Uit de pers
Levensbeschouwing en welzijnswerk
Op 24 oktober jl. vierde de Stichting Landelijke Gereformeerde Raad voor Samenlevings Aangelegenheden (afgekort als G.S.A.) haar vijf en twintig jarig jubileum. Vanaf de oprichting in 1950 heeft de Raad allerlei ontwikkelingen meegemaakt. In deze ontwikkeling spelen zowel visie als organisatie mee. Het ging van maatschappelijke dienstverlening naar samenlevingsopbouw en welzijnsbeleid. Er kwam in 1977 ook een nieuwe doelstelling: Het bevorderen dat de gereformeerde bevolkingsgroep haar maatschappelijke medeverantwoordelijkheid realiseert met betrekking tot werkzaamheden op het terrein van de welzijnsbehartiging en de opbouw van de samenleving.
Nu is welzijn geen neutraal begrip. De visie die ik heb op mens en samenleving, de plaats die ik toe ken aan kerk en overheid bepalen mede een stuk beleid. Deze Raad voert in haar naam het woord 'gereformeerd'. Vanaf 1963 namen ook de Chr. Geref. Kerken aan het werk van deze Raad deel.
Kort voor het jubileum besloot men op de jongste synodevergadering uit de Raad te treden. Van de zijde van de G.S.A. verheelt men niet dat men deze breuk betreurt. Uit een artikel in Scheps Kerknieuws van 14 nov. citeren we het volgende:
'Een belangrijke uitbreiding van het draagvlak vond plaats in 1963. In dat jaar gingen ook de Christelijke Gereformeerde Kerken aan het werk van de G.S.A. deelnemen. De in 1962 gehouden generale synode van deze kerken besloot de reeds lopende feitelijke samenwerking te legaliseren en in relatie te treden met de G.S.A. De samenwerking heeft zeventien jaar geduurd. De generale synode, die onlangs in Amersfoort werd gehouden, besloot uit de G.S.A. te treden.'
De G.S.A. zou zo'n breuk altijd betreuren, maar vond het bijzonder jammer dat dit vlak voor zijn jubileum gebeurde. Natuurlijk werd er tijdens de jubileumviering in de wandelgangen over het besluit van de christelijke gereformeerde synode gepraat, te meer daar prof. dr. J. P. Versteeg, die in de jubileumpublikatie een artikel heeft geschreven over Identiteit en demokratisering, en ds. J. Manni, die vice-voorzitter van de G.S.A. was, naar Utrecht waren gekomen om het jubileum mee te vieren. De heer Van Eijsden, die bij het schrijven van zijn overzicht uiteraard niet wist dat de christelijke gereformeerde synode de band zou verbreken, signaleert al wel een zekere verwijdering, hoewel die nog niet in de praktische samenwerking voelbaar was. Hij noemt verschillende oorzaken: de voortschrijdende veralgemenisering, die voor de christelijke gereformeerden een moeilijk te verteren brok was, de theologische ontwikkeling binnen de Gereformeerde Kerken, die door hen werd afgewezen, en de bereidheid van de G.S.A. om mee te werken aan de oprichting en instandhouding van een centrum voor duurzame man-vrouw-relaties, die voor hen ook niet aanvaardbaar was. De G.S.A. meent dat de verschillen tussen de Gereformeerde en de Christelijke Gereformeerde Kerken op zich zelf niet voldoende aanleiding zijn om aan de participatie een eind te maken. Hij waardeert een kritische opstelling van de christelijke gereformeerde zijde en is bereid daarmee ook rekening te houden. Maar de christelijke gereformeerde synode, die al in 1977 over een kritische opstelling tegenover de G.S.A. sprak, verbrak de band wel. Het is wel duidelijk dat er zich in gereformeerde kring verschijnselen hebben voorgedaan die door de Christelijke Gereformeer de Kerken als een afwijking van het oude spoor werden ervaren. Dat geldt vooral voor de visie die de G.S.A. had op de man-vrouw-relaties, die niet op een huwelijk zijn gericht. De G.S.A. is partner in het Landelijk Centrum voor Huwelijkskontakten dat zijn bemiddeling heeft uitgebreid tot hen die graag een vaste man-vrouw-relade zouden willen aangaan zonder tot een huwelijk te besluiten. De secretaris, tevens directeur van de G.S.A., drs. G. J. Hazenkamp, is voorzitter van het Landelijk Centrum voor Huwelijkskontakten. Hij heeft er alle begrip voor dat dit voor de christelijke gereformeerden heel moeilijk te aanvaarden is. Maar, zegt hij, er zijn nu eenmaal mensen, die een duurzame relatie willen aangaan zonder een huwelijk te sluiten en die dat naar de inhoud hetzelfde vinden als een huwelijk, omdat de relatie dezelfde essentiële trekken vertoont. Als het dan toch essentieel hetzelfde is, kun je dan niet evengoed een huwelijk sluiten? , heb ik hem gevraagd. Dat doen ze toch liever niet, omdat ze een huwelijk als een knellende band ervaren, was zijn antwoord.
