Ommekeer in verhoudingen van macht en bezit
Mijn ziel maakt groot de Heere... Dat zijn de beginwoorden van Maria's Magnificat (Lofzang - Lukas 1 : 46 vv.). Dat is eigenlijk ook de gouden draad, die door heel Maria's loflied heenloopt, door heel haar leven zelfs.
Mijn ziel maakt groot de Heere...
Dat zijn de beginwoorden van Maria's Magnificat (Lofzang - Lukas 1 : 46 vv.). Dat is eigenlijk ook de gouden draad, die door heel Maria's loflied heenloopt, door heel haar leven zelfs. Groot spreken van God... vanwege Zijn machtige daden. En dan mag het ons wel opvallen, dat Maria zo hoog opgeeft van de Heere, omdat Hij zo verrassend, tegen alle menselijke verwachtingen in en daar hoog boven uit. Zijn gang gaat. Een wonderbaarlijke God, Die de rollen radikaal omkeert. Niet de machtigen, maar de nederigen (eenvoudigen); de hongerigen en niet de rijken komen bij God in aanmerking. Ze staan kruiselings tegenover elkaar in Maria's lofzang (vers 52, 53): het begint met machtigen, het eindigt met rijken; maar de lijn van de machtigen en de rijken wordt doorkruist door die van de nederigen en de hongerenden.
De lijn van machtigen en rijken doorkruist
Dat is heel vaak zo in het Lukas-evangelie. Lukas, de arts laat graag het volle licht vallen op gestalten rondom Jezus, die maatschappelijk gesproken helemaal achteraan in de rij staan, die niets hebben, waarop zij zich kunnen laten voorstaan, die niet in tel zijn. Kennelijk was deze Evangelieschrijver een sociaal bewogen mens. En dat zal hij van geen vreemde hebben gehad. Dat moet hij hebben geërfd van de Meester, over Wie hij zo bewogen schrijft, Jezus Zelf.
Want dat God, de Barmhartige, de lijn van de machtigen en de rijken doorkruist door Zijn reddend handelen met nederigen en hongerigen, daar is Maria niet maar een voorbeeld van, het onaanzienlijke meisje iiit Nazareth.
En daar zijn niet alleen de herders uit de velden van Efrata een voorbeeld van. Ook niet alleen de arme Lazarus uit het onderwijs van Jezus' gelijkenis (Luk. 16 : 19 vv.). Jezus Zelf is daar het bewijs van in Zijn komen tot deze wereld. Geboren in de bitterste omstandigheden van het leven (een stal, een kribbe). Geen plaats, waar Hij het hoofd kon neerleggen, toen Hij rondging onder Israël. En niet meer dan een kruishout om aan te sterven, ruim dertig jaren oud. God doorkruist in Hem radikaal de harde lijn van de machtigen en de rijken. Hij staat aan de zijde van de nederigen en de hongerigen.
Onvoorwaardelijke Partijganger der armen?
Vaak heeft men geprobeerd om uit dit alles een sociaal Evangelie te destilleren. Het zou niet slechts in het Kerstevangelie naar de beschrijving van Lukas, maar ook in al de andere Evangelieën (met aftrek van latere vergeestelijkingen) uitgerekend om het sociale gaan. Jezus is de onvoorwaardelijke partijganger der armen, door Wiens woorden de rijken zondermeer genadeloos worden afgestraft. En zo zou het zelfs in heel de Bijbel liggen, zeker in het Oude Testament met zijn grote nadruk op een vreedzame en leefbare samenleving, waarin alles sjaloom, vrede is (geheeld bestaan). Daarop zou dan ook heel Gods bemoeienis met deze wereld berusten. En de konsekwenties daarvan voor ons zouden daarmee duidelijk zijn: onvoorwaardelijk positie kiezen voor de misdeelden, de rechtlozen en onvoorwaardelijke klassestrijd tegen macht en rijkdom. 'Het Evangelie', zegt men, 'wil het enige betekenis hebben in de mensenwereld, moet in sociale termen worden omgetaald.'
Mijn ziel maakt groot de Heere... Maria kan het blijkens haar loflied op Gods grote daden, niet op, dat de Heere zo wonderbaarlijk handelt. Hij doorkruist de lijn van de machtigen en de rijken. Maar wat bezielt dat arme meisje uit Nazareth nu toch om zo te spreken? Wordt zij gemotiveerd door sociale hartstocht? Is het haar hoogste vreugde, dat zij door moeder van de Zaligmaker te mogen zijn, voortaan een naam heeft op aarde? Waarom spreekt zij in haar lofzang zo negatief over de machtigen en de rijken?
Het antwoord ligt voor iedere eenvoudige en oprechte Bijbellezer voor de hand. Met machtigen en rijken kan God niets beginnen. En waarom niet? Omdat alle macht uit de boze is en een mens nooit iets mag zijn, noch met kennis (kennis is macht), noch met geld (geld is de wortel van alle kwaad)? Nee, want macht en bezit zijn werkelijk wel nodig om de mens op aarde een leefbaar bestaan te bereiden. Dat kan zelfs door de felste bestrijders van macht en bezit niet ontkend worden. Ja, er is zelfs sprake van een sociale strijd, waarin macht en bezit slechts uit kapitalistische handen gehaald wil zijn, maar dan wel om er anderen mee te wapenen.
Wees geen meteoor...!
