De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Literaire genres in de Schrift (2)

Bekijk het origineel

Literaire genres in de Schrift (2)

De heillge schrift

10 minuten leestijd

Naar de geleerden aannemen vormen de wetten binnen het proza van het Oude Testament het oudste bestanddeel.

Literatuurvormen binnen het proza A. De Wetten

Naar de geleerden aannemen vormen de wetten binnen het proza van het Oude Testament het oudste bestanddeel. In grote lijnen kunnen we twee stijlvormen onderscheiden waarin de wetten ons zijn overgeleverd. In de eerste plaats de casuïstische stijl, in de tweede plaats de apodictische stijl. In plaats van deze moeilijke woorden precies voor u uit te leggen, geef ik van elk van beide stijlvormen een voorbeeld, waardoor u het onderscheid vanzelf duidelijk wordt. Van de casuïstische stijl vindt u tal van voorbeelden in Ex. 21-23, het zgn. Bondsboek. Eén tekst schrijf ik voor u over: 'Wanneer iemand zijnen naaste geld of vaten te bewaren geeft en het wordt uit diens mans huis gestolen; indien de dief gevonden wordt, hij zal het dubbel wedergeven. Indien de dief niet gevonden wordt, zo zal de heer des huizes tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft.' (Ex..22 : 7, 8). Aan deze tekst ziet u, dat het in de casuïstisch gestelde wetgeving erom gaat hoe in een bepaald geval (casus) gehandeld moet worden. Deze wetgeving vindt zijn oorsprong in het gewoonterecht en de uitdrukkingsvorm is ontleend aan de rechtspraak der oudsten. Het gaat over kwesties, die het burgerlijke leven gelden.

De casuïstische stijl is niet specifiek Israëlitisch, maar algemeen Oosters. Zowel naar vorm als inhoud vertonen de casuïstisch gestelde wetten, veel overeenkomst met het Babylonische en Hettitische recht. Stijl, oorsprong en inhoud staan dus niet los van elkaar. Dit blijkt des te duidelijker, wanneer we hiernaast stellen de wetten in apodictische stijl. Zij geven niet aan hoe in een bepaald geval gehandeld moet worden, maar zij geven algemeen geldende regels. Wij kennen de apodictische formuleringen het best uit de tien geboden: 'Gij zult..., gij zult niet...' We hebben hier niet te maken met burgerlijke wetgeving, die z'n oorsprong vindt in de rechtspraak der oudsten, maar met religieuze en ethische wetgeving, die z'n oorsprong vindt in het goddelijk gebed. Wanneer u Ex. 22 en 23 leest, dan zult u merken, dat de apodictische en casuïstische stijl elkaar voortdurend afwisselen. De oorspronkelijk uit geheel verschillende sfeer stammende wetten zijn dus later verzameld en samengevoegd, waaruit ook wel blijkt hoezeer men in Israël de religieus-ethische en burgerlijke wetgeving op elkaar betrokken zag (theocratie!).

Andere bestanddelen, die we binnen het proza van het Oude Testament kunnen onderscheiden, zijn bijv. officiële oorkonden en annalen. De officiële oorkonden bestaan uit lijsten, bijv. de geografische lijsten uit Jozua, de volkeren lijsten uit Genesis, Kronieken etc, de lijsten van terugkerenden uit de ballingschap (Ezra 2, Neh. 7). Bij het Bijbellezen aan tafel worden dergelijke lijsten vaak overgeslagen. Toch zijn ze bijzonder waardevol om ons te leren hoe konkreet Gods geschiedenis met de mensen en volkeren (geweest) is. Gods heilsgeschiedenis blijft niet zweven tussen hemel en aarde, maar zweeft zich door de konkrete geschiedenis van mensen en volkeren heen. Even waardevol zijn daarom de annalen (hofannalen, tempelannalen; zie bijv. 1 Kon. 9 : 10-28 en 1 Kon. 6-8). Deze annalen vormen de historische bron voor de schrijvers van de Koningen-en Kroniekenboeken.

Spaarzamelijk in het Oude Testament, veel meer in het Nieuwe Testament treffen we de briefliteratuur aan. In het Oude Testament vindt u brieven bijv. in Jer. 29 (brief van Jeremia aan de ballingen in Babel) en in Ezra 4 en volgende hoofdstukken. Het boek Ezra biedt trouwens meer literaire genres, die we elders in het Oude Testament nauwelijks aantreffen, zoals een bevelschrift in Ezra 1 : 2 vv. en een officieel memorandum in Ezra 6, : 3-5.

