De boekrol der geschiedenis
Predikantenconferentie
'Het probleem van de geschiedenis en het Godsvraagstuk'
Traditiegetrouw werd de eerste woensdag en donderdag van het jaar weer de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond gehouden op Woudschoten te Zeist. Totaal namen op de twee dagen ongeveer 170 predikanten aan de conferentie deel. Op de eerste dag refereerde prof. dr. H. Jonker over 'Het probleem van de geschiedenis en het Godsvraagstuk', mede naar aanleiding van zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus, waarin wordt gehandeld over de voorzienigheid: 'alle dingen, niet bij geval maar van Gods vaderlijke hand.'
Verder stond op de conferentie centraal het vraagstuk van zending en evangelisatie, de missionaire roeping van de gemeente. In dit nummer van ons blad is het openingswoord, dat ds. L. J. Geluk op de conferentie sprak geheel opgenomen, alsmede een korte samenvatting, die ds. W. J. Bouw en drs. J. J. Visser maakten van hun referaten, die ze vanuit IZB en GZB hielden over de praktijk van het zendingswerk 'Daar en Hier'. Volgende week hopen we een samenvatting te geven van het referaat dat ds. W. van Laar, secretaris binnenland van de GZB, hield over de missionaire gemeente. Thans geven we een overzicht van de hoofdmomenten in het referaat van prof. Jonker.
De geschiedenis
Prof. Jonker plaatste de vraagstelling rondom zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus in het brede raam van de geschiedenis. Wat is de zin van de geschiedenis? Wat is de zin van ons aller bestaan op aarde? Waar gaat het niet ons en met onze kinderen in de nabije toekomst heen, als we zien op de catastrofes, die zich de laatste tientallen jaren voordeden en de dreigingen, die zich voordoen? De bijbelse positiebepaling van de christen in de geschiedenis stelde prof. Jonker als volgt: vanuit het bijbels getuigenis de wereld in, in dialoog (gesprek) met 'gelovigen, niet meer gelovigen, nog-niet gelovigen en ongelovigen'.
Prof. Jonker pleitte daarbij voor 'een denken en spreken vanuit de ander naar de Heilige Schrift toe', zoals Paulus in de gedachtenwereld van de Epicureïsche en Stoïcijnse wijsgeren met hun 'onbekende God' en de 'uitspraken van enige van hun dichters' binnendrong, waarna hij ze vandaaruit leidde naar de Opstanding van Christus.
We laten hier buiten beschouwing datgene wat prof. Jonker te berde bracht over de methoden van geschiedschrijving (zijn referaat zal geheel worden geplaatst in Theologia Reformata, het theologisch tijdschrift van de Gereformeerde Bond). We geven wel iets door van wat prof. Jonker noemde het 'toevallige' in de geschiedenis.
Karel van het Reve heeft in NRC-Handelsblad van 27 december 1980 geschreven, dat allerlei futiliteiten en toevalligheden in de wereldgeschiedenis een even belangrijke rol spelen als de zogenaamde ontwikkelingen van het ene naar het andere. We citeren nu letterlijk prof. Jonker:
'Reeds veel eerder heeft Stephan Zweig in zijn Sternstunden der Menschheit op het ongedachte, onverwachte beladen met wereldhistorische betekenis gewezen. Generaal Grouchy luisterde niet naar zijn officieren om Napoleon te hulp te schieten bij de slag van Waterlo en hield vast aan het oorspronkelijke bevel van Napoleon om de Pruisen onder Blücher achterna te zitten. Daardoor verloor Napoleon de slag bij Waterlo. Was Grouchy wel te hulp gesneld dan had Napoleon de slag bij Waterlo gewonnen en had de wereldgeschiedenis, volgen Stefhan Zweig, een andere wending genomen. Nog adembenemender is de gebeurtenis die plaats vond op 20 juli 1944 bij de aanslag van de Wehrmacht op Hitler. Om 12 uur 37 schuift Von Stauffenberg de bruine aktentas met daarin een op tijd ingestelde bom onder de tafel waarover Hitler aandachtig gebogen staat om iets op de stafkaart na te kijken. Vijf minuten later zal de bom ontploffen. Drie minuten vóór de ontploffing zet een medewerker van generaal Heusinger de tas die hem hindert aan de buitenkant van de zware tafelsteun. Precies op tijd ontploft de bom. Hitler wordt wel gewond, maar niet gedood. De oorlog gaat door tot het bittere eind. De overleving van Hitler betekent lijden en dood van nog eens miljoenen tussen 20 juli 1944 en 5 mei 1945. De aktentas werd maar één meter verder van Hitler neergezet. (...) Op de meest bizarre manier vertoont de geschiedenis zich als beslissende wendingen niet meer te wijten zijn aan menselijke nalatigheden zoals bij Grouchy, maar louter aan toevalligheden buiten het menselijk denken en willen om. De geschiedenis is één raadselachtig probleem.
