Wat hebben wij onder zending te verstaan (3)
In de vorige artikelen hebben we gezocht naar de bijbelse oorsprong van de zending. In deze uitzending plaatsen we de komende wereldzendingskonferentie van Melbourne tegen de achtergrond van de aktuele ontwikkelingen. Ook ditmaal kunnen we slechts enkele zaken even aanstippen.
Het beeld van de zending is in onze eeuw grondig veranderd. Lange tijd betekende de zending uitsluitend 'het zenden van mensen en geld vanuit het westen naar het oosten en zuiden'. Europa had zichzelf eeuwenlang beschouwd als het middelpunt van de wereld. Al konden de motieven nog zo zuiver zijn, de zending ontplooide zich binnen het kader van de westerse expansie, met alle gevolgen van dien. De gekerstende wereld dreef de zending onder de heidenen in de niet-christelijke wereld overzee. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het gaandeweg duidelijker dat de situatie van wereld en kerk radicale wijzigingen heeft ondergaan. De beweging van het eenrichtingsverkeer is gestokt. Het westen heeft afgedaan als centrum. De ontwikkeling van de dingen wordt niet langer bepaald vanuit de Europese hoofdsteden. Koloniën komen zelfbewust tevoorschijn uit hun worsteling tot vrijheid. Gelijk op met dit proces groeien jonge kerken snel naar zelfstandigheid. Zij laten zich evenmin langer regeren vanuit de oude westerse hoofdkwartieren. Tegelijkertijd brokkelen de kerken in het westen in een snel tempo af. De ontkerstening neemt schrikbarende vormen aan: miljoenen verlaten de kerken in die landen die eeuwenlang bolwerken van de christenheid zijn geweest.
Heel de wereld
Het is slechts langhaam tot ons doorgedrongen, maar wegaan het ons nu toch min of meer aantrekken, dat heel de wereld zendingsterrein is geworden. We spreken terecht van zending in zes werelddelen. We komen er daarmee voor uit dat we zelf in Europa en Nederland ook zendingsterrein zijn. De fronten van de zending liggen dwars door elk van de continenten. In de hele wereld is de kerk een minderheid aan het worden. Er zijn er die er zelfs van overtuigd zijn dat met de ineenstorting van het imperialistisch tijdperk het einde van de zending is gekomen.
De Nederlandse zendingsman Kraemer gaat daar krachtig tegenin. Reeds in 1959 schrijft hij:
'Wij staan niet aan het einde van de zending. Wij staan aan het definitieve einde van een bepaalde periode of tijdperk in de zending, en hoe duidelijker wij dit zien en van harte aanvaarden, hoe beter het is. Dat houdt in dat wij aan het begin van een nieuw, moeilijker en grootser tijdperk van de wereldzending staan.
In de gehele wereld wordt de kerk opgeroepen en uitgedaagd tot een nieuwe pionierstaak. Een pionierstaak die veel veeleisender is en minder romantisch is dan de heroïsche daden van het afgelopen zendingstijdperk. Deze inzet zal de beste krachten van de kerk vergen.'
In de voortgaande bezinning op de zendingsopdracht van de kerk in het nieuwe tijdperk na de Tweede Wereldoorlog speelt de term Missio Dei een grote rol. D. w.z. de zending is van God.
Eerder gaven we de volgende omschrijving: 'De zending ontstaat niet uit het initiatief van mensen, maar zij komt voort uit Gods grenzeloze barmhartigheid. Ze is: de goddelijke beweging van ontferming en verzoening, ontsprongen in de diepten van Gods hart, die zich heilbrengend zoekt uit te strekken tot aan de einden der aarde'.
God Zelf voert de zending uit en zal Zijn wereld brengen tot de voleinding van Zijn Koninkrijk. Dit bijbelse accent op Gods zendende aktiviteit in de wereld was behalve zeer bemoedigend ook erg heilzaam, gezien het gevaar dat de kerk zich te veel op zichzelf ging richten en al te zeer gebukt zou gaan onder haar zware taak. De kerk mag zich geheel weten teruggeworpen op God Zelf.
Zendingswerk is vari begin tot eind Gods zaak. Alleen waar dit geheim beleefd wordt kan sprake zijn van een juist verstaan van de zending van de gemeente van Christus. 'Gelijk Gij Mij gezonden hebt, zo zend ik u'. Graafland zegt eenvoudig en kernachtig: God doet aan zending en daarom doen wij het. In zijn zending wil God gebruik maken van mensen als Zijn medearbeiders, maar dan wel zo, dat Hij Zijn initiatief nooit uit handen geeft. De zending blijft ten volle Zijn werk. De term Missio Dei moeten we niet laten vallen, al wordt hij vaak misbruikt. Op een geconcentreerde wijze immers wordt erin weergegeven, wat het diepste motief van de zending is naar reformatorische opvatting. Daarin is bovenal de gerichtheid op God bepalend en beslissend.
