nieuw, verblijdend geluid, dat zelfs ten tijde van de reformatie nauwelijks werd gehoord. Sindsdien is het zendingsbevel voor zeer velen de beweegreden geweest om zich op enigerlei wijze in te zetten voor de zending. De vraag moet echter gesteld worden of het steunen op één of meerdere geïsoleerde zendingsteksten als 'bewijsplaatsen' de bijbel recht doet en de zending voldoende fundering biedt. We doen er beter aan ons te verdiepen in de bredere verbanden van de Schrift.

Het is van rijke betekenis voor gemeente en zending, wanneer we de zendingsopdracht verstaan vanuit het gehele getuigenis van Oude-en Nieuwe Testament. We ontdekken dan dat er een diepe samenhang is met het wezen van de bijbelse boodschap. Van meet af aan gaat het reeds in het Oude Testament om de verkondiging van een universele boodschap, die niet alleen Israël maar alle volken geldt. Laten we de bijbel werkelijk beginnen waar bij begint, dan blijkt de openbaring van God niet in te zetten bij de weg van Israël en zijn bevrijding, maar bij de schepping van de wereld. 'In den beginne schiep God de hemel en de aarde'.

In deze woorden wordt beleden, dat de God van Israël geen 'Stamgodje' is, naar de opvatting van de omringende volken gebonden aan een beperkt territorium, nee, JHWH is de Schepper, aan wie de wereld en haar volheid toebehoren (Psalm 24, 50 : 12).

Vandaar de universele aanspraken van JHWH. Hij is niet alleen de God van Israël maar Hij doet Zijn rechten gelden op alle volken. De oudtestamentische geschriften zijn dan ook doortrokken van het vurige verlangen dat de volken de universele heerschappij van JWHW zullen erkennen. Onbegrijpelijk en verwonderlijk is dat God ondanks de verschrikkelijk'è werkelijkheid van de zondeval aan Zijn schepping vasthoudt. Ook wanneer de mens zichzelf, heel de schepping meesleurend, van de schepper heeft losgescheurd, laat Hij de reddeloos verloren, doemwaardige wereld niet los. Diep bewogen klinkt de oproep tot de volken: wendt u naar Mij toe en wordt behouden, al gij einden der aarde! want ik ben God en niemand meer'. (Jes. 45 : 22). Wat beweegt de Here zich blijvend te bekommeren om een opstandige en weerbarstige wereld?

Diepste oorsprong

We naderen hier de diepste oorsprong van de zending. Deze moet in nauw verband gezien worden met het wezen van God Zelf. Ze ligt in het goddelijk geheim van Zijn barmhartigheid. Het dikwijls gebruikte grondwoord rhm gaat terug op een stam, die 'moederschoot' betekent. Het duidt op diepe gevoelens van verbondenheid en metterdaad: de tedere zorg en ontferming van een moeder voor haar kindje. Van hieruit krijgt het de betekenis van neerbuigende liefde tot het hulpeloze en verlorene. Op de meeste plaatsen: de toewending van de hoge en heilige God tot de mens(heid) in zijn nood. In de lofzang van Zacharias wordt het motief van Gods omzien naar Zijn volk treffend omschreven als 'de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods' (Luc. 1 : 78).

Gezien zijn oorsprong is de zending als volgt te omschrijven: de goddelijke beweging van ontferming en verzoening, ontsprongen in de diepten van Gods hart, die zich heilbrengend zoekt uit te strekken tot aan de einden van de aarde.

Wij spreken terecht van Missio Dei. Dat wil zeggen: de zending is van God. Zij ontstaat niet uit het initiatief van mensen, maar zij vindt haar eigenlijke en diepste bron in Zijn grenzeloze barmhartigheid. Door deze bewogenheid gedreven laat Hij Zijn wereld niet los, maar brengt Hij haar door de hoogten en diepten van de geschiedenis heen tot Zijn voleinding.

De God van de bijbel is een zendende God. In de verwezenlijking van Zijn heilsplan gebruikt Hij mensen. De genadige verkiezing van Abraham is de inzet van een bijzondere weg die God met Israël gaat. Deze verkiezing is niet alleen voorrecht - dat beslist ook - maar evenzeer roeping. Israël is apart gesteld met het oog op de erkenning van God door de ganse wereld.

Vrijwel nergens echter vinden we een appèl op Israël tot missionaire aktiviteit onder de vol­ ken. Niet Israels daden zullen de volken voor JHWH winnen. Veeleer zullen zij naderbij getrokken worden, wanneer zij getuige zullen zijn van Gods grote daden in en aan Israël. Het zichtbaar worden van de glans van Gods heerlijkheid (kabod) op de berg Sion zal de volken van rondom ertoe brengen om JHWH als hun God te erkennen en te eren.