B. De verhalende stof

Het meest bekend is voor ons ongetwijfeld de verhalende stof uit de Bijbel. Met de meeste van deze verhalen zijn we vanaf onze kinderjaren vertrouwd. Omdat we ze meestal het eerst horen in de vorm, waarin de Kinderbijbel ze ons doorgeeft, is het gevaar aanwezig dat ons, ook wanneer wij later deze verhalen in de Bijbel zelf lezen, de specifiek Israëlitische (Oosterse) verteltrant ontgaat.

Het ontdekken van het specifiek Israëlitische van de bijbelse verteltrant doet ons beseffen, dat het Woord echt 'vlees' geworden is, m.a.w. het bewaart ons om docetisch over de openbaring te denken. Bovendien herinnert het ons aan de blijvende noodzaak en roeping samen met Israël deze geschriften te lezen. Overigens, we begrijpen ook veel beter wat er staat, wanneer we goed letten op hoe het er staat. In de eerste plaats valt ons in de bijbelverhalen de beeldende kracht op. Het zijn dan ook oorspronkelijk allemaal gesproken verhalen, die pas veel later op papier zijn gezet. Wanneer u wel eens een groepje Joden met elkaar hebt zien praten, dan heeft u precies de goede indruk van de manier waarop oudtijds de verhalen werden verteld. De Jood vertelt met zijn hele lichaam. Gebaren horen wezenlijk bij de woorden. Veel ging dus verloren, toen de verhalen op papier werden gezet. Nog meer ging verloren, toen vanuit het Hebreeuws vertaald werd in talen met een totaal ander idioom (taaleigen). Dit onderstreept weer eens hoe onmisbaar de kennis van de oorspronkelijke taal blijft.

Het tweede wat opvalt in de Hebreeuwse verhalen - is de herhaling. Men herhaalt om de ontknoping van het verhaal nog even uit te stellen en zo de spanning te verhogen. Ook hier blijkt weer, dat het literaire verhaal de mondelinge vertelling als oorsprong heeft. Hoemeer dergelijke herhalingen duidelijk gestileerd zijn, hoemeer gaat het verhaal poëtische trekken vertonen. De grenzen tussen herhalend proza enerzijds en poëzie met telkens opeenvolgende parallel lopende zinnen (parallelismus membrorum) anderzijds worden hier vaag. Hoofdstukken als Genesis 1 en 1 Sam. 17 worden gerekend tot het proza, maar vertonen toch duidelijk poëtische trekken. Een derde kenmerk van het Hebreeuwse ver­haal is, dat het slot vaak de strekking van het verhaal onthult. Het slot van het boek Jona bijv. maakt duidelijk, dat de eigenlijke bedoeling van de schrijver is: te prediken dat God ook over de volkeren der wereld barm­hartig is. Ruth 4:17 onthult de betekenis van het boek Ruth: Ruth, de Moabitische, is de stammoeder van David.

Een laatste aspekt, waar ik op wil wijzen is het veelvuldig voorkomen van het woordspel. Helaas gaat dit Woordspel meestal in de vertalingen bijna geheel verloren. Van de mensen in het paradijs wordt gezegd, dat zij naakt zijn, van de slang, dat zij listig is. De woorden voor naakt en listig zijn in het Hebreeuws bijna dezelfde. Ook de woorden mens en aarde lijken sprekend op elkaar (adam en adama). Dit onderstreept, dat de mens uit de aarde is genomen. Kaïn hangt samen met het werkwoord kana wat verkrijgen betekent. Babel hangt samen met het werkwoord balal, verwarren. In Jes. 7 : 9 lezen we in de Statenvertaling: 'Indien gij lieden niet gelooft, zekerlijk, gij zult niet bevestigd worden.' Ongetwijfeld plechtig en mooi gezegd, maar de Hebreeuwse woordspeling is geheel verloren gegaan. In de vertaling van Obbink lezen we: 'Zo gij niet vertrouwt, wordt gij niet gebouwd'. Hier is een gelukkige poging gewaagd om het Hebreeuwse woordspel recht te doen in de Nederlandse taal. Meestal is het niet mogelijk. Bekend is ook Jeremia 1, het visioen van de amendel roede. Wanneer we niet weten, dat hier dan in het Hebreeuws letterlijk 'waakboomtak' staat, begrijpen we ook moeilijk, dat de strekking van dit visioen voor Jeremia is, dat God wakker zal zijn over zijn Woord.