Wat zegt u van de opvatting dat deze relatie volgens de Bijbel eigenlijk hoererij is?
Ik zou zo'n relatie toch geen hoererij willen noemen. Het gaat hier maar niet om een weekendrelatie. Eenzaamheid kan een verdriet betekenen. Al zou ik zelf zo'n relatie niet willen aangaan, ik weet dat er nu eenmaal een gebrokenheid is in deze maatschappij. Jezus spreekt van de hardigheid des harten. Bovendien vind ik dat de hulpverlener aan de hulpvragende niet zijn normen moet opleggen. Overigens waren wij best bereid ter wille van de bezwaren van de Christelijke Gereformeerde kerken er ons over te beraden of wij wel zouden kunnen blijven meewerken aan het Landelijk Centrum voor Huwelijkskontakten.
Deze bereidheid is echter voor veel christelijke gereformeerden toch niet voldoende geweest. Zij zijn ongetwijfeld van mening dat de G.S.A. een bemiddeling bij dergelijke relaties niet eens mag overwegen en bespreken. Hij dient die volstrekt af te wijzen.
Ook uit dit conflict blijkt hoe meerzinnig een woord als 'gereformeerd' wordt opgevat. De theologische ontwikkelingen binnen de Geref. Kerken zullen aan een en ander niet vreemd geweest zijn. Als we vragen, welke ontwikkelingen dat zijn, kunnen we m.i. noemen de veranderde visie op de Schrift, met name waarop we in ethische zaken ons op de Schrift beroepen; de relatie van de kerk tot de wereld, de visie op het Koninkrijk van God. We willen ons niet in dit conflict mengen. Wie wat thuis is op het kerkelijk erf, zal zich niet al te zeer verbazen dat het zo gelopen is. Hij zal hopelijk wel de prijs ervaren dat het zo moest lopen. De vraag komt boven: Wat heeft op dit vlak een woord als 'Gereformeerd' nog voor inhoud? Het is immers ook op dit jubileum door o.a. de staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en. Maatschappelijk Werk, mevr. J. G. Kraaijeveld-Wouters nog eens met nadruk gezegd van hoe grote waarde de levensbeschouwelijke inbreng in het welzijnswerk is. We citeren uit het verslag van haar lezing:
'De wijze waarop mensen individuele maar ook maatschappelijke problemen ervaren en beschouwen, wordt volgens mevrouw Kraaijveld voor een belangrijk deel bepaald door de persoonlijke levensoriëntatie. Zij vond het dan ook begrijpelijk 'dat velen daarom verkiezen te werken vanuit die levensovertuiging en zich ook graag in de rug en inhoudelijk gesteund weten vanuit die verbanden die dezelfde overtuiging tot uitgangspunt hebben genomen en waarin die overtuiging ook funcdoneert.' Zij gaf de verzekering dat de huidige regering organen als de G.S.A. bijzonder op prijs stelt en het een goede zaak acht dat het welzijnswerk mede vanuit en door de G.S.A. wordt gedragen. Meer nog dan een aantal jaren geleden realiseren wij ons, aldus mevrouw Kraaijeveld, dat wij in de komende jaren ook in het welzijnswerk gezamen lijk staan voor vraagstukken waarvoor visie op mens en wereld, levens-en wereldbeschouwing van groot belang zijn. Daarbij kan men denken 'aan vragen van verdeling van werk en inkomen, aan de verhouding tussen de wél-en niet-beroepsmatig acdeven, de verschuivingen in de manvrouw-relatie, de wijzigingen in de gezagsverhoudingen, aan de vereenzaming, de verslavingsproblematiek etc'. Onze opgave is: 'op welke wijze bewaren wij, ja bouwen wij nog aan de schepping van de Heer, waarover ons het rentmeesterschap is gegeven.