Israël wordt slechts opgeroepen om ontspannen 'te wandelen in het licht des Heeren' (Jes. 2 : 5). Alleen zo, Gods lichtglans reflecterend, zal het 'tot een licht der heidenen zijn' (Jes. 42 : 6). Anders gezegd: naarmate Israël zelf vol verwondering zal leven uit de barmhartigheid van God, aan wie het alles te danken heeft, des te verder zal deze reddende barmhartigheid reiken onder de volken.

Vervulling blijft uit

De vervulling van deze roeping van Israël blijft in het Oude Testament uit. Ze blijkt sterk eschatologisch bepaald: ze wordt voornamelijk door de profeten geschouwd en in de liturgie van de tempel bezongen. De werkelijkheid is geheel anders. De grote zonde van Israël is dat het de goddelijke daad van de verkiezing heeft uitgelegd en beleefd als verkorenheid. Gods verkiezing verwordt tot zijn tegenbeeld: Israël saboteert Gods wereldwijde bedoelingen door zichzelf in zijn bijzondere positie te beschouwen als eindpunt van Gods handelen. Het eist de barmhartigheid Gods exclusief voor zichzelf op en heeft de volken afgeschreven. Tegen dit particularisme wordt scherp gewaarschuwd in het boek Jona. Jona wenst hardnekkig het heil tot Israël te beperken. In de diepten van de zee wordt hij gedrongen tot een hartstochtelijk appèl op Gods ontferming. Hij moet erkennen dat hij (Israël) alleen maar kan leven van de barmhartigheid van de Heere. Mag hij die dan hooghartig voor zichzelf reserveren? Al belijdt Jona volgens de oeroude liturgie (Jona 4 : 2): ik wist dat Gij een genadig en barmhartig God zijt; hij verdraagt het niet, wanneer dit waar wordt buiten de grezen van Israël. De geschiedenis, van Israël laat zien dat het volk volhard heeft in de particularistische geest van Jona. Het lijkt erop dat God Zijn doel met Israël niet bereikt heeft. De herhaalde boodschap van de profeten tot bekering wordt in de wind geslagen. Israël heeft zijn roeping niet verstaan.

Het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament schittert Gods erbarmen ongekend heerlijk. Het Mattheüsevangelie dat niet te verstaan is zonder zijn oudtestamentische achtergrond, predikt in de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters op aangrijpende wijze de barmhartigheid van de zendende God. Nadat een lange reeks van dienstknechten is verworpen en gedood zond hij ten laatste zijn zoon tot hen. De zending van de Zoon vormt de hoogste climax van Gods grote daden in en aan Israël met het oog op het heil van de volken. 'Alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...' (Joh. 3 : 16). In Jezus, de Messias, heeft Gods barmhartigheid vlees en bloed aangenomen. Het Griekse woord (splanchnidzomai), dat uitsluitend gebruikt wordt om Jezus' ontferming te omschrijven is te zien als de vertaling van het oudtestamentische woord rhm. Het heeft dezelfde grondbetekenis: ingewanden, diepste innerlijk hart, diepe beroering, hartelijke bewogenheid.

Bijzonder sprekend is in dit verband het slot van Matth. 9 Jezus gaat het land rond. Hij onderwijst in de Schriften, predikt het Evangelie en geneest de zieken (vs. 35). Wat drijft Hem tot deze aktiviteit? Dat valt onmiddellijk te lezen in het volgende vers; 'En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen die geen herder hebben.' (vs. 36).

De aanblik van de dwalende, voortgejaagde mensenmenigte, die verloren dreigt te gaan, omdat ze leiding mist en de weg kwijt is, maakt dat Zijn hart zich a.h.w. in Hem omkeert van bewogenheid met deze verloren schapen. Jezus is immers gezonden om het verlorene te zoeken en te behouden (Luc. 19 : 10). Hij weet zich de goede Herder die is gekomen opdat zij het leven hebben en overvloed (Joh. 10 : 10).

W. van Laar

-----------------------------------------------------------------------------------------------------  In het programma 'Theologische Verkenningen' voor de E.O.-radio hield ds. W. van Laar, secretaris-binnenland van de Gereformeerde Zendings Bond, een drietal lezingen over de zending, met de vragen die daaraan vandaag verbonden zijn. In een aantal afleveringen plaatsen we deze lezingen in ons blad.  Redactie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat hebben wij onder zending te verstaan?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's