Rondom het Kerstfeest
De plechtige kerkelijke viering van Kerstmis dateert uit de vierde eeuw, dat is dus betrekkelijk laat in de kerkgeschiedenis. Het is bekend, dat de 25e december reeds heel vroeg als het geboortefeest van de zon met uitbundige vreugde werd gevierd
De plechtige kerkelijke viering van Kerstmis dateert uit de vierde eeuw, dat is dus betrekkelijk laat in de kerkgeschiedenis. Het is bekend, dat de 25e december reeds heel vroeg als het geboortefeest van de zon met uitbundige vreugde werd gevierd en dat het streven om de heidense feesten zoveel mogelijk tot christelijke om te stempelen, de natuurlijke aanleiding werd om juist déze dag tot een feest van de verschijning van de zon der geestelijke wereld in te wijden. Het is immers niet bekend, op welke datum Christus is geboren. De Heilige Schrift deelt ons daaromtrent geen letter mee. Het is ook niet met zekerheid te achterhalen, waarom men de 25e december hiervoor gekozen heeft. Sommigen hebben gemeend dat de kerk deze datum koos, omdat hij in de Romeinse kalender de naam droeg van de onoverwonnen zon. Deze naam sloeg daarop, dat de zon van die dag af weer in kracht begon toe te nemen en de nacht overwon. Anderen hebben in dit punt een geheel andere mening, maar het blijkt toch wel heel duidelijk, dat de macht der traditie overheersend sterk is geweest, want nu al eeuwen lang hebben wij deze feestdag in ons midden herdacht.
Het is wel aannemelijk, dat een heidense achtergrond meespeelt, maar dat geeft nu helemaal geen recht tot de stelling, dat het Kerstfeest nu eigenlijk niets dan een gekerstend natuurfeest zou wezen. Veeleer is het de vrucht van de gelovige erkenning van het goddelijke wonder, dat bij de Christusverschijning in de geschiedenis is tevoorschijn geko men. Als de geboren Koning van het Koninkrijk der hemelen niets meer geweest is in het oog van de oude kerk, dan de moderne mens van hem maakt, bezwaarlijk zou zij het de moeite waard hebben geacht zijn komst in het vlees met zo blijde jubel te groeten. Hij alleen kan dan ook van harte Kerstfeest vieren, die in Jezus de Christus der profeten, Gods mens geworden Zoon, de gave Gods aan een verloren wereld heeft erkend. De goede prediker zal dan ook niet licht over te veel werk in deze feestdagen zuchten, al betreurt hij onwillekeurig dat hij ook als prediker niet alles kan, wat hij wil. De kerkelijke viering, door het concilie van Constanz in 1094 tot een viertal dagen bepaald, later tot een drietal beperkt, is thans vrij algemeen tot een tweetal samengedrongen. Er zijn ongetwijfeld nog gemeenten waar de tweede Kerstdag geen dienst wordt gehouden, maar waar dit wel het geval is, daar behoeft het evenmin aan stof te ontbreken.
Alleen, de stof is rijk, maar de tijd is kort. Het is een publiek gebeuren, dat voor veel voorgangers de laatste weken van het jaar uitermate druk zijn, juist vanwege allerlei bijeenkomsten, die zij moeten bijwonen. Het is vaak moeilijk aan een overbekende stof weer verrassende gezichtspunten te ontlokken, te meer waar de klok voortijlt en de kerktijd naderbij komt. De gemeente is vaak vermoeid vanwege allerlei samenkomsten, waar men Kerstwijdingen houdt. Wij menen, dat de prediker deze samenkomsten nooit moet stimuleren. Zij leiden de aandacht af van de officiële diensten des Woords. Daar dient de gemeente gevoed te worden en waar men vrijheid zoekt in allerlei stichtelijkheden, wordt zo gemakkelijk het accent verlegd van het geloof alleen naar vrome bezigheden. Ja, het Kerstgebeuren is de laatste jaren zo verwereldlijkt, dat de centrale aandacht wordt afgeleid van het Woord. Wij moeten dit tegen gaan. Een meditatie voor en na maakt van het gebeuren een huisbakkenheid, waar geen enkele heiligheid meer in zit. Men accepteert het Woord als een onschadelijke versnapering; die er nu eenmaal bij behoort, maar waar niemand de majesteit der verkondiging meer achter bespeurt. Het Kerstgebeuren wordt zo verwereldlijkt, dat het Woord meegepakt wordt als een opluistering. Hoe soberder het Kerstgebeuren wordt gevierd, hoe Iseter het is. Houdt de aandacht vrij voor de prediking op de feestdagen zelf en vermoei uw prediker niet door van hem te eisen als een Kerstman van de ene naar de andere zaal te draven. Waarom kan niet een gewoon gemeentelid een goede meditatie voorlezen?
Wanneer wij ons beperken in deze dingen zal de winst zichtbaar worden in een verdiepter prediking. Alle heilige dingen verdragen geen gezelligheid, knusheid - ze hebben zeldzaamheid, afstand, en vooral eerbied nodig. Anders worden ze gemeenzaam. Ik dacht dat kerkeraden daarop moeten toezien, dat de prediking alle concentratie vraagt. Daaruit ontbloeit het heil. Maar sleurt u de preek mee in de alledaagsheid, dan wordt de preek een praatje, de prediker een prevelaar; de gemeente verorbert de woordenvloed - ik vraag mij af of wij niet bezig zijn de preek knus te maken. Dan zijn wij niet ver meer af van knuffelen. Maar waar is het zwaard nu, dat door Maria's ziel ging? ...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1980
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1980
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's