De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wuiven naar de Mannenbroeders

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wuiven naar de Mannenbroeders

10 minuten leestijd

In 1964 verscheen het bekende boek van Ben van Kaam, getiteld 'Parade der Mannenbroeders' . Het behandelt 'Protestants leven in Nederland, 1918-1938. Het beeld der (gereformeerde) vaderen trekt in dit boek aan ons oog voorbij: Ook de 'mannenbroeders' uit de christelijke politieke partijen komen uitvoerig aan de orde. Op de omslag prijkt een foto met oude andere anti-revolutionaire voormannen als ds. H. Colijn en lt. gen. L. F. Duymaer van Twist (jaren lang H.B. lid van de Geref. Bond). Jaquet, bolhoed en de boord met omgeslagen punten bij officiële gelegenheden waren kenmerkend voor die tijd. Maar alle groepsfoto's op zich tekenden een tijdsbeeld.

Intussen heeft de gereformeerde kring in de meest brede zin van het Woord mannen van naam en faam voortgebracht, die van betekenis zijn geweest voor de regering van ons land. In de benaming mannenbroeders mag de nadruk vallen zowel op mannen als op broeders. Welke verschillen van inzicht er kerkelijk en politiek ook zijn geweest, de daadwerkelijke betrokkenheid in de christelijke politiek en het dragen van verantwoordelijkheid voor het landsbestuur zijn niet gering geweest.

Terugblik

Kort geleden schreven we 'Het tij is gekeerd', dit naar aanleiding van de vorming van het C.D.A. en het daarmee gekomen einde van drie christelijke politieke partijen. Het lijkt me toe, dat thans allerwegen bewust wordt teruggeblikt op het tijdperk der mannenbroeders. Ik concludeer dit uit de verschijning van diverse boeken, waarin facetten van de christelijke politiek - personen en momenten - nog eens de revue passeren. Het honderdjarig bestaan van de Anti-Revolutionaire Partij kon nog net voor de opheffing worden gevierd. Ook toen werd nog een A.R.-publicatie gegeven. Het was een op het heden gerichte anti-revolutionaire bijdrage aan christen-democratische politiek, onder de titel '100 jaar Partij, bezinning en perspectief' (uitgave T. Wever, Franeker). Nu verschenen nog eens drie boeken, waarin hoofdzakelijk wordt teruggeblikt en waarvoor we hier kort aandacht vragen.

'Geloof en Politiek'

Gerben Abma, leraar geschiedenis te Leeuwarden, schreef een lijvig boekwerk over 'Confessionele partijvorming in Friesland' (1852-1871). De schrijver laat er geen onduidelijkheid over bestaan, dat hij ingenomen is met de huidige toenadering tussen hen, die kerkelijk en politiek in de vorige eeuw gescheiden optrokken. Hij geeft intussen een boeiend beeld van de strijd der 'Kleine luyden' in Friesland - in de, onderscheiden gemeenten - een strijd, die zich aanvankelijk voltrok rondom de school, toen de staatsschool gekenmerkt was door 'godsdienst boven geloofsverdeeldheid' en opvoeding tot 'alle christelijke en maatschappelijke deugden'. De schoolstrijd was de directe aanleiding voor de vorming der christelijke partijen. Men vindt daarvan in dit boek een boeiende beschrijving. Het boek zou aanvankelijk gaan over de politieke groepering van de Fries Christelijk-Historischen, een groepering mede gebundeld door dr. Ph. J. Hoedemaker, die in de persoon van ds. J. J. Schokking van 1901-1905 een vertegenwoordiger in de Tweede Kamer had. Maar uiteindelijk in de periode 1852-1871 als uitgangspunt genomen, toen de schoolstrijd in alle hevigheid woedde en de benaming christelijk-historisch al opgeld deed, met name dóór en rondom mr. Guillaume Groen van Prinsterer, de Kampioen in de strijd om de christelijke school. Hoedemaker is daarom in dit boek (helaas) naar de achtergrond verdwenen. Groen werd in feite ook de grondlegger van de confessionele partij. Maar welke partij zich blijvend op hem beroepen mocht is onduidelijk. Het is als met Calvijn. Hij was de man, die in de Reformatietijd gebruikt werd in de hand des Heeren om een omwenteling in kerk en staat teweeg te brengen. Velen uit uiteenlopende kring hebben zich later op deze 'grote' beroepen. Groen van Prinsterer was de 'grote' man in de geschiedenis van de schoolstrijd en het ontstaan van de confessionele partij. Later heeft men zich in alle christelijke partijen op hem beroepen. Maar hij ontsnapt denkt me juist door zijn statuur aan alle (huidige) partij-politieke kaders. Men leze overigens het boeiende, gedetailleerde boek van Gerben Abma, dat de vorige eeuw met de 'mannenbroeders' van toen tot leven brengt.

