De historiciteit van de Schrift (2)
De Heige Schrift
De Schrift als geschiedschrijvingDat wij in de Schrift geschiedschrijving aantreffen, behoeft geen betoog. In de geschiedverhalen wordt in grote lijnen de geschiedenis aangegeven vanaf het 'in den beginne' en vanuit het Paradijs, via de tijden van de zondvloed en Noach, van de aartsvaders en Mozes, de richters, koningen en profeten naar de volheid des tijds, het leven en werk van de Heere Jezus Christus, in de Evangeliën beschreven. De Handelingen der apostelen geven ons de geschiedenis van de uitbreiding van het vroege christendom en in de Openbaring van Johannes kijken wij met de apostel mee in de toekomst. Ook in de Psalmen, de Spreuken en de brieven van Paulus gaat het om geschiedenis, om wat mensen op deze aarde hebben gesproken en meegemaakt.
De Schrift als geschiedschrijving
Dat wij in de Schrift geschiedschrijving aantreffen, behoeft geen betoog. In de geschiedverhalen wordt in grote lijnen de geschiedenis aangegeven vanaf het 'in den beginne' en vanuit het Paradijs, via de tijden van de zondvloed en Noach, van de aartsvaders en Mozes, de richters, koningen en profeten naar de volheid des tijds, het leven en werk van de Heere Jezus Christus, in de Evangeliën beschreven. De Handelingen der apostelen geven ons de geschiedenis van de uitbreiding van het vroege christendom en in de Openbaring van Johannes kijken wij met de apostel mee in de toekomst. Ook in de Psalmen, de Spreuken en de brieven van Paulus gaat het om geschiedenis, om wat mensen op deze aarde hebben gesproken en meegemaakt.
De geschiedschrijving in de Schrift vertoont een andere vorm dan waarin tegenwoordig wij gewend zijn geschiedenis te schrijven. De bijbelse geschiedschrijving vertoont de sporen uit de oude tijden, waarin zij tot stand kwam. Maar dat is geen reden om bij voorbaat er al van uit te gaan, dat zij historisch onbetrouwbaar is. Allerlei oude geschiedverhalen, die de felle historische kritiek naar het rijk der fabels had verwezen, bleken bij nader historisch onderzoek heel goed te passen in de tijd waarin ze zich afgespeeld moeten hebben. Maar wat wij allereerst goed in het oog moeten houden is, dat de Schrift ons geen geschiedenis wil vertellen in de gewone zin van het woord. Als wij dat zoeken, worden wij teleurgesteld, want allerlei gedeelten en détails ontbreken om precies de gang van zaken ons duidelijk te maken.
Eigen aard der bijbelse geschiedschrijving
De bijbelse geschiedschrijving heeft een geheel eigen aard en bedoeling, namelijk ons te vertellen over de grote daden van God in de geschiedenis. Zij brengt ons een boodschap over God, over Zijn spreken tot en door mensen en over Zijn Rijk, waarheen al Zijn daden leiden. Het was de fout van de historische kritiek met name in de vorige eeuw, dat men uitging van een verengd geschiedenisbegrip, waarin van te voren al geen plaats was voor een God van Israël die kon spreken en regeren in deze wereld. In de Schrift lezen wij, dat de profeten dikwijls gezegd hebben: 'Zo spreekt de Heere!'. Daar kunnen wij achteraf geen verslaggever naar toe sturen, of dat wel echt gezegd is. Maar al had er een bandrecorder bij gestaan, zodat wij het achteraf precies konden beluisteren, dan kan het kritische verstand nóg de vraag stellen hoe wij zeker kunnen weten, dat de profeten zich niet vergist hebben. Moeten wij dan hun woord voor historisch onbetrouwbaar verklaren of hoogstens een grote mate van waarschijnlijkheid toekennen? De Kerk en de theologie mogen antwoorden: Neen! Want zij ontvangen in het geloof deze geschiedschrijving der Schrift als gezaghebbend, als een oproep God de Heere te kennen, te gehoorzamen en te dienen. Dit geloof, als zijnde een kennis van èn een vertrouwen op alles wat God in de Schrift over Zichzelf bekend maakt, rust door de Heilige Geest met grote zekerheid óók op de Schrift zelf, op wat de Schrift van zichzelf getuigt. De Schrift dient zich bij ons aan als een betrouwbaar getuigenis van Gods grote daden (Psalm 78 : 4) en van wat mensen Gods, door de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben gesproken (2 Petrus 2:21).
