De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wonder of mirakel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wonder of mirakel

10 minuten leestijd

Wat wonderen zijn, dat komt straks; eerst iets over mirakelen. Wie te weten wil komen wat mirakelen zijn, kan misschien niet beter doen dan eens de zogenaamde apocriefe evangeliën opslaan.

De eerste weken na de kerstdagen staan in de prediking gewoonlijk de evangelieverhalen centraal. Het is de tijd om samen met de gemeente te overdenken het leven van Hem die zich genoemd heeft de Zoon des mensen. Een leven dat vol is geweest van arbeid aan vrienden en vijanden.

Leven van Jezus

Er is een tijd geweest dat men meende een 'leven van Jezus' te kunnen reconstrueren. Tegenwoordig is men daar veel voorzichtiger in geworden. Het is ongetwijfeld historie wat ons geboden wordt in de vier Evangeliën. Maar in een chronologisch verslag van Jezus' leven en daden waren de evangelisten niet geïnteresseerd. Vandaar dat de ene evangelist weleens wat andere relaties legt dan de andere, en dat het soms wat moeite kost om de overeenstemming, die er gewis is, te ontdekken.

In ieder geval staat echter vast, dat door de Heere Jezus Christus tijdens zijn leven op aarde wonderen zijn verricht. Niet één der vier evangelisten heeft nagelaten dat te vermelden; bij hen allen vinden wij een aantal 'wonderverhalen'. Blinden werden ziende, doven gingen horen, kreupelen konden weer lopen, zieken werden genezen, duivelen werden uitgeworpen en zelfs werden doden, opgewekt.

Wonderdoeners

Van Schriftkritische zijde heeft dat weleens aanleiding gegeven tot de bewering dat Jezus een Wonderdoener zou zijn geweest. En die waren er in de oudheid zovelen! Men weet allerlei namen te noemen, ook uit de Griekse wereld, van mannen die naam hebben gemaakt als wonderdoener. Jezus zou dan in die rij gezet moeten worden. Hij zou niet meer geweest zijn dan deze mannen, die blijkbaar tot mirakuleuze daden in staat zijn geweest. Eén ding is daarbij echter steeds uit het oog verloren en dat is dat een wonder heel wat anders is dan een mirakel. Dat er zelfs tussen beide een diepe kloof gaapt..

Mirakelen

Wat wonderen zijn, dat komt straks; eerst iets over mirakelen. Wie te weten wil komen wat mirakelen zijn, kan misschien niet beter doen dan eens de zogenaamde apocriefe evangeliën opslaan. Daar vindt men mirakelen. Aan de echtheid van deze mirakelen kan terecht worden getwijfeld. Zij zijn soms heel amusant om te lezen. Zij bevredigen onze nieusgierigheid. Zij leiden ons in in een exotische, bizarre wereld. Zij kunnen ons zelfs doen huiveren. Maar het ligt er duimendik bovenop dat zij meer aan de verbeelding van de verteller ontsproten zijn dan aan de werkelijkheid.

Waarheid en verbeelding

Het is al weer meer dan 25 jaar geleden dat de inmiddels lang overleden Groningse hoogleraar P. A. van Stempvoort over deze mirakuleuze verhalen in de apocriefe evangeliën een interessant boek schreef, onder de titel: Waarheid en verbeelding rondom het Nieuwe Testament (Nijkerk 1955).

Ik wil een paar voorbeelden uit deze evangeliën geven die een indruk bieden van hetgeen zij in dezen de lezers mededelen.

Op weg naar Egypte

In een van deze evangeliën gaat het over Jezus' vlucht naar Egypte. De bijbellezer weet dat, volgens Mattheüs 2, een engel des Heeren Jozef heeft vermaand, om zijn vrouw en kind te nemen en uit te wijken naar Egypte, omdat koning Herodes het voornemen had alle kinderen van Bethlehem te doden. Over deze reis van Jozef, Maria en het kind Jezus naar Egypte, is de Heilige Schrift zeer sober. Eigenlijk wordt door Mattheüs de evangelist niet meer meegedeeld dan dat deze reis gemaakt is en dat op zekere tijd Jozef, Maria en het Kind in Judea zijn teruggekeerd.