Personen en momenten

We schreven als titel boven dit artikel: 'Wuiven naar de mannenbroeders'. In opdracht van de Anti-Revolutionaire Partij werd nl. ook nog een boek uitgegeven, waarin een aantal oud-gedienden van de A.R.P. aan ons oog voorbij gaan.

'Personen en momenten' is de titel. Personen, die behandeld worden zijn: A. baron Mackay, L. W. C. Keuchenius, A. Kuyper, H. Bavinck, mr. Th. Heemskerk, A. S. Talma, A. W. F. Idenburg, H. Colijn, A. Anema, J. Schouten, P. S. Gerbrandy, J. A. H. J. S. Bruins Slot. De schrijvers komen hoofdzakelijk uit Anti-Revolutionaire kring. In dit boek komen verder o.a. bijdragen voor van H. Algra: 'De groten en de kleinen in de A.R.P.'; van prof. mr. W. F. de Gaay Fortman: 'Afscheid van de Anti Revolutionaire Partij' (toespraak 17 september 1980) en van de inmiddels overleden dr. A. Vondeling (voorzitter van de Tweede Kamer): 'De kleine luyden en hun grote invloed'.

Uit het verhaal van Algra, waarin hij wijst op de grote invloed van leiders als Groen ('tot aan zijn dood was dat Groen van Prinsterer...') en Kuyper, citeren we het volgende:

'Maar ik denk ook aan al die anderen uit de dagen van Groen en Kuyper, mannen van het Réveil, mannen uit confessionele kringen, uit meer dan één kerkformatie, mannen met vertrouwde namen, met gezag en titel, die hebben meegedaan in grote trouw.

Sommigen van hen worden in dit boek breder geschetst. Zij hebben het niet altijd gemakkelijk gehad in een partij, waarbij 'de leider' bijna onbeperkt gezag had en de eenvoudigen soms argwanend keken of iemand bij die leider op de bok wilde klimmen. Maar zij hebben hun werk verricht, hun strijd gestreden en soms met grote zelfverloochening bewaard.'

Uit het verhaal van Vondeling lichten we de volgende passage:

'Wat tot de beeldvorming van de partij ook heeft bijgedragen, is de geslotenheid van de groep en, vooral, de blijkbaar sterke behoefte aan een leider; een leider, die dan torenhoog op het schild werd geheven. Ik spreek daarover geen oordeel uit; ik constateer alleen het feit. Of deze leiders invloed hebben gehad buiten de eigen AR-kring is geen vraag. De verkiezingsuitslagen van 1937 (Colijn), van 1967 (Zijlstra) en van 1972 (Biesheuvel) tonen die invloed aan. Uit de resultaten van opinie-onderzoeken is wel gebleken, dat Aantjes een tijdlang ook zo'n invloed had. De A.R.P. heeft vele markante persoonlijkheden gehad, heel eigenaardig. Daartoe reken ik ook Schouten en Gerbrandy. Nogmaals, ik spreek niet en oordeel niet over de wijze waarop ze invloed uitoefenden in de eerste jaren na de oorlog. Maar ik heb wel behoefte te zeggen, dat ik mij bevoorrecht voel, hen gekend te hebben. En wat zou ons parlementaire leven blóedarmer en saaier geweest zijn zonder die laatste twee. Ik weet dat velen zich in uw kring de laatste tijd wel eens zorgen maken over partijgenoten-Kamerleden, die buiten de strengen slaan, om een agrarische uitdrukking te gebruiken. Mag ik hen erop wijzen, dat de AR-Kamerclub vaak met man en macht probeerde de Friese volbloed Pieter Sjoerds in toom te houden? Tevergeefs, meen ik. Maar wie bewonderde niet zijn hoge en fraaie gangen. Terecht kreeg zijn beeld, dat wij dankzij uw gulheid een paar jaar geleden kregen, een plaats naast 'syn Keninginne' Wilhelmina.'

Nog een Fries

Friesland heeft onder de 'mannenhroeders', die vandaag worden nagewuifd één markante vertegenwoordiger gehad: (ere)-doctor H. Algra, oud-senator, oud-redacteur van het Friesch Dagblad, schrijver van vele artikelen en boeken, o.a. het bekende geschiedkundige standaardwerk 'Dispereert niet' en 'Het wonder van de 19e eeuw'.

Voor Algra heb ik altijd veel sympathie gehad. Hij drukte zich nooit onduidelijk uit. Ik herinner mij, dat hij bij voorstellen tot subsidiëring van hedendaagse 'Kunst' in de Eerste Kamer eens stelde, dat veel van wat vandaag voor Kunst doorgaat niet anders is dan het met faecaliën werpen naar Christus' Kruis.

