De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eén vraag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eén vraag

7 minuten leestijd

Jezus... zei tot hem: wilt gij gezond worden? Joh. 5:6

Bethesda.

Dat is letterlijk: huis van barmhartigheid.

Daar ligt een man. Hij is het liggen wel gewend. Achtendertig jaren ziek gelegen.

Een half mensenleven lang. Waarschijnlijk verlamd.

Kennelijk is het met de barmhartigheid in Bethesda niet zo best gesteld.

De enige barmhartigheid, waarvan deze man leeft, is een uitgestoken hand, die hem een aalmoes toewerpt. Maar een uitgestoken hand om hem in het badwater te werpen was er niet.

Barmhartigheid van mensen. Erbarmelijk! Gods barmhartigheid komt dit huis binnen: Jezus. Met barmhartigheid bewogen.

En Jezus zei tot hem: Wilt gij gezond worden? Dat lijkt een wel zeer vreemde vraag. Een overbodige vraag ook. Misschien zelfs een kwetsende vraag.

Immers, waarom ligt die man anders in Bethesda?

Toch alleen om gezond te worden?

En dan toch die vraag: Wilt gij gezond worden?

Blijkbaar is dat de vraag of hij nog wel gezond wil worden.

Achtendertig jaar ziek zijn en telkens moeten zien, dat een ander je voor is, betekent, dat je je neerlegt bij je ziekte; dat je de hoop op gezondheid en de wil om gezond te worden opgeeft.

Jezus raakt met zijn vraag een snaar aan, die al lang niet meer trilde.

Wilt gij gezond worden?

Ja, wil hij dat eigenlijk?

Gezond worden.

Dat is in de eerste plaats: beter worden - kunnen lopen - opspringen van vreugde.

Maar het is ook meer.

Jezus zelf legt het verband tussen ziekte en zonde in vers 14.

Deze Heelmeester grijpt dieper dan de genezing van de lichamelijke ziekte. De oorzaak grijpt Hij aan. De gebrokenheid van de schepping komt Hij genezen.

Wilt gij gezond worden?

Wilt gij van vreugde opspringen in het heil?

Gods barmhartigheid ontmoet ons. Komt in ons gebroken bestaan. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En het Woord spreek ons aan: Wilt gij gezond worden?

Nu lijkt dat ook voor u en mij misschien een overbodige vraag. Immers daarvoor lezen we in de bijbel - daarvoor gaan we naar de kerk: het huis van barmhartigheid...

Het antwoord kan niet moeilijk zijn... En toch...

Kijk, het zou niet zo moeilijk zijn als er een andere vraag stond.

Als er stond: Wilt u in de hemel komen?

Dan zou het antwoord volkomen duidelijk zijn.

Natuurlijk.

Inderdaad: natuurlijk...! Ieder mens wil in de hemel komen.

Maar dat is de vraag niet.

Hij is gekomen om zondaars - de zieken - te roepen tot bekering. Te roepen tot het Koninkrijk. Te roepen tot de levende God. Om te wandelen als kinderen van het Licht.

Dat is de vraag, die Hij stelt.

Wilt gij dat?

Dat is zo zeker nog niet.

Van huis uit zitten we daar niet zo op te wachten.

Adam had gezondigd. Doodziek was hij geworden. En wat gaat hij dan doen? Vluchten. Adam, wilt gij gezond worden?

Nee Heere, ik ben bezig schorten te maken. Pleisters op de wonde. Ik probeer te leven met mijn ziekte!

Wilt gij gezond worden?

Die vraag komt tot ons, omdat Hij tot ons komt.

Wij - wij weten allemaal dat wij zondaar zijn. Het wordt er bij de kinderen al ingepompt. Het wordt ons gezegd en wij zeggen het na. Vaak zonder er bij na te denken. We zijn er aan gewend geraakt: Zondaar zijn we allemaal. Dat weten we. Is het waar? Weten we het? Weet u, weten van is iets anders dan wennen aan!

De vraag van de Heere Jezus maakt de man, die gewend was aan zijn ziekte, bewust van het feit, dat het niet gewoon is om daar zo te liggen.

Diezelfde vraag herinnert ons er aan, dat het helemaal niet zo gewoon is, dat wij zijn zoals we zijn. Dat wij er wel een levenlang aan gewend kunnen zijn, maar dat God er nooit aan wennen kan, dat het hoogste van zijn schepping - van wie Hij sprak: zeer goed, gezond en welgeschapen - Hem losgelaten heeft en daarom levenslang neerligt in machteloosheid; gebonden door gebrokenheid.