Maar de apocriefe evangeliën geven voor, veel meer te weten. Een ervan vertelt het volgende. Op de weg naar Egypte kwam de heilige Familie, bij een grot. Aangezien men moe was, wilde men in die grot uitrusten. De zalige Maria steeg af van haar lastdier (het zal wel een ezel geweest zijn) en nam het Kind op haar schoot. En zie, dan gebeurt er iets. Tot grote sensatie van allen vlogen vele draken uit de grot. En wat deed toen Jezus? Hoewel Hij nog maar een paar maanden oud was, daalde Hij af van de schoot van zijn moeder en ging Hij voor de draken staan. En dat had succes, want de draken werden rustig en aanbaden Jezus. Ook daarmee was echter het kind Jezus nog niet tevreden. Het gaf daarna de draken onderwijs en leerde hen, hoe zij voortaan de mensen niet meer zouden schaden.

Zinloos

Wij merken hierbij op: Dit is nu echt een mirakel! Wij weigeren het een wonder te noemen. Zin had hetgeen hier verteld wordt helemaal niet. Het verhaal staat in geen enkele relatie tot het koninkrijk Gods dat door de Heere Jezus Christus in zijn later leven gepredikt is. Geen mens heeft er enig heil in kunnen zien en ervaren. Het is niet meer dan een aardig verhaal. Heel amusant, vooral voor die mensen die graag willen weten wat het kind Jezus op de weg naar Egypte allemaal mag hebben meegemaakt; maar daar houdt dan ook alles mee op.

Vogeltjes

Een ander verhaal. Ook uit Jezus' kindheidsgeschiedenis. Het is opmerkelijk: de apocriefe evangeliën hebben zich extra beziggehouden met de eerste dertig levensjaren van de Heiland. Dus die jaren die in onze canonieke evangeliën nauwelijks aandacht krijgen. Immers het gaat in deze canonieke evangeliën om Jezus wérk.

De 'leemte' in de canonieke evangeliën is opgevuld door de apocriefe evangeliën. Zij zijn zeer spraakzaam als het gaat over Jezus' eerste levensjaren.

In het apocriefe Evangelie van Thomas lezen wij letterlijk het volgende: 'Toen dit knaapje Jezus vijf jaar geworden was, speelde het na de regen op een doorwaadbare plaats van een beek. En hij verzamelde het stromende water in kuilen en maakte het terstond helder. En met een woord alleen gebood hij het. En uit het slijk der natte klei nemende, vormde hij daaruit twaalf mussen. En het was sabbat toen hij dat deed. En ook vele andere kinderen speelden met hem. Toen nu een jood zag, dat Jezus op sabbat speelde, ging hij dit terstond aan zijn vader Jozef vertellen: Zie, uw jongske is bij de beek en heeft uit klei twaalf vogels gemaakt en daarmee de sabbat ontheiligd. En Jozef kwam ter plaatse en toen hij het zag, schreeuwde hij hem toe: Waarom doet ge op de sabbat wat ongeoorloofd is te doen? Jezus echter klapte in zijn handen en riept tot de mussen: Vliegt weg! En piepende vlogen de mussen weg'.

Ziehier het verhaal. Het lijkt in alle opzichten op een sprookje. Vogeltjes van klei vliegen de lucht in.

Ja, als kind van vijf jaar zou Jezus al bewust de joodse sabbat hebben genegeerd. En Hij is in het gelijk gesteld door het wonder dat Hij deed: die vogeltjes van klei laten vliegen! Dat noemen wij nu een mirakel! Hoe weinig overtuigend komt zulk een verhaal op ons over. De zin ervan is of geheel duister of nauwelijks aanwezig. Jezus is als kind hier inderdaad een wonderdoener. Er is geen enkele relatie tot Jezus 'verkondiging' en het mirakel dat door Hem gedaan heet te zijn.

Ander klimaat

Bij het lezen van deze apocriefe evangeliën komen wij in een heel andere wereld dan die waarin de canonieke evangeliën ons brengen. Het is de speelse wereld van de fantasierijke oosterlingen. De wereld van de 'mooie verhaaltjes', die de lezers stom verbaasd doen staan, soms ook doen huiveren, en dan weer doen lachen. De omstanders zullen immers wel hebben moeten lachen, toen zij ineens die dooie mussen zagen wegvliegen.