Algra heeft van de V.U. recent een ere-doctoraat gekregen. Voor die gelegenheid is ook een bundel aan hem opgedragen, getiteld 'Doctor Algra, de Friese Senator'. Men vindt in deze bundel Algra getekend in zijn kwaliteiten, die hij in onderscheiden functies aan de dag legde. Een boeiend boek, geschreven door mensen die, in partij - en pen, dicht bij Algra hebben gestaan.

Uit deze bundel nemen we over het antwoord, dat Algra gaf op de vraag (in een gesprek met ds. G. Puchinger): 'Wat is uw oordeel thans over de christelijke politiek in het algemeen? Algra zegt:

'Ik vind het bedenkelijkste dat binnen de kringen van de christelijke politiek vaak een vlucht in algemene termen of vage formuleringen is waar te nemen, waardoor er iets verdampt.

Zal ik dat met een voorbeeld duidelijk maken? Als men bijvoorbeeld zegt: gedreven door de inspiratie vanuit het evangelie, dan is dat mijns inziens een gevaarlijke term, omdat dit zo subjectief en vrijblijvend is. Dat voelt u direkt wanneer ik er tegenover stel: in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als het Woord van God.

Onlangs vestigde het vroegere socialistische Tweede Kamerlid J. H. Schepsmijn aandacht erop, dat je in socialistische kring precies hetzelfde hebt; dat iemand bijvoorbeeld zegt: ik ben niét voor een socialistische partij, maar wel voor een partij die geïnspireerd wordt door het socialisme. Kijk, dan kun je ook vele kanten uit!

Dat is mijn eerste bezwaar: die vaagheid van termen... Mijn tweede bedenking die ik vaak heb, is dat er zo weinig historisch besef is en zo weinig kennis van de geschiedenis. Men praat soms maar raak, zonder te weten wat erachter de dingen zit. Laat ik een kras voorbeeld noemen: sommige politici zijn bijvoorbeeld - en nu ben ik buiten de christelijke kring - voor een rechtstreeks gekozen minister-president. Anderen zijn er voor dat het parlement de minister-president aanwijst. En nu kan ik heel best nagaan waar men zulke gevaarlijke en soms bijna belachelijke dingen vandaan haalt: import mijnheer, import uit het buitenland! In Bonn wordt de Bundeskanzler door het parlement gekozen, en, denkt men dan, waarom zou dat ook bij ons niet kunnen? Ja, dat is het genre van redenering! Terwijl men er geen benul van heeft hoe zich heel zo'n parlementair stelsel in ons land historisch heeft ontwikkeld, waarbij de bijzondere positie van het Koningschap, de struktuur van de partijen en allerlei andere factoren een rol spelen. Daarmee wil ik niet zeggen dat de historische ontwikkeling van ons parlementaire stelsel op een bepaald moment stopt en moet bevriezen, maar het moet een ontwikkeling zijn waarin tevens continuïteit zit. En bij dit alles is historisch inzicht nodig. En daar weten een heleboel van die jongens niks van!'

Tenslotte

Wanneer thans nog een keer gewuifd wordt naar de 'mannenhroeders' dan is te hopen, dat er ook nog van continuïteit met het verleden sprake mag zijn in de tijd, die voor ons ligt. Dat wat wezenlijk was in hun erfen in bewaard wordt. In de rooms-protestantse coalities, die in de vorige eeuw op gang kwamen, toen de confessionele partijen waren ontstaan (na de Kerkelijke deiningen), lag een eerste begin van samenwerking van protestanten en roomskatholieken in de politiek. Thans is die samenwerking bezegeld in de vorming van het C.D.A. Zal het eigen geluid van de 'rnannenbroeders' nu worden vervaagd in een algemeen-christelijke conceptie?

We besluiten met nog een behartigenswaardige opmerking van Algra:

'De christelijke politiek heeft toekomst, omdat haar noodzaak aan ons volk wel op harde wijze zal duidelijk worden; dat begint al te komen. En er zijn al heel wat jongeren die heel goed hebben verstaan dat christelijke politiek gekenmerkt moet worden door een duidelijk Ja en een duidelijk Neen, waarbij wij door een crisis van een zekere eenzijdigheid heen moeten. Als ik dat wat aforistisch mag aanduiden, dan zou ik willen zeggen: waarbij men weer moet leren, dat de Wet der Tien Geboden op twee tafelen is geschreven!'

Gerben Abma: Geloof en Politiek; Uitgave Friese Pers, Leeuwarden, 530 pag.

C. Bremmer e.a: A.R.P., Personen en Momenten; Uitgave Wever, Franeker, 279 pag.; ƒ 19, 50.

G. Puchinger e.a.: Doctor Algra, de Friese Senator; Uitgave Wever, Franeker, 192 pag.; ƒ 29, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wuiven naar de Mannenbroeders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's