Taak van de kerk
Bedenkelijk wordt het wanneer men met de term Missio Dei iets geheel anders gaat bedoelen, dan wat er oorspronkelijk mee is gezegd. Men is gaandeweg zo'n grote nadruk gaan leggen op Gods werk in de wereld, dat de taak van de kerk geheel op de achtergrond is geraakt. Er is een volkomen nieuwe opvatting gegroeid met betrekking tot de verhouding kerk en wereld.
In plaats van God-kerk-wereld, wordt het: God-wereld-kerk, waarbij de kerk eigenlijk maar terloops wordt genoemd. Zij is hooguit toegevoegd aan de wereld om zichtbare voorhoede te zijn van de verloste mensheid. Het gaat God immers niet om de kerk, maar om de wereld. Daarom gaat de wereld voortaan de agenda van de kerk voorschrijven. Overal in de wereld zijn tekenen van Gods sjaloom op te merken. Christus' verlossing omvat immers heel de wereld. In dit verband spreekt men van de kosmische Christus, die als Heer van schepping en geschiedenis verborgen overal in de wereld werkzaam is. Ook heeft men het over het universele werk van de Heilige Geest. Aan de kerk is de taak om de hoopvolle tekenen van het Rijk om haar heen op het spoor te komen en aan te wijzen. Via de dialoog met aanhangers van de grote wereldgodsdiensten meent men Christus te ontdekken, met name in de humane waarden en inzichten, die in deze godsdiensten liggen opgesloten. Men spreekt graag van anoniem Christendom en 'onbewuste' christelijkheid.
Karl Barth
Wanneer we ons afvragen waar de wortels liggen van deze wijdverbreide visie, kunnen we niet heen om de naam van Barth. Hij zou volgens velen mede de oorzaak kunnen zijn van dit heilsuniversalistische denken. Inderdaad heeft Barth, hoewel hij zich uitdrukkelijk heeft uitgesproken tegen een algemene verzoeningsleer, heel sterk beklemtoond dat we de wereld alleen nog maar kunnen zien onder het teken van de kosmische overwinning van Jezus Christus. De verzoening is aan alle mensen geschied. In de nieuwe mens Christus is de nieuwe mensheid en de nieuwe menselijkheid gegeven. Sommigen (de gelovigen) weten het, anderen (ongelovigen) weten het nog niet, maar voor allen geldt: De wereld, ieder mens existeert in deze verandering. Terwijl deze gedachten bij Barth in een zeker spanningsveld gezegd zijn, lijkt het er sterk op dat het voor velen na hem geen enkele vraag meer is of alle mensen in en door Christus behouden zijn. Al wordt het vaak niet erkend, velen in de kerken blijken volstrekt ongeïnteresseerd in de vraag of mensen een levende relatie tot Christus vinden. Dat is ook geen wonder: indien eens en voor al de verzoening voor allen is geschied, wat kan dan nog de betekenis van de zending zijn? Konsekwent doorgedacht, moet de algemene verzoeningsgedachte het einde van alle zendingswerk betekenen. Indien het er niet langer om gaat om mensen van eeuwige ondergang en oordeel te redden, is de bediening van de verzoening de eeuwen door een slag in de lucht geweest.
Andere vulling
Dan men toch van zending denkt te icunnen blijven spreken is alleen mogelijk, wanneer de zendingsopdracht volslagen anders wordt gevuld. Dat gebeurt dan ook.
Als nieuwe taak van de kerk wordt vooral gezien: het opkomen voor recht en gerechtigheid, de bevrijding van de armen en verdrukten, de strijd tegen economische uitbuiting en rassendiscriminatie. Een zendingsrapport vat het als volgt samen: 'Zending, dat is overal bevrijdend bezig zijn in situaties van onderdrukking'. In het onlangs verschenen rapport van de studie-commissie van de NZR, ter voorbereiding van Melbourne valt te lezen: Zonde is: 'niet meedoen met de armen en geringen, de vermoeiden en beladenen, de slaven en werkzoekenden, de bejaarden en de kinderen in hun strijd voor een verlangen naar recht en vrede, vrijheid en gelijkheid en broederschap.'
Ook de voorbereidende stukken van Melbourne ademen dikwijls deze sfeer, al moet gezegd worden, dat er zeer waardevolle bijdragen op tafel liggen, die onze serieuze aandacht verdienen, vanwege hun bijbelse gehalte.
Het is intussen zeer onbillijk om degenen in de kerk die strijden willen voor recht en vrede in de wereld direkt lichtvaardig als linkse wereldverbeteraars te doodverven. Er is in onze wereld bij tallozen een oprechte hunkering naar echte menselijkheid in een wereldsamenleving, waar vrijheid, gerechtigheid en vrede zullen heersen en oorlog en onderdrukking, discriminatie, uitbuiting en honger zullen zijn uitgebannen. De menselijk nood is onnoemelijk groot.