Geen teken

Het is juist deze wereld die door de Heiland zelf, volgens het getuigenis van onze Evangeliën, is afgewezen. Dat gebeurde toen eens de Joden Hem vroegen om een 'teken', dat wil zeggen: een wonder, te doen. Wij lezen in Mattheüs 12 : 38 'Toen antwoordden sommigen der Schriftgeleerden en Farizeeën, zeggende Meester! wij willen van U wel een teken zien'. Men leze dan echter hoe scherp de Heere dat afgewezen heeft. Neen, Hij heeft bepaald niet een Wonderdoener willen zijn. Hij heeft wel wonderen gedaan, maar nooit om de wonderen zélf. Er staat: 'Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona de profeet'. Jezus heeft dus pertinent geweigerd een teken te geven, dat wil zeggen een wonder te doen, omdat de hoorders en omstanders dat zo graag wilden en het lieten voorkomen alsof zij dan wel in Hem zouden willen geloven. De wonderen heeft de Heiland nooit willen verlagen tot mirakelen. Hij heeft zijn tegenpartijders gewezen op een reeds plaats gevonden hebbend wonder, nl. dat van Jona die drie dagen in de vis vertoefde en toen op het droge werd uitgespuwd. Dat was niet een mirakel, dat was een echt wonder: het had zin, het stond in verband met de roeping waarmee Jona door God geroepen was; het was opgenomen in Gods raad, het diende tot heil van de Ninevieten; het was bovendien heenwijzend naar hetgeen met de Christus later gebeuren zou.

Wat zijn wonderen?

En daarmee hebben wij dan eigenlijk al aangegeven wat een wonder is. De Evangeliën verhalen onze vele wonderen van de Heiland; maar nooit zijn het zinloze of enkel vermakelijke gebeurtenissen. Nooit alleen maar om een beetje indruk te maken. Altijd staan zij in direkt verband met Christus' werk en prediking, met het koninkrijk Gods dat Hij verkondigde In Johannes 2 worden de wonderen 'tekenen' genoemd. Zij wijzen heen, dus van zichzelf af naar iets anders. Zij hebben een tekenachtig karakter. Men ziet er iets in afgebeeld. In het rijk Gods wordt alle blindheid opgeheven, daarom maakt Jezus blinden ziende. In het rijk van God heerst niet meer de dood, daarom heeft de Heere een aantal doden opgewekt. Christus is veel meer dan een Wonderdoener, Hij is de Heilbrenger. Zijn prediking was meer dan zijn genezingen. Het heil van de Christus is allereerst geestelijk van aard, en pas eens, aan het einde der tijden zal het alles omvatten, ook het aardse. Daarom heeft de Heere Christus ook niet alle zieken genezen, en daarom heeft Hij niet aan alle ellende op deze aarde een einde gemaakt. Hij heeft alleen maar willen laten zien, wie Hij is, wat zijn werk is, en wat het allemaal omvat, eenmaal: de ganse schepping.

Gereserveerd

Het is geen wonder dat men in de christelijke kerk later altijd wat gereserveerd gestaan heeft tegenover wonderverhalen. Zonder alle wonderen te ontkennen uit de tijd na het Nieuwe Testament, is men toch er voorzichtig mee geweest. Behalve in de roomse kerk! Daarin tiert de mirakelzucht welig voort. Daar vinden ook de apocriefe evangeliën, via de traditie, nog steeds geloof. Wat in Lourdes en elders heet gebeurd te zijn, dat is alleen maar mirakuleus. Het kan echt niet een wonder worden genoemd.

Altijd is er het gevaar, en dan niet alleen op het roomse erf, om een mirakel aan te zien voor een wonder.

Bijbelse wonderen

Wij doen het veiligste met ons te houden aan de bijbelse wonderen. Andere wonderen zullen wij niet uitsluiten. Maar geen 'wonder' heeft ons ooit zoveel te zeggen als die de Schrift ons meldt. Daarin zien wij ons heil. Voor nu en voor later. Naar ziel en lichaam. Voor de gemeente en voor de ganse aarde. Laten wij ons verheugen in 's Heeren wonderen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wonder of mirakel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's