De taak van de overheid is niet de functies van kerken en daaruit voortkomende organisaties over te nemen, maar wel zodanige voorwaarden te scheppen dat er aan levensbeschouwelijke waarden en opvattingen ruimte wordt gegeven.'
Blijft de vraag: Wat betekent het als men positie kiest in het Gereformeerde belijden? Me dunkt, dan zal men niet kunnen volstaan met het toch wat vage woord 'inspiratiebron'. Typerend voor het Gereformeerde denken is toch de erkenning van het volstrekte gezag van de Schrift. Zeker dat plaatst ons in een spanningsveld. Hoe lezen we de Schrift juist als het gaat om de toepassing van allerlei normen in de huidige maatschappij. Het Calvinisme heeft van ouds aandacht geschonken aan de betekenis van de Wet van God voor het leven. Dreigt in veler visie de Schrift in dit opzicht niet ten prooi te vallen aan een eigentijds interpretatie kader? In de tweede plaats is het wezenlijk voor een denken in de lijn van Calvijn de wereld te zien als Gods wereld en de mens als rentmeester. Wat is de taak van de christen hierin? Hij staat in de wereld, zonder van de wereld te zijn. Juist in een eigenwettelijke samenleving plaatst ons dat voortdurend voor spanningen en vragen. Toch zullen we die vragen niet mogen ontlopen. Rekening houdend met de eigenverantwoordelijkheid van kerk en overheid zullen we toch ons hebben te bezinnen op de positie en de taak van de christelijke gemeente, ook in diakonaal en sociaal opzicht. Want de zaak van het welzijn raakt ook ons. Terwille van ons volk mogen we hier onze roeping niet verwaarlozen.
***
Biedt de volksopstand uitkomst?
In het Centraal Weekblad van 26 november schrijft dr. J. v. d. Linden naar aanleiding van een door Dorothee Sölle gemaakte opmerking over de volksopstand een artikel over het effect van de volksopstand in Vietnam. Van der Linden pleit Amerika allerminst vrij, maar niettemin spreekt hij over de tragiek van Zuid-Vietnam. Toen de 'bevrijders' uit Noord-Vietnam binnentrokken kwam er toen een einde aan het lijden van de Vietnamezen? De schrijver wijst op het leed van de bootvluchtelingen die zich poogden te ontworstelen aan de druk van het Vietnam-regiem.
Het verhaal van één van hen wil ik hier vertellen, al was het alleen maar als illustratie van de nasleep van een der door mevr. Sölle zo hooggeroemde volksopstanden.
In het stormseizoen van de westmoesson strandde op de Anambas eilanden (Indonesië) een lekke boot. Vier-en-zestig Vietnamezen spoelden aan land. Voor de pers het vermelden niet waard. Wat men niet wist was, dat onder de vluchtelingen zich bevond Truong Nhu Tang, eens de oprichter van het communistische Vietnamese Bevrijdingsfront. Nog nooit eerder was een zo hoge communistische leider uit Zuid-Oost Azië naar het Westen gevlucht om daar asyl te vragen. In de loop van de laatste maanden heeft Truong iets onthuld van de motieven achter zijn vlucht.
Het is het verhaal van een volkomen gedesillusioneerd mens, die al zijn hoop gevestigd had op de éénwording van zijn geliefd Vietnam onder de communistische vlag. Het pakte alles zo anders uit. De strijd tegen de Amerikaanse imperialistische macht werd wel gewonnen, maar vanuit Hanoi viel de schaduw van een nieuwe dictatuur over Zuid-Vietnam en dat nog wel onder het mom van marxistische slogans. Voor die dictatuur weigerde Truong te bukken. Daarvoor had hij niet twintig jaar van zijn leven gevochten.
