De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het kerknieuws in hemels licht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het kerknieuws in hemels licht

6 minuten leestijd

Openbaring 11 vers 1-2

Het kerknieuws heeft onder ons over het algemeen een ruime belangstelling. Velen kijken wanneer de krant door de bus is gevallen slechts even vluchtig naar de voorpagina, om dan veel uitvoeriger aandacht te besteden aan pagina twee - het kerknieuws. Beroepingsberichten, allerlei synodekwesties, kerkelijke pers - het boeit ons en het houdt ons bezig. Maar soms moeten we hoofdschuddend lezen - en het kan zijn dat het ons pijn doet wat we zoal lezen. Veel is er wat getuigenis aflegt van teruggang, van inzinking en verval. Laten we ons haasten er bij te zeggen dat de HEERE nog veel goeds gelaten heeft en het zou ondankbaar zijn alleen maar steen en been te klagen zonder erkentenis van Zijn weldaden. Toch valt het niet te ontkennen: onze tijd is er één van neergang, niét van bloei.

Kerknieuws, daarvan lezen we ook in het boek Openbaring. Maar daar komt het te staan in hemels licht. Zo ook in hoofdstuk 11. Johannes krijgt een rietstok in de hand gedrukt en ontvangt dan de opdracht met die meetroede drie zaken te meten: de tempel Gods, het altaar en degenen die daarin aanbidden. Laten we bij de uitleg verre blijven van allerlei vreemde speculaties zoals bij de auteur Hal Lindsey zijn aan te treffen. Schrift met Schrift vergelijkend komen we uit bij de nuchtere en heldere uitleg van onder andere wijlen ds. E. van Meer. De tempel wil hier zeggen: de gerneente van de levende God. Het altaar is Christus. Degenen die daarin aanbidden zijn de ware Christen-gelovigen, elk voor zich persoonlijk. Deze levende kerk moet Johannes gaan meten. Niet om onze al te vér gaande nieuwsgierigheid te bevredigen - niet om ons het getal van de uitverkorenen mee te delen. Waar het hier om gaat is dat Gód dit getal kent! Dat wordt in dit visioen aangeduid. Zoals een herder al zijn schapen kent, zo kent de HEERE al Zijn kinderen. En waarom kent die herder zijn schapen? Opdat niet één zijn oog zal ontglippen, om over hen allen te waken. Zo kent de HEERE degenen die de Zijnen zijn. En Hij betoont dat door over hen te waken in het heetst gevaar. Wie zal ze ooit uit Zijn hand rukken? Ze zijn vanuit 's HEEREN verkiezend welbehagen (en naar de ruimte van Zijn welbehagen) Hem van eeuwigheid tot een erfdeel geworden. Het is bij alle teruggang in het kerkelijk leven een vaste en rijke troost: al worden de grenzen van de kerk steeds nauwer getrokken, hier kan satan of wereld geen grenspaal verzetten. De tempel staat - ook al schijnt hij soms tot niet gekomen. Het altaar blijft - ook al wordt Christus' verzoenend lijden en sterven door velen geloochend. Zevenduizend bidders houdt God Zich over - maar die statistiek is alleen Gode bekend. Dit is ook de troost van de verkiezing in het persoonlijk geestelijk leven.

Waar Gods meetsnoer is gevallen, zal de hel geen duimbreed meer kunnen winnen. Johannes moest onderscheid maken tussen schijn en wezen. De tempel moest hij meten - maar de buitenste voorhof niet. 'En laat het voorhof uit, dat van buiten de tempel is, en meet dat niet - want het is de heidenen gegeven - en zij zullen de heilige stad vertreden tweeënveertig maanden.'

Johannes ging onderscheidend tussen tempel en voorhof met de meetroede die God hem in handen had doen geven - en ook volgens 's Heeren aanwijzing en opdracht.

Zo krijgt elke van God gezonden prediker de meetroede in de hand om het kostelijke van het snode te onderscheiden, om de sleutels van het hemelrijk te hanteren. Let wel - dat mag nooit gebeuren met een eigengemaakte duimstok, met behulp dus van allerlei menselijke maatstaven, normen en kenmerken. Maar naar de maatstaf en het richtsnoer die God zélf in handen gaf. Wat dat hier is? Het zijn in de tempel van de verkiezing. En de verkiezing is in Christus! Daarom anders gezegd: het aanbidden bij het altaar van de verzoening. Smekend en dankzeggend aan de voeten van de hemelse Hogepriester. Niet levend bij eigen werken en bij eigen offertjes - hoe vroom ook. Maar mensen die met de bloedwreker op de hielen gevlucht zijn naar de hoornen van het altaar. Dat is geloven tot de zaligheid - zich vastklampen aan het altaar, het volbrachte werk van Christus Jezus, om zo pardon en gratie te verkrijgen.

Die zevenduizend bij het altaar staan niet allemaal even sterk in het geloof. Er zijn zuchters en tobbers. Er zijn ook zangers en juichers. Men kan vandaag een zuchter tegenkomen die morgen een zanger is - maar ook omgekeerd. Maar ze hebben allen gemeenschappelijk dat ze niet weg kunnen blijven van het altaar - omdat ze een schuldeiser hebben en hun ziel bitter bedroefd is. Ook u en ik worden dagelijks geroepen om ons te scharen bij het getal. Zevenduizend is een wonderlijk getal. Het is altijd vol enhet raakt nóóit vol. Er zal nooit gezegd worden: er is voor u geen plaats meer. Ook voor u en mij is er nog plaats over bij het altaar - er zijn nog hoornen over om zich aan vast te klampen tot eeuwig behoud.

De voorhof echter moet Johannes niét opmeten. Het gaat hier om de buitenste voorhof, de voorhof der heidenen genaamd. Deze wordt met de stad Jeruzalem de heidenen overgegeven ter vertreding. Alleen en uitsluitend de eigenlijke tempel en de binnenste voorhof zullen overeind blijven in de zware verdrukking van de eindtijd.

We zien de vervulling duidelijk voor ogen in het kerknieuws van onze tijd. De voorhof en de heilige stad gaan wegvallen - ze worden aan de heidenen gelijk gemaakt. Velen die verbondskinderen zijn en vroeger toch meelevend, schijnen volkomen verheidenst te zijn. En nu kennen we nog niet eens openlijke verdrukking in het (nog altijd) vrije westen! Wanneer nu reeds de afvalligheid zo groot is, hoe zal het dan eens zijn als het gaat spannen en de belijdenis van Christus' Naam levensgevaarlijk wordt?

Wat is de oorzaak? De vervreemding van het altaar en van het gebed! Wij zijn nog meelevend. Staan we daarmee aan de goede kant van de streep? Bij de HEERE zijn tweeërlei kerkleden bekend. Geboorteleden en wedergeboorteleden. Een derde soort is er in wezen niet. Dat is tot ernstige vermaning. Maar nogmaals: er is nog plaats bij het altaar. Komt, roept Hem aan Die de grote Hoorder der gebeden is.

Zelfs vindt de mus een huis, o Heer' de zwaluw legt haar jongskens neer in 't kunstig nest hij Uw altaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het kerknieuws in hemels licht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's