Waarde van het historisch onderzoek
Het was niet de bedoeling in het voorafgaande de indruk te wekken, dat alle historisch onderzoek in feite waardeloos en overbodig is. Ongetwijfeld is de betekenis van het historisch onderzoek vroeger en nu vaak overschat. Als het zich beweegt in de lijn van Bultmann en Pannenberg doet het de theologie eerder kwaad dan goed. Het lijkt dan soms of men van mening is, dat pas door het historische, kritische onderzoek van de vorige eeuw echte theologie mogelijk is geworden. Nu pas is men de boodschap van de bijbel goed gaan begrijpen. Zouden Luther en Calvijn dan geen echte theologen geweest zijn? Meer dan vele theologen thans. Pannenberg lijkt mij de Schrift alleen te verstaan als middel om ons duidelijk te maken, dat wij als mensen opgenomen zijn in Gods geschiedenis en vertrouwend op Gods liefde de voltooiing van Zijn Rijk tegemoet mogen leven. Luther en Calvijn hoorden in de Schrift de boodschap van Gods genade in Christus en de ontplooiing daarvan door de Heilige Geest in het leven en in de toekomst.
Maar wat het historisch onderzoek betreft, misbruik sluit het goede gebruik niet uit. Het kan dienen tot een beter en dieper verstaan van de Schrift. Niet dat de Kerk nu opeens vele oudheidkundige onderzoekingen en opgravingen nodig zou hebben om de betrouwbaarheid en vastheid van de Schrift te bevestigen. Het historisch onderzoek, en dat mag in de goede zin van het woord ook 'kritisch', nauwkeurig onderscheidend, zijn, dat onderzoek mag de uitleg van de Schrift verhelderen. De Schrift is gedurende vele eeuwen gegroeid in de geschiedenis. Zij is niet als een gedrukt boek uit de hemel komen vallen. Bovendien getuigt de Schrift zelf van de voortgang, de geschiedenis van Gods openbaring aan Israël en in Christus aan alJe volken van deze wereld. Historisch onderzoek kan en mag het ontstaan van de Schrift en de geschiedenis daarin beschreven zoveel als mogelijk is proberen na te gaan, waarbij van te voren al bekend is dat op vele vragen wel nooit een antwoord te geven zal zijn.
Feit en interpretatie
Op één punt moet in dit verband nog de aandacht gevestigd worden en wel op de diskussie over de verhouding tussen feit en interpretatie (uitleg), oftewel tussen geschiedenis en Woord Gods. De Schrift verkondigt ons de feiten, de daden van God en interpreteert die, legt die uit. Moeten wij het ons dan zo voorstellen dat er altijd eerst een feit, een daad Gods geschiedde en dat daar dan in Israël door profeten en apostelen een uitleg, een verkondiging over gegeven werd? Zo werd en wordt het door aanhangers van een extreme historische kritiek wel voorgesteld. Nu kunnen grote daden van God soms voor zichzelf spreken en indruk maken op degenen die ze zien (Exodus 14 : 31). Maar alle daden van God roepen op tot het belijden van God en Zijn Naam. Daarbij kan het wóórd niet gemist worden. De bedoeling van Gods daden moet in woorden onthuld en verkondigd worden. Daarom al mogen wij de Schrift ook noemen het Woord Gods, omdat God de Heere daarin ons door de dienst van mensen laat horen van Zijn grote daden.
Bovendien is het onjuist de openbaring van God alleen te willen afleiden uit Zijn daden in de geschiedenis. God beschikt over meer middelen om Zich aan mensen bekend te maken! Zijn Wóórd ging in de geschiedenis vaak vooraf aan Zijn daden. Sprak Hij al niet tegen Mozes, voordat het moment van de uittocht uit Egypte was aangebroken? Hoorde Maria al niet vóór de geboorte van Jezus de stem van God: 'Dat Heilige dat uit u geboren zal worden...? ' Eén en ander betekent, heel kort gezegd, dat wij in de Schrift niet alleen maar woorden aantreffen, die interpretaties van daden zouden zijn, terwijl het historisch onderzoek ons bij de echte feiten en daden zou moeten brengen. In de Schrift vinden wij juist de levende verkondiging van Gods grote daden. In de woorden worden de echte feiten, de betrouwbare daden van God ontvouwd! Wij behoeven niet achter de woorden naar het echt betrouwbare te gaan zoeken. Daarom is de Schrift het Woord Gods, dat ons roept tot het leven uit Gods grote daden. En de Schrift is dus niet een onbetrouwbaar verhaal van wat mensen eens aan ervaring met God en Zijn daden menen te hebben opgedaan. De Schrift heeft historiciteit. Zij is een getrouwe weergave van historische gebeurtenissen.
