Dichter bij de zaligheid!
... want de zaligheid is ons nu nader dan toen wij eerst geloofd hebben. (Romeinen 13 : 11b)
Wanneer de hardlopers in de renbaan van start gaan, zijn ze ver van de prijs verwijderd. In de oudheid was het gewoonte aan het eind van de baan de trofee op te stellen. Aan het begin zien de renners heel misschien iets blinken in de verte - maar meer ook niet. Gaandeweg krijgen ze echter meer zicht op de prijs. Dat is dan des te meer een stimulans voor hen om alles op alles te zetten. Hoe verder gevorderd in de renbaan, des te dichter bij de gouden medaille of beker gekomen. De apostel Paulus zegt tegen de gelovigen in Rome: wilt u er wel aan denken dat de zaligheid, het volle heil van God, ons nu dichterbij gekomen is dan toen wij pas tot geloof gekomen waren. We zijn nu de Kroon van de overwinning méér genaderd dan op het moment van onze eerste bekering het geval was.
Dat moet deze gelovigen blijkbaar gezegd worden. Begrijpelijk. Immers, in de beleving lijkt het er vaak op dat we achteruit, gaan in plaats van vooruit. Toen we pas de Heere leerden vrezen, toen we nog stonden in de lentetjjd van het geloofsleven, zagen we de zaligheid zo liggen in de dienst des Heeren. En vanuit de keuze voor die zalige dienst lijken ons bergen vlak en zeeën droog. Denk eens aan het prille enthousiasme van de discipelen, toen ze pas de Heere Jezus hadden ontmoet. Maar wat werd de weg moeilijk voor hen naarmate de slagschaduw van het kruis zwaarder ging vallen. Daar moesten ze er achter komen dat de zaligheid geheel buiten hen lag. In de nacht van Gethsémané, op de Vrijdag van Golgotha en op dé stille zaterdag ging het steeds meer achteruit in plaats van vooruit - althans naar de beleving van de discipelen. Toen konden ze niet zeggen: 'de zaligheid is ons nu nader dan toen wij eerst geloofd hebben.' Neen, de zaligheid was voor hen verder dan ooit.
Zo is het nóg in de beleving van het geloof. Wat denkt een meer ervaren christen vaak met weemoed aan zijn geestelijke jeugd terug. Tóén werd met zoveel moed de loop begonnen. Maar halverwege lijkt het soms onbegonnen werk. Gaat het nogal vooruit? Neen, steeds meer achteruit! Moedbenemend is dat. Maar nu steekt het apostolische woord een hart onder de riem. De zaligheid is nader! De laatste loodjes wegen het zwaarst - maar het zijn dan ook de laatste. Kom, houd maar moed. U wordt elke dag een dag jonger en ook in 1981 weer een jaar jonger... Het einde is in zicht - maar dan begint het pas góéd voor u die de Heere vreest. Leer maar aftellen naar de jongste dag toe. De tiendaagse veldtocht zal haast gedaan zijn, bejaarde vriend in de Heere! De zaligheid is ons nu nader dan toen wij eerst geloofd hebben. De apostel Paulus bedoelt dit woord niet alechts heilsordelijk, maar vooral ook heilshistorisch. Hij wijst op de naderende - komst van Christus. Daarin ligt toch de zaligheid voor Zijn Kerk? Nu ziet hij de wijzers op de wereldklok steeds meer verschuiven. En al kan hij dan niet precies zeggen hoe laat het is - één ding wordt hem steeds meer duidelijk: De nacht is verstreken, de morgenstond is nabij! We spreken nogal eens - en terecht - van de donkere tijden die wij beleven. Maar zullen we niet vergeten dat de nacht vlak voor de morgenstond het donkerst is? Wie leeft er bij 'de juiste tijd' volgens Gods klok?
Men kan namelijk een fatale vergissing maken. Te denken dat het nog nacht is, en zie - het is volop dag. De apostel vergelijkt dat in vers 12 met kleding. Wie op klaarlichte dag in pyama op straat loopt, is bespottelijk. Die loopt tegen de lamp. Die gedraagt zich oneerbaar. Zo is het met het romeinse nachtleven. Maar zo is het ook met u, wanneer u nog altijd ligt in de doodslaap van de zonde. In het ontdekkend licht van de volle dag worden alle dwaze maagden te schande. Van het nachtelijke feestgedruis blijft niets anders over dan een grote ontnuchtering, een kater. Kijkt u het nog eens na? Leidt u nog een nachtleven, hoewel de grote morgen op handen is? Bekeert u, eer het eeuwig nacht wordt. Bekeert u, want de rampzaligheid is u nu nader dan toen u eerst gewaarschuwd werd! En u die de Heere vreest - bent u er geestelijk op gekleed dat de zaligheid u nu nader is dan toen u eerst geloofd hebt? Laat ons dan afleggen het nachtgewaad van de werken der duisternis. En laat ons aandoen de dagkleding van de wapenen des lichts.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's