R. F. Beerling, socioloog en wijsgeer, oud-hoogleraar van Leiden, in 1979 overleden, haalt in zijn boek Niet te geloven, de Engelse onderscheiding aan van 'active evils' en 'passive evils', (actieve onheilen en passieve onheilen). Als atheïst, die voor anderen het geloof als een dimensie van het mens-zijn wel wil erkennen als een middel om hoofd te bieden aan het riskante en de onzekerheid van het menselijk bestaan, aanvaardt hij wel de straf en de ondergang vanwege de 'active evils', het kwaad wat wij doen, maar blijft voor de onoverkomelijke barrière van de 'passive evils' staan, het kwaad wat mensen overkomt en waaraan ze part noch deel hebben: het leed dat de slachtoffers in concentratiekampen moesten ondergaan, natuurrampen, verkeersongelukken, kanker, drugverslaving enz.' Waarom de ergste storm, zoals die in geen jaren gewoed heeft op V-day, op 6 juni 1944 aan de Normadische kust? Waarom deze ernstige tegenslag der natuurelementen juist op het beslissende moment van de definitieve strijd tegen het daemonisch Hitlerisme? '
Nachtdenken
Prof. Jonker introduceerde vervolgens het begrip 'nachtdenken'.
'Het woord nachtdenken staat tegenover het woord dagdenken. De uitdrukking ontleen ik aan J. Wahl. Onder dagdenken versta ik het gewone, dagelijkse denken van de geest, die vrij en onafhankelijk van het lichaam opereert, een denken in begrippen en ideeën, geabstraheerd van de bestaanswereld, in logische theorieën over het bestaan. Het nachtdenken, en tragedie-denken, opereert direct vanuit het bestaan van de mens met zijn donkere diepten van lijden, strijd, schuld, doodsangst en absurditeit, de 'grenssituaties" van Karl Jaspers. Een omgekeerd denken, het maakt nl. fundamenteel verschil in denk-uitwerking of wij de grondvragen aangaande God, het leven, de zin, het einde en dergelijke in een dagdenken vanaf de katheder, aan het schrijfbureau of in een gespreksgroep aan de orde stellen, of daarover napeinzen met bevroren voeten in een loopgraaf in een nachtdenken van een 'grenssituatie' als een mens geplaatst wordt aan de grenzen van zijn bestaan.
Een docent theologie spreekt in zijn colleges over 'God' anders dan wanneer hij op zijn sterfbed ligt, al wil ik geen scheiding aanbrengen. Het geestelijk dagdenken opereert met de vrije geest vol ideeën naar de situatie toe. Het nachtdenken is een situationeel gebonden, 'lichamelijk' denken, een denken dat gebonden is aan het lichaam, dat pijn lijdt en angst heeft. Angst heeft in eerste instantie niet met de geest maar met het lichaam te maken, met de maag, de bloedsomloop en het zenuwstelsel. De geest is de grote tegenvoeter van de angst en tracht deze te verdrijven. 'Het zal wel meevallen', zegt de geest. Maar als de geest geen argumenten meer heeft? Dan bestaat er alleen dit lichamelijk loopgraafdenken, dat in de angst opereert vanuit een benauwende, 'verpletterende werkelijkheid', niet met sluitende theoriën maar vanuit de diepste grond van het zelfzijn. Je kunt dan alleen maar schreeuwen, schreien, vloeken of bidden. Het denken 'vermagert', al het bijkomstige valt weg. 'Gespierde' taal uit zich alleen maar over het eigenste van de bestaanservaring. In het dagdenken vallen gaten. In de bestaansbeleving klopt het een en ander niet met de theorie. Men mediteert in duizeling.
Dit nachtdenken bestaat niet alleen in de loopgraven, al wordt het daar tot het uiterste toegespitst. Het komt ook in de 'gewone' maatschappij voor, waar mensen bij tegenslag, ziekte en dood plotseling gesteld worden voor de afgrond van hun bestaan. Sociaal werkers, doktoren, psychiaters en pastores worden ermee geconfronteerd.'
Gerechtigheid-verantwoordelijkheid
Vervolgens ging prof. Jonker in op onze menselijke verantwoordelijkheid voor Gods Aangezicht. Hij wees naar Israël, waar diep het besef leefde van de gerechtigheid, waarvoor de mens ook verantwoordelijk is. De Tien Geboden raken de mens in haar diepste kern, waar het namelijk om die gerechtigheid gaat.