Historiciteit zonder vragen?
Wil het belijden van de historiciteit van de Schrift nu zeggen, dat er geen enkele vraag meer overblijft? Dat alles voor ons tot op de bodem doorzichtig kan worden? Dr. H. Bavinck wees er al op, dat dit niet het geval is. Terecht merkt dr. C. J. Labuschagne op, dat het Oude Testament (en dat geldt ook het Nieuwe Testament) een ingewikkeld overleveringsproces achter zich heeft. Door historisch onderzoek kunnen wij dat proces enigszins proberen te volgen, maar tal van vragen zullen wel altijd onoplosbaar blijven. Onverantwoord is echter de wijze, waarop Labuschagne vanuit zijn moderne opvatting van geschiedschrijving meent de historiciteit der Schrift te kunnen beoordelen. Vreemd voor ons en onhistorisch zijn volgens hem o.a. de voorstelling van engelen als boodschappers van God, de donder als de stem van God (Exodus 19 : 19) en de 'naïeve voorstellingen betreffende de verschijning van God in de mensenwereld' (Genesis 3 : 18). Het lijkt mij verantwoord, dat het historisch onderzoek zich buigt ook over de eerste hoofdstukken der Schrift en probeert te begrijpen waarom alles geschreven staat zoals het er staat. Men kan proberen enig inzicht te krijgen in de woordkeus, de compositie en de tijd.van optekening. Maar het onderzoek overschrijdt de grens, als het zich dan gaat uitspreken over de vraag of één en ander historische kan zijn of niet. God heeft ons het bericht over de Schepping en het verre begin der geschiedenis zó gegeven en niet anders. Een tip van de sluier wordt opgelicht zonder dat wij op alle vragen een antwoord krijgen. Maar dat geeft ons niet het recht het begin der Schrift voor onhistorisch te verklaren.
Het past de historisch-kritische methode door herinnering aan vroeger dagen wat bescheide ner te zijn. Heeft men, zoals nader historisch onderzoek aangetoond heeft, niet veel personen en gebeurtenissen ten onrechte in de vorige eeuw naar het rijk der fabels verwezen? Ik denk ook nog even aan het boek van Bultmann over Jezus, waarvoor hij het Johannesevangelie buiten beschouwing had gelaten, omdat dat te onhistorisch was volgens de historische kritiek! Nu denkt men daar heel anders over.
Nabije historiciteit
Inde 18e eeuw heeft de Duitse dichter Lessing de bekende opmerking gemaakt, dat de Schrift een stuk verleden is en van ons eigen leven gescheiden door een 'garstiger Graben', een moddersloot. Het lijkt onmogelijk door die moddersloot heen te komen of er over heen te springen. Het is echter een misverstand te denken, dat wij zo onoverkomelijk van de historiciteit der Schrift gescheiden zijn. Het zou mogelijk zijn te spreken van een nabije historiciteit. Wat in de Schrift als een getrouw bericht van Gods grote daden in het verleden geschreven staat, komt tot ons, hier en nu, als het Woord Gods, dat ons verkondigd wordt als een kracht tot zaligheid. In het centrum van dat Woord wordt ons Jezus Christus voor ogen gesteld als een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van het volk Israël (Lukas 2 : 32). Door de Geest levend in dat Licht, wordt ons leven in deze tijd gestempeld door wat God de Heere in het verleden deed. De historiciteit van de Schrift, van het Woord Gods, is een aanwijzing dat God met Zijn openbaring diep de geschiedenis is ingegaan. Hij weet ons in deze geschiedenis reddend te bereiken door Zijn Geest en Woord. De historiciteit van de Schrift doet ons des te meer beseffen, dat Gods beloften en geboden niet vreemd zijn aan deze wereld en geschiedenis, maar ons leren hoe wij wandelen, mogen in geloof en liefde de grote toekomst tegemoet.
In die toekomst spreekt Hij die op de troon zit: 'Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.'(Openbaring 21 : 6).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1980
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1980
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's