Waarom kan God met machtigen en rijken niets beginnen? Eenvoudig, omdat een Adamskind met macht en bezit altijd weer wat wordt, wat hij niet mag wezen. Hij wordt er wat mee tegenover God. Hij maakt er zichzelf groot mee en onafhankelijk. Macht en bezit funktioneren in onze verdorven mensenwereld als satanische wapenen om ons te stijven in onze hoogmoedswaan: als God zijn. Niemand nodig hebben. Zichzelf weten te redden. En bij dat streven desnoods over lijken gaan, die van de machtelozen en bezitslozen natuurlijk in de eerste plaats. Dat zit er bij ieder Adamskind zo ontstellend diep in. Daarom is dan ook die mens zo vaak bezorgd, angstig en eenzaam... Hij is hoogmoedig. Als hij een paar centen meer heeft dan een ander, of een mooier huis, of een hoger geklassificeerde baan, of een opperbest geheugen, waarin een geweldige hoeveelheid kennis ligt opgestapeld. Of... en in dat verband moeten wij ook al die uitspraken over de rijken in het Lukasevangelie lezen, of als hij een beetje meer is dan rechtuit in zijn vroomheid. Want ook daarin kan een mensenkind zichzelf zo afschuwelijk verschansen voor God. De Farizeeër is het voorbeeld. Mattheüs, de evangelist wijst daar vooral ook op. Wat willen zijn voor God met topprestaties, met schouderklopjes van Gods wet, met een carrière in wetswerken (met een beetje goede wil van ons en van God redden wij het immers wel).
En zo komen de machtigen en de rijken dan op één lijn te staan met de zelfgemaakte vromen. In dat bredere kader staan ze in de heilige Schrift. Zij staan op één lijn met de hoogmoedigen (Luk. 1 : 51). En zo gezien kunnen wij het ons allemaal ook aantrekken, wat Maria in haar Magnificat zingt: machtigen... rijken.., . God passeert hen. Want je kunt onder die categorie vallen, terwijl je een onbetekenend mensje bent en terwijl je slechts een paar honderd gulden op je spaarbankboekje hebt staan, of terwijl je een net en braaf mens bent. Jezus heeft gezegd: 'Daarom zeg Ik U: Zijt niet bezorgd voor Uw leven...' (Matt. 6 : 25). Er staat eigenlijk: wees geen meteoor...! Excelsior, steeds hoger. Wie wordt daar vroeg of laat niet overspannen van?
Leven voor een (A)ander
Als het Kerstevangelie ons daar nu eens brengen zou? Niet meer de man willen zijn. Het niet in zijn zak en in zijn mars willen hebben, noch met geld, noch met kennis, noch met vroomheid... Ons niet verschansen voor de hoge God. Eindelijk eens het leven verliezen: de zelfhandhaving, de ik-zucht, de hoogmoed. Leer, het van het Kerstkind. Hij is zachtmoedig en nederig van hart. Dan hebben we geen pretenties meer. Dan zijn we niet zo gecompliceerd meer, maar eenvoudig als een verlegen kind. Eenvoudig en hongerig. Dat wordt een mens niet door de druk van sociale omstandigheden of door geraffineerde klassestrijd. Dat wordt een mens door een Godsdaad. Hij verspeelt zijn naam, zelfs zijn bestaan. Maar geen nood, zijn naam wordt Lazarus - God is mijn Helper. Hij mag een beroep doen op de Zaligmaker der armen. Hij komt tot de 'grootspraak' van Maria 'Mijn ziel maakt groot de Heere...' Niet meer voor zichzelf, leven, maar voor een (A)ander. En dan spelen macht en bezit opeens toch een rol, inaar wel een totaal andere. Want als wij macht en bezit hebben, hebben we die dan niet ontvangen? Het mag een bezitten worden als niet bezittende: geld en goed, een vrouw, een man en kinderen, kennis en ware vroomheid.
Mijn ziel maakt groot de Heere... D' eenvoudigen wil God steeds gadeslaan. En eenvoudigen, dat zijn mensen, die met niets van zichzelf meer iets worden kunnen voor God, maar voor wie God in Christus alles is geworden en die daarom ook niet zo krampachtig meer voor zichzelf behoeven te zorgen. Geen meteoor. ..! En zoëerst zo heeft het Kerstevangelie ook zijn sociale en zelfs politieke konsekwenties.
Recht beheer van macht en bezit
U moet er de kranten maar eens op nakijken in deze dagen. Knip al die advertenties eens uit, waarin het woord Kerst voorkomt. Wij hebben het Kerstkind in de sfeer van de commercie getrokken. En inmiddels sterven er dagelijks duizenden van hongeren ellende. U moet er het nieuws nog maar eens op nakijken. Komen de Amerikaanse gijzelaars in Iran eindelijk vrij? Hoe werden macht en bezit gehanteerd? Door Moslims, door de Sjah, door Amerikanen? En hoe rentmeesteren wij over ons bezit? Is er werkelijk sprake onder ons Nederlandse volk van versobering? Doen wij ooit één stap terug voor anderen, die verkommeren in de wereld? Dat zijn vragen, waar we niet om heen kunnen. Daar hebben wij waarlijk wel een boodschap aan. Want op de lijn van de machtigen en de rijken zitten, dat kost geen moeite. Het zit ons diep in het vlees. Maar een nederige en hongerige zijn en door zichzelf weg te geven rijk worden, dat leren we alleen door genade. En als we het geleerd hebben, mag het praktijk van godzaligheid worden, vlak bij huis vooral ook. Onze kinderen moeten het aan ons merken, als wij dat geleerd hebben: voor een (A)ander te leven, afhankelijk, ootmoedig, pretentieloos, zelfopofferend. Arm en toch rijk... in God. Mijn ziel, maak zo dan de Heere groot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1980
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1980
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's