'Ze grijpen ons ontdekkend bij de keel: Wat heb je ervan terecht gebracht? Maar het zijn tevens beloften van het Messiaanse Rijk. Eenmaal zal het zijn: gij zult niet doden. In verantwoordelijkheid ontmoeten wij God en nergens anders. Typisch dat deze diepte van mens en geschiedenis al vier eeuwen geleden zo werd gezien in een catechisatieboekje voor kinderen, de Heidelbergse Catechismus van 1563. De schrijvers C. Olevianus en L. Ursinus beginnen niet met een speculatieve beschouwing over God van de school, noch plaatsen ze Hem in de zomertuin van onze gevoelens, maar Hij wordt - evenals in Israël - direct geponeerd in de naakte misère en schuld van onze falende verantwoordelijkheid, toegespitst in het persoonlijke: Waaruit kent gij uw ellende? Met deze vraagstelling schoten ze precies in de roos. Een vraag ook van wereldhistorische betekenis: Waaruit kent gij pas echt de misère van de wereldgeschiedenis? En het antwoord luidt: Uit de Tien Woorden. Maar het antwoord geeft meer: Uit de Tien Woorden, die Christus in de wet der liefde samenvat. En het catechisatieboekje geeft meer: de indaling van deze Christus in de misère van onze falende verantwoordelijkheid. Simpele woorden, maar klaroengeschal over de graven. De bijbelse God poneert zich niet alleen tegenover ons, wijst ons niet alleen de weg, maar gaat in Jezus Christus met ons de diepte in.'
Conclusies
We volstaan nu verder met de conclusies, die prof. Jonker aan het eind van zijn referaat trok, waarin hij met name stelde, dat het leven van één mens geschiedenis is, dat parallellen vertoont met het grote geheel van de wereldgeschiedenis als het gaat om de vraag naar Gods leiding. Daarbij is niemand waardig de boekrol der geschiedenis te openen. Het raadselachtige van de geschiedenis kan door ons mensen niet in ons gevoel of in onze rede (met ons verstand) worden ontraadseld. Achteraf (in een mensenleven) blijkt intussen wel Gods hand, Gods vaderlijke hand (zondag 10 van de Catechismus). De conclusies luidden:
1. De apostel Johannes op Patmos weent omdat niemand waardig bevonden was de boekrol van de geschiedenis te openen, te lezen noch in te zien (Openb. 5 : 4). Elke menselijke methode van opening van de geschiedenis leidt tot vergoddelijking van de sleutel die men hanteert (...)
2. Ook het zgn. toevallige en chaotische ligt verzegeld in de rol van de geschiedenis. En de rol ligt in de rechterhand van Hem die op de troon zit, verzegeld met zeven zegelen. (Openb. 5 : 1). De kindermoord van Bethlehem, hoe onbegrijpelijk ook voor redelijk denken, wordt in Mattheüs 4 : 15 in verband gebracht met de roeping van de zoon uit het slavenhuis van Egypte. Het chaotische, zegt A. A. van Ruler, mag niet alleen aan de zonde van de mens toegeschreven worden, ook deels aan het chaotisch handelen van God zelf. Maar, voegt hij er aan toe, de liefde van het Kruis komt op aarde wel niet boven het chaotische uit, dringt er in daar, maar wordt er ook niet door verlamd' (God en de Chaos). Alle dingen, zegt zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus, komen ons niet bij geval maar van zijn vaderlijke hand ons toe. Geen stoïcijnse berusting van het lot maar vertrouwen op de Vader van onze Heer Jezus Christus, want:
3. Eén der ouderlingen zeide tot mij: ween niet; de Leeuw die uit de stam van Juda is, de wortel Davids, die heeft overwonnen om de rol van de geschiedenis, te openen en zijn zeven zegels open te breken (Openb. 5 : 5). Het denken vanuit de kosmos en de Griekse betekenis van het woord leidt tot teleurstelling en verbijstering. Het denken vanuit de chaos is de Freudiaanse betekenis van het woord leidt tot hopeloos fatalisme. Slechts 'de plek licht rondom het Kruis van Christus', naar de woorden van Noordmans, geeft bij alle ondoorgrondelijkheid doorzicht en uitzicht.
4. En zo manifesteert God zich bij de ontzetting van de geschiedenis als 'een Lam, staande als geslacht' (Openb. 5 : 6). De chaotische 'Greuelwelt', zegt Karl Barth, is in Gods ogen voorbij, overwonnen door er zelf doorheen te gaan. Het Lam staat, maar blijft geslacht, weerloos en toch krachtig. Het probleem der geschiedenis wordt vanuit het Rijk der gerechtigheid benaderd (...) omgezet in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont.
5. Waarom u, pastores, een uur lang vermoeid met de problematiek van de wereldgeschiedenis terwijl u uw handen vol hebt aan pastorale zorg in de noden van eenvoudige gezinnen zonder wereldbetekenis? Omdat een kind verdronken in een poldersloot een Verdun is voor een boerenfamilie, (prof. Jonker had uitvoerig aandacht gegeven aan de veldslag van 300 dagen bij Verdun in de eerste wereldoorlog, vdG) omdat elk menselijk leven, elk gezinsleven, elk familieleven ook geschiedenis is met dezelfde vragen en problemen, geschiedenis, in Gods ogen even belangrijk als de hele wereldgeschiedenis.
Volgende week hopen we op de besprekingen van dit referaat en de andere referaten nog nader in te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1981
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's