Dat God er zozeer niet aan wennen kon, dat Hij liever zijn Zoon gaf om ons te redden dan dat Hij ons laten zou in onze ziekte tot de dood.

En die Zoon spreekt: Wilt gij gezond worden? Dat is een ontdekkende en daarom pijnlijke vraag.

Maar ontloop die vraag niet. Anders ontloopt u Hem, die vraagt!

Ieder bedenke, wat God in zijn Zoon zegt. Ieder zie, wat God in Hem laat zien, als Hij straks aan het kruis hangt: Zo ziek bent u. Want Hij hangt daar niet voor zichzelf, maar voor u. Uw dood hangt Hij daar te sterven. Opdat gij zoudt leven door Hem. Wilt gij gezond worden?

En Hij die het vraagt, vraagt om een antwoord.

Mensen antwoorden: ik weet niet of ik wel uitverkoren ben...!

Maar dat is een ontwijkend antwoord. Want dat is de vraag niet.

Dat is nooit de vraag in de bijbel. Wel wordt het gezegd tegen mensen: gij zijt uitverkoren. Maar nooit wordt gevraagd: bent u wel uitverkoren - of: weet u dat wel. Trouwens, hoe zou iemand dat kunnen weten als hij niet eerst buigt voor Jezus, in Wie God zondaren verkiest?

Wanneer zullen wij eens ophouden onszelf te vermoeien met het zoeken naar antwoorden op vragen, die ons niet gesteld worden...? En wanneer zullen wij eens ophouden Hem te vermoeien met vragen zonder te luisteren naar wat Hij vraagt?

Het gaat niet om de vraag wat u bent of wat u weet.

Het gaat maar om één vraag: Wilt gij?

En nooit zult u kunnen zeggen: ik was niet; of: ik wist niet.

De Heere Jezus zal u de mond stoppen - met Jeruzalem - en zeggen: Gij wilde niet!

Want Ik heb u gevraagd: wilt gij gezond worden?

Gezond worden. Wandelen als kind van het Licht. Niet meer in de duisternis wandelen. Dat is dus ook: tegen de zonde strijden.

Wilt gij dat?

Och, zegt u, ik ben niet in staat om met de zonde op te houden...

Maar ook dat is een ontwijkend antwoord, want ook dat is de vraag niet.

De Heere Jezus vraagt niet aan de zieke: kunt gij gezond worden?

Dat kan hij met de beste wil van de wereld niet. Achtendertig jaar is een afdoende bewijs. En toch vraagt hij: wilt gij gezond worden. Dat u moeite hebt met het strijden tegen de zonde - dat u struikelt - dat u de zonde in uw leven niet overwinnen kunt - dat weet Hij.

Als u moet zeggen: ik kan niet - dan weerhoudt Hem dat niet om toch te vragen: wilt gij? Immers voor zulken is Hij gestorven en heeft Hij de levendmakende Geest verworven. Dat hoort u goed; dat is niet voor hen, die zichzelf zo gezond vinden, maar voor hen, die het leven niet hebben. Wilt gij?

Misschien zegt u: ik heb zoveel zonde gedaan... Daarover maak ik mij zorgen.

Misschien ben ik wel ongeneeslijk ziek. Zelfs dat is een ontwijkend antwoord.

De Heere Jezus vraagt niet aan de zieke: Hoe ziek bent u? Dat was achtendertig jaar en Jezus wist dat. Dat was ongeneeslijk!

En toch vraagt Hij alleen maar die éne vraag. Onvoorwaardelijk.

Wilt gij!!

Dat is heel persoonlijk. Dat bent u en dat ben ik.

Nee, Hij vergist zich niet. Jezus deze ziende - en wetende - zei tot hem!

Alle vragen vallen weg voor die éne vraag. Alle vragen vallen weg vóór Hem, die vraagt! Misschien blijft er één vraag over - de vraag van de verwondering: hoor ik het goed - kan dat dan? Ik wist het niet. Dat kon u ook niet weten. Maar u kunt het wel weten. Omdat Hij vraagt. Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. En daar is meer mogelijk dan u denkt. Daar is mogelijk wat Hij vraagt. Zie sterk op Hem. Hoor en uw ziel zal leven - opspringen van vreugde!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Eén vraag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's