Hij weet wat hij te duchten heeft van de leiders in Hanoi. Hij weet ook hoe vast zij in het zadel zitten. Maar ook hun zorgen kent hij. Ernstige voedseltekorten, zware verliezen aan het oorlogsfront in Campuchea (Cambodja), waar Vietnamese troepen binnenvielen om dit land te brengen binnen de invloedssfeer van Vietnam, zijn de tegenvallers waarmee het bewind in Hanoi kampt. Rusland beloofde wel veel steun om Vietnam aan zijn zijde te houden als bolwerk tegen China. Maar die Russische beloften devalueren. Verder zijn de Vietnamezen niet zo erg gesteld op de Russische politiek. Zij staan veel dichter bij China en zij begrijpen niet goed dat zij de Chinezen als hun vijanden moeten zien.
Truong Nhu Tang is een in de strijd geharde communist. Als student al wilde hij zich inzetten voor de revolutie. Hij heeft ervoor in Saigon gevangen gezeten en zou stellig ter dood zijn gebracht als hij in 1968 niet was uitgewisseld voor drie Amerikaanse krijgsgevangenen. Na zijn vrijlating sloot hij zich aan bij de Vietcong, het volk van de opstand tegen het regime Thieu in Saigon en de Amerikaanse macht daarachter.
Na de overwinning kwam de ontgoocheling. Hij zegt er zelf van: 'Ik kan niet zwijgen bij het verraad van alles waarvoor mijn volk heeft gevochten'. Hij had zijn idealen voor de wederopbouw van zijn land, maar kreeg geen enkele kans om die uit te werken. De grote leider Ho Chi Minh had vroeger altijd gezegd, dat het proces van de hereniging van Noord-en Zuid-Vietnam langzaam zou plaatsvinden, stap voor stap. Maar in 1976 werd het zuiden gedwongen in het keurslijf van de plannen van Hanoi. De orders kwamen uit het Noorden. Verzet daartegen was onmogelijk. Truong beschuldigt nu de leiders in Hanoi van verraad van Ho Chi Minh's idealen.
'Marxistische rhetoriek is de nieuwe taal van de onderdrukking in Vietnam.' zo typeert Truong de nasleep van de volksopstand in Vietnam. Even hoor ik Honnecker in Oost-Berlijn, die ook met marxistische rhetoriek het volk van de D.D.R. (Oost-Duitsland) ten onder tracht te houden. Er is niets nieuws onder dp zon. Eén keer hebben de mensen in Oost-Berlijn, de arbeiders vooral, gevochten tegen de Russische tanks. Dat was een volksopstand. Maar die noemde mevr. Sölle niet. Was het te dicht bij huis? Of zou de herinnering aan die opstand in Oost-Berlijn haar visie a-la-Marx al te zeer schokken? Truong Nhu Tang ontmaskert deze marxistische rhetoriek. Er is in Vietnam geen dictatuur van het proletariaat. Daar slechts, wat ze in Vietnam noemen: 'gia ding tri': dictatuur van de clan, de communistische kliek, die de macht onder elkaar verdeelt. Toch geeft Truong niet op, zijn droom van een rechtvaardig 'democratisch' bestel in zijn land. Hij wil wel weer van voren af aan beginnen, zoals hij het deed twintig jaar geleden toen hij de grondslag legde voor de Vietnamese revolutie.
Deze revolutionair ontvluchtte de ene revolutie om de andere voor te bereiden. Want hij blijft geloven, dat het kwaad in de wereld zit in de structuren en dat 'democratesering het begin zou betekenen van algehele vrede'.
Het is een eerlijk en schokkend verhaal. Tegelijk laat het iets zien van de kloof die christelijk geloof en marxisme scheidt. Terecht merkt Van der Linden op dat deze marxistische visie wel moet teleurstellen. Wie op dat ideaal bouwt, bouwt op zand. De bijbel doorkruist het droombeeld van Marx. De bijbel spreekt van een andere verwachting, de verwachting van de Toekomst die God doet aanlichten. Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid. De verwachting van die Toekomst make ons waakzaam en werkzaam. Als dienaren die op hun heer wachten...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1980
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1980
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's