C. Verhaal en geschiedenis

In het voorafgaande is gesteld, dat de verhalen uit het Oude Testament, alvorens schriftelijk te worden vastgelegd, een grote rol hebben gespeeld in de mondelinge traditie. Welke betekenis de afzonderlijke verhalen in de mondelinge traditie gehad hebben valt nu moeilijk meer na te gaan. Zeker is wel, dat ze toen een meer zelfstandige rol gespeeld hebben, dan nu, nu ze in het geheel van de kanon en de geschiedschrijving van het Oude Testament een plaats hebben gekregen. Het kan nuttig zijn de overleveringsgeschiedenis van bepaalde verhalen te bestuderen. Toch is het onze belijdenis, dat het de Heilige Geest goed gedacht heeft ons de verhalen over te leveren op de wijze van het Oude Testament zoals dat nu voor ons ligt. Bij de uideg hebben we dan ook heel erg te letten op de streking, die de verhalen nu hebben, in de vorm zoals ze nu voor ons liggen.

We gaan de mist in, wanneer we de eigenlijke boodschap achter de tekst zoeken, in de verschillende lagen van de overleveringen in plaats van in de tekst zelf. We gaan evenzeer de mist in, wanneer we de boodschap zouden zoeken in de profane geschiedenis, die achter de tekst en het verhaal ligt. Begrijpt u mij goed: het gaat in de verhalen wel terdege om geschiedenis. 'We zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd.' (2 Petr. 1 : 16). Maar de geschiedenis is op een heel bepaalde manier beschreven. Niet op de wijze van een historicus, die probeert alles zo nauwkeurig mogelijk op een rijtje te zetten. Maar meer op de wijze van de profeet, die het gebeuren duidt vanuit het handelen van God en die de mensen beoordeelt op grond van hun reakties op dit handelen Gods. Het speuren naar een 'Geschikte Israels' achter de verhalen van het Oude Testament, levert archeologisch en godsdiensthistorisch wel wat op, maar legt theologisch geen enkel gewicht in de schaal. Mijns inziens betekent dit echter ook, dat we evenmin in omgekeerde richting ons behoeven te beijveren voor een historisch-wetenschappelijke verificatie van de geschiedenissen van het Oude Testament. Ook hier kan het resultaat slechts godsdiensthistorisch en archeologisch van aard zijn.

Onze opdracht is te luisteren naar de verhalen zoals ze ons zijn overgeleverd. Daar hebben we voorlopig werk genoeg aan. Wat willen ze ons ten diepste zeggen?

Wat ik in het bovenstaande bedoel kan ik misschien ten dele illustreren door een verwijzing naar 1 Kon. 16 : 21-28. In slechts acht verzen wordt ons daar het leven en de regering van koning Omri verteld. Historisch bekeken zeer merkwaardig, want volgens buiten-Bijbelse historische bronnen was hij een van de belangrijkste Koningen, die het 10 stammen rijk ooit heeft gekend.

Geen echte geschiedschrijver in onze zin van het woord, die zich zoiets kan permitteren. De schrijver van het Koningenboek blijkt echter helemaal niet zo geïnteresseerd te zijn in geschiedenis als beschrijving van de grote daden der mensen. Hij rekent Omri 's grote daden tot het 'overige', waar dan nog wel het een en ander over te lezen valt in het boek van de Kronieken der Koningen van Israël (vs. 27). Dit boek is echter spoorloos verdwenen. Blijkbaar vond God die profane geschiedenis helemaal niet zo belangrijk. Omri deed wat kwaad was in de ogen des Heren (vs. 25). Vanuit dit gezichtspunt worden Omri 's daden beoordeeld en dan blijft er weinig over, dat nog echt het vermelden waard is.

Uit het oogpunt van de historicus bekeken is Omri's geschiedenis totaal misvormd. Uit het oogpunt van de verteller bezien, krijgen we nu juist zó, door de misvorming heen te horen, waar het ten diepste om gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Literaire genres in de Schrift (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1981

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's