In alle godsdiensten en ideologieën is de vraag naar de nieuwe mens een brandende kwestie. Staan we als wereldbevolking niet voor het beklemmende dilemma: samen overleven of samen ondergaan? Worden we niet door geweldige bedreigingen op elkaar gedrongen om samen als mensheid een gemeenschappelijke oplossing te vinden? Wie denkt hier niet aan de verschrikkelijke dreiging van een allesvernietigende kernoorlog die ons samen boven het hoofd hangt? In heel de wereld is iets voelbaar en speurbaar van het reikhalzend verlangen, waarmee de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods.
Het is zeer de vraag of wij het zuchten en kreunen van Gods schepping voldoende opmerken. De inzet voor recht en gerechtigheid behoort evenzeer tot de roeping van ieder gelovige als de intense aandacht voor de persoonlijke verhouding met God. Evangelieverkondiging en sociale-aktie kunnen niet van elkaar worden losgemaakt of tegenover elkaar worden uitgespeeld. Zij komen beide voort uit de ontfermende liefde van Christus, die Zijn gemeente dringt.
Wat echter beslist dient te worden afgewezen is het identificeren van onze strijd tegen onrecht met het koninkrijk Gods. Het koninkrijk Gods ligt niet in het verlengde van onze akties en daden. Het is van een geheel andere orde, dan dat wij op welke wijze ook zouden kunnen forceren en het binnen onze werkelijkheid zouden kunnen trekken.
De boodschap van het Evangelie wordt op een gevaarlijke en ontoelaatbare wijze versmald, wanneer wij daaraan éénzijdig onze inspiratie denken te kunnen ontlenen voor politieke aktie en sociale strijd.
Reddende kennis
Verkuyl heeft er onlangs op gewezen dat de eigenlijke kern van de zendingsopdracht is: het verhaal van Jezus vertellen, met het doel mensen in aanraking te brengen met de reddende kennis van die Naam. 1 Tim. 1 : 15 geeft de kern weer van het Evangelie in een simpele korte formule: 'Dit is een getrouw woord, dat aller aanneming waard is, namelijk dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden.' De bijbel is er niet onduidelijk over dat Jezus in de eerste plaats kwam om de diepste nood en de oorzaak van alle menselijke ellende weg te nemen, nl. de zonde en om zo de verbroken verhouding met God te herstellen. Doel van de Missio Dei is - niet maar zielen - mensen te redden van de ondergang en het oordeel opdat zij een plaats ontvangen in het midden van de nieuwe schepping, waar straks alles Hem zal prijzen en verheerlijken.
Apocalyptisch
De apocalyptische ontwikkelingen in onze dagen brengt de gemeente over de gehele wereld er meer en meer toe Jezus Christus uit de hemel te verwachten. Moet dat onze ijver en inzet in de zending niet verlammen? Integendeel: naarmate de jongste dag nadert is de opdracht temeer van kracht. Denkend aan de vele honderden miljoenen die het Evangelie niet kennen, zijn zij niet in de meest diepe zin de armen? Hebben wij aan te sporen om te werken zolang het dag is, eer de nacht valt, waarin ons het werken onmogelijk gemaakt zal worden.
Als kerken en gemeenschappen zijn wij groepen om met allen die Jezus Christus oprecht liefhebben en belijden, ons meer dan ooit gezamenlijk in te zetten in de onvoltooide taak van de wereldzending. Er is veel vormige samenwerking en vooral gebed nodig om de vele uitdagingen en taken, waarvoor wij komen te staan, aan te kunnen. De verantwoordelijkheid ten aanzien van de eigen samenleving dient voorop te staan. Wij moeten nog meer gaan inzien dat wij daarbij de assistentie van kerken overzee hard nodig hebben. Grote prioriteit verdient de geestelijke vernieuwing en de missionaire bewustmaking van de plaatselijke gemeente, opdat zij zich dichtbij en verweg gezonden weet en bereid is om met God nieuwe wegen in te slaan. De toekomst van de zending is onvoorspelbaar. Hoe de ontwikkelingen ook mogen zijn: Zeker is dat het Woord Gods niet gebonden is. De Geest waait waarheen Hij wil. Hij stuwt het heil door greppels die wij niet gegraven hebben, vaak dwars door bestaande beddingen heen, naarde einden der aarde en tot op de dag van Christus. Onze zorg moet het zijn niet op een afstand te geraken van de voortgaande gang van de Geest in de wereld van nu en morgen. Dr. Visser 't Hooft besluit een artikel over de toekomst van de zending met de volgende woorden:
'Wij kunnen de Heilige Geest niet te pakken krijgen,
Wij mogen wel bidden dat Hij ons te pakken krijgt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's